Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Laatste tastbare herinnering aan sekte van Zwarte Jannetje in Veenendaal verdwijnt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Laatste tastbare herinnering aan sekte van Zwarte Jannetje in Veenendaal verdwijnt

5 minuten leestijd

VEENENDAAL - De oude veenkolonie Veenendaal was tot in deze eeuw opgesplitst in een Gelders en een Stichts deel. De Bisschop Davidsgrift vormde de natuurlijke grens tussen de provincie Gelderland en Utrecht. In de jaren 1545 tot 1552 werd een aftakking van deze grift gegraven in opdracht van Karel V. Aan deze Boveneindsegrift, zoals de aftakking werd genoemd, staat het oude herenhuis waar de mysterieuze sekte van Zwarte Jannetje haar samenkomsten hield.

De voorgevel van het herenhuis is dermate verminkt, dat de glorierijke dagen die het huis toch gekend moet hebben, er niet meer aan zijn af te zien. Het eens zo statige herenhuis moet het afleggen tegen de niet aflatende vernieuwingsdrang die binnen de gemeente Veenendaal woedt.

De geschiedenis van het huis en zijn bewoners vangt eigenlijk aan bij de geboorte van Jannetje Hootsen op 9 maart 1860 in het gezin van Dirk Hootsen en zijn vrouw Geertrui van Harn. Dirk Hootsen woonde met zijn tien jaar jongere vrouw in een wolkammershuis aan de Hogekant (nu Hoogstraat) in Veenendaal. Naast wolkammer was Dirk kruidenier en boer. De familie behoorde in het dorp tot de gegoede burgers. Jannetje was het zevende kind in dit kerkelijk meelevende gezin.

Vanwege haar gitzwarte haar kreeg Jannetje —die op haar moeder leek— de bijnaam Zwarte Jannetje. Het gezin behoorde tot de hervormde gemeente. Jannetje werd op 22 april 1860 gedoopt in de Oude Kerk aan de Markt, in dezelfde kerk als de andere kinderen Hootsen. Drie niet onbelangrijke predikanten hebben een aandeel gehad in haar geestelijke vorming. Catechisatie volgde zij bij dr. Philippus J. Hoedemaker, een bekend man van het Réveil. Vervolgens maakte ze kennis met ds. Dammes Pierre Huet (1870-1871), een mystieke dichter, die zich later in Goes aan zou sluiten bij het spiritisme. Die zou na verloop van tijd overigens zijn dwaling inzien en terugkeren tot zijn Heiland.

Mystici

Toen Jannetje Hootsen op achttienjarige leeftijd belijdenis des geloofs aflegde bij ds. H. K. Bervoets, was zij een knappe jonge vrouw geworden, die voor onderwijzeres studeerde. Tot haar grote teleurstelling wilde het echter met haar studie niet lukken. Metselaar Tijmen van Dijk, een ledeboeriaan, bij wie Jannetje vaak haar toevlucht zocht, had echter gezien dat haar mislukte studie „haar tot zegen" zou worden. Jannetje trok zich terug, begon te mediteren en kreeg visioenen. In een van die gezichten kreeg zij de opdracht actie te ondernemen tegen de „nieuwlichter" dr. A. Kuyper. Inmiddels was zij een welkome gast geworden in de zogenaamde gezelschappen of conventikels.

Alblasserwaard
Zwarte Jannetje kreeg echter vooral aanhang in de Alblasserwaard, in Polsbroek en omstreken. Daar gingen al gauw vreemde verhalen de ronde doen over wat zich tijdens de samenkomsten voordeed. In de mondelinge overlevering is sprake van verschillende excessen. Op de bijeenkomst -die meestal bij een boer op de deel of in het voorhuis gehouden werd— ging een oude boer voor. Later nam Zwarte Jannetje zelf deze taak over en leidde de bijeenkomsten. Het ontaardde in allerlei vreemde situaties, waarbij zelfs om de tafel gedanst zou worden. Toen op een dag aanhangers van de sekte weigerden aangifte te doen van "tongblaar" in hun veestapel, moesten zij voor de kantonrechter in Schoonhoven verschijnen. Hier weigerden zij hun petten af te zetten. „Wij nemen alleen voor God onze pet af", deelden ze de rechter mee. Daarop nam de politie hun de hoofddeksels af. Na afloop van de zitting wilden zij hun petten niet meer terug. In een hoeden- en pettenwinkel in Schoonhoven kochten ze nieuwe petten.

Over wat zich in huiselijke kring afspeelde, blééf een geheimzinnig waas hangen. Zeker na het overlijden, van Jannetje Hootsen is het nodige ongerijmds aan de verhalen over de sekte toegevoegd. Zwarte Jannetje -die nooit in het huwelijk is getreden- leerde in Polsbroek tijdens de bijeenkomsten Teunis Hoogendoorn kennen, die een trouw aanhanger was van de sekte. Ze ging met hem in mei 1892 samenwonen in het deftige herenhuis dat hij voor haar aan de Boveneindsegrift in het toenmalige Gelders Veenendaal liet bouwen.

Over deze grift liet hij een sierlijke stenen brug maken met in het midden een ijzeren hek, dat alleen openging als Zwarte Jannetje geheel in het zwart met haar door twee zwarte paarden getrokken zwarte rijtuig uit rijden ging. Meestal ging de reis richting Polsbroek.

Als Jannetje uit rijden ging, werd de loper voor haar uitgelegd. Haar voeten mochten de grond niet raken. In Polsbroek maakten volgelingen van de sekte zelfs een knieval voor haar als zij in haar rijtuig voorbijging. Zo ging het van kwaad tot erger. Kinderen doopte men niet meer, zij werden van school thuis gehouden en de overheid werd niet meer erkend.

Juist dat laatste leidde tot ergernis. Op een dag werd, tijdens een samenkomst, brand gesticht in een boerderij in Polsbroek. Toen dit doordrong tot in de vergadering van de sekte, deelde Zwarte Jannetje mee dat de aanwezigen zich niet ongerust hoefden te maken. Er zou hun geen kwaad overkomen. Het liep echter anders af. Wel degelijk was er brand uitgebroken in de boerderij van een van haar aanhangers. Deze zaak deed grote afbreuk aan de geloofwaardigheid van Zwarte Jannetje. Langzamerhand liep Jannetjes aanhang terug. Dat werd nog bevorderd door het feit dat de boer die geld ter beschikking had gekregen om de afgebrande boerderij te herbouwen, dat niet terug wilde betalen. Uiteindelijk trok Zwarte Jannetje zich terug in haar prachtige herenhuis aan het "Gelderland". Daar stierf zij in het jaar 1919.

Wanneer de Veenendaler Adriaan P. de Kleuver. in een artikel over de sekte met een ietwat spottende ondertoon schrijft dat het oerdegelijke huis waarschijnlijk gebouwd is om de eeuwigheid te trotseren -Zwarte Jannetje zou onsterfelijk zijn-, dan heeft hij het mis. Ook van dit huis zal niet een steen op de andere blijven.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 mei 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Laatste tastbare herinnering aan sekte van Zwarte Jannetje in Veenendaal verdwijnt

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 mei 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken