Bekijk het origineel

Toch wéér... blij!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Toch wéér... blij!

7 minuten leestijd

Wie ligt daar nog zo lekker te slapen...?HetisMoniek. Ze heeft er helemaal geen erg in dat het tijd is om op te staan. De zon schijnt. Toen ze gisteravond naar bed ging, zei ze: „Ik blijf morgen uitslapen. Want... ik héb paasvakantie!"

Ze had de dagen afgeteld. Eerst duurde het nog twaalf dagen, toen elf, en nu, eindelijk is het de laatste schooldag geweest. De kinderen hebben allemaal het paasrapport gekregen. Moniek had één onvoldoende. „Die moet op het volgende rapport weg zijn", had papa gebromd. „Je kunt het best, Moniek!"

Mama komt om het hoekje van de slaapkamer: „Hoe is het, langslaapster?"

Moniek wrijft haar ogen uit. . „Is... is het tijd voor school?" O nee..., ze heeft vakantie. „Vandaag mag ik naar opa en oma, hè mam?"

„Kleed je maar vlug aan, meisje!" „Ik kom heus wel klaar hoor mama, want opa komt me vanmiddag pas halen".

Mama gaat nog een boterkoek bakken. Daar zijn opa en oma dol op. Moniek heeft haar koffertje al ingepakt staan.

Kleine Roel dribbelt door de kamer. „Ikke ook mee", zeurt hij. „Nee Koeltje, dat gaat niet. Later, als je groot bent, mag je ook logeren hoor kleine hummel", troost mama.

Eindelijk is het middag. Moniek staat al te popelen.

„O, wat ben je ongeduldig", zegt papa. „Wil je zo graag bij ons vandaan?" Moniek geeft papa een stevige kus en fluistert in zijn oor: „U bent ook lief hoor, papa. Als u geld meegeeft, koop ik een cadeautje voor u!"

„Van mijn eigen geld", lacht papa. „Jij bent echt royaal, Moniek!" Toch krijgt Moniek zo'n mooi glimmend vijfje van papa. Daar mag ze iets van kopen. Blij en uitgelaten rijdt Moniek bij opa in de auto weg.

Papa, mama en kleine Roel zwaaien totdat ze de hoek om zijn. Het is druk op de weg. Opa moet goed uitkijken. Maar... het duurt niet lang of ze zijn bij oma. Die zit al te wachten. „We zullen het gezellig maken, Moniek", zegt ze opgewekt.

Oma is altijd vrolijk. Moniek vindt dat ze de liefste opa en oma heeft van de hele wereld. Nooit zijn ze boos. Zou het waar zijn...? Ze mag elke dag voor oma de boodschappen doen. Soms met Tineke, het buurmeisje. Ook vandaag. Ze gaan naar de bakker, een groot paasbrood kopen. Met... poedersuiker! En... ze mogen ook kleine chocolade-paaseitjes kopen. Opgetogen gaan de meisjes naar de bakker. O, o, wat moeten ze wachten...!

Maar dat geeft niet. Het ziet er in de winkel zo leuk uit!

Allemaal gekleurde paasmandjes met eitjes. En grote chocolade-eieren. Je zou er zo in happen!

Als ze aan de beurt zijn, pakt de juffrouw het grote krentenbrood netjes in. En de kleine eitjes doet ze in een zakje. Een zakje met kleine haasjes erop.

Onderweg naar huis zegt Tineke: „Zullen we daar even gaan zitten?" Ze wijst naar een bankje. O ja, dat kan best. Het is nog vroeg. Oma zit heus niet op het brood te wachten!

De meisjes smikkelen nog op een eitje dat ze van de winkeljuffrouw gekregen hebben. Lekker smaakt het!

„Zitten in het zakje dezelfde?", vraagt Tineke. Moniek doet het zakje open. Ja hoor, allemaal in een gekleurd zilverpapiertje. „Zullen we ze tellen?" Meteen gooit Moniek alle eitjes op haar schoot. Wat veel...! Ze tellen wel 22 eitjes.

„Ik zou er best nog een lusten", zegt Tineke. „Zo'n blauwe is melkchocolade. Ja, mag het?" Vragend kijkt ze naar Moniek. „Nee joh, ze zijn van oma. Enne..." „Kind, je oma heeft ze toch niet geteld? Er zijn er zóveel!"

Ja..., eigenlijk..., heeft Moniek er ook reuze zin in.

Een groene zou ze willen proeven. Maar toch...!

„Nou... mag ik...", Tineke heeft een eitje met een blauw zilverpapiertje in haar hand. „Nou vooruit, maar niet meer, hoor!" „Tuurlijk niet! Enne., die éne, uh... die paar eitjes minder, merkt je oma niet!"

Ook Moniek doet het-igïoene papiertje van een eitje af. Haar vinNOOyOORMir... MAAQ NIBT MEE^HOOQ! gers trillen een beetje. Het lijkt, of een zacht stemmetje in haar hart zegt: „Wat doe je nóu, Moniek!" Hè..., nu niet denken! En Tineke zal haar kinderachtig vinden. Die zit te smullen. O, Moniek vindt het ook lekker smaken. En... voordat ze er erg in heeft,' pakt ze nog een paar eitjes. „Hier jij ook", zegt ze tegen Tineke.

Tineke lacht. „Wij zijn echte snoepers, hè!" „Nu ophouden", waarschuwt Moniek. „Nog één", bedelt Tineke. Maar dan, doet Moniek resoluut de eitjes in het zakje. Hét zakje is nu maar halfvol. Zou... zou oma er erg in hebben? • Weer klinkt dat stemmetje in Monieks hart: „De Heere weet toch alles? Die ziet toch alles?"

Op een drafje gaan ze nu naar oma. Tineke zegt gedag, en gaat haastig naar haar eigen huis. „Het was lekker", roept ze nog uitbundig. Maar Moniek is niet blij. O nee! Bedremmeld komt ze bij oma binnen. Oma heeft nergens erg in. Ze vraagt: „Jullie moesten zeker lang wachten bij de bakker, hè!"

„Ja oma, het was druk in de winkel". Moniek krijgt een hoogrode kleur.

Oma legt het brood en het zakje met eitjes in de kast.

„Jullie zijn flinke kinderen. Ik ben blij dat de boodschappen gedaan worden. Je helpt me iedere dag goed, Moniek. Ik zou altijd wel zo'n hulp willen hebben. Hier, een dikke zoen er voor!" O, Moniek schaamt zich zo!

Als het tijd is voor de avondboterham, zegt opa guitig: „We nemen vast van dat heerlijke krentenbrood. Ik heb er echt zin in!" Hij snijdt voor allemaal een dikke snee af. „Hier Moniek, anders kun jij

Ze vinden het verrukkelijk smaken. „Die bakker krijgt een tien voor het bakken", grapt opa.

Na het eten mag Moniek nog even opblijven. Het is de laatste avond van de logeerpartij. Ze gaat lezen in haar boek. Eigenlijk leest ze helemaal niet. Ze denkt aan vanmiddag, aan het bankje, aan de paaseitjes.

Bah..., wat is alles nu vervelend! Ze was zó blij, maar nu...! Opeens zegt oma: „Moniek, voordat je naar bed gaat, drinken we gezellig een kopje thee met elkaar. Met... een chocolade-eitje. Je gaat morgen weer weg, dus je moet proeven of ze lekker smaken!" Oma pakt het zakje uit de kast.

Maar dan..., wat is dat... Moniek gooit haar boek op de grond. Ze begint te huilen. Ze snikt het uit. „Ik... ik weet al... ik weet al hoe ze smaken. Ik..." „Wat is er kind?" Oma trekt Moniek op haar schoot. Dan vertelt Moniek stamelend, wat ze gedaan hebben. „Maar Moniek, Tineke heeft niet alleen de schuld. Jij had moeten zeggen dat je het niet wilde. Samen hebben jullie..." „Gestolen, oma..." Ernstig zegt opa: „Kindje, je ziet hoe gauw we iets verkeerds doen. Maar je weet ook, meisje, dat we bij de Heere altijd om vergeving mogen vragen". „Ja... ja opa". Opa en oma kijken heel verdrietig.

Moniek ligt op bed. Ze heeft samen met oma gebeden: „Heere, nu ik slapen ga, denk ik over alles na; wat heb ik vandaag gedaan? Kan ik nu wel slapen gaan? Daarom bid ik of U Heer', alles wilt vergeven weer. Ook het kwaad van deze dag, dat ik lustig slapen mag". Opa en oma zijn niet boos op haar, maar...

Moniek moet morgen als ze thuiskomt, alles aan papa en mama vertellen. Dat vindt ze wel moeilijk. Maar opa had gezegd: „Dan ben je pas weer écht blij, Moniekje!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Toch wéér... blij!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken