Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Openbaar ministerie 'verduistert' Levinsohn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Openbaar ministerie 'verduistert' Levinsohn

Raadsman vraagt opheldering over verdwijning

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

UTRECHT/BARNEVELD - Het openbaar ministerie Utrecht blijkt twaalf van de veertien door haar in beslag genomen exemplaren van de levensbeschrijving vanIsaäc Levinsohn te hebben vernietigd. Dat is gisteren meegedeeld door boekhandelaar G. J. van Horssen uit Barneveld, na een besloten zitting van de raadkamer inzake de gerechtelijke eis om twee exemplaren uit de verkoop te nemen. De officier van Justitie vorderde tevens drie andere waarvan de inhoud eveneens „discriminerend" zou zijn.

Op gerichte vragen kreeg Van Horssens raadsman, mr. W. N. L. Donker, te horen dat de twaalf 'verdwenen' exemplaren waarvan de vordering niet repte „krachtens een algemene machtiging" aan de vergetelheid waren prijsgegeven. De president van de rechtbank zou bij die -mededeling grote ogen hebben opgezet. Van een machtiging was hem niets bekend en hij sprak uit „dat ook dit muisje nog wel een staart zou hebben".

De eiser, de Utrechtse officier van Justitie, mevrouw mr. Y. A. T. Kruyer, merkte vervolgens „enigszins gegeneerd" op dat de vernietiging „toch niet stiekum" had plaatsgevonden. Over de "wettigheid" van het gebeuren zal over twee weken, wanneer de rechtbank uitspraak doet, duidelijkheid moeten zijn. Gisteravond heeft mr. Donker in een persoonlijke brief aan mr. Kruyer uiting gegeven aan zijn verontwaardiging over de gehele rechtsgang en haar tevens verzocht om een kopie van de zogenoemde 'machtiging', 'wat die dan ook zijn moge.' De Utrechtse officier van Justitie zal binnen een week moeten reageren.

'Strafbaar feit'

Mr. Donker vermoedt dat mr. Kruyer een einde had willen maken aan de procedure die destijds door haar voorganger mr. H. W. J. Droesen aan de gang werd gebracht. Diens dagvaarding, die overigens alleen de levensbeschrijving van Levinsohn betrof, werd vorig jaar nietig verklaard. De zeventien door hem in beslag genomen boeken bleven echter bij het parket berusten. 

Twee maanden geleden werd de Barneveldse boekhandelaar, per standaardformulier, meegedeeld dat de in 1984 in beslag genomen goederen wegens „een strafbaar feit" moesten worden onttrokken aan het verkeer. Aan de behandeling van de vraag of Levinsohns levensbeschrijving wel of niet discriminerend is, zijn de Rechtbank en het Hof te Amsterdam echter in het geheel niet toegekomen, 'en het kan toch niet zo zijn dat het Openbaar Ministerie via een achterdeur zijn gram zou willen halen', aldus mr. Donker in zijn pleitnota.

Onbekend

Bovendien blijkt slechts de levensbeschrijving van Levinsohn in het gerechtelijk vooronderzoek van "deskundigen" te zijn betrokken, terwijl de drie andere in beslag genomen boeken (de levensverhalen van Sara Diamant en Christiaan Salomon Duytsch en het boek "Israël, volk tussen eeuwigheid en eenzaamheid" van ds. P. den Butter) buiten schot bleven.  Op vragen van mr. Donker of het parket wel wist van zijn verzoek aan het Amsterdamse Hof „om de zaak voor geëindigd te verklaren", bleef de Utrechtse officier van Justitie het antwoord schuldig. Ook bleek men in eerste instantie niet op de hoogte van de nietigverklaring in hoger beroep. De vraag naar de noodzaak van de huidige vordering werd afgedaan met de mededeling dat het een „parketbrede" beslissing betrof.

Hobbyisme

In zijn pleitnota verklaarde mr. Donker het destijds door "deskundigen" uitgevoerde onderzoek aanvechtbaar. Naar zijn mening is er sprake geweest van „publiciteitsjacht" van de Stiba en „een uit de hand gelopen hobby" van mr. Droesen. „Het is toch te gek voor woorden dat een boek dat reeds meer dan honderd jaar op de markt was en waaromtrent nimmer een signaal kwam dat de inhoud beledigend zou kunnen zijn voor joden via het paardemiddel van het strafrecht van de markt zou moeten verdwijnen", aldus de raadsman.  „Duidelijk is dat geen sluitende verklaring voor antisemitisme is te geven. De houding van de omringende landen jegens Israël kan bezwaarlijk als zijnde het gevolg van het christelijk denken worden gekenschetst. Evenmin is in de christelijke religie een verklaring te vinden voor het thans in Roemenië en in andere Oostbloklanden opbloeiende antisemitisme", aldus de raadsman.

Oostblok

Mr. Donker benadrukte nogmaals zijn stelling dat de "deskundigen", onder wie de overigens omstreden dr. J. B. G. Janssen, „in de valstrik van hun eigen definitie zijn gelopen". Janssens opvattingen acht hij gespeend van wetenschappelijk niveau. Hij refereert, aldus mr. Donker, vooral aan de opvattingen van de Rooms-Katholieke Kerk, en gaat voorbij aan het feit dat in het protestantisme -althans zeker in het orthodoxe deel daarvan— geheel andere opvattingen heersten. 

„Duidelijk is dat geen sluitende verklaring voor antisemitisme is te geven. De houding van de omringende landen jegens Israël kan bezwaarlijk als zijnde het gevolg van het christelijk denken worden gekenschetst. Evenmin is in de christelijke religie een verklaring te vinden voor het thans in Roemenië en in andere Oostbloklanden opbloeiende antisemitisme", aldus de raadsman.

Mede gezien het feit dat nog niet is vastgesteld of de inhoud van de gevorderde boeken beledigend is voor anderen, verzocht mr. Donker aan de president van de rechtbank om zijn pleitnota als een klaagschrift te beschouwen en teruggave van de in beslag genomen boeken (de twaalf verdwenen exemplaren inbegrepen) te bevelen. Er is zijns inziens sprake van een uitholling van de grondrechten. Tevens acht hij de besloten behandeling strijdig met de Europese verdragsbepalingen.  Mr. Donker: „In de redenering van het Openbaar Minsterie zou de officier van Justitie de totale oplage van Rushdies Duivelsverzen in beslag kunnen nemen, de redelijke termijn van vervolging laten verstrijken en dan middels een procedure als de onderhavige de gehele oplage aan het verkeer kunnen onttrekken. Welke waarde hebben grondrechten op deze wijze nog?"

Samen met boekhandelaar Van Horssen beraadt mr. Donker zich momenteel op een vordering aan de Nederlandse Staat. Bij nietigverklaring van het vonnis kunnen de gemaakte procedurekosten geheel voor rekening van de landskas worden gelegd. Mr. Donker wilde niet zeggen hoe hoog die vordering is. Volgens Van Horssen gaat het om „duizenden guldens".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Openbaar ministerie 'verduistert' Levinsohn

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's