Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Welbehagen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Welbehagen

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Doch het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen. Jesaja 53:10a 

Wat vinden we in dat woord altijd weer treffend aangegeven wat uiteindelijk de diepste oorzaak en bron van alle genade en zaligheid is: welbehagen! Vrij en soeverein welbehagen Gods van eeuwigheid! Ja, zie, en daarin ligt daarom óók de diepste oorzaak van het borgtochtelijke lijden en sterven van Christus ais de door God Zélf geschonken Messias en Zaligmaker, waardoor, in de weg van de voldoening aan Gods heilig recht, al die genade en zaligheid toch verworven is. Zeker: „Hij is om ónze overtredingen verwond, en om ónze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld"; en geve de Heere ons dat, ook In de lijdensweken, voor het eerst en bij vernieuwing maar recht en persoonlijk te ervaren en te belijden ook: „Ik deed door mijne zonden Hem al die jamm'ren aan". Immers, dat is toch ook zo nodig om dat lijden en sterven van Christus recht te kunnen betrachten en ook de zalige vrucht daarvan persoonlijk te kunnen ervaren!  Ja, en toch ligt in die zonde, in die overtredingen en ongerechtigheden van de mens, niet de allerdiepste oorzaak van dat lijden. Trouwens, hoe zou dat ook kunnen? Onze zonden kunnen God toch immers alleen maar vertoornen, en toch nooit bewegen tot dat onuitsprekelijke liefde-offer, op Golgotha gebracht! U vraagt wat dan die allerdiepste oorzaak van dat borgtochtelijke lijden wel was? 

Wel, die oorzaak ligt in God Zelf! Namelijk in Zijn vrije, soevereine welbehagen. „Doch het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen", zegt Jesaja in deze rijke messiaanse profetie. Ja, en wie zal dan die oceaan van liefde en ontferming kunnen peilen en het wonder onder woorden kunnen brengen waar dat Woord van spreekt? Het behaagde de HEERE, Die „Ik zal zijn Die Ik zijn zal", de onveranderlijke, getrouwe Verbondsjehovah, Hem, Zijn eigen, enige, veelgeliefde en zondeloos heilige Zoon, te verbrijzelen! Hoewel Hij geen onrecht gedaan heeft noch bedrog in Zijn mond geweest is (vers 9), behaagde het de HEERE toch Hem te verbrijzelen! Waarom? Wel, alleen maar uit welbehagen. 

Uit liefde. Omdat Hij daar nu eenmaal lust in had. Omdat Hij dat nu eenmaal wilde. Namelijk om in die weg nu diep gevallen en in zichzelf reddeloos verloren zondaren nog te kunnen redden en zalig maken. Daar heeft Hij namelijk lust in, dat doet Hij gaarne: zondaren redden en zalig maken. Zo zelfs, dat Hij daartoe reeds van eeuwigheid, in de Raad des Vredes, een weg heeft uitgedacht en vastgesteld; namelijk de weg van het borgtochtelijk lijden en sterven van Zijn Zoon. Uit enkel welbehagen; dus ook zonder enige verdienste of waardigheid van die zondaren; alleen maar omdat Hij dat nu eenmaal graag wilde! Kijk, daarom zegt Jesaja hier dan ook in het vervolg van dit vers dat nu dat welbehagen des HEEREN door Zijn hand, dus in de weg en op grond van het borgtochtelijke verzoeningswerk van die Christus, gelukkiglijk zal voortgaan. Toen Christus geboren was, zongen de engelen daarom ook reeds van „Vrede op aarde in de mensen des wèlbehagens", terwijl om dezelfde reden God de Vader, zowel bij Zijn doop als bij de verheerlijking op de berg, ook openlijk van Hem betuigde: „Deze is Mijn geliefde Zoon, in Deweli   In de weg en op grond van het borgwerk van Christus zal het eeuwige welbehagen Gods tot zaligheid van zondaren gelukkiglijk voortgaan. Voortgaan net zo lang totdat de laatste verkorene is toegebracht! Ja, zegt u mogelijk, maar wie geldt dat dan? Welke mensen worden dan nu naar. dat vrije welbehagen Gods en op grond van dat borgwerk van Zijn daartoe door Hem aan het kruis verbrijzelde Zoon ook werkelijk voor eeuwig gered en zalig gemaakt? Wel, alleen, maar ook al Gods kinderen, de ware gelovigen, die daartoe reeds van eeuwigheid verkoren zijn en Hem door wederbarende genade nu ook in de tijd in waarheid leren dienen en vrezen! Of, om het met een psalmregel te zeggen: „De HEER betoont Zijn welbehagen, Aan hen, die need'rig naar Hem vragen". 

Alleen, maar ook al degenen die, ontdekt aan hun schuld en zonde, als een arme zondaar in zichzelf leren belijden dat zij zich zo meer dan waard gemaakt hebben om voor eeuwig door de Heere verbrijzeld te worden, maar die vandaaruit nu ook In die verbrijzelde Borg, biddend en smekend om genade, de vergeving van hun schuld en de vrede met God in waarheid leren zoeken en vinden! 

Ja, en daarom lezer(es): Weet ook u reeds persoonlijk wat dat is? Leef over die vraag toch om uw eigen bestwil niet heen. Immers, als we dat hier niet in waarheid zouden leren, dan zullen we de zalige vrucht van het lijden van die verbrijzelde Borg ook nooit in der eeuwigheid deelachtig worden; integendeel, dan zullen we straks zelfs eeuwig zelf onder de last van Gods rechtvaardige toorn en straf verbrijzeld moeten worden, terwijl er dan in alle eeuwigheid ook geen enkele verlossing meer mogelijk zal zijn. Nu is het echter nog het heden der genade, waarin de Heere ons nog dringend en weimenend toeroept geen lust te hebben in onze dood, maar in onze bekering en in ons leven.  O, vraag er dan toch veel om, voor uzelf en ook voor uw kinderen! Dan zal de Heere Zich niet onbetuigd laten; immers: „De HEER betoont Zijn welbehagen, aan hen die need'rig naar Hem vragen!"  Wat een wonder: al Gods kinderen komen straks eeuwig thuis! Christus verbrijzeld, zij gered! Neen, niet op grond van enige verdienste hunnerzijds, maar enkel en alleen uit vrije genade, op grond van het borgwerk van die dierbare Christus!  Niet omdat zij het zo graag wilden, maar omdat Hij het nu eenmaal wilde en daartoe zelfs Zijn eniggeboren Zoon verbrijzeld heeft aan het vloekhout des kruises.  Of wilt u: alleen uit vrij en soeverein welbehagen, waarom Gods kinderen straks dan ook eeuwig volmaakt zullen verstaan en zingen wat ze hier ook reeds al dieper leren: „Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht; Uw vrije gunst alleen wordt d'ere toegebracht; Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d'eerkroon dragen. Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen". 

Ds. G. Bouw

Urk

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Welbehagen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1990

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's