Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Belgisch arrest  'rekent af' met verplicht godsdienstonderwijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Belgisch arrest 'rekent af' met verplicht godsdienstonderwijs

Afschaffing keuzeplicht verloopt mogelijk via rechter

4 minuten leestijd

ANTWERPFN - Een arrest van de Belgische Raad van State, dat gisteren werd vrijgegeven, zal er mogelijk toe leiden dat aan het tot nu toe principieel verplichte karakter van godsdienst- of Zedenleeronderricht op openbare scholen definitief een einde komt.

De nationale wetgeving uit 1959 in België zegt dat ouders die hun kinderen naar openbare scholen sturen, verplicht zijn een keus te maken uit een aantal godsdienstvakken (roomskatholieke, protestantse, joodse, islamitische of orthodoxe godsdienst) en het vak zogenaamde "niet-confessionele zedenleer". Het vak zedenleer gold vroeger als uiteindelijk restvak voor ouders die hun gading niet vonden in het aangeboden pakket godsdienstvakken. Het niet-neutrale (want humanistische) karakter van het vak zedenleer bracht het ministerie van onderwijs al eerder in de problemen.

Keuzevrijheid

Naar aanleiding van een arrest van de Raad van State besloot minister D. Coens in 1985 voorlopig de mogelijkheid van keuzevrijstelling in te voeren en tegelijk te sleutelen aan de vakbeschrijving van het omstreden vak zedenleer. Sinds 1987 maakt het ministerie van onderwijs het de ouders opnieuw moeilijk om vrijstelling van keuze te verkrijgen, zodat de Raad van State meteen verschillende vernietingsberoepen te verwerken kreeg vanwege ouders die opkwamen voor hun recht, zelf de religieuze opvoeding van hun kinderen te bepalen en tegen de bemoeizucht van de Belgische overheid op dit terrein.

Een van de klagers was de Brugse Jehova' s getuige J. P. Vermeersch. Deze kreeg in oktober 1988 van de staatssecretaris van onderwijs te horen dat hij geen vrijstelling zou krijgen voor zijn twee kinderen, omdat de wet de ouders tot keuze verplicht.

 Vermeersch vroeg daarom de Raad van State die beslissing te vernietigen, onder meer omdat de Belgische wetgeving de regel van het Europese Mensenrechtenverdrag miskent dat „de Staat het recht zal eerbiedigen van de ouders op opvoeding en onderwijs welke overeenstemmen met hun eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen" (eerste protocol, artikel 2).

Vrijstelling

Vermeersch heeft — zo bleek gisteren — gelijk gekregen. De Raad van State vindt dat een Jehova's getuige van oordeel kan zijn dat het vak zedenleer niet in overeenstemming kan worden gebracht met zijn godsdienstige overtuiging en dat hij daarom recht heeft op de door hem gewenste vrijstelling. Uit het arrest blijkt dat de Raad van State vindt dat de handhaving van de keuzeverplichting prodblematisch kan zijn voor ieder die „een godsdienstige overtuiging belijdt die niet weergevonden kan worden in een der cursussen godsdienst".

Hoewel het arrest dit niet met zoveel woorden zegt, zou dit kunnen betekenen dat alle ouders, ook diegenen die geacht worden aangesloten te zijn bij een „erkende eredienst", zoals bij voorbeeld de protestantse eredienst, vrijstelling kunnen genieten, zodra ze vinden dat ze hun godsdienstige overtuiging niet terugvinden in het concreet aangeboden protestants godsdienstonderwijs.

Een dergelijke toestand is in de Belgische context allerminst denkbeeldig: tot op heden is de hele organisatie van het protestantse godsdienstonderwijs een zaak van slechts één protestants kerkgenootschap, de officieel erkende Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB). De meerderheid van de Belgische protestanten behoort tot de vele vrije kerken en hun leden zijn dus voor wat betreft het protestants godsdienstonderwijs, formeel gezien, of als onderwijskracht of als ouder 'te gast' bij de VPKB.

Verschillende erkende erediensten hebben zelf op dit terrein in 1988 al kleur bekend. Toen voerde het Belgisch nationaal parlement een grondwetsherziening door die het onderwijs overhevelde naar de twee deelparlementen (de Vlaamse Raad en zijn Franstalige tegenhanger). Het godsdienstonderwijs op openbare scholen werd bij die gelegenheid als een recht opgenomen in de grondwet. Verschillende officiële godsdienstige genootschappen, ook de VPKB, lieten toen blijken belang te hechten aan het handhaven van een wettelijke keuzeplicht voor de ouders.

De vrees bestond kennelijk dat bij voorbeeld de Vlaamse Raad zou besluiten godsdienstonderwijs facultatief te maken. Van regeringszijde kregen de bezorgde „erediensten" in 1988 meteen een geruststellend antwoord: Het godsdienstonderwijs op openbare scholen zou verplicht blijven. Het ziet er nu naar uit dat afschaffing van het systeem van de „verplichte keus" niet via parlementair initiatief maar stapsgewijs via de Belgische rechter zal worden gerealiseerd. Het wachten is daarvoor op eventueel volgende arresten van de Raad van State.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 31 juli 1990

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Belgisch arrest  'rekent af' met verplicht godsdienstonderwijs

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 31 juli 1990

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken