Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Idealistische meubelfabriek herleeft in Arnhems Gemeentemuseum

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Idealistische meubelfabriek herleeft in Arnhems Gemeentemuseum

4 minuten leestijd

ARNHEM (ANP) - „En het einddoel zal zijn: beschaafder en gelukkiger kringen van arbeiders, waaruit de maatschappij schonere voortbrengselen zal ontvangen dan zij in deze dorre, slaafse tijd te ontvangen vermag". Deze woorden werden in 1910 gesproken door directeur G. Pelt bij de opening van zijn „idealistische meubelfabriek" LOV in Oosterbeek.

LOV stond voor "Labor Omnia Vincit" oftewel "Arbeid overwint alles". Dat bleek niet geheel het geval: de LOV hield het slechts 25 jaar vol. Het Arnhems Gemeentemuseum is de in sociaal en artistiek opzicht bijzondere fabriek van Pelt echter niet vergeten en wijdt er een tentoonstelling aan. Deze wordt vandaag geopend door prof. W. Crouwel, directeur van het Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam.

Het Arnhems Gemeentemuseum, liggend aan de naar Oosterbeek leidende Utrechtseweg, had al lang enige LOV-meubelen in zijn bezit. Het museum zette verder al eens eerder een artistiek belangrijke fabriek uit de regio in het zonnetje (de porseleinfabriek RAM) en conservator H. Martens vond het niet meer dan logisch om ook eens een expositie aan de LOV te wijden. K. Gaillard, die de LOV tien jaar geleden als onderdeel van haar doctoraalstudie kunstgeschiedenis had gehad, onderzocht de geschiedenis van de fabriek ei. schreef de catalogus.

De initiatiefnemer en directeur van LOV, G. Pelt, was een timmerman/architect uit Rotterdam. Om gezondheidsredenen was hij naar „de parel van de Veluwzoom" verhuisd. Door zijn eerdere activiteiten in de Maasstad was hij een welgesteld man geworden. Na een periode van rust begon hij zich nutteloos te voelen. Hij besloot tot de oprichting van de LOV, iets wat eigenlijk al een oud ideaal van hem was.

Sober

Pelt wilde degelijke, sobere en moderne meubels maken en vooral geen meubels met onnodige opsmuk. Hij verfoeide massaproduktie en vooral imitaties van uitbundige stijlen uit vroeger tijden. Hij benaderde verschillende freelance-ontwerpers zoals F. Spanjaard, J. van Loghem, H. Mertens, H. Fels en vooral J. Muntendam.

Alhoewel er nooit een echte LOVstijl is ontstaan, wordt het werk van Muntendam wel als LOV-werk aangeduid. De LOV bedreef eigenlijk alle tnoderne richtingen van zijn tijd, al bleef dat moderne altijd vrij gematigd omdat de produkten toch ook verkocht moesten worden.

De werknemers moesten ook beter worden van de LOV, vond Pelt. Zij moesten plezier hebben in hun werk en de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen door het volgen van cursussen en het lezen van boeken uit de LOV-bibliotheek. Ze kregen bovendien speciaal gebouwde huisjes en een hoog loon (in 1913 verdiende een arbeider in Oosterbeek hooguit 19 cent per uur, bij de LOV lag de top op 27 cent) en een winstdeling die in aandelen werd uitgekeerd.

Badinrichting

Daardoor kregen de arbeiders niet alleen zeggenschap, maar ook verantwoordelijkheid voor de fabriek.

Ook hanteerde de LOV de voor die tijd zeer christelijke arbeidstijden (van tien uur en later zelfs acht uur per dag, de zaterdagmiddag was vrij). betaalde vakantiedagen en voor zieken die minstens een jaar hadden gewerkt doorbetaling van het volledige loon. Ook werd er door de LOV voor de oude dag van de werknemers gezorgd. Daarnaast bood de fabriek kinderopvang en was er een badinrichting, waar de werknemers een keer per week helemaal in bad moesten. Deden ze dat niet, dan kregen ze een boete die weer ten goede kwam aan de bibliotheek.

„Rooie fabriek"

De LOV heette in Oosterbeek en omgeving de „rooie fabriek". De arbeidersbeweging en de socialistische vakverenigingen stonden er echter wantrouwend tegenover. In "Ons Vakblad", het orgaan van de „Algemene Nederlandse Bond van Meubelmakers, Behangers en aanverwante Vakgenoten" werd Pelt de mantel uitgeveegd: „Omdat die heren zich bedienen van schijndemocratie waarmee ze de arbeiders trachten te vangen, daarom zijn onze makkers te Oosterbeek erin gevlogen. Thans kan gezegd worden door hun patroons: Ziezo, die vechten niet meer mee, die hebben door zich te onthouden het arbeidersleger verzwakt".

De arbeiders van de LOV zullen zich dat commentaar wel niet al te zwaar hebben aangetrokken. Ze werkten waarschijnlijk rustig verder in hun fabriek, af en toe uitkijkend op het mooie natuurgebied eromheen. Alleen de afdeling machinehoutbewerking bood niet zo veel uitzicht: daar kon alleen noorderlicht binnenkomen, want zonlicht zou schittering op de machines en dus verblinding van de werknemers kunnen veroorzaken. En ongelukken moesten volgens Pelt te allen tijde worden voorkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 februari 1991

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Idealistische meubelfabriek herleeft in Arnhems Gemeentemuseum

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 februari 1991

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken