Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen subsidiëring van gebedsruimten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geen subsidiëring van gebedsruimten

Aantal gebouwen moslims en hindoes neemt toe

3 minuten leestijd

DEN HAAG — Het kabinet voelt er niets voor een nieuwe subsidieregeling in het leven te roepen voor gebedsruimten van etnische minderheden. Het aantal gebedsruimten voor moslims en hindoes is in de laatste jaren behoorlijk toegenomen, zo concludeert de regering.

De laatste subsidieregeUng voor gebedsruimten is zeven jaar geleden afgelopen. Via een 'achterdeur' is het echter wel mogelijk ook nu geld te krijgen. Moslim- en hindoe-organisaties kunnen hun sociaal-culturele activiteiten zo organiseren, dat deze plaatsvinden in gebouwen waarin ook gebedsruimten zijn gevestigd. De aanwezigheid van deze gebedsruimten mag geen invloed hebben op de subsidies die voor sociaal-cultureel werk beschikbaar worden gesteld. Overigens kunnen ook kerkelijke organisaties deze weg bewandelen.

Het kabinet heeft gisteren een definitief standpunt bepaald over het advies van de commissie „inzake criteria voor steunverlening aan kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag". Het advies van de commissie stamt uit 1988. De voorzitter van de adviescommissie was de toenmalige hoogleraar Hirsch Ballin, de huidige minister van justitie. In het advies van de commissie wordt het subsidiëren van gebedsruimten voor etnische minderheden onder bepaalde voorwaarden wel aanbevolen.

Dit kabinet neemt voor het overige de beleidsvoornemens van het vorige kabinet over de steunverlening aan (kerk)genootschappen over. Deze werden in november 1989 aan de Kamer toegestuurd, net voor het aantreden van het nieuwe kabinet. In de nota wordt het overheidsbeleid bepaald op de punten waar de overheid wel verantwoordelijkheid neemt voor steun aan kerken en geestelijke stromingen, namelijk de geestelijke verzorging in de krijgsmacht, de gevangenissen, de instellingen waar jongeren verblijven, de gezondheidszorginstellingen en de bejaardenoorden.

Vorig kabinet

Het kabinet wijst een algemene steunverlening af en voelt niets voor een algemene wettelijke regeling voor de geestelijke verzorging. De overheidssteun dient slechts een aanvullend karakter te hebben en dient alleen plaats te hebben als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. De (kerk)genootschappen moeten meebetalen aan de geestelijke verzorging in de krijgsmacht en de inrichtingen van Justitie.

Verder wil ook het huidige kabinet dat er samenwerkingsverbanden voor moslims en hindoes komen, in navolging van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO), waarin de drie joodse en vijftien christelijke kerkgenootschappen deelnemen.

Teleurstelling

Voorzitter R. M. Kasiem van de World Islamic Mission, de organisatie van Surinaamse moslims, is „bitter" teleurgesteld over het kabinetslsesluit. „Het was het laatste wat ik had verwacht na het adves van de commissieHirsch Ballin". Het kabinet gaat er volgens Kasiem aan voorbij dat moskeeën een belangrijke sociaal-maatschappelijke functie voor de moslims hebben.

Volgens voorzitter A. J. Gijsbers van het CIO had het kabinet meer begrip kunnen tonen voor de achterstandssituatie waarin de leden van etnische minderheden vaak verkeren. Het CIO kon zich daarom vinden in het voorstel van de commissie-Hirsch Ballin om subsidiëring van gebedsruimten onder bepaalde voorwaarden mogelijk te maken.

Gijsbers heeft er ernstige bezwaren tegen dat het kabinet eraan vasthoudt dat kerken moeten meebetalen aan de geestelijke verzorging in de krijgsmacht en de inrichtingen van Justitie. „De geestelijke verzorgers worden weliswaar door de kerken voorgedragen, maar ze zijn in dienst van de overheid".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 maart 1991

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Geen subsidiëring van gebedsruimten

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 maart 1991

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken