De sinaasappelmethode van Jan Ligthart
Voor voorstanders christelijk onderwijs is idealisme en liefde tot de kinderen navolgenswaard
Inmiddels dragen tientallen, vooral openbare basisscholen zijn naam. Binnenkort (16 februari) is het 75 jaar geleden dat Jan Ligthart, Nederlands meest bekende onderwijshervormer, onder tragische omstandigheden overleed. De vraag is of zijn ideeën en zijn werk betekenis hebben gehad, ook voor de christelijke basisschool.
Jan Ligthart werd op 11 januari 1859 in Amsterdam geboren als jongste kind in een groot gezin. Zijn vader bezat een kruidenierswinkel in de Jordaan. Vooral na het faillissement van deze zaak leefde het gezin in kommervolle omstandigheden. De buurt bood weinig aantrekkelijks, ondanks de naam van de buurt en de straatnamen. (De naam "Jordaan" stamt namelijk van het Franse "Les Jardins", wat "de tuinen" betekent, en de straten dragen bloemennamen.)
Kwekeling
De omstandigheden waaronder Jan Ligthart is opgegroeid, hebben zijn verdere leven gestempeld. De sfeer in het gezin was „ruim godsdienstig" (R. Casimir). Vooral moeder Ligthart was een sterke persoonlijkheid, de drijvende kracht. Voor haar heeft Jan grote bewondering gehad, evenals voor zijn latere vrouw trouwens. Ligthart heeft dan ook hoge verwachtingen van de moeder als opvoedster, hogere dan van de vader.
Ook door de armoede is Jan sterk gevormd. Zijn latere carrière in het onderwijs is er zelfs door bepaald. Als zijn ouders het schoolgeld niet meer kunnen betalen, biedt de bovenmeester de twaalfjarige Jan de mogelijkheid kwekeling te worden.
Veilig
En plotseling wordt hij „gewaar dat er toch, volkomen onbewust, een groote liefde voor het onderwijzersvak in mij gegroeid was. En dat had ik te danken aan den onderwijzer, die ons dagelijks les gaf en die, althans in mijn oog, van zijn taak en van zijn heele verblijf in de school, zoo iets behagelijks wist te maken". En dan volgt een verslag van de wijze waarop deze onderwijzer door allerlei kleine dingen, maar vooral door zijn innemende persoonlijkheid, een sfeer wist te scheppen waarin een kind zich veilig voelt, een klimaat waarin het goed toeven is.
Dat zelfde streeft Jan Ligthart na als hij in 1885 benoemd wordt tot hoofd van een openbare volksschool in de Tullingstraat in Den Haag. Ruim dertig jaar, tot zijn overlijden, zal hij zich daar met hart en ziel inzetten voor goed onderwijs en vooral voor een goed pedagogisch klimaat. Want opvoeden gaat boven onderwijzen. Daar heeft Jan Ligthart nooit een ogenblik aan getwijfeld. Niet het percentage geslaagden maakt de school tot een goede, maar de mate waarin de school in dienst staat van het leven en jonge mensen zedelijk vormt en op het leven voorbereidt.
Bovenmeester
Die school in de Tullingstraat is een heel gewone, met gewone meesters en juffrouwen, met ongeveer veertig kinderen per klas en geen extra leermiddelen of geld. En toch wordt deze beroemd, tot ver in het buitenland. En dat door de bezielende leiding die er uitgaat van de bovenmeester: Jan Ligthart.
In 1905 komt er bezoek van de bekende Zweedse pedagoge Ellen Key. Zij had in 1900 een boek gepubliceerd met als titel: "De eeuw van het kind". Zij is zo onder de indruk van wat zij aantreft in de school aan de Tullingstraat, dat zij in verbazing uitroept: „Hier is mijn droom werkelijkheid geworden", waarop Jan Lighart antwoordt: „De mijne nog niet helemaal".
Ellen Key wordt Ligtharts propagandiste in Scandinavië. De ene na de andere bezoeker komt kijken, uit Zweden, Noorwegen, Denemarken en Finland. Onderwijzeressen uit die landen studeren Nederlands en vertalen zijn bundel "Over Opvoeding" in het Zweeds en Deens. En omgekeerd reist Ligthart naar Scandinavië om daar lezingen te houden.
Wilhelmina
In 1910 bezoekt de Russische ingenieur en pedagoog A. U. Zelenko de school van Ligthart. Hij is op doorreis naar Amerika om enkele vernieuwingsscholen te bezoeken. Terug in Moskou past hij de grondbeginselen van Ligthart toe in zijn "Experimentele School". Ligthart wordt vermeld in de pedagogische geschriften van nagenoeg alle Europese landen en verscheidene Zuidamerikaanse.
Opmerkelijk is daarentegen de geringe belangstelling onder zijn Nederlandse collega's. Ligthart vindt nauwelijks navolging in het onderwijs. Wel worden zijn methoden en leesboeken ingevoerd, maar ze worden gebruikt op een wijze waar Ligthart niet blij mee is.
Alleen in een kleine kring van collega's en vrienden wordt Ligthart naar waarde geschat. En koningin Wilhelmina weet hem te waarderen, want ze vraagt zijn advies met betrekking tot het onderwijs aan prinses Juliana. „De vriend en de beschermer van het kinderhart", zo noemde koningin Wilhelmina hem. Later onthult prinses Juliana bij de Ligthart-speelvijver in het Haagse Zuiderpark het monument van Ot en Sien. En in de school aan de Tullingstraat wordt een gedenksteen van Jan Ligthart aangebracht en een bronzen buste in het Nederlands Lyceum in Den Haag, waarvan hij een der oprichters was.
Ot en Sien
Jan Ligthart is misschien nog wel het meest blijven voortleven in de figuren Ot en Sien. Zij zijn de hoofdpersonen in een serie leesboekjes met doorlopende verhalen die hij samen met Scheepstra heeft geschreven. Ot en Sien zijn nationale figuren geworden die de tijd rond de eeuwwisseling symboliseren. Het komt wel voor dat, wanneer een school honderd jaar bestaat, alle kinderen een week lang gekleed gaan als Ot en Sien.
Naast deze serie leesboekjes is Ligthart vooral bekend als auteur van de methode "Het volle leven". Deze methode is bedoeld voor kinderen van zes tot tien jaar (vroeger dus klas een tot en met vier). Wij zouden het nu een geïntegreerde methode voor wereldoriëntatie noemen. Deze bestaat uit vier boekjes met handleiding en uit 24 grote wandplaten, getekend door de bekende C. Jetses. "Het volle leven" maakt hem beroemd in het buitenland. Hierin wordt een nieuwe visie op het onderwijs in praktijk gebracht: niet onderwijs in aparte vakken, maar geïntegreerd rond thema's die uit het dagelijkse leven gegrepen zijn. Kinderen worden gebracht tot kennis van de werkelijkheid, niet alleen door middel van boeken of lessen, maar door directe ervaring en aanschouwing. De levende natuur wordt de school binnengehaald en de kinderen trekken er op uit.
Samen met de onderwijzers heeft Ligthart lang en intensief gewerkt aan een leerplan —wij zouden nu zeggen: schoolwerkplan— waarin deze nieuwe onderwijsvisie verantwoord wordt. Een leerplan als produkt van overleg was nieuw. Nieuw is ook het accent op functionele kennis in plaats van feitenkennis, denken en problemen oplossen in plaats van geheugentraining. Niet de intellectuele ontwikkeling krijgt alle aandacht, maar de ontwikkeling van de totale persoonlijkheid van het kind heeft men op het oog. Handenarbeid en spel worden zo belangrijke activiteiten. Ligthart blijkt hierin de inspirerende leider te zijn, het hart van een schoolgemeenschap waartoe ook de ouders behoren.
Jordaanpedagogiek
Ligtharts visie op opvoeding wordt wel aangeduid met de volgende termen, die op het eerste gezicht vreemd aandoen: sinaasappelmethode, Jordaanpedagogiek en harte-pedagogiek. Eens zat Ligthart met zijn gezin aan tafel, toen een paar straatjongens hinderlijk door het raam stonden te gluren. Ligthart wenkte de weghollende jongens en gaf ze elk een sinaasappel. Ze kwamen nooit meer terug. Hoe kwam dat? De "sinaasappelmethode" wekte het goede in de jongens (namelijk dankbaarheid) en hielp hen zo het slechte (brutaliteit) te overwinnen.
'Officiële' pedagogen mogen dit smalend 'Jordaanpedagogiek' noemen, voor Jan Ligthart is het harte-pedagogiek. Opvoeders met liefde voor hun kinderen maken er intuïtief gebruik van. Van deze pedagogen en de voorstanders van de traditionele lagere school heeft Ligthart geen hoge dunk. Hij noemt hen "priesters". „De priesters hebben altijd het werk van de profeten bedorven. Wie iemand wil sterken, brenge hem in aanraking met de pedagogische profeten. Van hen gaat kracht uit, die onze krachten werkt en ontwikkelt". Als zo'n profeet beschouwt hij ook zichzelf.
Uit bovenstaande blijkt al dat Ligthart een optimistisch mensbeeld heeft. Behalve vele slechte neigingen bezit de mens ook een drang tot heiliging. Opvoeden is dan ook het goede wat in het kind aanwezig is versterken, „de engel in het kind aangorden tegen de duivel". In protestants-christelijke kringen is Jan Ligthart dan ook argwanend bekeken. Zijn directe invloed op het christelijk onderwijs was nagenoeg nihil. Hij werd in zijn tijd versleten voor liberaal, een typische vertegenwoordiger van de Verlichting, op zijn best een humanist.
Daar denkt zijn vriend prof. R. Casimir echter duidelijk anders over. Jan Ligtharts hele leven was een „altoos doorgaande worsteling om God", volgens hem. En dr. Gerritsen getuigt van Ligthart dat deze in de zichzelf verterende liefde van Christus zijn voorbeeld zag. „Als hij over Christus sprak, werden zijn ogen en zijn stem goud", aldus Gerritsen. Volgens Casimir ging Ligthart later gebukt onder een sterk zondenbesef. Hoewel hij als jong onderwijzer het geloof van zijn kinderjaren verloor, hield hij toch „steeds een slip van de mantel" vast en vond het later terug.
Het lijkt wel of Jan Ligthart ons nu meer te vertellen heeft dan in zijn eigen tijd. Er is in deze eeuw geen pedagogisch werk zo vaak herdrukt dan zijn "Jeugdherinneringen". Ligthart heeft geen opvoedkundige theorie of een onderwijskundig systeem nagelaten. Hij heeft geen school gemaakt. Maar zijn ideeën lijken juist in onze tijd aan te slaan. We denken hierbij aan de plaats van het spel en creativiteit in het onderwijs, het streven naar een zo breed mogelijke ontwikkeling van kinderen, de belangstelling van het kind meer honoreren en bij de inhouden van het onderwijs meer aansluiten bij de ervaringen en de leefwereld van de kinderen en de vakken meer in samenhang geven. Deze ideeën zijn alle terug te vinden in de Wet op het basisonderwijs.
Voor ons, voorstanders van christelijk onderwijs, is navolgenswaard het idealisme van Ligthart, zijn liefde voor kinderen en het belang dat hij hecht aan zedelijke opvoeding.
Eind 1914 kwam Jan Ligthart zeer vermoeid terug van een reis naar Noorwegen. Zijn altijd toch al zwakke gezondheid had een knauw gekregen. Hij moest gaan kuren in Laag-Soeren. Op een stormachtige avond, toen hij wandelde over het jaagpad langs het kanaal, raakte hij te water en verdronk. Op de gedenksteen van zijn graf in Dieren staan deze woorden uit een van zijn brieven: „De heele opvoeding is een kwestie van liefde, geduld en wijsheid. En de twee laatste groeien, waar de eerste heerst".
Onderaan deze brief staat: "Gods weg is volmaakt".
Drs. E. Blaauwendraat is docent opvoedkunde aan de christelijke hogeschool De Driestar in
Gouda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1991
Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1991
Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's