Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Halen en brengen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Halen en brengen

Video's en stripboeken van koopgrage klanten bij de Amsterdamse Bank van Lening onder de hamer

7 minuten leestijd

De voorraad bestaat elke maand weer uit de meest verbazingwekkende voorwerpen. Variërend van een drumcomputer tot een pakketje van vier Lucky Luck-stripboeken. Het komt regelmatig voor dat iemand met een dure video onder zijn arm naar de veilingzaal van de Amsterdamse stadsbank van lening komt. Vorige week gekocht en nu al geen geld meer om eten te kopen, stelt veilingmeester H. Janson nuchter vast. Het is halen en brengen.

De stadsbank aan de Nes, in de volksmond beter bekend als De Lommerd of Ome Jan, leent geld uit tegen inlevering van een onderpand. Elke maand worden er onderpanden geveild, omdat het geleende geld niet voor een bepaalde datum is terugbetaald. Vooral de wat minder draagkrachtigen maken van deze manier gebruik om snel aan geld te komen. Bij sommigen schijnt de nood wel hoog te zijn. Als zelfs een pakketje stripboeken nog wat geld moet opleveren.

In het veilingzaaltje van de bank is het een komen en gaan. Een geroutineerde opkoper zit naast een mevrouw die voor een prikje in het bezit van een vrijwel nieuwe sportfiets wil komen. Een Surinaamse heeft haar zinnen gezet op een stofzuiger, maar ze kan de verleiding van een keukenklok voor dertien gulden ook niet weerstaan. Breed lachend pakt ze haar portemonnee om haar aankoop contant af te rekenen.

Miskoop
De veilingmeester waarschuwt bij verschillende voorwerpen voor een eventuele miskoop. „Wees voorzichtig als u deze tenor-saxofoon niet bij de kijkdagen hebt gezien. Er is van alles opgeplakt, en het exemplaar is behoorlijk gedeukt en beschadigd". Toch ligt de saxofoon goed in de markt. Na een inzet van 285 gulden wordt de prijs in razend tempo opgevoerd tot 800 gulden. Ook hierbij geldt: De aanhouder wint. De aankoper stommelt met een vergenoegd gezicht, inclusief gedeukte saxofoon, de zaal uit. Voor hem kan de dag niet meer stuk.

Vooral walkmans, fototoestellen en horloges zijn in trek. Bij sommigen stapelen de gekochte voorwerpen zich zienderogen op. Complete stereo-installaties worden onder de stoel, gemoffeld. De prijs lijkt geen probleem te zijn. Sjofele figuren halen dikke portemonnees te voorschijn en trekken er zonder moeite de nodige biljetten van honderd uit. De meest vreemde voorwerpen wisselen zonder enig probleem van eigenaar. Een neger is tuk op twee spuitbussen, „of paint-brushes, dat klinkt veel beter", vindt de veilingmeester. De exemplaren mogen van Janson zelfs nog op de muur uitgeprobeerd worden. De graffiti-spuitbussen brengen bijna 80 gulden per stuk op.
De Bank van Lening in Amsterdam, die al meer dan 350 jaar in ruil voor een onderpand geld uitleent, is uniek voor ons land. Alleen in Den Haag bestaat nog een dergelijke kredietbank, maar deze is veel kleiner. Volgens een spreuk boven de ingang werd de bank destijds door de vroede vaderen opgericht, zij wilden de burgers beschermen tegen de enorme woekerrentes die door geldschieters werden berekend.

"Ome Jan" moet het vooral hebben van de korte beleningen. Iemand die geld wil lenen, moet een pand afgeven. Dat moet uiteraard de waarde van het geleende bedrag dekken. Daarnaast moet per halfjaar een rente van maar liefst 9,5 procent worden betaald. Officieel moet iemand binnen een halfjaar het geleende geld terugbetalen. Als dit niet lukt, duurt het meestal nog twee maanden voordat de voorwerpen onder de hamer gaan.
Het komt ook regelmatig voor dat mensen hun lening verlengen en elk halfjaar de rente betalen. „Sommigen hebben hier zodoende al tien jaar spullen staan", weet Janson uit ervaring. „Natuurlijk een dure oplossing", geeft hij toe, „maar kortlopend krediet is altijd duur, waar dan ook". Ondertussen heeft de bank een gigantische hoeveelheid panden, waaronder juwelen, in de opslagruimten verzameld. De waarde hiervan loopt in de miljoenen, schat de veilingmeester/taxateur. Zolang de mensen trouw de rente betalen, blijven ze eigenaar van hun in pand gegeven spullen.

De grote hoeveelheid voorwerpen die elke maand wordt geveild, doet vermoeden dat weinig mensen in staat zijn hun schulden te betalen. Niets is minder waar, verzekert Janson. „Wat hier uiteindelijk wordt geveild, is 5 tot 6 procent van alle spullen. De rest wordt afbetaald of hier in bewaring gelaten. Als het even kan, proberen mensen vooral hun sieraden weer terug te krijgen. Daar zit toch meestal een emotioneel aspect aan".
De mensen die naar de Bank van Lening komen, hebben meestal onvoldoende geld om een lening bij een commerciële bank aan te gaan. Velen voelen er ook niets voor om hun doopceel bij de bank te laten lichten. „Daar willen ze nu eenmaal weten hoeveel je verdient en of je nog andere leningen hebt lopen. Daar vragen wij niet naar".

Het enige waar wèl naar gevraagd wordt, is een legitimatiebewijs. Op deze manier probeert de bank te voorkomen dat de in pand gegeven spullen afkomstig zijn van diefstal. De veilingmeester geeft toe dat dit in een stad als Amsterdam overigens niet te voorkomen is. Er worden in ieder geval geen autoradio's en fietsen zonder betalingsbewijs beleend. „Anders is het eind zoek en krijgen we hier massa's gestolen spul binnen. Een fiets levert al snel vijftig gulden op. En voor een junk is ieder geeltje weer een shot".

De bank is uiteraard geen liefdadigheidsinstelling. Zo krijgt iemand voor een stereo-installatie die bij verkoop minstens 700 gulden oplevert, 500 gulden te leen. Zo'n voordeel van 200 gulden bij eventuele verkoop is voor de eigenaar. „Daarom is het voor ons van groot belang om de spullen op de juiste waarde te schatten, om jezelf en degene die het als onderpand afgeeft, niet in de vingers te snijden", weet Janson door jarenlange ervaring in het vak. De bank is een van de zeldzame gemeentelijke bedrijven in Amsterdam die zichzelf kunnen bedruipen. „Anders waren we waarschijnlijk ook al lang verdwenen", is de conclusie van Janson.
De bank houdt het hoofd ruimschoots boven water door de aantrekkingskracht op Surinamers, Turken, Marokkanen en uitkeringstrekkers. „In veel gevallen hebben deze buitenlanders geen spaarbankboekje", weet de veilingmeester. „Ze hebben vaak alles wat waarde heeft om of aan.'Zelfs kleine kinderen hebben gouden armbandjes of ringetjes. Als deze mensen wat willen lenen, geven ze meestal sierraden als onderpand".

Makkelijke instelling
Mensen met een vast salaris zijn geen vaste klanten van de Lommerd. Dit is wel het geval met uitkeringstrekkers die niet genoeg geld in huis hebben om een video aan te schaffen, maar ook niet willen wachten tot ze genoeg bij elkaar hebben gespaard. „Het zijn toch mensen met een makkelijke instelling die hier komen. Normaal reken je eerst voordat je wat koopt, maar zij kopen en bedenken dan pas dat ze het eigenlijk niet kunnen betalen. Zo kwam er pas iemand met een video die hij de vorige week voor 1400 gulden had gekocht. Om er een paar dagen later achter te komen dat hij platzak was en geen geld meer had om eten te kopen. Hij kreeg voor het apparaat 400 gulden te leen. Als het op de veiling 750 gulden opbrengt, mag je blij zijn".
Janson ziet ook regelmatig dat mensen veel meer geld lenen dan ze eigenlijk nodig hebben. „Als ze 500 gulden willen hebben, geven ze het liefst een pand af dat hun 1000 gulden oplevert".
Vooral voor inwoners van de Bijlmermeer heeft de Lommerd een grote aantrekkingskracht. Deze zomer is de vijfde vestiging van de bank geopend in dit stadsdeel. „Er zijn daar mensen die twee of drie keer in de week naar de Bank van Lening komen. In de meeste gevallen is het een kwestie van halen en brengen. Zodra ze weer wat geld hebben, komen ze weer wat spullen halen. Totdat ze er een week later achter komen dat hun portemonnee weer leeg is.

Vaste klanten
De kopers of kijkers die elke maand het veilingzaaltje bevolken, zijn meestal vaste klanten. „Er zitten hier veel mensen die niets te doen hebben. En iedereen denkt dat hij op zo'n veiling iets voor een prikkie kan kopen. Bovendien worden er vaak dingen gekocht die men helemaal niet nodig heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Halen en brengen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 1990

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken