Bekijk het origineel

„De oorlog leert wie onze vrienden en vijanden zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„De oorlog leert wie onze vrienden en vijanden zijn"

Arabische eenheid bUjkt een luchtkasteel

8 minuten leestijd

Als Saddam Hoessein is verslagen, als Koeweit is bevrijd en emir Jaber daar weer de lakens uitdeelt, als het Westen opgelucht ademhaalt omdat de oliestroom weer veiliggesteld is, begint voor de Arabische Golfstaten de speurtocht naar nieuwe militaire, politieke en economische structuren. Is er voor de Arabische eenheid nog hoop?

De politicoloog Walid Kazziha kijkt triest voor zich uit in de tuin van de Amerikaanse Universiteit in Cairo. Hij is „totaal depressief". Hij geloofde vurig in het pan-arabisme. De Arabische Liga, het instituut dat vanuit het afzichtelijke hoofdkantoor aan de Nijl in centraal Cairo de eenheid van alle Arabieren moet bevorderen, is verlamd door de tegenstellingen en haat tussen de lidmaten.

De steigers die het bouwsel van één Arabische wereld overeind hielden, zijn op 2 augustus 1990 onderuitgereden door Iraakse tanks die Koeweit bezetten. Een Arabisch land veroverde een ander Arabisch land. Sindsdien blijkt dat het hele bouwwerk van Arabische eenheid een fata morgana is.

In Bahrein, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, zijn vragen als „Gaat Turkije een tweede front tegen Irak openen?" en „Zal Iran zich aan Iraakse kant opstellen?" belangrijker dan de politieke uitspraken van bij voorbeeld de Noordafrikaanse Arabische staten.

Doodsteek

Dat niet-Arabische landen als Iran en Turkije plots een veel grotere rol blijken te spelen in de Arabische wereld dan tot nu toe werd erkend, „kan de doodsteek betekenen voor het pan-Arabisch systeem", zegt Mohamed Sid-Ahmed in het februarinummer van Middle East Report.

Dat „pan-Arabische systeem" werd toch al bedreigd doordat Arabische staten zich in regionale bondgenootschappen verenigden. De belangrijkste daarvan is de Raad van Samenwerkende Golfstaten (GCC). Daarin zijn SaoediArabië, Koeweit, Bahrein, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Oman gebundeld.

Toen Irak Koeweit binnenviel, waren de leden van de GCC met stomheid geslagen. „Waar zijn de broeders van de GCC?" vroeg de teleurgestelde clandestiene zender "Hier Koeweit" zich verbijsterd af na de Iraakse inval. „Waar is het gemeenschappelijk defensieverdrag van de GCC!"

Maar na een paar dagen sloten de Arabische Golfstaten de rijen. In de oorlog tegen Irak vormt de GCC één blok. De nauwe samenwerking tussen de Golfstaten is natuurlijk het gevolg van angst voor het leger van Saddam Hoessein.

Wat de lidstaten van de GCC ook op lange termijn verbindt, is „een gemeenschappelijk Arabische taal, dezelfde islamitische religie, vergelijkbare sociale structuren, dezelfde mate van economische ontwikkeling, dezelfde bestuursvorm, een collectieve cultuur en een gezamelijke geografie", zo zegt John Christie, uitgever van Middle East Newsletters in Londen.

Door de oorlog is de samenwerking van deze Golfstaten om militaire en logistieke redenen veel intensiever dan voorheen. Omwille van hun toekomstige veiligheid zullen de zes Golfstaten als een hecht team blijven samenwerken.

Nieuw defensiesysteem

Om te voorkomen dat Irak of Iran, de andere grootmacht in de regio, opnieuw een greep naar de olievelden van de schatrijke maar militair onbeduidende leden van de GCC kunnen doen, moet een nieuw defensiesysteem worden ontwikkeld.

Nu spelen de Verenigde Staten de rol van "trouble-shooter" (probleemoplosser), maar Saoedi-Arabië en de overige Golfstaten willen dat generaal Norman Schwarzkopf en zijn troepen zo snel mogelijk verdwijnen. Salama Ahmed Salama, een Egyptische politieke analist, legt uit waarom. „Het hele argument van Saddam Hoessein is dat de rijke oliestaten zichzelf en de Arabische rijkdommen aan het Westen hebben verkocht. Als Amerika een politieke veiligheidsstructuur probeert op te leggen, lijkt het of Saddam toch gelijk heeft".

Professor Walid Kazziha in Caïro spreekt over de „herkolonisatie" van de Arabische wereld. De leiders van de Golfstaten hebben in eigen land en daarbuiten veel aanzien verspeeld door hun kwetsbaarheid en hun behoefte aan 'heidense' militaire steun.

De meeste Saoedi's lappen die kritiek aan hun laars. Ze bewijzen zelfs geen 'lippendienst meer aan de pan-Arabische droom. „We zullen Amerikaanse bases hebben en door hen worden beschermd", zegt een ambtenaar in Riaad. „Arabisch nationalisme en de Arabische Liga, dat is nu allemaal verleden tijd. Wij staan nu aan de kant van de Amerikanen".

Ontwikkelingshulp

„De oorlog leert wie onze vrienden en vijanden zijn. We zullen in overeenstemming daarmee handelen", zegt een andere Saoedische ambtenaar uit de grond van zijn hart.

Maar de sluwe politieke leiders van de Golf houden hun hoofd erbij. Op lange termijn komt het de stabiliteit van hun tronen en de veiligheid van de zwakke Golfstaten ten goede als de Amerikaanse troepen snel huiswaarts keren.

Volgens diplomaten in Caïro hebben de Golfstaten al overleg met de Egyptische president, Hosni Moebarak, gevoerd over de mogelijkheid dat Egypte in ruil voor massale financiële steun een troepenmacht van omstreeks 300.000 man in Saoedi-Arabië gaat legeren.

De voormalige Egyptische minister van economie Soeltaan Aboe Ali waarschuwt de GCC. „Veiligheid is niet dat Arabische of buitenlandse huurhngen in de regio blijven om de olie te bewaken". Volgens de ex-minister is de veiligheid van de olie(staten) meer gediend met een nieuw economisch systeem. Onderdeel van een 'nieuwe economie' is dat de rijke Arabische landen veel meer ontwikkelinghulp aan hun arme buren schenken.

Lang niet alle Arabieren in de Golf denken daar zo over. „We zijn niet langer mr. Nice Guy", zegt een Saoedische ambtenaar. „Laat de Arabieren en anderen die ons in de crisis niet steunden, maar naar de pomp lopen".

Andere leiders in de Golf zijn voorzichtiger in hun oordeel. „We moeten oppassen dat we de Palestijnen niet gaan verwensen en dat we de Iraki's niet aan hun lot overlaten. Dan worden we op een dag wakker om te ontdekken dat we op een verlaten eiland zitten", zegt de Koeweitse minister van planning, Soeleiman'al-Moetawa.

Gruwelijke hekel

De bevolking van Jemen aan de periferie van het Arabisch schiereiland koos enthousiast voor Saddam Hoessein toen die Koeweit binnenviel. Zo groot is blijkbaar de hekel van de Jemenieten aan de rijke Golfstaten, die meer geld op de bank hebben dan alle Jemenieten samen in een eeuw verdienen.

Als de GCC rationeel handelt, zal het de kraan van oliedollars wijd openen voor Jemen, ondanks de harde gedachten wegens de Jemenitische steun aan Irak. President Ali Abdoellah Saleh heeft elf miljoen onderdanen, meer dan alle burgers van de zes lidstaten van de GCC samen.

Al voor de oorlog met Irak was Saoedi- Arabië beducht voor het Jemenitische leger, en die vrees blijft gegrond zolang Jemen een gruwelijke hekel aan het rijke buurland houdt.

De dollarkraan naar de PLO blijft zo goed als zeker stevig dicht. Tot voor kort werd de bureaucratie van 'president' Jasser Arafat voornamelijk door de Golfstaten betaald. In telefooncellen in Saoedi-Arabië hangen stickers met het gironummer van de PLO.

Maar de PLO en het Palestijnse volk schaarden zich en bloc achter Irak. Een verschrikkelijk gebaar van minachting naar de rijke oliestaten. „Je spuugt niet op de hand die naar je uitgestoken is", zegt de Koeweitse minister van huisvesting, Yahia al-Soemait. „Dat is wat Arafat deed. Volgens mij is zijn rol uitgespeeld. Er zijn veel beter opgeleide, gemotiveerde Palestijnen dan Arafat".

Sobere strijder

Een van de redenen waarom veel arme Arabieren vóór Saddam Hoessein kozen, is diens imago van de „sober levende strijder voor de Arabische belangen". Het imago van de heersers in de Golf is (vaak terecht!) dat van dikke mannen die veel zitten, veel geld verliezen in casino's en veel onnodige paleizen laten bouwen.

Jemenieten, Jordaniërs, Soedanezen, Palestijnen in de vluchtelingenkampen hebben voor deze leiders geen greintje sympathie, ondanks de stevige 'fooien' die ze uit de Golf krijgen.

Een radicale ommekeer in de persoonlijke levensstijl van deze autocraten en een groeiende mate van democratie zijn voor de veiligheid van de Golf dus zeker zo belangrijk als een goede defensie en meer vrijgevigheid.

Gevreesd moet worden dat dit van de leiders in de Golf te veel is gevraagd. „Het is naïef om bij ons toe te passen wat jullie elders doen. De Golf is niet Scandinavië", zegt sjeik Mohamed bin Moebarak al-Khalifa, minister van buitenlandse zaken van Bahrein.

Aanscherping

Na een geslaagde oorlog zullen de heersende families in de Golf hun positie enkel versterkt weten. Wegens vrees voor binnenlands verzet tegen hun beleid moet zelfs gerekend worden op een aanscherping van het autocratisch karakter van de olieregimes in de Golf. In de streng godsdienstige Golfstaten moet een versterking van de oppositie door het revolutionaire fundamentalisme worden verwacht, als reactie op de nauwe samenwerking van de conservatieve sjeiks met de Amerikaanse 'heidenen'.

„Het is niet de wereld tegen Irak, maar het is het Westen tegen de islam", zegt zelfs Mekka's geleerde Safar al-HawaH. Koning Fahd en zijn collega's van de GCC zullen als weerwoord op die kritiek hun eigen vroomheid en de strakke islamitische regels aanscherpen.

Om diezelfde binnenlandse kritiek op de samenwerking met de zionisten, zullen de Golfstaten aandacht blijven besteden aan de Palestijnse zaak, ook al heeft Jasser Arafat afgedaan. De kans dat de Golfstaten zich nu plots met Israël gaan verzoenen, is dus kleiner dan voor de oorlog.




Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 januari 1991

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

„De oorlog leert wie onze vrienden en vijanden zijn

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 januari 1991

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken