Bekijk het origineel

Suiker, een geraffineerde boosdoener

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Suiker, een geraffineerde boosdoener

Lichaam moet tekorten aanvullen om van sucrose energiebron te maken

8 minuten leestijd

Natuurlijke suikers bevatten alle stoffen die het lichaam van mens en dier nodig heeft om ze zonder problemen te kunnen verteren en benutten als energiebron. Ze ontstaan in planten als suikerbiet en suikerriet. Aanvankelijk haalde men onze suiker, sucrose, uit de stengels van het suikerriet, een tot de grassen behorende tropische plant met stengels van wel zo'n zes meter hoog. In 1802 ging men er in Europa toe over om suiker te winnen uit de suikerbiet. Deze bevatte aanvankelijk maar zo'n 2 tot 3 procent suiker. Door selectie is dit gehalte gestegen tot gemiddeld 27 procent. De nieuwste ontwikkeling is suikerwinning uit maïs.

Sucrose uit de suikerbiet en het suikerriet bestaat half om half uit glucose en fructose, terwijl suiker gemaakt uit maïs fructose is. Om suikers te kunnen omzetten in het lichaam, heeft de stofwisseling onder meer bepaalde vitamines, mineralen en spoorelementen nodig. Spoorelementen zijn mineralen waarvan het lichaam dagelijks kleine tot zeer kleine hoeveelheden nodig heeft om gezond te kunnen blijven

Energiebron

Bij het raffineren van de suikers gaan deze stoffen echter goeddeels verloren. Zo bevat geraffineerde suiker van de spoorelementen chroom, zink en mangaan respectievelijk nog maar 5, 12 en 11 procent van de oorspronkelijk aanwezige hoeveelheid. Veel te weinig om deze suikers probleemloos te kunnen verwerken. Het lichaam moet dan zelf het tekort aan deze vitamines en mineralen uit voorraden vrijmaken en aanvullen, wil het deze geraffineerde suikers kunnen benutten als energiebron.

Een lichaam kan zelf hormonen, enzymen en bepaalde vitamines aanmaken of door darmbacteriën laten maken. Maar voor z'n mineralenvoorziening is het geheel afhankelijk van de aanvoer via de voeding. Als met de voeding te weinig mineralen worden aangevoerd, kan een lichaam een tekort alleen maar proberen te voorkomen door met de eigen voorraden zuiniger om te springen en de absorptie vanuit de darm op te voeren. Deze werkwijze wordt ook inderdaad gevolgd.

Een voeding die echt te weinig mineralen bevat, leidt op den duur onafwendbaar tot tekorten. Zolang er geen sprake is van echte storingen in het functioneren van het maag-darmstelsel, zullen deze tekorten in het algemeen heel langzaam en sluipend ontstaan. Daarbij wordt de "pijn" zo eerlijk verdeeld over alle cellen en weefsels, dat deze tekorten niet snel gemeten kunnen worden of tot uiting komen in acute klachten. Ziektebeelden die zo ontstaan, zijn vrijwel altijd vaag en chronisch.

Lege calorieën

Geraffineerde suikers bevatten dus naast hun calorieën te weinig essentiële, onmisbare stoffen. Zij leveren de zogenaamde lege calorieën, zoals die ook in meer of mindere mate binnenkomen via alcohol en wit meel of gepelde rijst. Hoe meer lege calorieën een voeding bevat, hoe gemakkelijker en sneller tekorten aan mineralen zullen ontstaan.

Onderzoek gepubliceerd in 1988 door de ministeries van WVC en van landbouw en visserij geeft aan dat in Nederland gemiddeld ongeveer 22 procent van het totale aantal calorieën in de voeding bestaat uit deze geraffineerde suikers. Bij jongeren ligt dit percentage gemiddeld op zo'n 25 tot 30 procent. Wanneer uit de rest van de voeding de geringe hoeveelheid mineralen niet wordt Een te geringe insulineactiviteit leidt tot overgewicht en in ernstiger gevallen tot vetzucht of obesitas, en dat loopt ten slotte vaak uit op het ontstaan van suikerziekte. aangevuld, ontstaan er dus tekorten. Dit gaat sneller naarmate de voeding meer lege calorieën bevat.

Uit recent en betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vooral fructose tekorten aan spoorelementen snel en sterk tot uiting laat komen in bij voorbeeld het ontstaan van hart- en vaatziekten. Zoals gezegd bestaat sucrose voor 50 procent uit fructose en de fructose gemaakt uit maïs wordt steeds meer verwerkt in frisdranken.

Insuline en suiker

Koolhydraten, zoals zetmeel en sui-' ker, verhogen het glucose- of suikergehalte van het bloed. Dit bloedsuikemiveau mag niet te veel stijgen. Het pancreashormoon insuline, dat wordt gemaakt en vrijgegeven door de B-cellen van deze pancreas, zorgt ervoor dat deze glucose tijdig in de lichaamscellen wordt opgenomen om daar de energielevering te verzorgen.

Insuline is het hormoon dat er in het algemeen voor zorgt dat voedingsstoffen, die via de darm in het bloed terechtkomen, eerlijk en naar behoefte worden verdeeld over alle organen en cellen. Zo zorgt insuline er ook voor dat mineralen zoals natrium, kalium, calcium, magnesium, mangaan, chroom, ijzer, koper, zink en vanadium steeds tijdig daar belanden waar ze op dat moment het meest nodig zijn. Gaat er iets mis bij deze verdeling van mineralen en energie, dan kan dit allerlei ziekten tot gevolg hebben. Zo is er bij hoge bloeddruk sprake van een verhoogd natrium- en van een verlaagd kaliumniveau binnen lichaamscellen.

Wanneer insuline onvoldoende actief kan zijn, waardoor het bloedsuikerniveau na een maaltijd te lang verhoogd blijft, slaan vetcellen dit teveel aan glucose op als vet. Een te geringe insuline-activiteit leidt dan dus tot overgewicht en in ernstiger gevallen tot vetzucht of obesitas, en dat loopt ten slotte vaak uit op het ontstaan van suikerziekte of diabetes mellitus.

Resistentie

Bij een te lage insuline-activiteit spreekt men van insuhneresistentie. Cellen en weefsels zijn dan ongevoelig, resistent geworden voor insuline. Merkwaardigerwijs ontstaat deze insulineresistentie juist dan wanneer het insulineniveau in het bloed te lang verhoogd is geweest. Dus hoe meer insuline er in omloop is, hoe minder cellen op deze insuline reageren.

Sucrose, geraffineerde riet- en bietsuiker dus, blijkt nu via een bepaald darmhormoon de B-cellen van de pancreas aan te zetten tot het afgeven van méér insuline. Het eten van meer sucrose verhoogt dus het insulineniveau in het bloed en doet daardoor eerder insulineresistentie ontstaan. Als gevolg van deze insulineresistentie raken bloedsuikerniveaus verhoogd en daardoor stijgt dan weer de vorming van vet in de vetcellen.

Het eten van meer sucrose, die erg arm is aan mineralen, doet eerder een tekort aan zink ontstaan. Dit zink blijkt nu in de B-cellen de afgifte van insuline te remmen. Gaan deze B-cellen als gevolg van het zinktekort ook te weinig zink bevatten, dan geven de B-cellen te gemakkelijk en te veel insuline af. Het eten van meer sucrose leidt dan via dit zinktekort tot verhoogde insulineniveaus in het bloed en daarmee tot insulineresistentie. Méér sucrose in de voeding leidt dus via verhoogde insulineniveaus tot insulineresistentie en daarmee tot overgewicht en vetzucht en alles wat daarmee samenhangt aan ziekten.

Vanadium en zink

De spoorelementen vanadium en zink blijken net als insuline zelf ervoor te kunnen zorgen dat de glucose uit het bloed de cellen kan binnengaan.

Men kan met behulp van een bepaald antibioticum zo veel insulineproducerende B-cellen van de pancreas van ratten beschadigen, dat ze daardoor onvoldoende insuline meer kunnen aanmaken en vrijgeven. Door dit tekort aan insuline stijgt dan hun bloedsuikerniveau, zoals dit ook bij diabeten, mensen met suikerziekte, het geval is. Geeft men vervolgens deze ratten wat extra vanadium via hun drinkwater, dan blijken ze hierdoor hun bloedsuiker weer op een normaal peil te kunnen handhaven. Vanadium kan bij deze diabetisch gemaakte ratten insuline dus vervangen!

Overgewicht voorkómen 

Enerzijds zijn overgewicht en een te grote vetvorming dus mede een gevolg van een te hoog insulineniveau in het bloed, dat onder meer ontstaat door het eten van te veel geraffineerde suikers en andere lege calorieën, die weinig of geen spoorelementen meer bevatten. Anderzijds verhogen meer spoorelementen als vanadium, chroom en zink de insuline-activiteit in een lichaam en verlagen daarmee de behoefte aan en het vrijkomen van insuline. Een natuurlijke voeding die geen geraffineerde suikers en andere lege calorieën, en voldoende spoorelementen bevat, zal daardoor overgewicht en alle daarmee samenhangende ziekten zoals hoge bloeddruk, diabetes mellitus en hart- en vaatziekten kunnen voorkómen of weer helpen terugdringen. Slank en gezond blijven vereist dus een matige, natuurlijke voeding met voldoende vitamines en mineralen en uiteraard lichaamsbeweging.

Ouderdomsdiabetes

Ouderdomsdiabetes blijkt veelal te ontstaan na een langere periode van overgewicht en aanvankelijk ook nog steeds gepaard te gaan met verhoogde insulineniveaus in het bloed. Een en ander blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek, waarbij men het verloop van deze insulineniveaus in het bloed heeft gemeten. Het lichaam tracht het tekort aan spoorelementen zoals zink en vanadium cms zo lang mogelijk te compenseren door deze extra insuline uit de B-cellen. Maar insuhneresistentie is het gevolg. Cellen worden meer en meer ongevoelig voor insuline. Het bloedsuikerniveau stijgt en steeds meer zink en andere spoorelementen gaan daardoor via de urine verloren. Men belandt zo in een vicieuze cirkel en ten slotte raken de Bcellen uitgeput. Ze slagen er niet meer in de overproduktie aan insuline nog langer vol te houden. Pas dan krijgt zo'n ouderdomsdiabeet een écht tekort aan insuline en is een behandeling met medicijnen of insuline geboden.

Een verhoogd bloedsuikerniveau alléén houdt dus zeker niet altijd automatisch in dat er een tekort is aan insuline. Het geeft slechts aan dat er een tekort is aan insuhne-activiteit. En dat is een gevolg van tekorten aan spoorelementen en daardoor te hoog opgelopen insulineniveaus in het bloed, waardoor insuhneresistentie ontstaat. Zolang de B-cellen dus niet echt uitgeput zijn, lijkt de al genoemde natuurlijke voeding rijk aan vitamines en spoorelementen de aangewezen weg om overgewicht en diabetes met z'n complicaties te voorkómen of te behandelen.

J. E. Sprietsma is bio-medisch statisticus en schrijver van diverse boeken. In zijn laatst verschenen boek "Overgewicht" (uitg. Ankh-Hermes) gaat hij dieper in op de relatie tussen suiker, hoge bloeddruk, diabetes en hart- en vaatziekten.










Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1991

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Suiker, een geraffineerde boosdoener

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1991

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken