Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Musea zijn in principe ondingen...''

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Musea zijn in principe ondingen...''

Het Tropenmuseum, het enige met een apart kindermuseum: TM Junior

6 minuten leestijd

„Ik erger me vreselijk aan mensen die de Peruaanse muziek denken te kennen van een paar indianen die met wat fluiten bij het Centraal-station staan te spelen. Of aan die stereotypen zoals: Afrikaanse muziek is de trom. „Lekker drummen", zeggen ze dan. Maar de subtiliteit van die muziek is zó fantastisch en dat wil ik nu juist via deze afdeling van het Tropenmuseum overbrengen".

Met die uitspraak hebben we een belangrijke doelstelling te pakken van mevrouw Elisabeth den Otter, een van de conservatoren van het Amsterdamse Tropenmuseum. Ze beheert samen met een collega de afdeling etnomusicologie, de muziekafdeling dus.
„Het Tropenmuseum is gehuisvest in een van de mooiste gebouwen van Amsterdam", zo begint de folder heel tevreden. „Als u in het museum staat, ziet u een indrukwekkende hal met een gebogen glazen dak op 22 meter hoogte. Deze lichthal wordt omringd door drie boven elkaar gelegen galerijen. Hier geeft een tiental exposities een veelzijdig beeld van het leven in de tropen en subtropen".

Geluidsdicht
Die open galerijen rond die grote hal geven het gebouw iets heel aparts, maar ze hebben één nadeel: ze zijn natuurlijk niet geluidsdicht. En dat geeft een constant geroezemoes; voor sommigen extra gezellig, voor anderen iets wat doet terugverlangen naar de tijd dat er in een museum nog een plechtige stilte heerste. In ieder geval een museum waar ook voor kinderen veel aardigs te zien is. Het enige museum in Nederland zelfs m'et een apart kindermuseum: TM junior.
De meeste galerijen in het Tropenmuseum zijn regionaal ingedeeld, zodat de bezoekers exposities tegenkomen over Afrika, Latijns-Amerika, het Midden- Oosten, enzovoort. Daarnaast zijn er thematische afdelingen, zoals over textiel, milieu en techniek, en dus ook de muziekafdeling. Die muziekafdeling is helemaal opnieuw ingericht en de definitieve opstelling is momenteel nog kersvers. De opstelling bestond voorheen voornamelijk uit vitrines met instrumenten. Een vrij feitelijke, klassieke opstelling dus. Wel probeerde men door middel van diaklankbeelden de instrumenten wat meer in de context te plaatsen. Dat laatste is in de nieuwe opstelling consequent doorgetrokken. „Bovendien", zegt Elisabeth den Otter, „hebben we geprobeerd de afdeling wat te ont-exotiseren. We willen laten zien dat het allemaal muziekuitingen zijn van gewone mensen, die er toevallig wat anders uitzien dan wij. Voorzover het mogelijk is, probeer je ook een verband te leggen met de situatie in onze westerse cultuur".

Wereldwijd
Komend vanaf de statige, brede trappen die langs de korte zijden van de lichthal naar boven voeren, heeft de bezoeker meteen een goed overzicht van de muziekafdeling. Tegen de linkerwand een collage rond het thema "muzikale wisselwerking wereldwijd". Uit teksten en afbeeldingen op affiches en platenhoezen blijkt dat er nogal wat muziekvormen geëxporteerd zijn. Niemand kijkt meer vreemd op van een affiche waarop een een gamelanconcert wordt aangekondigd, en op conservatoria studeer je flamenco alsof het heel gewoon is. Er is heel wat veranderd sinds de grondlegger van de muziekafdeling, Jaap Kunst, tussen de wereldoorlogen met fonograaf en fototoestel door de binnenlanden van Nederlands-Indië trok, op zoek naar inheemse muziek. Vooral de populaire muziek bedient zich tegenwoordig veelvuldig van instrumenten en muziekvormen uit de tropen.

Exotisch
Wat verderop in de zaal staan de vertrouwde vitrines met instrumenten. Exotische namen als Genggang, Mvet, Valiha of Sanza. De instrumenten zijn thematisch ingedeeld naar speelwijze: tokkelen, blazen, strijken, wrijven en percussie ofwel (aan-)slaan. Hoe mooi gevormd vele van die instrumenten ook zijn, instrumenten zijn er om tot klinken worden gebracht. En dus zijn er van zo'n zestig instrumenten geluidsfragmenten op een band gezet. Oplichtende lampjes in een contourtekening van de vitrine laten zien welk instrument op dat moment te horen is. Een nadeel is misschien wel dat de muziek zich voegt in alle andere geluiden die het museum voortbrengt.
„Maar koptelefoons zouden er door de lieve jeugd worden afgerukt", zegt de conservator met spijt.
In inheemse culturen gaat het musiceren veel gepaard met dans; ook maskers en poppen spelen daarbij een grote rol. Vandaar een wand met dansmaskers uit alle windstreken,in de meest fantasievolle vormen. De bezoeker die met veel superioriteitsgevoel wil uitbarsten in „Kijk eens wat een gek masker dat is", wordt met beide benen op de grond teruggesmeten door een aantal foto's van het carnaval in Maastricht. Afrika blijkt inderdaad niet ver te zijn.

Katrijn
Bij de wand met theaterpoppen herkennen we iets dergelijks in de figuren van Jan Klaassen en Katrijn. Nagelnieuw zijn vijf case-studies, zoals dat in antropologische termen heet. De bedoeling is om vijf verschillende «raaïils'dft met muziek te maken hebben uit te beelden.
Zoals het dodenfeest bij de Dogon in Mali (Afrika). Het gemaskerde feest wordt gehouden om de doden de gelegenheid te geven de wereld van de levenden te verlaten. De maskers stellen een boom voor, een dier of iemand van een andere stam. Of de antropoloog die de Dogon al vele jaren bezoekt... Compleet met houten fototoestel wordt hij uitgebeeld.
Twee stappen verder is de bezoeker in het Andesgebergte, waar indianen in dorpje Carhuaz (Peru) een Mariafeest houden. Een gebeuren waarbij werkelijk het hele dorp betrokken is, hoewel de belangrijkste dag van het feest voor de blanken (mestiezen) is. O p de octava, de achtste dag, komen de arme indianen om hun feest te vieren. Verschillende dansgroepen beelden de belangrijkste episodes uit de geschiedenis uit.

Onderzoek
Voor dit onderdeel van de tentoonstelling verrichtte Elisabeth den Otter persoonlijk het onderzoek, wat onder andere diverse bezoeken aan het dorpje inhield, zodat daar ook verschillende attributen die bij de processie nodig zijn konden worden aangekocht. Ze bracht trouwens ook de foto's en de geluidsopnamen voor de tentoonstelling mee.
Kinderen van Turkse ouders, die hier in Nederland geboren zijn, moeten misschien wel naar het Tropenmuseum om iets te kunnen zien van een echte Turkse bruiloft. De ouders kunnen dan eventueel meer uitleg geven dan de summiere informatie zoals die nu op de informatiekubussen gegeven wordt. Lange verhalen schrikken het publiek echter af, dus moet een museum z'n beperkingen kennen.
Ook op een ander punt heeft het museum zich trouwens aan het publiek aangepast: bijna alle voorwerpen zijn verpakt in vitrines. Die zijn wel fraai opgesteld, maar „het zijn net gevangenissen", zucht mevrouw Den Otter. Het museum ontvangt veel schooljeugd en een dergelijke beveiliging schijnt nodig te zijn.

Sfeertje
Hoe mooi zo'n muziekafdeling er ook bij staat, er blijft altijd een nadeel. Bij het maken van muziek gebéuren er allerlei dingen: er is geluid, beweging, een bepaalde sfeer. En hoe roep je die op, op een tentoonstelling die toch altijd statisch blijft? Het lukt misschien een beetje door het tonen van de voorwerpen, zoals kleding en maskers. Of door middel van een videoband, zoals bij de vitrine over een Indiase theatervorm. Ergens blijft het toch allemaal behelpen.
„Musea zijn in principe ondingen, want je haalt de muziekinstrumenten (en daarmee ook de muziek) weg uit de context waar ze in thuis horen. Maar het is nu eenmaal de enige manier om mensen iets te laten zien. Niet iedereen kan naar de tropen reizen om zelf op een dorpsplein de gamelan te beluisteren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

„Musea zijn in principe ondingen...''

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken