Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Staphorst moet geen tweede Giethoorn worden'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Staphorst moet geen tweede Giethoorn worden'

Toeristen zijn voor de middenstand een lust, voor de boeren een last

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

STAPHORST - Ieder jaar wordt Staphorst in de zomermaanden overspoelddoor toeristen. Nieuwsgierigheid is veelal de drijfveer om het orthodoxchristelijkedorp met een bezoek te vereren. De plaatselijke middenstanders varen er wel bij. De boeren niet. Vooral op de bekende Staphorstdagen kunnen ze nauwelijkshun land bereiken omdat het centrum potdicht zit. Ook de gemeentevoorlichterbekijkt het massabezoek met gemengde gevoelens. Moet hij Staphorst wel ofniet promoten naar buiten toe? Over één ding is iedereen het eens: op zondagmoeten de toeristen wegblijven. De dorpelingen willen graag naar de kerkzonder als aapjes bekeken te worden.

Er is waarschijnlijk geen gemeente in ons land die zo vaak de pers heeft gehaald als Staphorst. Het 14.000 inwoners tellende dorp is een verschijnsel. Stereotiepen, als massale kerkgang, gesloten gemeenschap en conservatisme worden uitgebuit om bestaande vooroordelen klakkeloos te bevestigen. In de Haagse politiek heet een kabinet met deelname van de kleine christelijke partijen niet voor niets "de Staphorster variant". De mensen om wie het allemaal gaat, blijven er nuchter onder. Sterker nog, wat cynisch bedoeld is, blijkt een uitstekende slogan te zijn. Automobilisten op de rijksweg ZwolleMeppel zien ter hoogte van Staphorst een levensgroot reclamebord in het weiland. Niet zonder trots vermeldt het: Staphorst, een prima variant.

De 36-jarige Jan-Willem Stolk is sinds 1987 gemeentevoorlichter van Staphorst. Een van zijn taken is het organiseren van de jaarlijkse Staphorstdagen, die honderden toeristen uit het hele land trekken. Op de derde (laatste) dag, die gepaard gaat met een grote braderie in het centrum, loopt het bezoekersaantal zelfs op tot twee- a drieduizend. Stolk vindt dat prima, maar wil naast deze dagen het toerisme niet bewust promoten. „Mijn voorganger deed dat wel. Hij houdt nog steeds overal in het land lezingen over Staphorst. Dat levert vaak groepen op die een rondleiding willen. Ik probeer die excursies zo goed mogelijk te doen, maar ik ga het toerisme niet stimuleren. Een groot deel van de gemeenschap wil dat niet".

Dwaze ideeën

De rondleidingen werken volgens de voorlichter uitstekend. „De mensen komen hier met heel dwaze ideeën. Ze denken dat we vreselijk achterlopen. Maar je moet de reacties eens horen als ze weggaan. Dan zijn ze onder de indruk. Ik krijg dan bij voorbeeld te horen: „Hé, hier staan de planten nog netjes in de grond. Bij ons worden ze er allemaal uitgerukt". Vast onderdeel van iedere excursie is een bezoek aan de Museumboerderij, het paradepaardje van Staphorst. Het museum is eigendom van de gemeente en mag niet te veel in de rode cijfers komen. „Daar zit een controverse", reageert Stolk onmiddellijk. „Je kunt niet de Museumboerderij goed draaiende houden zonder het toerisme te stimuleren. Het gevolg is dan ook dat er ieder jaar dik geld bij moet".

Leefbaar

Omdat Stolk behoorlijk beperkt wordt in het aantrekken van toeristen, richt hij zich als voorlichter met name op het stimuleren van vervangende werkgelegenheid. „Staphorst was tot voor kort een puur agrarische gemeenschap, maar dat wordt minder. De gemeente zoekt dus naar alternatieven. Dat gaat prima. Staphorst is in trek. Het is een leefbare plaats. Er zijn 450 bedrijven, tien basisscholen, winkels, een bibliotheek en een moderne sporthal. De bevolking is gewend de handen uit de mouwen te steken. Staphorsters mogen dan in sommige opzichten conservatief zijn maar als ze iets doen, dan doen ze het goed".

Voor de toekomst vindt Stolk het wenselijk dat het gemeentebestuur een beleidsplan maakt waarin alle aspecten van toerisme en gemeentelijk welzijn tegen elkaar worden afgewogen. „Ik heb daar zelf uitgesproken ideeën over, maar ik wil B en W niet voor de voeten lopen". De voorlichter wil wel wat kwijt over de uitgangspunten van zo'n plan. „Staphorst past wat betreft de diversiteit uitstekend in de toeristische mogelijkheden binnen Overijssel. Maar we moeten niet de kant op van Giethoorn. Dat is totaal verwoest door het toerisme. We moeten ons ook niet uitsluitend richten op de middenstanders. Toerisme is geen doel op zichzelf. Het gaat om het welzijn van de gemeente. Om toch in de publiciteit te komen, denk ik eerder aan het organiseren van een groot congres, het ontwikkelen van primeurs en het promoten van specifiek Staphorster produkten".

Over de kop

De plaatselijke middenstand heeft ongetwijfeld het meeste belang bij veel toeristen. G. Stegeman, eigenaar van een bakkerij annex koffieshop, komt er eerlijk voor uit. „Op de Staphorstdagen zet ik 300 procent meer om dan normaal. Vooral die koffieshop loopt als een trein". De zakenman zit aan de Ebbinge Wubbenlaan, midden in het centrum, op de gunstigste locatie in het dorp. Vorig jaar liepen de bezoekersaantallen zo hoog op, dat de middenstander besloot zijn zaak fors uit te breiden. De verbouwing betekent tevens dat hij meer ruimte krijgt voor recepties en bruiloften. „Er is onlangs aan de overkant een hotel over de kop gegaan. Dat is triest voor de eigenaar, maar ik pik daar nu wel een graantje van mee".

Niet alle middenstanders hebben even veel profijt van het massale bezoek. Fietsenmaker K. Meesters ziet de meeste mensen aan zijn zaak voorbij gaan. „Ik sta wel op de braderie, maar het kost me meer geld dan het me opbrengt. Een toerist uit Utrecht koopt nu eenmaal geen fiets in Staphorst.' Meesters maakt daar geen probleem van. „Ik doe mee om Staphorst te promoten". Samen met Stegeman zit hij in het bestuur van de plaatselij ke middenstandsvereniging, die onder meer verantwoordelijk is voor de organisatie van de braderie. De belangstelling om mee te doen is ieder jaar bijzonder groot. „We proberen dubbelloop te voorkomen", vertellen de winkeliers. „Van elke branche worden er twee stands toegestaan. Deelnemers uit Staphorst hebben uiteraard voorrang, maar als een bepaalde branche hier niet is, dan worden middenstanders van buitenaf toegelaten".

Chaotisch

Een jaarlijks terugkerend probleem tijdens de braderie is het gebrek aan parkeerruimte. Vooral op de Gemeenteweg, de hoofdader van het dorp, doen zich dikwijls chaotische toestanden voor omdat de bermen volstaan met auto's. Dit jaar is voor het eerst gewerkt aan een oplossing. Het terrein voor het gemeentehuis wordt gereserveerd voor parkeergelegenheid. De markt, die daar wekelijks wordt gehouden, verhuist naar de Bergerslag. Dit op verzoek van het gemeentebestuur. De markt, die normaal gesproken van 8.00 tot 12.00 uur duurt, wordt tijdens de Staphorstdagen verlengd tot 18.00 uur. De vrees voor concurrentie tussen braderie en weekmarkt vinden Stegeman en Meesters onterecht. „Wij verwachten dat de weekmarkt op de braderiedag juist meer omzet. Veel mensen bezoeken beide".

De Telegraaf

K. Russcher, wonend in een typische Staphorster boerderij aan de Kerklaan, is een van degenen die meer last dan gemak ondervindt van de toeristenstroom. „Op piekdagen kan ik niets beginnen. De Gemeenteweg is dan overvol vanaf de spoorlijn tot aan het viaduct". Deze route rijdt Russcher dagelijks, met of zonder trekker, om zijn land in het Staphorsterveld te bereiken. „Vorig jaar was het helemaal erg toen De Telegraaf een artikel schreef over de Staphorstdagen", vertelt de agrariër. „Het was een heel positief verhaal, daar wil ik geen kwaad woord van zeggen. Maar het gevolg was dat er nog meer toeristen kwamen dan anders".

Hoewel Russcher persoonlijk weinig belang heeft bij toerisme, ziet hij een belangrijk voordeel in de Staphorstdagen. „Je hebt nu de ergste drukte geconcentreerd op drie dagen. De rest van de zomermaanden heb je geen last". De agrariër weet dat zijn collega's er soms anders over denken. „De een neemt het nu eenmaal lichter op dan de ander, maar tot onenigheid is het nog nooit gekomen".

Bijschaven

Positief vindt Russcher het dat er binnen de Stichting Staphorst, waarvan hij bestuurslid is, voortdurend overleg is over deze kwestie. De stichting is in 1970 opgericht als overkoepelend orgaan voor landbouw, industrie en middenstand. Daarnaast probeert men het negatieve beeld van Staphorst in den lande bij te schaven door middel van voorlichting en lezingen. „De boeren hebben best begrip voor de argumenten van de middenstanders, maar je moet die argumenten niet overschatten. Ik vraag me eerlijk gezegd af of ze echt zo veel baat hebben bij die Staphorstdagen", aldus Russcher. Dat er in Staphorst toeristen komen, vindt burgemeester H. Janssen op zich geen slechte zaak. „Vroeger kwamen ze hier ook al. Vooral dagjestoeristen, die naar de boerderijen en de klederdracht kwamen kijken. De mensen zijn in de loop van de tijd echter steeds mobieler geworden. Vandaar ook dat meer bezoekers Staphorst aandoen. Vooral voor de middenstanders is dit gunstig. Door het toerisme zien zij hun omzetcijfers stijgen. Zo'n financiële injectie is natuurlijk heel aardig".

Vrijheid



De burgemeester (GPV) heeft er begrip voor dat de boeren hier anders over denken. „Het toerisme bezorgt hen nogal wat overlast. Veel boeren hebben hun land ver van huis liggen. Om daar te komen, moeten zij met hun trekkers door het centrum. Op de Staphorsterdagen is dat onmogelijk door de drukte en de auto's, die vaak voor hun inritten geparkeerd staan. Daar komt nog bij dat de Staphorster boer erg op zijn vrijheid is gesteld. Hij wil geen last hebben van vreemden".  Janssen is niettemin van mening dat toeristen zijn dorp moeten kunnen blijven bezoeken. „We krijgen subsidie voor driehonderd monumentale en zevenhonderd beeldbepalende panden. Ik vind dat Nederlanders best mogen weten wat er met dat geld gebeurt. Bovendien kunnen de mensen dan met eigen ogen zien hoe Staphorst werkelijk is. Over ons dorp worden nog steeds de wildste verhalen verteld. Mensen die hier geweest zijn, weten dat de tijd in Staphorst niet heeft stilgestaan en dat de bevolking bepaald niet achterlijk is. Jammer genoeg hebben velen nog steeds een beeld van Staphorst dat al lang niet meer opgaat".  Toch wil de burgemeester ook een kritische kanttekening maken bij het toerisme in Staphorst. „Bezoekers moeten rekening houden met de orthodox-christelijke identiteit van het dorp. Ze moeten zich als gasten gedragen. Heel concreet betekent dat bij voorbeeld dat recreanten Staphorst op zondag moeten mijden. Dat zetten we ook in de reclamefolders. Staphorsters zijn erg gesteld op de zondagsrust. Trouwens, die rust doet ook ons als gezin weldadig aan".

'Aapjes kijken'


In de praktijk loopt het nog wel eens anders. Zo kan het voorkomen dat 's zondags een bus met recreanten stopt. Met fototoestel of video-camera in de aanslag wacht men de stroom kerkgangers op. Janssen: „Ik ben vorig jaar op een zomerdag zelf bij de kerk gaan kijken. Uiteraard niet uit nieuwsgierigheid. Een wethouder had mij erop attent gemaakt dat 's zondag regelmatig toeristen bij de kerk stonden te fotograferen en te filmen. Die bewuste zondag gebeurde dat weer. Men stond gewoon 'aapjes te kijken'. Dat was heel schrijnend, te meer omdat kerkgang voor de Staphorsters absoluut geen folklore is. Het gemeentebestuur denkt er sterk aan op te gaan treden tegen dit gefotografeer en gefilm. De Algemene Politieverordening biedt op dit punt wel enig houvast, omdat daarin staat dat er geen foto's van iemand gemaakt mogen worden zonder zijn toestemming".  Burgemeester Janssen vindt de toeristenstroom naar Staphorst op dit moment acceptabel. „Meer bezoekers hoeven er niet te komen. Dat zou het dorp ook niet aankunnen. Als zowel boeren als middenstanders bereid zijn water bij de wijn te doen, ben ik tevreden".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

„Staphorst moet geen tweede Giethoorn worden'

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's