Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Na de communisten krijgen we de zotten — mèt kernwapens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Na de communisten krijgen we de zotten — mèt kernwapens

Dreigende taal van Saddam Hoessein wijst op gevaren van proliferatie

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

Eventjes, heel eventjes hebben we hier in het Westen de illusie mogen koesteren dat de wereld er vrediger zou gaan uitzien. Met de verzoening tussen Oost en West en de daadwerkelijke vernietiging van complete wapenarsenalenleek het tijdperk van afschrikking en nucleaire dreiging voorgoed achter ons. Alsof de wereld alleen zou bestaan uit onze (westerse) leefwereld.

Inmiddels weten we wel beter: de (nucleaire) wapenwedloop gaat met een angstaanjagend tempo door en we beseffen dat er meer zotten op aarde rondlopen dan communisten alleen. Conflicten die zich al tientallen jaren voortslepen in andere werelddelen, krijgen zodoende eindelijk het naamkaartje dat ze verdienen: loeihete brandhaarden, waaronder een van apocalyptisch kaliber. 

In het Midden-Oosten stapelen chemische en hoog-technologische wapens zich op tot ongekende hoogte en lijkt zionistenhaat nog slechts verstaanbaar in high-tech-taal, die overigens verdacht veel is doorspekt met westers vocabulair. Zal de kleine David dan toch terugmoeten naar de 'primitieve' herdersslinger met steen? 

De agressieve taal die de Iraakse president, Saddam Hoessein, deze week tegen Israël bezigde, heeft de aandacht van de wereld weer even krachtig gevestigd op het Israëlisch-Arabische conflict. Saddams dreiging om half Israël met chemische wapens te doen wegsmelten en de vorige week opnieuw opgeworpen vraag hoever Irak is verwijderd van de status "nucleaire macht", lijken een nieuwe periode in het Midden-Oostenconflict te hebben ingeluid.

Nuchterheid

Andrew Duncan, verbonden aan het Institute for Strategie Studies in Londen, maant tot nuchterheid: „Ik denk dat alle publiciteit die nu loskomt, door de betrokken staten zelf is opgeblazen. Zowel Irak als Egypte probeert een hoofdrol te spelen in de regio. Ze zien elkaar als rivalen wat betreft hun militaire status. Er zullen wel redenen zijn geweest voor het feit dat dit nu wordt uitgevochten, maar ik geloof niet dat de ontdekking van krytrons (ontstekingsmechanismen voor mogelijke Iraakse nucleaire wapens, AJ) vanuit Engeland de oorzaak was - ook al kreeg die vanuit de pers natuurlijk enorme aandacht". 

„De Irakezen hebben van die publiciteit dankbaar gebruik gemaakt en die" voor eigen doeleinden omgebogen. Natuurlijk was er in Israël wel een 'superhavik' te vinden om luidkeels te beweren dat Israël nog steeds in staat is Iraakse nucleaire activiteiten uit te schakelen, zoals dat in 1981 met de Osirak-centrale gebeurde. Dat was een nogal uitdagende bewering, die als een soort laatste druppel Saddam ertoe bracht om te beweren dat ie half Israël kon vernietigen. Intussen heeft Egypte zich in de 'stoere taalstrijd' tegenover zowel Israël als de Arabische wereld ook niet onbetuigd gelaten".

Schrikbeeld

Wijzen de in beslag genomen krytrons niet in de richting vah Irak als nieuwe nucleaire grootmacht? Duncan: „Wij geloven er niets van dat zowel Egypte als Irak dicht bij het produceren van nucleaire wapens is. Het zal nog zeker vijf tot tien jaar duren alvorens Irak een bruikbaar nucleair wapen bezit".  In ieder geval lijkt het erop dat Israël zijn superioriteit op het gebied van conventionele en chemisch/nucleaire bewapening aan het verliezen is. Landen als Irak en Syrië bezitten reeds gigantische voorraden chemische wapens, terwijl ook het arsenaal ballistische raketten (waaronder de Russische Scud, met een bereik van 1200 km) indrukwekkende proporties begint aan te nemen. Intussen blijft Irak als toekomstige nucleaire kernmacht een waar schrikbeeld voor de Israëliërs — dat bleek reeds negen jaar geleden bij de luchtaanval op de al genoemde Osirak-kerncentrale. Heeft Saddam de Israëliërs met zijn chemische dreigementen niet volledig in de houdgreep genomen?  C. Homan, medewerker aan het Instituut Clingendael in Den Haag, ziet het inderdaad voor Israël somber in. „Ik denk inderdaad dat langzamerhand een "pre-emptive strike" (preventieve aanval om installaties en raketten op de grond uit te schakelen, AJ ) voor Israël tot de onmogelijkheden gaat behoren. Voorheen was het concept dat men door zo'n "pre-emptive strike" de belangrijkste middelen van de tegenstander kon uitschakelen, maar dat wordt steeds moeilijker. Als je kijkt naar Irak, wat dat in de jaren '80 voor een militair potentieel is gaan ontwikkelen! Je ziet nu ook dat bij voorbeeld Irak en-Jordanië op militair gebied samenwerken. Zo is er een gecombineerd vliegtuigsquadron en er komt een gemeenschappelijke geïntegreerde brigade van beide landen".

Risico's

Overigens zijn alle deskundigen -en hopelijk ook Saddam Hoessein- zich bewust van de enorme risico's die een agressor loopt bij een (chemische) aanval op Israël. „We zullen ongekend hard terugslaan", zo reageerde deze week een Israëlische militair. Met die tegendreiging wordt voorlopig veel agressie voorkomen; veel mogelijkheden om de tegenstander ook daadwerkelijk vooraf uit te schakelen, lijken er niet te zijn. Belangrijk worden uitgebreide anti-raketsystemen, die reeds afgeschoten projectielen voortijdig kunnen uitschakelen, evenals militaire satellieten, die eventuele manoeuvres of nieuwe installaties op vijandelijk gebied signaleren en doorgeven. De lancering van een nieuwe Israëlische satelliet, déze week, is in dit verband veelzeggend.  Strategische maatregelen in de marge dus, die het dreigende Israëlische verlies aan militaire superioriteit niet kunnen goedmaken. Homan: „Ik ontwaar in het Midden-Oosten een onheilspellende bewapeningswedloop, waarbij zo langzamerhand iedereen elkaar onder schot houdt. Je krijgt daar toch een ontwikkeling die op een gegeven moment zeker uit de hand kan lopen". 

Bedreigde vrede?

Het Midden-Oosten is een voorbeeld van een conflicthaard die door de wereldwijde verspreiding van hoog-technologische kennis en wapens (proliferatie) sterk in gevaar is toegenomen. Van die proliferatie zeggen Amerikaanse deskundigen al dat ze een gevaar voor de wereldvrede wordt, waarbij de Koude Oorlog in het niet valt. In het jaar 2000 zullen ruim tien niet-westerse landen over kernwapens beschikken, waaronder Irak, Noord-Korea, Pakistan, China, Zuid-Afrika, Israël, India, Iran en Libië.    

Duncan: „Het Midden-Oosten is natuurlijk het meest instabiele gebied in de wereld en voor het Westen het meest belangrijk vanwege de olie-aanvoer. Naast het Arabisch-Israëlisch conflict, blijft er de oorlog tussen Iran en Irak riskant, daar is tenslotte nog steeds geen vrede gesloten, er geldt slechts een wapenstilstand".

„Zowel India als Pakistan ontwikkelt een eigen wtapenindustrie, met name op het terrein van de ballistische raketten, en beide hebben de status van kernmacht. De grensoorlog tussen de twee is gezien beider bewapening zeker zorglijk te noemen".  „Van Noord-Korea is bekend dat het bezig is met de opbouw van een nucleaire kernmacht. Over enkele jaren zal dat een feit zijn en zullen enkele omringende landen zeker volgen. Zuid-Korea schuilt momenteel onder de Amerikaanse nucleaire paraplu; China is al een nucleaire staat. Het zal vooral van zowel China als de Sowjet-Unie afhangen of Noord-Korea zijn nucleaire programma voortzet; zoals de Verenigde Staten van doorslaggevende betekenis zijn voor de plannen die Taiwan heeft".

Overdreven



Homan wijst op Noord-Afrika als belangrijk spanningsveld. „Daar is sprake van een enorme bevolkingsgroei, waarbij de economie duidelijk achterblijft dat gaat gegarandeerd problemen opleveren. Voeg daarbij het feit dat een land als Libië ook over chemische wapens beschikt en met SU-24-bommenwerpers een enorm militair bereik heeft gekregen - voor de Russische toestellen zijn onlangs tankers geleverd die hen in de lucht van brandstof kunnen voorzien. De Libiërs zijn ook druk bezig om via Brazilië ballistische raketten te verwerven".

Andrew Duncan acht het perspectief van een nieuwe „bedreiging van de wereldvrede" behoorlijk overdreven: „Ik geloof niet dat het de vrede in de wereld bedreigt. Het is wel enorm bedreigend voor de specifieke conflicten in de regio's. Dat heeft te maken met de veranderde relatie tussen Oost en West. In het verleden kozen de twee supermachten in een bepaald conflict partij; ik denk dat zij zich nu meer afzijdig zullen houden en in toenemende mate de actoren in een bepaald conflict zullen waarschuwen dat ze geen steun hoeven te verwachten van een van beiden. In die zin ben ik optimistisch dat de gehele wereld niet meer betrokken zal raken bij een conflict; anderzijds —en dat is natuurlijk wél van belang— zijn nucleaire wapens in de hand van een zot als Saddam Hoessein bijzonder bedreigend voor de mensen in die regio".

Leveranciers





Scenario's die uit het Oost-Westconflict bekend zijn, gaan volgens Duncan niet op voor andere regio's (hoewel afschrikking als 'scenario' natuurlijk wel degelijk werkt). „In de eerste plaats is het kernwapen in de Derde Wereld een betrekkelijk nieuw verschijnsel. Verder is hun aantal erg gering. Kijk je naar de uitwerking van een nucleair conflict tussen de VS en de Sowjet-Unie, dan is daar een verschrikkelijk scenario, met miljoenen slachtoffers, nucleaire winters en wat al niet. De aantallen in de Derde Wereld zijn aanzienlijk lager en daardoor ook politiek beter inzetbaar. Nogmaals, probleem blijft natuurlijk dat de leiders daar stukken minder betrouwbaar zijn en dat die eerder geneigd zijn om ze in te zetten".




Betrokkenheid van Oost en West is en was er in ieder geval wèl bij de levering van high-tech-kennis en materieel aan landen in de Derde Wereld en het Midden-Oosten. Westduitse (waaronder Messerschmitt-Bolkow-Blohm, niet een van de kleinste), Franse (Sagem) en Amerikaanse bedrijven (Hewlett-Packard) zijn al jarenlang actief op deze dubieuze markt. Kunnen internationale afspraken rond non-proliferatie en exportverboden bij gebleken nutteloosheid de prullenbak in?





Homan: „Het verdrag uit '87 ("Reglement voor de controle op rakettechnologie", MTCR, aanvaard door de VS en zes westerse landen, AJ) is een wat vrijblijvende overeenkomst, waar geen sancties op staan en die ook niet goed geverifieerd kan worden. Daardoor sluipen een heleboel maatschappijen door de mazen heen. Daarbij speelt natuurlijk ook het probleem dat je civiele technologie, voor bij voorbeeld satellieten, ook een militaire toepassing kunt geven".





„Toezicht op naleving zou stukken stringenter moeten zijn, maar met name de Duitsers hebben op grote schaal hand- en spandiensten bewezen, bij voorbeeld in Argentinië, in Libië en ook in Irak. Als je kijkt naar de SowjetUnie, die heeft in de jaren zeventig en tachtig een heleboel landen voorzien van de Scud-raket. Je ziet dat veel Derde-Wereldlanden, wanneer ze eenmaal zo'n raket hebben verworven, die gaan bewerken en zelf verder ontwikkelen. Dat is in Irak ook gebeurd".





Geen weg terug





Een andere bron van high-tech vormen die conflicten waarin met name de supermachten wèl partij hebben gekozen, maar waarbij die steun nu voor andere doeleinden wordt gebruikt. Zo gold in de Golfoorlog tussen Iran en Irak de laatste als nuttig bolwerk tegen het gevaarlijk. geachte Iraanse fundamentalisme. Van die positie profiteert Irak nu nog.

Ook de Amerikaanse steun aan Pakistan ten tijde (maar ook daarna) van de Russische inval in buurland Afghanistan heeft zo zijn twijfelachtige zijden. Pakistan voert als nucleaire macht een zich al jaren voortslepende grensoorlog met zuiderbuur India. De grootmachten zijn daarmee in feite zelf in de ingewikkelde internationale politiek verward geraakt. Een weg terug is vrijwel ondenkbaar. „Ik denk dat er voor het Westen niets anders op zit dan blijven proberen de uitvoer van high-tech en dergelijke onder controle te krijgen", zegt Andrew Duncan. „Zodra een staat eenmaal de status heeft van nucleaire grootmacht, valt daar verder niet veel aan te doen. Ik zie ook weinig mogelijkheden om tegen een toekomstig nucleair Irak stappen te ondernemen. Misschien dat een gezamenlijke actie Van Washington en Moskou mogelijk is, bij voorbeeld door garanties of door verdragen met de mogelijke 'slachtoffers' van de Irakezen.






Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Na de communisten krijgen we de zotten — mèt kernwapens

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's