Bekijk het origineel

De weg tot het Geheim

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De weg tot het Geheim

G.W.P.G. baron Van der Feltz: „Ik voor mijzelf denk dat ik de Waarheid gevonden heb"

11 minuten leestijd

Eeuwenlang is de vrijmetselarij omgeven geweest door een waas van geheimzinnigheid. In de rituele bijeenkomsten van vrijmetselaars zouden dingen plaatsvinden die het daglicht niet konden verdragen. Er zou zelfs mensenvlees worden gegeten. De laatste tijd treedt de vrijmetselarij meer naar buiten, waardoor het mysterieuze ervan verdwijnt. Maar de inhoud van de tempelritualen blijft geheim. Die wordt slechts geopenbaard aan hen die via de vrijmetselarij het Geheim willen ontdekken.

In een door struikgewas aan het oog onttrokken woning, gelegen aan de IJsseldijk buiten Westervoort, is G. W. P. G. baron Van der Feltz op zoek naar Waarheid. Als beeldend kunstenaar leidt hij een kommervol bestaan. Dat verleidt hem er niet toe zijn artistieke talent ondergeschikt te maken aan commerciële belangen. Al zijn schilderstukken, aaagebracht op spiegels, zijn gebaseerd op hetzelfde thema: het labyrinth. De doolhof, waarin de zoeker ronddwaalt, tot hij de poort heeft gevonden. De weg tot het Geheim.

Het zoekea naar Waarheid bracht Van der Feltz na een lange weg bij de vrijmetselarij. Hij groeide op in een hervormd gezin. Werd toen hij tot de jaren des onderscheids gekomen was doopsgezind. „Bij de doopsgezinden heeft de mens meer kans om zelf te bepalen wat-ie mag denken. Ik ben niet voor dogma's. De doopsgezinden schrijven hun belijdeis zelf. In mijn belijdenis schreef ik: Of ik in God geloof weet ik niet; daar hoop ik hier achter te komen".

Waarheid
Van de doopsgezinden stapte de baron over naar de theosofen. Van de theosofen aaar de antroposofen. In 1970 trad hij toe tot de vrijmetselarij en werd lid van de loge Rakoczy in Den Haag. „Ik kreeg de indruk dat die vrijmetselarij nou net was wat ik zocht. Vanaf mijn achttiende jaar houd ik me bezig met het onderwerp Waarheid. Daa heb ik het niet over het woord waarheid uit het woordenboek, maar over Waarheid met een grote W, waaraan wij allen ondergeschikt zijn. In de jaren dat ik voorzittend meester was van onze loge heb ik aan dat onderwerp een vol jaar besteed".

Waarheid staat voor u gelijk aan God?
„Voor mij wel ja. Al heb ik wel eens een filosofische verhandeling geschreven, waarin ik aangeef dat God, met alle achting, misschien wel ondergeschikt is aan de filosofische boog die Waarheid zou kunnen zijn. Dat is natuurlijk een heel moeilijk probleem. De vraag van de kip en het ei".

Wars van dogma's
Bewust sloot Van der Feltz zich niet aan bij een van de loges vaa de "Orde van vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden", die alleen leden van het mannelijk geslacht accepteren. „Persoonlijk vind ik dat je als vrijmetselaar, die zich bezighoudt met het hoe en waarom van de schepping, de vrouw niet kunt uitsluiten. Vandaar dat ik lid ben geworden van een gemengde loge".

Het kenmerkende van de vrijmetselarij is voor de kunstenaar de vrijheid. „De vrijmetselaar is wars van dogma's. Hij laat zich niet van bovenaf gezeggen waarin hij moet geloven en wat hij moet doen.

Maar ieder die volgens de doelstellingen der vrijmetselarij aan zichzelf wil werken is welkom, ongeacht zijn geloof, ras, maatschappelijke status en huidskleur. De vrijmetselaar zoekt naar het Geheim. Het Geheim dat God volgens de legende aan Salomo had meegedeeld en dat verloren is gegaan toen de tempel in Jeruzalem voor de eerste keer werd verwoest. Dat grote Geheim heeft eigenlijk elk ander geheim in zich. In feite zoek je dus naar Waarheid".

Integere benadering
Hebt u de indruk dat u vordert op die speurtocht?
„Ik voor mijzelf denk dat ik de Waarheid gevonden heb. Daar kun je niet over dicussiëren. Waarheid is. Een mens die zich in Waarheid gedraagt en in Waarheid leeft, is denk ik gelijk aan God. Het is onze plicht om te proberen te zijn als Hem, te worden als Hem".

En dat valt door de vrijmetselarij te bereiken?
„Het blijft een zoeken. Maar de twintig jaren die ik nu lid ben van de vrijmetselarij hebben mij absoluut veranderd. De vrijmetselaar herken je aan de manier waarop hij anderen benadert. In de Raad van State zit een raadsheer die ik niet kende. Maar toen ik die man drie minuten had horen praten, wist ik: ook een vrijmetselaar.

Na de raadszitting heb ik hem ernhaar gevraagd. Bent u vrijmetselaar? Ja, inderdaad. U ook? Tot welke loge behoort u? Ezovoorts. Als je er een klein beetje op gespitst bent, pak je ze er zo uit. Niet omdat ze een andere taal spreken, maar door de integere wijze van benaderen van anderen. De manier waarop een vrijmetselaar de ander in zijn waarde laat".

Inspiratiebron
De Bijbel is voor Van der Feltz een van de belangrijkste esotherische (voor ingewijden, red) boeken. „In elke vrijmetselaarsloge in Nederland ligt, als er gewerkt wordt, de Bijbel open bij het eerste hoofdstuk van Johannes. In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Het Woord herinnert de vrijmetselaar aan het verloren gegane Geheim. En de hele avond staat in het teken van de Allerhoogste.

In de loge van de vrijmetselarij in Cairo ligt niet de Bijbel open, maar de Koran, bij de woorden: er is geen God dan Allah. En het is niet ondenkbaar dat in de tempel van lndiaanse vrijmetselaars hun ontstaansverhaal, hun scheppingsverhaal ligt".

Voor christenen die de Bijbel als de enige Openbaring van de drieënige God zien, is binnen de vrijmetselarij geen plaats. „De Bijbel is voor mij een inspiratiebron", zegt Van der Feltz. „Maar ik heb sterk het idee dat je er niet komt als je alleen de Bijbel leest. Je moet ook uit andere esotherische werken putten, om achter de eventuele Alwaarheid te komen. Je kunt niet zonder het Parcival-verhaal, het Gilgamesh-epos, allerlei Noorse en oosterse scheppingsverhalen en ga zo maar door. Zolang wij mensen doorgaan met te zeggen dat wij de Waarheid hebben, dan zitten we op de foute weg".

Onbevooroordeeld
Tot voor de Tweede Wereldoorlog behoorden de vrijmetselaars in het algemeen tot de hogere kringen. In de jaren vijftig kwam daarin verandering. Nu zijn alle standen in de vrijmetselarij vertegenwoordigd. De Haagse loge Rakoczy, die 23 zielen telt, vereaigt ambachtslieden, technici, wetenschappers, zakenlieden, musici en kunstenaars.
In het verleden kwamen de vrijmetselaars in diep geheim bijeen. In de eerste plaats omdat ze met name in dictatoriale regimes beschouwd werden als anarchisten en daar meer dan eens de gevolgen van ondervonden. Daarnaast past geheimhouding van dat wat binnen het logegebouw plaatsvindt bij het mystieke karakter van de vrijmetselarij.

De laatste tijd timmeren de vrijmetselaars wat meer aan de weg. Zo plaatst Rakoczy maaadelijks een advertentie waarin de loge zich presenteert. Maar de essentie van de verschillende rituelen wordt zorgvuldig geheimgehouden. „Die wil je behouden voor degenen die echt lid willen worden", verklaart Van der Feltz. „Vertel je iemand precies wat-ie morgen op z'n verjaardag krijgt, hoe groot het is en hoeveel het gekost heeft, dan is de aardigheid, het „Aha", eraf. De persoon die zo'n inwijding ondergaat, moet dat onbevooroordeeld kunnen doen. Anders doe je hem te kort".

Beter mens
De Westervoortse vrijmetselaar heeft binnen de Haagse loge als "redenaar" een invloedrijke plaats. „De redenaar heeft in de loge de functie van geweten. Hij moet de statuten en huishoudelijke reglementen heel goed kennen en weten of alles gaat zoals het hoort te gaan. Als er bij voorbeeld bij een inwijdingsrituaal iets mis gaat, grijpt de redenaar in. Zo'n inwijding moet precies volgens de regels verlopen. Dat heeft te maken met het mystieke van de vrijmetselarij. Als u opdracht krijgt om een toverdrankje te maken en daarvoor honderdvijftig keer moet roeren, dat moet je het geen 149 keer doen".

Desondanks noemt Van der Feltz de vrijmetselarij „allesbehalve zweverig". „Binnen een goed afgepaald gebied in de mystieke filosofie zijn we heel exact bezig. Vandaar ook die exacte symbolen, waar je niet omheen kunt. Als iets niet in de haak is, is het niet goed. Is een muur niet loodrecht of waterpas, dan deugt het niet. Die bouwsymboliek zorgt ervoor dat je bij je onderwerp blijft. De individuele vrijmetselaar verdiept zich in van alles en nog wat. Maar binnen de loge proberen we uit al die informatie de exacte dingen te pakken die je kunnen helpen om, laat ik het maar eens heel gewoon zeggen, een beter mens te worden".


Vrijmetselaars
De vrijmetselarij is ontstaan uït de 14e-eeuwse gilden van Bntse kathedraalbouwers. Het waren besloten gemeenschappen van meesters, gezellen en leerlingen. Ze kwamen bijeen in de bouwhut, de "lodge". Langzamerhand verdween het ambachtelijke uit deze gemeenschappen en kregen ze een religieus karakter.
Vrijmetselaars zien het als hun opdracht om te bouwen aan de "tempel der mensheih". En dat volgens het principe: verbeter de wereld en begin bij j'zelf. de mens is volgens de vrijmetselaars als een ruwe steen, die bewerkt moet worden tot een zuivere vorm is ontstaan: de kubieke steen.
Om hiervoor de noodzakelijke inspiraitie op te doen, komen de vrijmetselaars, verenigd in zogenaamde loges, regelmatig bijeen in hun logegebouw. In Nederland wordt ook wel over werkplaats of "oosten" gesproken. Daar hebben besloten tempeldiensten plaats, waarin bouwkundige symbolen als passer en winkelhaak, waterpas en schietlood een belangrijke rol spelen.
De eerste Nederlandse vrijmetselaars verenigden zich in 1734. Achtien jaar later vormden de tien loges die inmiddels waren ontstaan de "Orde van vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden". Momenteel telt ons land 6300 aanhangers van de vrijmetselarij. Wereldwijd zijn dat er naar schatting 6 miljoen.
De vrijmetselarij wil zich niet binden aan enig dogma. Ieder mens moet de vrijheid hebben om persoonlijk op zoek te gaan naar de waarheid, steunend op de kracht van de rede. Daarbij kunnen godsdienstige geschriften een leidraad zijn. Zo ligt in de meeste Europese tempels van vrijmetselaren een Bijbel, opengeslagen bij het Evangelie naar de beschrijving van Johannes, het bijbelboek waarin, gnostici van alle tijden hun ideeën bevestigd meenden te zien.
Een logegebouw kent naast het tempeldeel een "voorhof" waar de niet-rituele "comparities" plaatsvinden. In deze bijeenkomsten verzorgen leden van de loge om beurten een inleiding over een willekeurig onderwerp. In de terminologie van de vrijmetselarij een "bouwstuk". Essentieel is dat in de bouwstukken iets van de persoonlijke beleving van de "bouwer"doorklinkt. naast de loges zijn "bouwhutten"ontstaan: klein groepen van vrijmetselaars die zich sterk aan elkaar verbonden voelen. Een soort conventikels binnen de vrijmetselarij.

Graden
De vrijmetselarij is sterk hiërachisch en kent drie graden: De eerste graad is gericht op het verkrijgen van zelfkennis. De graad van gezel op zelfontplooiing. De meestertergraad kenmerkt zich door bereidheid offers te brengen. Aan het hoofd van de loge staat de voorzittend meester of achtbare meester, die uitsluitend door zijn voorganger gecorrigeerd mag worden en alleen onder vier ogen. Ondcer de achtbare meester staan een eerste en tweede opziener.
Tussen de aanneming tot leerling en het verheven worden tot meester verloopt twee tot drje jaar. De onderdelen van de verschillende inwijdingen worden geheeim gehouden. Het openbaar maken ervan zou volgens de volgens de vrijmetselaars de persoonlijke beleving van de symbolen schaden. De inwijding kan niet beredeneerd, maar moet beleefd worden.
Het kernbegrip binnen de vrijmetselaars is tolerantie. Voor een unieke positie van welke religie dan ook is geen plaats. Alle godsdiensten tezamen drukken iets uit van de onpersoonlijke scheppende en ordenende kracht die aan al het bestaande ten grondslag ligt; de"Opperibouwmeester van het Heelal". De mystiek gekleurde tempeldiensten hebben onder meer tot doel de relatie met deze "Opperbouwmeester"te bevestigen.
Door te werken aan zichzelf kan de mens zich volgens de vrijmetselarij geschikt maken om te worden ingebouwd in de "tempel der mensheid ". „De eigen ruwe steen moet passend gemaakt worden aan andere stenen, aan de medemens", zo schreef de vrijmetselaar W. J. M. Akkermans.
De vrijmetselarij zou volgens hem geen godsdienst zijn, maar een levenshouding. In werkelijkheld is duidelijk sprake van een pseudo-religie, waarbij contrast met het christelijk geloof overduidelijk is. Ook in de Bijbel wordt gesproken over een tempel die niet met handen wordt gemaakt. Het grote verschil is dat die tempel niet het werk is van mensen maar van de drieënige God, Die de Zijnen als levende stenen invoegt.
Die stenen maken zichzelf niet geschikt, maar worden door God pasklaar gemaakt, door Woord en Geest; Dat gebeurt niet door hen passend te maken aan andere mensen, maar door gelijkvormig je maken aan het beeld van Hem, Die God en mens tegelijk is: Jezus Christus, de Rechtvaardige. Hij die gezegd heeft: „Zie, Ik kom haastelijk; houdt dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Die overwint. Ik zal hem maken tot een pilaar in de tempel Mijns Gods".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

De weg tot het Geheim

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken