Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

J. Waterink, een vergeten opvoedkundige

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

J. Waterink, een vergeten opvoedkundige

„Iemands verbondsvisie is wellicht het scharnier waarom een bijbelse opvoedingsleer draait"

10 minuten leestijd

"Aan moeders hand tot Jezus", een fijnzinnig boekje over de godsdienstige opvoeding van kleuters, talloze artikelen in het zeer gewaardeerde blad "Moeder", maar ook "Theorie der Opvoeding", een theoritsche bezinning op de opvoedingspraktijk, het zijn allemaal bijdragen van de eerste hoogleraar opvoedkunde in ons land, prof. J. Waterink. Meer dan 35 boeken heeft deze schrijver op zijn naam staan en daarnaast honderden artikelen.

Het is zaterdag 20 oktober precies honderd jaar geleden dat de pedagoog-psycholoog Jan Waterink werd geboren. De VU organiseert ter gelegenheid van dit feit een studiedag rond het werk en de invloed van deze belangwekkende historische figuur, die in 1966 overleed. Zijn naam komt in moderne handboeken van de pedagogiek evenwel niet meer voor. Hij deelt dit lot met anderen die een beginselpedagogiek voorstonden. Blijkbaar wordt deze stellingname in onze tijd als onwetenschappelijk afgedaan, als niet meer het vermelden waard.
Men kan het negeren van vroeger zeer gewaardeerde wetenschappers verklaren vanuit de kennisexplosie van de laatste jaren: inzichten veranderen en theorieën worden door nieuwe feiten achterhaald. Er zit een evolutie in de voortschrijdende ontwikkeling van het menselijk kennen en kunnen. Nieuwe inzichten komen in de plaats van oudere. Toch is deze verklaring onvoldoende bevredigend. Is er veelal niet sprake van een pendelbeweging, ook in de wetenschap? Wat in het ene decennium wordt afgedaan als verouderd, komt soms in een volgende periode weer terug. Deze hele ontwikkeling doet soms meer denken aan een cirkel dan aan een voortschrijdend proces.
In ieder geval is duidelijk dat een beginselpedagogiek het in deze tijd niet meer doet: uitgaan van vaste normen en onveranderlijke beginselen zijn taboe geworden in de opvoedingsleer. Hoewel... een modern pedagoge als Lea Dasberg roept op tot duidelijkheid en vastheid in de opvoeding en haar boeken worden grif gelezen. Is er toch weer sprake van een kentering

Gereformeerde gezindte
Drs. D. Vogelaar, rector van de reformatorische scholengemeenschap Pieter Zandt te IJsselmuiden, heeft een boekje geschreven in de Kompas-reeks waarin duidelijk aandacht gevraagd wordt voor de beginselpedagogiek van Waterink. Het boek draagt als titel: "De betekenis van Waterink in onze tijd — het streven naar een gereformeerde opvoeding en onderwijskunde".
In dit sympathieke en ook boeiend geschreven boek tekent hij leven en werk van Waterink en peilt hij zijn betekenis voor onderwijs en opvoeding. Vogelaar doet echter meer. Hij probeert ook aan te geven wat de betekenis van Waterink is voor deze tijd, nader aangeduid, wat de betekenis van Waterink kan zijn voor opvoeding en onderwijs in de gereformeerde gezindte.
Het is duidelijk, Waterink heeft afgedaan voor de kring waarvoor hij werkte en schreef: de Vrije Universiteit en de Gereformeerde Kerken. Daar is een andere geest gaan waaien.
Maar kan het werk van Waterink dan geen betekenis gaan krijgen voor de gereformeerde gezindte in smallere zin ? Reformatorische scholen en begeleidingsinstituten, opvoedingspraktijk binnen het reformatorisch milieu? Vanuit deze kaders heeft Vogelaar het werk van Waterink opnieuw gelezen en probeert hij het vruchtbaar te maken.

Herontdekking
Ik acht dit een verdienstelijke poging. Al schrijft de moderne tijd iemand af, dan zullen we ons waardevolle inzichten voor eigen kring niet moeten laten ontnemen. Toch moet als verklaring voor deze herontdekking nog meer gezegd worden.
De bezinning op reformatorisch geinspireerde opvoeding en dito onderwijs put uit de traditie van Reformatie en Nadere Reformatie. In het bijzonder moet nader genoemd worden de zogenaamde Gezinspedagogiek van de Nadere Reformatie, met vertegenwoordigers als Teellinck, Wittewrongel en Koelman.
Er wordt naarstig gezocht naar een vervolg dat fundamentele lijnen naar het onderwijs doortrekt. Zo is het werk van H. Bavinck en J. Waterink in het vizier gekomen. Biedt hun beginselpedagogiek aanknopingspunten voor een gereformeerde opvoedingsleer en onderwijsbeschouwing?
In het kader van deze vraagstelling moet het boek van Vogelaar geplaatst worden. Hij poogt met een nieuw onderzoek van het werk van Waterink te komen tot aanzetten voor een nadere uitbouw van een gereformeerde opvoedingsleer en een gereformeerde onderwijskunde.

Evenwichtig
Nu voltrekt zich een en ander onder veel voorbehouden. Waterink moet immers geplaatst worden in het kader van het neo-calvinisme van A. Kuyper. En dit kader mag beslist niet meekomen met de bouwstenen voor een gereformeerde opvoedingsleer. Daarom ontwerpt Vogelaar eerst een beoordelingskader voor Waterinks werk en formuleert hij criteria, waarbij typische notities als het triomfalistische, de ver doorgevoerde antitheseleer, en met name de notie van de veronderstelde wedergeboorte —van groot belang voor een opvoedingsleer—, worden afgewezen.
Soms lijkt het alsof Vogelaar zich excuseert voor het beroep op Waterink vanwege diens leer van de veronderstelde wedergeboorte. Een extra beveiliging tegenover de overspannen verbondsleer lijkt nodig om te kunnen verdedigen dat hij te rade gaat bij een neocalvinist als Waterink was.
Anderzijds mag duidelijk zijn dat iemands verbondsbeschouwing van doorslaggevende betekenis is voor de beginselpedagogiek. Misschien is de verbondsvisie wel het scharnier waarom een bijbelse opvoedingsleer draait en kun je je zelfs afvragen of je elementen uit deze opvoedingsleer kunt lospellen uit zo'n massieve opvatting als de kuyperiaanse verbondsbeschouwing is.
Vogelaar werkt dit zeer nauwkeurig en zeer voorzichtig uit en het resultaat is van een evenwichtig gehalte.

Theologisch
Het bestek van dit artikel laat niet toe uitvoerig in te gaan op leven en werk van Waterink: men leze dit boek voor goed gedocumenteerde informatie en een alleszins lezenswaardige schets van zijn leven en zijn geschriften.
Graag ga ik nog wat nader in op de elementen die Vogelaar van Waterinks werken wil indragen in de contouren van een gereformeerde opvoeding en onderwijskunde.
Beginselpedagogiek gaat uit van vaste normen, van openbaring. Voor Waterink is pedagogiek theologische pedagogiek en ook gereformeerde pedagogiek. Waterink was van oorsprong (praktisch) theoloog en dit stempelt zijn werk. Vanuit deze vaste normen, beginselen genoemd, verrichtte Waterink zijn werk.
Vogelaar neemt dit gedachtengeod over en ziet ook de opvoedkunde als beginselpedagogiek, waarbij de Bijbel als kenbron van normen wordt aanvaard. Een standpunt dat —zo we reeds zagen— in de moderne opvoedingstheorieën volledig is verlaten.

Andere accenten
In de uitwerking van de beginselen legt Vogelaar op drie facetten van Waterinks opvoedingsleer andere accenten. De antithese-gedachte is richtinggevend voor Waterinks aanvallen en leidt tot een vérgaande verzuiling in eigen organisaties. Vogelaar heeft hierbij enkele vragen. Is er voldoende aandacht voor de zonde ook in eigen organisaties; is er bij Waterink sprake van wezenlijke antithese met de zonde ook binnen de organisaties, en even wezenlijke solidariteit met de zondaar?
Vogelaar staat kritischer tegenover de verzuiling dan Waterink stond.
De leer van de gemene gratie, de algemene genade, bood de mogelijkheid deel te nemen aan wetenschap, kunst en cultuur. De mens wordt wel gezien als onbekwaam tot alle geestelijk goed, maar verder is hij nog tot veel in staat. Deze overspannen neiging tot bouwen en dit optimisme deelt Vogelaar niet.
„Door de conceptie van de algemene genade is de radicaliteit van de bijzondere genade tenietgedaan".
In de derde plaats het opvoedingsdoel van Waterink: „Zelfstandige, God naar Zijn Woord dienende persoonlijkheid, geschikt en bereid gaven te besteden tot eer van God". Houdt deze formulering wel voldoende rekening met het voorbereidingskarakter van dit leven met het oog op de eeuwigheid

Bouwstenen
Als bouwstenen voor een gereformeerde pedagogiek wil Vogelaar uit het werk van Waterink wel volledig overnemen:
• De gezinsopvoeding als zwaartepunt van de opvoeding, rustend op het christelijk huwelijk en het ouderlijk gezag.
• Het ouderlijk gezag, dat normatief en pedagogisch is: gezag is gebaseerd op Gods wet, maar ook aangepast aan leeftijd en karakter van kinderen.
• Het belang van gewetensvorming in de opvoeding.
• De godsdienstige opvoeding als kern van de opvoeding.
• De notitie dat zorg en verzorging van kinderen moeten voortkomen uit de christelijke liefde.
Ziehier een aantal uitgangspunten die Vogelaar wil meenemen uit het werk van Waterink als bouwstenen voor een gereformeerde opvoedingsleer.

Christelijke didactiek?
De verhouding tussen levensbeschouwing en onderwijskunde ligt ingewikkelder dan die tussen levensbeschouwing en pedagogiek. Zo is de relatie tussen geloof en didactiek of methodiek al een zeer afgeleide. Kun je zelfs spreken van een christelijke didactiek? Ook voor Waterink was deze relatie niet vanzelfsprekend, gelet op zijn gebruik van de term afgeleide beginselen.
Vogelaar heeft gepoogd bouwstenen voor een gereformeerde onderwijskunde te destilleren uit het werk van Waterink. Deze pedagoog heeft zeer veel betekend voor het christelijk onderwijs. Zelfs zo veel, dat bepaalde opvattingen van hem over vakkenintegratie en gedifferentieerd onderwijs in deze tijd nog wel eens van stal worden gehaald, hoewel de onderwijskundige ontwikkelingen het nauwelijks mogelijk maken het tijdsverschil tussen hem en ons te overbruggen.

Destilleren
De volgende bouwstenen worden aangereikt:
1. Voor een gereformeerde onderwijskunde moet duidelijk zijn —en dat is aan Waterink ontleend— dat het onderwijs en de school een pedagogische basis hebben. In onderwijs heb je te maken met opvoeding. De school is niet uitsluitend leerinstituut. In het bijbels taalgebruik gaan "onderwijzen" en "opvoeden" terug tot één woord. In de school gaat het uiteindelijk om persoonlijkheidsvorming door middel van het onderwijs-leerproces. Waterink heeft benadrukt dat met name door de gezindheid van de onderwijzer het onderwijs zich kleurt tot opvoeding.
2. Vogelaar neemt van Waterink niet over dat de school een verlengstuk is van het ouderlijk gezin. "De school aan de ouders" is hierbij het adagium. Vogelaar erkent wel de school als een eigen cultuurgestalte. Terecht, naar mijn mening. De school heeft ook een eigen verantwoordelijkheid en is niet een afgeleide van het ouderlijk gezag.
Wel wordt respect bepleit voor elkaars terrein en samenwerking in de opvoeding. 3. Kan er sprake zijn van een christelijke didactiek? Waterink was al voorzichtig in het bevestigen van deze vraag. Vogelaar is daar nog gereserveerder in. Uiteindelijk is didactiek niet waardenvrij, maar hoe precies de relatie ligt, is nog bij lange na niet duidelijk.
4. De eenheid van kennis —Waterink bepleitte deze door de levensbeschouwing als rode draad door de vakken te laten lopen— wordt door Vogelaar niet bestreden. Een praktische uitwerking is niet voorhanden. Wel wordt benadrukt dat hart, hoofd en hand aan bod moeten komen in het onderwijs. De school is niet een puur intellectualistisch kennersinstituut.
5. Ten slotte wil Vogelaar van Waterink graag meenemen de zorg voor de zwakke leerling. Waterink heeft hier veel over geschreven en ook daadwerkelijk in het oprichten van het pedologisch instituut vormgegeven aan deze intentie.
Voor Vogelaar is de school geen plaats voor talentenjacht en dat moet tot uitdrukking komen in een gereformeerde onderwijskunde.

Meer dan curiositeiten
Bouwstenen voor een gereformeerde onderwijskunde: meer pretendeert de schrijver niet te geven. Het gebouw van een gereformeerde onderwijskunde staat er nog niet, nog afgezien van de vraag of er een gebouw moet komen. Grondlijnen zijn al heel wat en gebouwen, bastions, brengen ons toch weer te veel in het vaarwater van het neo-calvinisme, waar de schrijver terecht bezwaren tegen heeft.
Ik acht dit boek van college Vogelaar van grote betekenis voor opvoeding en onderwijs. Het doet ons Waterink kennen — en voor hen in opvoeding en onderwijs die hem niet kennen, is dat een verrijking; het geeft veel stof tot bezinning voor hen die bewust willen opvoeden en onderwijzen naar bijbelse principes. Bovendien gaat het in op de uitgangspunten van reformatorisch onderwijs, zodat duidelijk mag worden dat het hier om méér gaat dan om wat uiterlijke curiositeiten
N.a.v. "De betekenis van Waterink in onze tijd. Het streven naar een gereformeerde opvoeding en onderwijskunde", door drs. D. Vogelaar; uitg. Den Hertog, Houten, Kompas Serie, 1990; prijs 19,90 gulden.

Drs. M. Burggraaf, momenteel nog rector van de "Guido de Brés "-scholengemeenschap in Rotterdam, wordt per 1 november voorzitter van het college van bestuur van hogeschool "De Vijverberg" in Ede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

J. Waterink, een vergeten opvoedkundige

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken