Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Martyn Lloyd Jones: Evangelie moet zonder compromis gebracht worden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Martyn Lloyd Jones: Evangelie moet zonder compromis gebracht worden

Ontwikkelingen onder evangelische christenen in de Anglicaanse Kerk verontrustten toonaangevende "evangelical" zeer

15 minuten leestijd

In 1966 verscheen er voor het eerst een boek van de Britse prediker Martyn Lloyd Jones op de Nederlandse markt. Dit werk met de titel "Meer dan overwinnaars" was de vertaling van "Faith on Trial", een prekenserie over Psalm 73. Zowel de uitgever als de vertaler kwam uit wat we in Nederland de "evangelische hoek" noemen. De laatste jaren is er in Nederland sprake van een groeiende belangstelling voor Lloyd Jones.

Bij uitgeverij "De Banier" verscheen in 1987 "Drievoudig gezag", in 1988 "Oorzaken en genezing van geestelijke depressiviteit" en vorig jaar "Wordt niet dronken van wijn". Uitgeverij Groen ' in Leiden bracht de preken van Lloyd Jones over de Bergrede in twee delen op de markt. Aan de vertaling van andere werken wordt gewerkt.

De twee genoemde uitgeverijen richten zich voornamelijk op de rechterflank van de gereformeerde gezindte. Het feit dat zij Lloyd Jones in hun fonds hebben opgenomen, is een signaal dat Lloyd Jones ook door reformatorische christenen wordt gewaardeerd. Wie was Lloyd Jones eigenlijk? Hoe moeten we hem plaatsen? Wat stond hij voor? Deze vragen zullen in een tweetal artikelen worden beantwoord. Het eerste artikel zal voor een niet onbelangrijk deel uit biografische gegevens bestaan, terwijl het tweede heel uitdrukkelijk op de betekenis van Lloyd Jones ingaat.

Martyns vader

Martyn Lloyd Jones werd in 1899 te Llangheito geboren. In de achttiende eeuw had daar Daniël Rowland gestaan, een van de leiders van de "Great Evangelical Revival" in Wales. Aan het begin van de negentiende eeuw was van diens invloed niets meer te merken. De prediking in de "chapel" van de calvinistische methodisten bestond uit een opsomming van deugden en plichten. Martyns vader was een warm voorstander van de nieuwe theologie. Voor hem lag de betekenis van het christelijk geloof in sociale veranderingen door onderwijs en politieke actie.

In 1980 vertelde Lloyd Jones, terwijl hij zijn tranen nauwelijks kon bedwingen, aan Carl Henry, hoofdredacteur van het gezaghebbende godsdienstige tijdschrift Christianity Today, het volgende: „Mijn vader was in natuurlijk opzicht de fijnste man, met het prettigste karakter, die ik ooit gekend heb en een van de eerlijkste mensen die ik ooit ontmoet heb. Ik vraag me af of hij ooit het Evangelie heeft gehoord. Hij keerde zich tegen opgelegde vroomheid en was kritisch ten opzichte van religiositeit. Omdat hij het Evangelie niet kende, werd hij een aanhanger van de nieuwe theologie van R. J. Campbell, die tussen 1901 en de Eerste Wereldoorlog grote opgang maakte. God weet dat hij een beter mens was dan vele zogenaamde christenen. Op zijn sterfbed zei hij tegen mij (en hij wist dat hij stervende was): „Mijn vader zei me, toen hij stervende was: „Wat je verder ook in je leven doet, zet je in voor de armen" en hetzelfde wil ik jou ook zeggen. God helpe je daarbij". M'n vader had gevoel voor sociale en politieke gerechtigheid en zorg voor de verbetering van de levensomstandigheden van mensen, maar hij hoorde nooit de boodschap van het Evangelie van verlossing. Zelf had ik dat ook nooit vanaf de preekstoel gehoord".

Naar Londen

Als gevolg van tegenslagen op zakelijk gebied verhuisde de familie Lloyd Jones in 1914 naar Londen. Martyn maakte daar de middelbare school af. Hij was een zeer intelligente leerling. Toen hij in 1916 de middelbare school verliet, kreeg hij een plaats aan het zeer bekende St. Bartholomew's Hospital om tot arts te worden opgeleid. Ook hier vielen zijn capaciteiten al spoedig op. Reeds op 23-jarige leeftijd was hij hoofdassistent van sir Thomas Horder, de koninklijke lijfarts. Een schitterende toekomst lag voor hem open.

Tijdens zijn middelbare-schooljaren was zijn belangstelling voor het verleden van de calvinistische methodisten gewekt. Een boekje over Howel Harris, dat hij van zijn geschiedenisleraar gekregen had, maakte diepe indruk op hem. De Heere gebruikte het om zijn ogen te openen voor de waarheid van de verkiezing. Het sterven van zijn broer Harold in 1918 en van zijn vader in 1922 overtuigde hem van het betrekkelijke van dit leven. In toenemende mate ging hij gebukt onder eigen schuld en verlorenheid ondanks de prediking die hij hoorde. Hij heeft daarvan eens het volgende gezegd: „Wat ik nodig had, was een prediking die me overtuigde van zonde en me mijn nood deed zien, mij tot bekering bracht en me iets vertelde over wedergeboorte. Maar dat hoorde ik nooit. De prediking die we hadden, was gebaseerd op de vooronderstelling dat we allen christenen waren, dat we niet in de kerk geweest zouden zijn als we geen christenen waren".

Het persoonlijk onderzoek van de Bijbel werd geheiligd aan zijn hart. Reeds in deze periode kwam hij ook op het spoor van puriteinse schrijvers als John Bunyan en Richard Baxter. Lloyd Jones mocht leren verstaan dat zalig worden alleen door geloof en alleen uit genade is. Zo nu en dan hield hij een toespraak over een godsdienstig onderwerp. En dan breekt hij tot ieders grote verbazing op 27-jarige leeftijd zijn medische carrière af om zich als predikant aan een kleine gemeente in Wales te verbinden.

Traditioneel

Nog voor zijn officiële bevestiging trad hij in het huwelijk met een collega-arts, Bethan Phillips. Zij is hem zijn leven lang tot grote steun geweest. Op het verlanglijstje van het bruidspaar prijkten de werken van Calvijn en Owen. De Bethlehem Forward Mission Church te Aberavon leidde een kwijnend bestaan. De voorgangers van Lloyd Jones hadden al het mogelijke gedaan om mensen naar de kerk te krijgen. Overigens met weinig tot geen succes. Voor de jeugd werden sportactiviteiten georganiseerd. Er was een toneelgezelschap opgericht. Er werden regelmatig muziekuitvoeringen gegeven. Tot verbazing van het kerkbestuur zag Lloyd Jones in dit alles niets. Op hun vraag wat er met het podium gedaan moest worden, antwoordde hij: „Daarmee kan de kerk verwarmd worden". De wijze waarop Lloyd Jones het gemeentewerk opzette, was volledig traditioneel: twee diensten op zondag, een gebedssamenkomst op maandag en in het midden van de week een bijbellezing.

Lloyd Jones geloofde dat het Evangelie een kracht Gods tot zaligheid is. Sterk beklemtoonde hij de verlorenheid van de mens en de noodzaak van wedergeboorte. Na enkele jaren kreeg ook de rechtvaardiging door het geloof een centrale plaats in zijn prediking. Ik maak hier terzijde de opmerking dat we de laatste jaren in Nederland binnen de gereformeerde gezindte de omgekeerde ontwikkeling zien. Al de genoemde vormen worden ingevoerd, terwijl de noties van wedergeboorte en van de persoonlijke doorleving van de rechtvaardiging door het geloof alleen uit de prediking verdwijnen. In Aberavon trokken de heel andere aanpak en vooral ook de heel andere prediking de aandacht van buitenstaanders. Mensen kwamen eens polshoogte nemen. En daar bleef het niet bij. De Heere zegende de prediking. Openbare zondaren kwamen tot bekering. Naast zijn werk in de gemeente vervulde Lloyd Jones vrijwel elke week een of meer spreekbeurten in andere plaatsen. Zo verspreidde zijn invloed zich over een wijde omgeving.

In 1938 ging Lloyd Jones op een verzoek van Campbell Morgan in om die te assisteren als predikant van de Westminster Chapel, in het centrum van Londen. Campbell Morgan was een van de leidinggevende figuren van het Engelse nonconformisme (protestantisme buiten de staatskerk). Hij had nog meegewerkt aan de door een aantal Amerikaanse zakenlieden gesponsorde boekenreeks "The Fundamentals", waarin de kernwaarheden van het christelijk geloof verdedigd werden. De naam "fundamentalisten" is aan deze boekenreeks ontleend. Campbell Morgan was een arminiaan in de lijn van de gebroeders Wesley. Dit verhinderde hem niet Lloyd Jones naast hem te vragen. Van zijn kant werkte Lloyd Jones hartelijk samen met Campbell Morgan. In 1943 moest Campbell Morgan zich om gezondheidsredenen volledig terugtrekken en nam Lloyd Jones zijn plaats in.

Het Woord

Evenals in de Bethlehem Forward Church werden er in de Westminster Chapel allerlei sportieve en ontspannende activiteiten voor jong en oud ontplooid. Lloyd Jones liet dit in eerste instantie zoals het was. Tijdens de oorlog moesten deze activiteiten noodgedwongen gestaakt worden en na de oorlog werden ze niet meer opnieuw gestart.

Lloyd Jones was ervan overtuigd dat het Woord het moest doen. Hij hield twee diensten op zondag en daarnaast op vrijdagavond een doordeweekse dienst. In de morgendienst op zondag richtte Lloyd Jonas zich tot het volk van God, terwijl in de avonddienst de oproep tot bekering centraal stond. De doordeweekse bijeenkomst op vrijdagavond had een soortgelijk karakter als de dienst van zondagmorgen. Onder Lloyd Jones groeide het aantal kerkgangers van de Westminster Chapel van tweehonderd naar veertienhonderd. De doordeweekse samenkomsten werden door zo'n acht- tot negenhonderd mensen bezocht, onder wie zeer vele studenten. Op zondagmorgen en vrijdagavond preekte Lloyd Jones vrijwel altijd over vervolgstoffen.

Preken

Met name na zijn emeritaat heeft hij zijn aantekeningen van verscheidene van deze vervolgseries persklaar gemaakt. Ik noem zijn preken over de brieven aan de Romeinen en aan de Efeziërs. Na zijn dood is zijn familie verder gegaan met het redigeren van preken voor de pers. Zijn preken over de Bergrede verschenen, reeds in de jaren vijftig.

Niet het minst door zijn boeken heeft Lloyd Jones ertoe bijgedragen dat er wereldwijd nieuwe belangstelling is ontstaan voor het Evangelie van vrije genade. De uitgegeven preken van Lloyd Jones zijn sterk uitleggend. Zelf sprak hij bij voorkeur van „logic on fire" (bezielde logica). In zijn preken zette hij de inhoud van het Evangelie van vrije genade uiteen en vandaaruit maakte hij allerlei toepassingen. De leer was daarbij het fundament voor de toepassing.

Met graagte verwees Lloyd Jones in dit verband naar de brieven van Paulus. In de meeste daarvan wordt in de eerste hoofdstukken de leer uiteengezet en in het tweede deel volgen dan de praktische toepassingen. In de geschriften van Lloyd Jones komen de verlorenheid van de mens, de verzoening met God door Christus en de noodzaak van wedergeboorte en bekering zeer duidelijk naar voren. Zeer indringend kan hij schrijven over de noodzaak van de kennis van schuld. Niet alleen voor hen die midden uit de wereld komen, maar ook voor hen die bij het Woord zijn opgevoed. De diepste nood van ieder mens is, zo stelt hij, dat ieder mens van nature zonder God in de wereld is. Dat is voor een trouwe kerkganger soms een nog veel ontstellender ontdekking dan voor iemand midden uit de wereld.

Het appellerende en het onderscheidende element zijn niet zo sterk aanwezig. Wat het appellerende element betreft, valt dit te verklaren uit het feit dat zijn geschriften vrijwel uitsluitend de weergave zijn van de preken die hij op zondagmorgen en vrijdagavond hield. Maar dan nog blijft staan dat het zelfonderzoek en de aanvechtingen en zorgen waardoor een christen geplaagd kan worden, bij hem toch minder aandacht krijgen dan bij de puriteinen.

Zijn leven lang heeft Lloyd Jones beklemtoond dat een bijbelse prediking altijd een leerstellige prediking is. Geringe aandacht voor de leer, zo stelde hij, leidt onvermijdelijk tot een mensgerichte prediking. Zeker in de jaren veertig en vijftig werd dit accent in Engeland nauwelijks gehoord. Van oorsprong was de evangelische beweging in de Engelse kerken sterk gestempeld door het calvinisme. In veel gevallen waren de aanduidingen "evangelical" en "calvinist " vrijwel synoniem. Vanaf het midden van de negentiende eeuw was de invloed van het arminianisme binnen de evangelische beweging steeds groter geworden. In samenhang daarmee was er sprake van een geringe belangstelling voor de leer. Alle nadruk viel op de ervaring. In intellectueel opzicht waren deze "evangelicals" veelal zeer zwak.

Grote belangstelling

Lloyd Jones vroeg daarentegen aandacht voor de leer. Zelf las hij zeer veel in de puriteinen en hij liet niet af anderen daartoe te stimuleren. Dank zij zijn invloed kunnen we zowel in Groot-Brittannië als in meer landen van de Derde Wereld van een opbloei van het calvinisme spreken. Een groot deel van de studenten die elke vrijdagavond onder zijn gehoor zaten, was afkomstig uit Afrika of Azië. Velen werden blijvend gestempeld door datgene wat zij in de Westminster Chapel hoorden. Toen zijn assistent en vriend Iain H. Murray in het midden van de jaren vijftig het plan opvatte een uitgeverij te starten om reformatorische en puriteinse lectuur op de markt te brengen, had dit zijn hartelijke instemming. Deze uitgeverij kreeg de naam The Banner of Truth. Van meet af aan bleek er grote belangstelling te zijn voor de uitgaven van The Banner of Truth. Inmiddels is dit de grootste uitgeverij van reformatorische en puriteinse lectuur ter wereld.

Toch bleek er wel een verschil van inzicht tussen Lloyd Jones en de leiding van The Banner of Truth. Naar zijn overtuiging mocht een verschillende kijk op de leer van de verkiezing geen kerkscheidende factor zijn. Hij wenste arminianen en calvinisten in één kerkverband te verenigen. The Banner of Truth gaf echter alleen boeken uit met een calvinistische inhoud. I. H. Murray wilde niet ontkennen dat er onder mensen met arminiaans getinte inzichten kinderen van God waren, maar hij stelde dat de kerken gebaat zijn met een helder leerstellig getuigenis. Voor hem stond vast dat het arminianisme een doorgangshuis was naar de moderne theologie. Veel nadrukkelijker dan Lloyd Jones begeerde hij arminiaansgezinde christenen voor het calvinisme te winnen. Overigens bleef in persoonlijke contacten de verhouding tussen Lloyd Jones en Murray allerhartelijkst. Naar Nederlandse verhoudingen toe vertaald komt de visie van Lloyd Jones erop neer dat hij persoonlijk hartelijk achter de Dordtse Leerregels stond, maar de inhoud van dit belijdenisgeschrift niet kerkelijk bindend wilde zien. Ik kan hem daarin niet volgen.

Opleving

Meer nog dan op de zeventiende-eeuwse puriteinen heeft Lloyd Jones zich gericht op de achttiende-eeuwse leiders van de "Great Evangelical Revival", De kijk van Jonathan Edwards op de aard en betekenis van een opwekking was ook de zijne. Volgens Edwards is een opwekking te danken aan het soevereine ingrijpen van God. Onder invloed van Finney was men daar in de negentiende eeuw anders over gaan denken. Finney was van mening dat een opwekking tot stand komt als de juiste middelen gebruikt worden. Hij riep mensen na een samenkomst op naar voren te komen om zo te kennen te geven dat zij Christus als hun Zaligmaker aanvaard hadden. Aan dergelijke samenkomsten gaf hij de naam opwekkingssamenkomsten. Lloyd Jones verlangde naar een opleving in de kerken volgens de betekenis die Edwards en de andere leiders van de "Great Evangelical Revival" daaraan gaven.

De gedachte dat wij een opwekking kunnen organiseren, wees hij resoluut van de hand, evenals de daaraan verbonden praktijk om mensen na een samenkomst op te roepen naar voren te komen. Dat was de reden dat hij als enige toonaangevende "evangelical" geen medewerking verleende aan de Harringay Crusade van Billy Graham in de jaren vijftig. Toen Billy Graham hem vroeg of hij het Wereldcongres voor Evangelisatie wilde voorzitten (dat oorspronkelijk in Berlijn zou samenkomen, maar het werd uiteindelijk Lausannne) stelde hij als voorwaarde dat Graham niet langer de hulp van moderne theologen bij zijn evangelisatiecampagnes zou aanvaarden en af zou zien van het gebruik van de methode mensen naar voren te roepen. Graham ging daar niet op in.

Ontwikkelingen

In de jaren zestig vond er onder de evangelische christenen in de Anglicaanse Kerk een aantal ontwikkelingen plaats die Lloyd Jones diep verontrustten. Anglicanen als Ryle en Newton waren allereerst "evangelical" en dan pas anglicaan. Dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog. In toenemende mate beklemtoonden de meeste "evangelicals" in de Church of England dat zij allereerst anglicaan waren. In 1967 vond onder leiding van John Stott te Keele het "National Evangelical Anglican Congress" plaats. Daar werd besloten om de rechtmatige plaats van anderen in de Anglicaanse Kerk volledig te erkennen. Men zou voortaan het christen-zijn van vertegenwoordigers van de anglo-katholieke en liberale richting niet langer betwisten. Het oude standpunt dat heel de Anglicaanse Kerk zich diende te houden aan haar eigen belijdenis en dat al degenen die daarvan afweken opgeroepen moesten worden tot bekering, werd nu als piëtistisch bestempeld. Lloyd Jones deed het verwijt dat hiermee het Evangelie van vrije genade tot een partijstandpunt werd verlaagd in plaats dat het verkondigd werd als de enige weg van zaligheid.

Op de in 1966 gehouden "Second National Assembly of Evangelicals" had Lloyd Jones een heel ander geluid laten horen. Hij had daar met veel overtuiging naar voren gebracht dat het onbijbels was in een kerk te blijven waarin naast de waarheid ook de leugen een plaats had. Onomwonden had hij tot afscheiding opgeroepen. Wie daarin niet meeging, was naar zijn oordeel medeschuldig aan de dwalingen die door anderen gebracht werden. Persoonlijk deel ik het beginsel van afscheiding niet. Het is opmerkelijk dat de "Great Evangelical Revival" van de achttiende eeuw, waarvoor Lloyd Jones zoveel waardering had, grotendeels de nonconformistische kerken voorbijging. In Engeland en Wales behoorden de leidinggevende figuren daarvan zonder uitzondering tot de Anglicaanse Kerk.

Zonder compromis

Wat we in ieder geval van Lloyd Jones kunnen leren, is dat het Evangelie zonder compromis gebracht moet worden. Ook in Nederland dreigt, zeker onder de gereformeerde richting in de Hervormde Kerk, maar ook onder afgescheidenen, het gevaar dat het Evangelie van vrije genade als één mogelijkheid onder verscheidene wordt gezien. De kerk kan alleen tot bloei komen, als de prediking van vrije genade gebracht wordt met kracht en bewogenheid. Zowel door zijn prediking als door zijn geschriften is Lloyd Jones voor velen tot zegen geweest. De grote opwekking waarnaar hij zo vurig heeft uitgezien, is tijdens zijn leven niet gekomen. Vandaar dat hij zichzelf eens vergeleek met Griffith Jones, een van de weinige getrouwe predikanten in Wales voorafgaande aan de "Great Evangelical Revival".

Wat zou het groot zijn als wij in onze tijd een opleving in de kerk van het gehalte en de omvang van de "Great Evangelical Revival" zouden zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1991

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Martyn Lloyd Jones: Evangelie moet zonder compromis gebracht worden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1991

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken