Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een strak toelatingsbeleid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een strak toelatingsbeleid

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Sommige godsdienstleraren wreven zich wellicht de ogen uit bij het lezen van het bericht dat zij zich in de steek gelaten voelen door de kerken. In de steek gelaten omdat kerkelijke gemeenten zich nauwelijks zouden kunnen inleven in de spanning, verlegenheid en gewetensnood van deze docenten. „Ik weet van niets".

Het gaat echter niet over leraren bij het reformatorisch onderwijs. Die docenten voelen zich in de kou staan die in hun klas niet alleen christelijke leerlingen hebben. Twee medewerkers van het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum, drs. D. Brokerhof en A. Zuurmond, komen tot die conclusie in het deze week in Nijkerk gepresenteerde boekje "Godsdienstonderwijs in intercultureel perspectief', het verslag van een „oriënterend onderzoek" naar godsdienstonderwijs aan een "multi-religieuze schoolbevolking".

Als argument noemen de onderzoekers onder andere dat kerken zich nog nauwelijks een mening hebben gevormd over de ontmoeting met "andersgelovigen". Maar dat is eigenlijk een wat verhullende formulering.

De werkelijkheid is dat de christelijke school in de opvatting van velen (meer) ruimte moet bieden voor wat men noemt 'andersgelovigen'. De gereformeerde theologie heeft altijd maar één weg gekend: die van het zaligmakend geloof in de Heere, Jezus Christus. De andere 'weg', die van het ongeloof —in welk godsdienstig of religieus jasje dan ook— is geen weg. Voor 'andersgelovigen' echter schijnt er vandaag een eigen weg te bestaan. De (nieuwe) 'theologie' die deze twee- of meerwegenleer wettigt, dreigt inderdaad de godsdienstleraren die haar opvatting delen in de steek te laten. De vraag is voor hen immers: Moet er nog sprake zijn van christelijke geloofsopvoeding (geloofsoverdracht noemt men dat tegenwoordig)? Of moet de docent zich beperken tot objectieve en vooral vrijblijvende informatie? Een bevestigend antwoord op de tweede vraag sluit een positief antwoord op de eerste vraag uit. Maar het probleem is dat de 'theologie' van de vele wegen dat (nog) niet eerlijk wil toegeven. Daarom staan'de docenten in de kou.

Dat de reformatorische theologie zich nog . nauwelijks een mening heeft gevormd over de onmoeting met 'andersgelovigen' is een misverstand. De Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt overduidelijk in artikel IX de goddelijke drieëenheid „tegen de joden, mohammedanen, en enige valse christenen en ketters...". Zij dringt aan op overgave aan Gods heilzame wet en liefdedienst.

Natuurlijk moeten wij spanning, verlegenheid en gewetensnood niet bagatelliseren. Maar van welke aard is die spanning feitelijk? Die wordt veroorzaakt door de ontoelaatbare tegemoetkoming van het christelijk geloof aan de grondwettelijke, democratische rechten van religieuze minderheden. In plaats dat de theologie kerk en school wijst op de plicht om 'andersgelovigen' op te roepen tot geloof en bekering, ruilt zij de uniciteit van het Evangelie in voor de vele wegen van een ander 'evangelie'.

Het reformatorisch onderwijs is soms wel eens het mikpunt van kritiek —zelfs uit de eigen achterban— vanwege een (te) strak toelatingsbeleid. Discussie over wezenlijke zaken vanuit een grote verscheidenheid van meningen kan vruchtbaar zijn. Maar zij kan ook uit de hand lopen. Zeker als er een docent voor de klas staat —dat hoeft niet eens de godsdienstleraar te zijn— die zelf niet helemaal achter de identiteit van de school staat. Of die zijn verbondenheid met het reformatorisch beginsel niet goed weet te verwoorden. Het onderzoek van Brokerhof en Zuurmond maakt wat ons betreft duidelijk dat een strak toelatingsbeleid voor docenten en leerlingen van positief belang kan zijn.

Zijn er dan bij onderwijsinstellingen waar men niet wil weten van een multi-religieuze schoolbevolking geen problemen? Natuurlijk wel. Die zijn er overal. Maar als beide partijen zich geworteld weten in de Schrift en de gereformeerde belijdenis hoeft de docent zijn kerk nooit het verwijt te maken dat deze hem ter zake van 'andersgelovigen' in de steek laat.

In het kader van het Nederlandse onderwijsbestel kunnen er voor 'andersgelovigen' nu eenmaal aparte scholen worden opgericht. Wat ons betreft het liefst met godsdienstonderwijs dat hen de onschatbare waarde van de dienst van de Heere aanprijst als het hoogste goed. Het is helaas de consequentie van de democratie en van het opgeven van de theocratische gedachte in de Nederlandse samenleving dat wij in dit opzicht geen recht meer kunnen claimen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Een strak toelatingsbeleid

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's