Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Veelzijdige prof. Schilder was geen gekooide vogel"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Veelzijdige prof. Schilder was geen gekooide vogel"

VU-symposium over "vrijmaker" trekt 700 mensen

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

AMSTERDAM - Prof. K. Schilder was geen gekooide vogel wiens grootheid voor het gereformeerde bed te smal was, maar zijn fantasie en zijn openheid liet hij welbewust tuchtigen door het geloof in de Schrift en de confessie. Dit was een van de geluiden die gisteren te beluisteren viel tijdens een symposium over Schilder aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Daaraan namen meer dan 700 bezoekers deel. Twintig sprekers, uit diverse kerken, traden op om de veelzijdigheid van deze "stichter" van de vrijgemaakte kerken te belichten. Zijn geboortejaar wordt dit jaar op velerlei wijze herdacht. De vrijgemaakte Theologische Universiteit in Kampen hoopt in december met een symposium over Schilder te komen.

Volgens prof. G. J. Schutte (VU) begon Schilder zijn activiteit in een' gereformeerde wereld die triomfalistisch, verstard en zelfingenomen was, „aan alle kanten dichtgetimmerd". Schilder bracht beweging en problematiek, maar schijnt niet beseft te hebben dat hij ten aanzien van het kuyperiaanse bestel met vuur speelde, hoewel hij „slechts enkele niet gave takken wilde snoeien". De synode elimineerde de dissident zoals zij in 1926 met Geelkerken gedaan had. „Een historisch drama, vol misverstanden", zo typeerde Schutte.

'Ingezakte soufflé'

Dr. Okke Jager, oud-hoofddocent aan de gereformeerde Theologische Universiteit in Kampen, zei dat na het conflict in 1944 de belangstelling van synodaal-gereformeerde zijde voor Schilders theologie „ingezakt is als een ontijdig van het vuur genomen soufflé". „Maar zolang Schilder aan de VU en in Kampen niet bestudeerd wordt, zijn ze daar niet echt oecumenisch", zei hij. Ook Berkouwer (in 1944 synode-praeses en nu ook aanwezig op het symposium) is nooit van Schilder losgekomen, zei Jager. Schilder behoort volgens Jager tot onze traditie, als een van de weinigen die met denkers buiten die traditie heeft geworsteld. Zij die in de jaren veertig de "bovenschriftuurlijke binding" afwezen, hebben zich nu gebonden (aan de Schrift, red), maar zij die zich toen bovenschriftuurlijk bonden, „maakten gebondenheid (aan de Schrift) zo twijfelachtig, dat zij zich op den duur uit alle bindingen pelden en nu naakt als bananen uit hun schil steken". Prof. J. Veenhof, tot voor kort hoogleraar dogmatiek aan de VU, wees op de spanning tussen Schilders opvatting van God als „dirigent van de geschiedenis" en de verantwoordelijkheid van de mens als verbondspartner. Spannend noemde hij ook de relatie tussen de geschiedenis en Gods eeuwige raad met het tweevoudige besluit van verkiezing en verwerping (zoals Schilder die leerde). Hij stelde echter een vraagteken achter Schilders opvatting dat alleen de menselijke natuur van Christus emotionaliteit zou bezitten en niet Gods wezen als zodanig.

Blijvende oproep

Ook diverse vrijgemaakte sprekers voerden het woord. Dr. W. G. de Vries (getrouwd met een dochter van Schilder) vond dat men blijvend moest oproepen tot vrijmaking van niet-confessionele en bovenschriftuurlijke synode- en leeruitspraken. Schilder zou zich ook hebben willen vrijmaken van „interkerkelijkheid", die volgens Schilder immers een soort kerkisme was, „waarbij elke kerk aan haar trekken moest komen".

Prof. J. Douma zei dat Schilder na veertig jaren nóg veel pennen in beweging brengt. Volgens hem „niet zozeer vanwege zijn theologie, waarop in 1990 wel eens meer kritiek kan loskomen dan gedurende alle jaren bij elkaar sinds zijn dood". Een belangrijk facet van Schilder is diens kwaliteit als „confessor", als iemand die welbewust koos voor de onfeilbaarheid van de Schrift en die keuze ook waar maakte. „Dat is een existentiële zaak in het jubileren van Schilder", zei Douma. Het is niet zozeer de gecompliceerde Schilder, „zowel theologisch als karakterologisch", die een jubileum rechtvaardigt („waaraan geen einde schijnt te komen"), maar het is de eenvoudige Schilder, die zich duidelijk aan de Schrift bindt, die ons boeit, aldus prof. Douma.

Prof. Kamphuis zei op een vraag of de vrijgemaakte kerken „niet eenzijdig hun basis hebben verabsoluteerd" dat Schilder zich kinderlijk voor de Schrift heeft gebogen en dat dit „geen afsluiting was maar openheid naar heel de wereld". „Als gereformeerden elkaar niet vinden onder het buigen onder de Schrift, dan zullen ze elkaar nooit vinden. Dan zeggen wij: Tussen u en ons ligt de Schrift", zo zei hij verder. Jager keerde zich tegen het verwijt dat hij gezegd zou hebben dat de vrijgemaakten zich te sterk aan de,Schrift bonden. Wel had hij gezegd dat die gebondenheid hem opviel. „We weten ons allen zoals we hier zitten gebonden aan de Schrift, we zijn daaraan gehoorzaam. Maar daarna komen dan onmiddellijk de vragen van interpretatie, exegese en schriftbeschouwing. Op dit punt verschillen vrijgemaakten en synodalen".

Talloze deelaspecten van Schilder kwamen verder aan de orde, onder meer zijn relatie met de hervormden en christelijke gereformeerden. Hans Werkman noemde Schilder „meer literatuurcriticus dan literator", ondanks diens kwaliteit als „stijlepigoon". Een gedicht van Nijhoff mat Schilder alleen met de meetlat van de theologische exegese.

Dr. J. Meulink wees er op dat Schilder, in tegenstelling tot verschillende vrijgemaakten, lid van de ARP gebleven was. Hij citeerde Schilder zelf, die opmerkte dat geen enkele politieke partij zich direct met een kerk (of omgekeerd) kon verbinden. „Hierin is de GPV Schilder bepaald niet gevolgd", aldus Meulink. Dr. F. H. von Meyenfeldt beschreef —onder veel hilariteit- Schilders robuuste en utzonderlijke preekstijl. De moeilijke woorden „werden als trofeeën naar huis gevoerd om er de debatten te pas en te onpas van te voorzien. Ze gingen fungeren als emblemen van het Schilder-gilde". Toch was Schilders lied die van de gekooide vogel. „Tragisch, maar wel boeiend wat hij van zijn kooi gemaakt heeft", aldus deze gereformeerde emeritus-predikant.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

„Veelzijdige prof. Schilder was geen gekooide vogel

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's