Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ankara verlegen met rebelse Koerden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ankara verlegen met rebelse Koerden

Harde aanpak Özal impopulair; woede over „Syrische connectie"

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

ANKARA - De Koerdische opstand in Zuidoost-Turkije is zo hevig geworden, dat de Turkse pers spreekt over de Koerdische intifada. De Palestijnse vrijheidsstrijders hebben in Anatolië navolging gevonden.

Al vijf jaar heeft Turkije te kampen met een opstand in het Koerdische Anatolië. Vooral in de provincies Mardin en Siirt, aan de grens met Syrië en Irak, heeft de marxistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK) de afgelopen weken harde acties gevoerd.

De PKK strijdt een „bevrijdingsoorlog" en stuurt aan op een onafhankelijke Koerdische staat. In maart werden 55 mensen gedood in het woeste Anatolië, waar de meeste van de 10 miljoen Koerden wonen. Negen Turkse burgers werden vorige week doodgeschoten na een bezoek aan een chroomfabriek in Elazig

Ongebruikelijk is de toenemende activiteit van de PKK in steden. Dit betekent een verandering in de strategie van de rebellen, zegt een rapport dat de generale staf van het Turkse leger onlangs kreeg. De afgelopen vijf jaar heeft de PKK alleen op het platteland geopereerd. Daar is de pakkans immers minimaal. Dorpjes werden overvallen, bewakers en „collaborateurs" gedood. Door deze tactiek kwamen hele boerenfamilies om het leven. De slachtoffers waren meestal Koerden.

„Deze terreur wekte onder de Koerdische bevolking grote woede en vrees", schrijft Sami Kohen vanuit Istanboel in Middle East Times. „Hierdoor hadden de Turkse autoriteiten een uitstekend argument om de acties tegen de separatistische guerrillas's te verhevigen en ze actief op te jagen".

De rebellen hebben hun acties nu naar de steden verlegd. Openbare gebouwen en militaire installaties worden aangevallen, en gevechten met veiligheidstroepen worden niet meer gemeden. Als leden van de PKK daarbij de dood vinden, worden massademonstraties georganiseerd. Anatoliërs zijn bijzonder gesteld op de juiste plechtigheden bij begrafenissen. In de provincie Mardin werden de rituelen voor de dertien gedode guerrilla's verboden. De woede van de bevolking uitte zich in een totale staking. Winkels, restaurants, scholen, theehuizen werden gesloten. Nooit eerder toonde de Koerdische bevolking zo'n mate van passief verzet.

„Provocatie"

Volgens het generale-staf-rapport is de nieuwe strategie van de PKK gericht op het provoceren van demonstraties, stakingen, boycots en het bezetten van openbare gebouwen, om de bevolking tegen de plaatselijke autoriteiten op te zetten.

Tot voor kort lieten degenen die met de Koerdische nationale zaak sympathiseerden dat niet merken. Nu nemen vrouwen en kinderen deel aan demonstraties en gevechten met de veiligheidsdienst. Jongelui bouwen barricades, verbranden autobanden en gooien stenen naar de politie. In het stadje Cizre, op 10 kilometer van de Syrische grens, gaven vrouwen en oude mannen stenen aan de jongens in een gevecht met de veiligheidstroepen. Ten minste vier doden en negen gewonden waren het gevolg.

De vechtende jongens bedekten hun hoofden met kefiya's, de doeken waarmee ook Palestijnse jongens zich onherkenbaar maken. De onrust onder de bevolking van Cizre was ongetwijfeld het gevolg van agitatie door de PKK. Maar alleen omdat de veiligheidstroepen het vuur openden en demonstranten doodden, kreeg het geweld een onverwacht bloedige omvang.

„Jullie hadden nooit moeten reageren zoals de Israëli's doen", zeiden lokale notabelen tegen de commandanten van de veiligheidstroepen. Ook representanten van de Koerdische provincie binnen de heersende Moederland Partij protesteerden tegen de harde aanpak.

De Turkse president, Türgüt Özal, heeft gisteren met zijn Moederland Partij en met de oppositie van links en rechts gesproken over een gezamenlijk front tegen het geweld van de Koerdische rebellen.

De harde aanpak die de momenteel zeer impopulaire Moederland Partj van Özal voorstaat, heeft niet van alle partijen steun. „Het probleem moet worden opgelost binnen de sfeer van democratie en zonder de mensenrechten op te offeren", zegt een woordvoerder van de oppositionele Sociaal Democratische Populistische Partij.

Oppositieleiders hebben geëist dat de Moederland Partij haar beleid ten aanzien van de Koerdische gebieden gaat herzien, om daar rust en orde terug te brengen. Deniz Baykal, die de Sociaal Democratische Populistische Partij aanvoert, heeft gezegd dat de status van de Koerdische bevolking moet worden herzien. Deniz Baykal bepleit dat Koerden hun culturele rechten terugkrijgen. In sommige steden is het verboden liederen in het Koerdisch te zingen, terwijl de Koerden niet als minderheid worden erkend. Voor Ankara zijn het 'gewoon „berg-Turken".

De intensifering van Koerdisch geweld heeft de aandacht van Ankara meteen op Damascus gericht. Een fel anti-Syrische perscampagne is gaande. Ook de politici hebben geen goed woord voor Syrië over. PKK-leider Abdallah Ocalan woont in Damascus en leidt zijn organisatie in Syrië en in de door Syrië beheerste Bekaa-vallei in Libanon. Ondanks alle Turkse kritiek sluit Syrië de trainingskampen in de Bekaa niet. Integendeel, Syrië lijkt de anti-Turkse steun aan de rebellen te versterken.

Enkele van de onlangs in Mardin gedode guerrilla's hadden Syrische identiteitspapieren op zak. Veel Turken geloven dat Syrië de Koerden extra is gaan steunen als vergelding voor het afsluiten van de Eufraat. Turkije liet onlangs het stuwmeer achter de Atatürk-dam vollopen, zodat Syrië een maand lang bijna geen Eufraat-water kreeg.

Syrië heeft trouwens ook de hand in het toenemende geweld door extreme Turkse organisaties. Drie Turkse terroristen die onlangs een vuurgevecht met de politie voerden, bleken na ondervraging te horen bij de nieuwe Revolutionaire Communistische Partij-Unie van het Gewapende Volk.

Voor veel Turken is daarmee de maat vol. Politici van de oppositie als de centrum-rechtse Suleyman Demirel eisen harde actie tegen Damascus. De mogelijkheden van Ankara zijn echter beperkt. Syrische diplomaten in Ankara kregen onlangs een harde boodschap aan Damascus te horen.

Syrië ontkent elke betrokkenheid bij Koerdisch of Turks terrorisme. Medewerkers van de Turkse geheime diepst benadrukken echter de „Syrische connectie" in de opleving van terrorisme in Turkije.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Ankara verlegen met rebelse Koerden

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's