„Wegdrukken tuinbouw van IJsselmonde is een ramp"
A.H. J. M. Kerstens, directeur van veiling Zuid-Holland Zuid:
BARENDRECHT - Het provinciebestuur van Zuid-Holland heeft met de presentatie van zijn verstedelijkingsvisie voor het zuidelijk deel van de Randstad de tongen aardig losgemaakt. Zo werd het eiland IJsselmonde opgeschrikt door de suggestie uit het provinciehuis dat op het grondgebied van Barendrecht en Rhoon, ten zuiden van Rotterdam, na de eeuwwisseling plaats is voor meer dan 30.000 nieuwe huizen. Huizen die moeten verrijzen op de grond waar nu nog florerende tuinbouwbedrijven zijn gevestigd.
De Zuidhollandse eilanden zijn van oudsher gebieden waarin de tuinbouw een sterke positie heeft. Meer dan 1700 gezinnen verdienen de kost met een eigen tuinbouwbedrijf. Vooral de glastuinbouw in het zuiden van Zuid-Holland is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Ervaren en vindingrijke telers hebben ingespeeld op een groeiende markt. Kasprodukten vormen de kurk waarop de Nederlandse tuinbouw drijft.
Op het eiland IJsselmonde is, strategisch gelegen tussen het aanvoergebied aan de ene kant en het omvangrijke consumentenpubliek van de Randstad aan de andere kant, de coöperatieve tuinbouwveiling Zuid-Holland Zuid gevestigd. De omzet van de veiling zal dit jaar waarschijnlijk zo'n 260 miljoen gulden bedragen; de glastuinbouw neemt daarvan de helft voor zijn rekening. Bij Zuid-Holland Zuid is men allerminst blij met de zoveelste aanslag op het agrarisch areaal die in het provinciehuis wordt beraamd. Veilingdirecteur A. H. J. M. Kerstens legt uit waarom.
U noemde de plannen van de provincie onlangs een ramp voor uw veiling. Waarom gebruikte a die term?
Kerstens: „Onze aanvoer komt uit het hele zuidwestelijke zeekleigebied, dus van alle Zuidhollandse en Zeeuwse eilanden en uit westelijk Noord-Brabant. Maar het grootste deel van de aanvoer komt nog steeds van het eiland IJsselmonde. Op dit eiland zit veel glastuinbouw en intensieve vollegrondstuinbouw. Op de overige eilanden is dat wat minder ontwikkeld, met uitzondering van Voorne-Putten en een deel van de Hoeksche Waard. Ook al gaat het om een in oppervlakte betrekkelijk klein gebied, er is toch goed 30 procent van onze totale aanvoer mee gemoeid. Als je dat onder ogen ziet, begrijpt u waarom ik de term ramp in de mond heb genomen".
De tuinders van IJsselmonde kunnen toch verhuizen, bij voorbeeld naar de Hoeksche Waard?
Kerstens: „Ja, dat zeggen we tegenwoordig nogal makkelijk, maar het betekent nogal wat. Als een particulier moet verhuizen van het ene eiland naar het andere, dan ziet hij daar tegen op als een berg. Als je met een willekeurig bedrijf moet verkassen naar een andere plek, dan heeft dat al veel meer om het lijf. Maar als dat bovendien nog inhoudt dat je hele tuinderij, de hele glasopstand, op de ene plek gesloopt en op de andere plek weer opgebouwd moet worden, dan heeft dat vérstrekkende gevolgen in de bedrijfsvoering van zo'n onderneming. De omstandigheden die de ondernemer aantreft op de nieuwe plek zijn anders. ledere tuinder heeft te maken met een aantal niet of moeilijk beheersbare omstandigheden, zoals lichtintensiteit, water, arbeidskrachten, en de bodem, al is dat laatste minder van belang vanwege de nieuwe substraatculturen. Maar al die moeilijk beheersbare factoren hebben, zeker de eerste jaren, een negatief effect op de exploitatie".
Kapitaal-intensiever
Kerstens vervolgt: „Een gelukkige omstandigheid is dat de meeste tuinders maatregelen hebben getroffen na de hoge energieprijzen van een paar jaar geleden. Ze hebben veel gedaan aan energiebesparing, daar plukken ze nu de vruchten van, terwijl de energiekosten ook nog eens zijn gedaald. Daarnaast deed de substraatcultuur zijn intrede, met een grotere produktiviteit als gevolg. De exploitatie van de tegenwoordige tuinder bevindt zich nu dus in een wat gunstiger vaarwater dan acht, negen jaar geleden. Daar staat tegenover dat de professionalisering met de dag toeneemt en dat betekent dat die bedrijven steeds kapitaalintensiever worden. Daardoor zijn de vaste lasten enorm toegenomen. Het verhuizen van de ene plaats naar de andere is daardoor een stuk moeilijker geworden".
Vindt u dal overheden te makkelijk denken over de tuinbouw en het verplaatsen daarvan bij het maken van bij voorbeeld woningbouwplannen?
Kerstens: „De bejegening van de glastuinbouw is de laatste tijd wat vriendelijker geworden. De bedrijfstak wordt niet meer doodgezwegen of alleen maar negatief beoordeeld. Bij de besluitvorming houdt men er nu rekening mee dat er glastuinders zijn en dat die er ook in de toekomst zullen zijn. Maar toch vragen we ons wel eens af hoe de belangen worden afgewogen. Je ontmoet nog steeds een negatieve sfeer als er gesproken wordt over geconcentreerde glastuinbouw. Misschien is het een naïeve opmerking, maar wat er is er nu voor fraais aan geconcentreerde bevolkingsgebieden? Men moet bovendien bedenken dat de kosten van verplaatsing van de tuinbouw toch terechtkomen in het prijskaartje dat aan de bouw van nieuwe huizen hangt. De burger zal dat merken aan de prijs die hij voor z'n woongenot moet betalen. Ik vind ook dat de tuinders onacceptabel lang in het onzekere worden gelaten over de toekomst van de glastuinbouw in bepaalde gebieden. We hebben wel op diverse niveaus allerlei overleg over structuurplannen en dergelijke, maar in het eindoordeel herkennen de tuinders toch te weinig van hun eigen standpunt. Kijk maar naar IJsselmonde. Daar wordt de tuinbouw van het eiland weggedrukt en wordt de ruimte opgeëist door de burger".
Wat kunnen de gevolgen daarvan zijn voor uw veiling?
Kerstens: „Ik zei al dat de exploitatie bij de tuinders onder druk komt te staan door de nieuwe, moeilijk beheersbare omgevingsfactoren. De rentabiliteit wordt bovendien negatief beïnvloed door de grotere afstand tussen het bedrijf en de veiling en dat zou andere veilingen wel eens aantrekkelijker kunnen maken. In het algemeen heeft een tuinder die dicht bij een veiling zijn bedrijf uitoefent, een straatlengte voorsprong op een tuinder die verder weg ligt. De reiskosten zijn lager, hij kan z'n bedrijfsactiviteiten beter plannen en, wat heel belangrijk is, de tuinder kan beter voeling houden met de markt, met de afzetmogelijkheden. De tuinder doet veel meer met wat ie met z'n eigen ogen ziet en z'n eigen oren hoort dan met prijzenbandjes, prijsberichten en de informatie van z'n vrachtrijder. Als de tuinbouw dus van IJsselmonde wordt weggedrukt, dan veranderen de voordelen die de tuinders op dit eiland nu hebben in evenzovele nadelen. En dan te bedenken dat het om 30 procent van onze totale aanvoer gaat! We zullen dat dus zeker merken".
Barendrecht is aangewezen als een van de mogelijke plekken voor verdere verstedelijking., Wat is uw oproep aan de plaatselijke politiek?
Kerstens: „We hebben altijd met genoegen geconstateerd dat de gemeenteraad van Barendrecht de gemeente groen wil houden. We zouden de politici willen oproepen dat standpunt te handhaven. Aan de andere kant moet je, ook als veiling, geen onhaalbare doelstellingen nastreven, daar bereik je alleen maar onbegrip mee. Dus we vragen de politiek om daar waar concessies gedaan moeten worden, het belang van de tuinders goed te onderkennen. Wanneer het CDA bij voorbeeld voorstander is van intensivering van de glastuinbouw tussen Barendrecht en Smitshoek, als compensatie voor verloren tuinbouwgrond in de Zuidpolder, is dat een stap in de goede richting".
Veiling Zuid-Holland Zuid is bezig met de uitvoering van allerlei uitbreidingsplannen, terwijl toch de kans beslaat dat de tuinbouw goeddeels van het eiland IJsselmonde zal verdwijnen?
Kerstens: „We hebben deze investeringen, waarbij het gaat om zo'n 30 tot 35 miljoen guldeh, gebaseerd op de verwachting dat de omzetgroei van de afgelopen jaren wordt gecontinueerd, zo'n 6 of 7 procent. De investeringen die we nu aan het doen zijn, hebben vooral te maken met het verhogen van de doelmatigheid van het bedrijf, met het sneller, ordentelijker en overzichtelijker kunnen verladen. Maar we zijn er natuurlijk niet zo maar aan begonnen. In het masterplan dat we hebben opgesteld gaan we niet uit van een afbrokkeling van het volume van de aanvoer, maar het vermeldt ook niet een meer dan gebruikelijke toename. De wezenlijke vraag was een heel andere: Zullen wij als Zuid-Holland Zuid na noodzakelijke fusies tussen alle veilingen in Nederland in de toekomst overleven? En is het antwoord op die vraag bepalend of we deze investeringen zouden doen? Want natuurlijk wilden we voorkomen dat we in de toekomst te maken zouden krijgen met een enorme kapitaalsvernietiging. Van belang was één zekerheid die we hier in Barendrecht hebben: de enorm levendige handel in de agf-sector (agf = aardappelen, groenten en fruit, red.) en de veelheid aan logistieke handelingen. Die zijn hier eigenlijk niet meer weg te denken, vooral omdat het agf-centrum op de rand van de Randstad gelegen is. In die Randstad wonen miljoenen mensen, die door hun consumptiepatroon het karakter bepalen van Zuid-Holland Zuid. Onze veiling zet haar produkten voor 65 procent af in Nederland. Dat is veel vergeleken met andere veilingen".
Import
„En er is nog wat: de Rotterdamse haven. Daar komt het importprodukt binnen. De helft van de agf-consumptie bestaat uit importprodukten. Dat hele pakket heb je hier op de rand van het consumentengebied aan de ene kant en het aanvoergebied aan de andere kant. Een unieke plek dus. En ook al zou het veilingbedrijf Zuid-Holland Zuid als gevolg van een grote fusie -die overigens niet op stapel staat, maar we verwachten die ooit wel een keer- z'n functie geheel of gedeeltelijk veriiezen, dan is het agf-centrum, waar wij met onze hallen deel van uitmaken, nog niet z'n betekenis kwijt. De Randstad ligt er nog steeds, dus er moet een centraal punt blijven voor de distributie. Bovendien, wanneer de ruimte schaarser wordt, stijgt de grondprijs. Al zou ons complex een andere bestemming moeten krijgen, dan doen we nog niet aan kapitaalsvernietiging".
Ridderkerk
De Barendrechtse veiling werkt ook nog aan enkele uitbreidingsplannen op het grondgebied van buurgemeente Ridderkerk. In de Rijsoordse polder Verenambacht heeft ZHZ bijna 10 hectare grond in eigendom. De veiling wil daar nieuwe dockboards en koelcellen bouwen. De uitbreiding van de capaciteit is onder meer nodig omdat ZHZ verwacht een graantje mee te pikken van de mogelijke vestiging van nieuwe glastuinders in de Hoeksche Waard, een gevolg van het volraken van het Westland. Het gemeentebestuur van Ridderkerk heeft de veiling al laten weten te willen meewerken aan de plannen, al zullen die wel moeten passen in de plannen die Ridderkerk zelf heeft voor het gebied tussen de Rijksstraatweg en de gemeentegrens met Barendrecht. In de onlangs gepresenteerde Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie Ridderkerk wordt het gebied ten westen van de Rijksstraatweg, dat nu nog een agrarische bestemming heeft, genoemd als mogelijk toekomstig bedrijfsterrein.
Fusie
Een andere activiteit waaraan Zuid-Holland Zuid momenteel de handen vol heeft, is de aanstaande fusie met coöperatieve tuinbouwveiling Zeeland (CVZ) in het Zeeuwse Kapelle. De beide veilingen willen daarmee de afzet van groenten en fruit in Zuidwest-Nederland versterken. Een verdergaande concentratie van het aanbod van in Nederland geteelde groenten en fruit is volgens de veilingbesturen nodig als antwoord op de voortgaande concentratie aan de kant van de afnemers. De fusiebesprekingen zullen in maart volgend jaar met een uitspraak van de ledenvergaderingen worden afgerond. Na de fusie blijven twee volwaardige veilingbedrijven functioneren: in Barendrecht en in Kapelle. De administraties en de computerafdelingen van de twee veilingen zullen wel voor een groot deel worden samengevoegd.
Gezien de specialiteit van veiling CVZ op fruitgebied (omzet 60 miljoen) en het fruitaandeel in de omzet van ZHZ ligt het voor de hand dat de concentratie van het aanbod vooral bij deze produktgroep zal plaatsvinden. Daarnaast wil men inspelen op de toenemende teelt van vollegrondsgroenten in Zeeland. De concentratie van het produktaanbod gebeurt via het systeem van televeilen. Daarbij kunnen de kopers aanvankelijk bewust blijven kiezen uit het aanbod van CVZ of dat van ZHZ. Het is de bedoeling dat op den duur de produkten gezamenlijk worden aangeboden. De leden van de nieuwe veilingvereniging zullen vrij zijn in hun keuze van het aanvoerpunt voor hun produkten, zij het dat daarover langlopende afspraken moeten worden gemaakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 november 1990
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 november 1990
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's