Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De thee trekt in het hoge noorden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De thee trekt in het hoge noorden

Geschiedenis en produktieproces van geurige vocht in kerk van Houwezijl te bezichtigen

5 minuten leestijd

„Houd je van zoet of minder zoet? En vind je een bloemige thee lekker? Niet te zwaar? Dan is viooltjesthee misschien iets voor je. Hier, ruik maar even". Het valt niet mee een keus te maken uit de 175 theesoorten in het theemuseum. Maar met het advies van een echte theefanaat als Brenda kom je er wel uit. Theeleuten komen aardig aan hun trekken in het hoge noorden.

De kerktoren van het Groningse dorpje Houwerzijl, net onder Ulrum, is van een afstand al te zien. Wie dichterbij komt, ziet iets merkwaardigs. Uit een torenraam hangt een 3 meter hoge, houten theezak. In de tuin voor de kerk staat een bord: "De theefabriek". En in de statige pastorie, die aan de kerk grenst, is een nostalgische theewinkel gevestigd.
Tot zo'n twee jaar geleden gebruikte de vrijgemaakte gereformeerde kerk van Houwerzijl het oude kerkje, een 'erfstuk' van de hervormde kerk. In de tijd dat bijna heel Houwerzijl vrijgemaakt was, stonden er drie predikanten. Door vergrijzing van de bevolking en de komst van 'import' werd de gemeente echter steeds kleiner. Sinds een aantal jaren is zij opgeheven. Het kerkgebouw kwam leeg te staan.

Gulden
„Ik hoorde voor de radio dat de kerk te koop was", zo vertelt Brenda Ensing. „Mijn vriendin Machteld Remerie en ik zijn echte theefanaten. Wij spaarden theezeefjes en blikjes en hadden altijd in ons achterhoofd ooit in een oud boerderijtje een theeschenkerij te beginnen. Toen ik hoorde dat de kerk van Houwerzijl te koop was, dacht ik: Dat zou wel wat kunnen zijn". Na een lange procedure konden Brenda en Machteld (met hun echtgenoten Johan Lange en Jan de Vries) november vorig jaar de kerk voor het symbolische bedrag van 1 gulden kopen.
„Eerst vond ik het wel vreemd om een museum te maken in een kerk. Maar als de kerk leeg zou blijven, zou hij toch 'vergaan'. Nu is hij opgeknapt en kan hij bewaard blijven. Er moest heel wat aan de kerk gedaan worden. Het hout was verrot en het dak lekte. En ja, de waarde die er nu inzit, is minder dan toen het gebouw nog kerk was, dat is wel waar".
Machteld en Brenda kunnen zich in het opknappen van de ruimte helemaal uitleven. Beiden hebben de lerarenopleiding voor beeldende kunsten gedaan. Het resultaat mag er zijn. De op elkaar afgestemde kleuren en vormen geven het interieur een harmonieuze aanblik. „Er zit ook een bepaalde sfeer in het gebouw zelf", vindt Brenda. „Die glas-in-loodramen bij voorbeeld. Ik vind dat er een bepaalde rust uitgaat van het gebouw".

Fabriek
In het museum is de geschiedenis en het produktieproces van de thee te zien. Waarom dan de naam "Theefabriek"? „Omdat dat stoerder klinkt dan "Theemuseum". Wij denken dat de naam "Theefabriek" de mensen meer aanspreekt en dus meer toeristen trekt".
Om een heel museum in te kunnen richten, heb je meer nodig dan wat theezeefjes, blikjes en serviesgoed. Daarom plaatste het duo advertenties in kranten, om aan spullen te komen „die iets met thee te maken hebben. Daar kwam best wat respons op. Andere dingen hebben we bij voorbeeld uit het Tropenmuseum. Ook krijgen we wel wat via de theepakkers; zo heeft Van Nelle ons een mengtrommel geschonken". Allerlei oude reclameborden sieren de muren.
Aan het plafond hangen twee als engelen aangeklede poppen. „Die zijn tijdens de opening gebruikt", vertelt Brenda. „We wilden iets symbolisch, dat èn met de thee èn met de kerk te maken had. Het zijn toen engelen geworden, zoiets van: alle zegen komt van boven". Voorzichtig uitgedrukt: heel merkwaardig.

Planten
De opzet van het museum is overzichtelijk. Vanaf de pluk tot en met het drinken van de thee is alles te zien. De theeplanten die op de grond staan, worden door foto's en wat tekst omgeven. Zo kun je zien hoe en waar de verschillende soorten thee geplukt worden. Een hoek van het museum is ingericht als een Indonesische woonsituatie van een plukkersfamilie. Een matje op de grond, een paar teenslippers en wat kroezen doen echt tropisch aan.
Wie geen zin heeft om alle tekst die op de muren hangt te lezen, kan via een dia-klankbeeld te weten komen hoe theeblaadjes geplukt en verwerkt worden.
Je staat er versteld van wat er allemaal gebeurd is met de thee, voor je een lekker kopje kunt zetten. De theebladen worden geplukt, naar de fabriek gebracht, gekneusd, gedroogd en in veel gevallen gearomatiseerd. Dat betekent dat er aan de 'basisthee' een smaak toegevoegd wordt.
De thee wordt vervoerd in houten theekisten, die van binnen met aluminium bekleed zijn om te voorkomen dat de smaak bederft door iets van buitenaf.
In manden op de grond in het museum ligt wat gedroogde thee, zodat je kunt voelen en ruiken wat thee nou eigenlijk is. Ook zijn er verschillende soorten die je kunt proeven. Een leuk museum voor kinderen dus.

Surrogaat
Wat bijna niemand zal verwachten: voor de Tweede Wereldoorlog werd er in Nederland meer thee dan koffie gedronken. Tijdens de oorlog was de surrogaatkoffie echter beter dan de surrogaatthee. Vandaar dat men toen overgegaan is op het drinken van een bakje troost. En dat is zo gebleven, al komt het theedrinken er wel weer wat meer in. Daarvan getuigt ook het steeds groter wordende assortiment thee-met-eensmaakje in de supermarkt. „In Friesland heeft men wel altijd veel thee gedronken", vertelt Brenda.
Natuurlijk zijn in het museum ook de plaatjes van vriendje Piggelmee te zien. Ouderwetse theezakjes en porceleinen serviezen sluiten de tentoonstelling af.

Koffie
In de pastorie —omgeven door een kruidentuin— is een nostalgische theewinkel ingericht. De ouderwetse kassa, toonbank en aankleding van de winkel ademen de sfeer van grootmoeders tijd.
Zonder thee-drinkhoekje zou het museum geen theemuseum zijn. Er is keus genoeg, en in het keukentje staat zelfgebakken appeltaart klaar. Voor degenen bij wie thee niet zo in de smaak valt, is er ook koffie verkrijgbaar.
Onder de galerij in de kerk, waar eens het orgel gewijde klanken liet horen, neemt een echtpaar plaats. Of er ook lotusthee is, „want dat dronken we vroeger altijd. Nu is het nergens meer te koop". In Houwerzijl staat het op de plank, tussen de 174 andere soorten.
Boven, op de galerij, worden regelmatig teaparty's gehouden. Op de plaats waar eens de preekstoel stond, is nu een aantal theekisten opgestapeld. Natuurlijk, de kerk is een gebouw, maar het blijft vreemd, een museum in een voormalig bedehuis.

"De theefabriek" is tot 1 november geopend op iedere dag behalve maandag van 10.00 tot 17.00 uur. Toegangsprijs: 2,50 gulden, kinderen t/m 12 jaar 1,50 gulden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

De thee trekt in het hoge noorden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1990

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's