Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tussen antinomianisme en wetticisme

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tussen antinomianisme en wetticisme

9 minuten leestijd

Tijdens een kort geleden gehouden ambtsdragersconferentie kwam naar voren dat „in bepaalde delen van de gereformeerde gezindte mensen rondlopen met min of meer neurotische schuldgevoelens, die ze niet zelden ook koesteren". Als er geen sprake is van zoeken naar vergeving, verandering en verlossing, is het de vraag of deze schuldgevoelens wel door de Heilige Geest worden gewerkt, zo zei de inleider. Inderdaad, zoals er mensen zijn die altijd en alleen maar spreken over genade en nooit over schuld, zo zijn er ook die altijd spreken over schuld en nooit eens van genade. Het ene uiterste komt openbaar in een antinomiaanse levenswandel, het andere in een wettisch leefpatroon. Ligt hier mogelijk een oorzaak dat de kerk zo weinig aantrekkingskracht heeft op de jeugd?

Het beeld -gekoesterde schuldgevoelens die niet uitdrijven naar de Verlosser- is herkenbaar. Er zijn mensen die prima kunnen blijven functioneren, dieliun verkeerde daden zelfs legitimeren, met een beroep op hun zondige aard. Anderen praten tientallen jaren over hun hemelhoge schuld, maar hebben nog nooit een greintje hoop op vergeving gekoesterd. Is er wel sprake van echt schuldbesef? Het kan ook zijn dat er sprake is van vreselijke schuldgevoelen, zonder dat deze tot verlossing leiden. Ze gaan over, ze gaan voorbij, of ze eindigen in wanhoop. Wij zijn gewoon daarbij te spreken van "algemene overtuigingen".

Hoe het ook zij: De 'levensheiliging' van al deze mensen bestaat in een wettische handel en wandel waar niets van uitgaat.

Zichzelf vergeven

Het is echter niet alleen mogelijk om zichzelf schuldgevoelens aan te praten en neurotische schuldgevoelens te koesteren. Men kan zichzelf ook ten onrechte een bepaald gevoel van 'vergeving' toeëigenen. Als gesteld wordt dat het aanbod van genade komt tot alle kinderen van het genadeverbond, de gemeente in haar geheel dus, dat dit wel vraagt om de gelovige aanvaarding van het heil, dan mogen wij toch ook -willen wij evenwichtig blijven spreken over zonde en genade- niet zwijgen van de relatie van die zondaar tot het verbond der werken.

Wij mogen niet zwijgen over de verantwoordelijkheid die de verkondiging van het Evangelie op ons legt. Maar evenmin over de ZATERDAG 26 ME11990 verantwoordelijkheid vanwege de schepping naar het beeld van God. Het verlies van dat beeld maakt dat wij geen enkel vermogen hebben tot iets goeds. Ook niet tot geloven en liefhebben. Alleen de Geest kan ons -door Gods Woord- het geloof schenken.

Er zijn in onze tijd talloze mensen die zichzelf een bepaald gevoel van 'vergeving' toeëigenen. Zij komen vaak openbaar in een 'slordig' leefpatroon.

Wanneer is het echt?

Antinomianisme -het rijkelijk spreken over ontvangen genade, maar toch Gods wet als afgedaan beschouwen, 'slordig' leven- is geen kenmerk van genade. Zowel het ene uiterste als het andere -veel spreken over schuldgevoelens en een wettisch leven leiden- is vaak moeilijk herkenbaar. Het is mogelijk om over al deze dingen veel te dogmatiseren. En zich desondanks in mensen te vergissen.

Er is een andere weg. Een bijbels kenmerk van genade is wat wijjioemen "heiligniaking". De bijbelse heiligmaking houdt -in zekere zin- het midden tussen het 'slordige' antinomianisme en een wetticisme dat beperkt blijft tot het uiterlijk. Het gaat om een heiligmaking in afhankelijkheid van Christus. Dat is wat de in de Sowjet-Unie onder baptisten gewerkt hebbende prediker I. W. Kargel bedoelde toen hij in zijn boekje "Christus onze heiligmaking" schreef: „Wij zijn Zijn eigendom in velerlei opzicht, maar alleen de heiligmaking brengt aan het licht of wijzelf daadwerkelijk onze totale horigheid erkennen...".

Heiligmaking

Kargel stierf in 1933. Maar hij had het anno 1990 kunnen schrijven: „.. .er zijn in onze dagen duizenden en duizenden kinderen van God, die er volkomen vrede mee zouden hebben, wanneer het mogelijk zou zijn hun een bevredigende verklaring te geven die de heiligmaking voor de gelovige christen overbodig zou maken. Misschien behoort u wel tot hen. En misschien ook u, arbeider in Gods koninkrijk, die tracht zielen te winnen voor Christus, maar na hen tot Hem gebracht te hebben, u er verder niet om bekommert of deze zielen zich daarna werkelijk aan God hebben toegewijd".

Nog niet zo lang geleden was de overtuiging dat een waar christen herkenbaar is in „praat, daad en gewaad" in de reformatorisch gezindte gemeengoed. Neen, niet dat het uiterlijk een waar christen maakt. Een wettische inslag van „gebod op gebod" maakt geen waar christen. Maar men was er wel vain overtuigd dat een waar christen óók in het dagelijks leven, in het uiterlijke, herkenbaar is.

Polarisatie

Het lijkt erop dat deze overtuiging steeds meer aangevochten wordt. Het gevolg is: polarisatie. Er zijn mensen die veelvuldig en in traditionele termen spreken over of vanuil: een algemeen besef van zonde en schuld. Ze leggen vooral de nadruk op het uiterlijke levenspatroon. Zij maken -uitgedaagd door hen die beweren dat het geloof in Christus hoofdzaak is en de rest maar bijzaak- van traditie en uiterlijk de hoofdzaak.

De andere groep -zich afzettend tegen een al te wettisch levenspatroon- wijsï vooral op de oergereformeerde zaak van de rechtvaardiging van de goddeloze. Hun levensheiliging blijft beperkt tot het zich in grote lijnen aanpassen aan de Tien geboden. Verder bekommeren zij zich vooral om het "maken van discipelen". Deze mensen hebben wat over de theologische grenzen van hun eigen kring heen gekeken en 'leerden' ervan dat he t allemaal zo 'krap' niet hoeft.

Degenen die dit durft te signaleren, is voor beide categorieën onaanvaardbaar geworden. Ze kunnen hem niet meer gebruiken. Zo iemand wordt eenzaam. Hij wordt van beide zijden gewantrouwd.

In het midden

Spreuken 2 vers 8 zegt: „Opdat zij (de oprechten) de paden des rechts houden; en Hij (God) zal de weg Zijner gunstgenoten bewaren". Gods gunstgenoten zullen, zegt Dachsel, „door Gods genade steeds vaster gaan op de smalle weg ten leven". Een andere verklaarder voegt daarbij: „De gerechtigheid des geloofs en de gerechtigheid des levens zijn nauw aan elkander verbonden. Zodra de eerste aanwezig is, moet ook de andere zich openbaren, door een oprechte, reine wandel voor God en de mensen".

Daar heb je het nu precies: De „gerechtigheid des geloofs", het vrijspreken van schuld en straf en het geven van een recht op het eeuwige leven -de rechtvaardiging dus- en de „gerechtigheid des levens", dus de verniemwing van de gehele mens -de heiligmaking-- horen onlosmakelijk bij elkaar. Wetticisme zonder Christus kan voor God niet bestaan. Antinomianisme zonder levensvernieuwing evenmin. Zalig worden door het geloof in Christus brengt levensvernieuwing met zich mee. Noch de „gerechtigheid des geloofs" -rechtvaardiging- noch de „gerechtigheid des levens" -heiligmaking- mogen overmatig of eenzijdig geaccentueerd worden. Het gaat er om dat wij, om met Spreuken 8 vers 20 te spreken, „wandelen in het midden van de paden des rechts". Ik ben echter bang dat wij in de reformatorische gezindte lijden aan ernstige eenzijdigheid.

Prediking

Veel mensen zien reikhalzend uit naar een appellerende predikihg. Dat kèn zijn omdat het zieleheil van kind en medemens ons zwaar op het hart weegt. Of is het omdat men zich zelf optrekken wil in het 'geloofsleven'? In eigen kracht, al zal men dat ontkennen? Een feit is dat deze roep om een appellerende preek niet zelden gepaard gaat met een 'slordig' leven. Een andere categorie wil graag een preek horen waarin vooral de onmacht van de mens en de eis van Gods wet -ongeacht de tekstkeuze!- breed wordt verhandeld. Waarom hoort men dat zo graag? Ook hiermee willen sommigen een 'slordig' leven rechtvaardigen. „Als God me bekeert", zeggen ze, „zal ik heus deze en die zonde wel laten". Anderen in deze categorie vinden in deze voorkeur steun om zich heimelijk een eigen gerechtigheid op te bouwen.

Maar öok hiervan geldt dat het nodig is om in het midden van de paden des rechts te gaan Dan zien wij uit naar een preek waarin rechtvaardiging èn heiliging de hun toekomende plaats krijgen.

Onkunde

Hoe komt het dat wij de klippen van wetticisme en antinomianisme zo weinig omzeilen in onze tijd? Omdat er sprake is van een schrikbarende onkunde. Wij nemen via de media kennis van allerlei zaken. Maar het motief en het "waarom" achter onze eigen levensstijl raakt uit het gezicht.

Als dan het eenvoudige, bijbelse levenspatroon dreigt te verdwijnen, kan dat liggen aan de "hardigheid des harten". Maar ook hieraan dat het motief achter die levensstijl wel bekend verondersteld wordt, maar niet werkelijk bekend is. Daardoor ontstaat wetticisme -de traditie wordt doel in zichzelf- öf antinomianisme: „Ik zie er geen kwaad in".

De heilloze polarisatie die ontstaat, zorgt ervoor dat de reformatorische kring om zo te zeggen van binnenuit wordt opgeblazen? Daar hoeft de 'wereld' niets voor te doen. Wij zijn dan ook in allerlei opzicht zeer verantwoordelijk. Omdat de opvoeding van de jonge generatie in de reformatorische gezindte zo belangrijk is, is ook van onvoorstelbaar belang de opleiding van onze jonge onderwijzers. Zij moeten de argumenten doorgeven tegen hen die zeggen dat je "tot Jezus bekeerd moet worden". Juist zij hebben de wacht te betrekken bij de reformatorische levensstijl, hebben te waken tegen een spanningsloze koppeling van belijdenis en avondmaal, te waarschuwen tegen geloofsautomatisme en ongeloofsautomatisme. Juist hen moet worden bijgebracht dat je de dingen niet mag verdoezelen met te spreken over „verschil van inzicht".

Wij zijn zeer verantwoordelijk voor zaken als jeugdwerk, verenigingsleven, kerkelijke pers en (de toelating tot) vakantiekampen. Wie hebben daarbij de lejding? Toch niet diegenen die graag indoctrineren met het nieuwe 'licht' van een nieuwe 'waarheid'? Maar al te vaak worden dergelijke organisaties een bedrijf op zichzelf, dat zich niet meer door enige synodale vergadering laat gezeggen.

Wij zijn zeer verantwoordelijk dat wij in onze geëmancipeerde reformatorische gezindte met stilzwijgend in politiek of onderwijs de academische vorming gelijk gaan stellen met de vreze des Heeren.

Opwekking

Misschien zijn er anderen die zich af en toe óók ontredderd voelen. Wij hebben een "reformatorische zuil". Maar heeft het allemaal nog inhoud? Wie rechtvaardiging en heiligmaking op hun plaats wil houden, kan niet zonder de dagelijkse omgang met de Heere. En de enige remedie, het enige wat ons nog redden kan, is een opwekking van de Heilige Geest. Dat betekent: prediking in aansluiting op de concrete situatie van de tijd. Want geesteloosheid los je niet op door preken die geen samenhang vertonen met de dagelijkse werkelijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 mei 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Tussen antinomianisme en wetticisme

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 mei 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken