Bekijk het origineel

Kommer en kwel in Kamper kliniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kommer en kwel in Kamper kliniek

Boek over Stadsziekenhuis: bibberende patiënten Hepen 's nachts weg

7 minuten leestijd

KAMPEN - Het Kamper Stadsziekenhuis bestaat deze maand 75 jaar. Ter gelegenheid hiervan heeft de historicus en freelance-journalist drs. R. van Mierlo het boek "Van Liefdadigheid tot Moderne Gezondheidszorg" geschreven. Een werkje over 75 jaar Stadsziekenhuis de Engelenbergstichting in Kampen waarin helaas niet de termen liefdadigheid, modern en gezond centraal (kunnen) staan, maar slechts het begrip "zorg".

Het ziekenhuis is een zorgenkind voor Kampen geweest. De Engelenbergstichting. Het verhaal van een 75 jaar lang lijdende patiënt die verschillende malen ten dode opgeschreven is geweest, maar nu na vele operaties volkomen lijkt te zijn genezen.

Allereerst brengt Van Mierlo een historisch fundament aan door de zieken- en armenzorg van de Middeleeuwen tot de twintigste eeuw te beschrijven. Het is een verhaal over armen-, gast- en pesthuizen. Een onzorgvuldig geformuleerde zin in het gedeelte over de zestiende eeuw is: „De Reformatie en de pest maakten een einde aan de goede verpleging van de zieken". Het is zeker zo niet bedoeld, maar het komt op de lezer over alsof pest en Reformatie synoniem zouden zijn...

Geheim

De oudste vermelding van een stadsziekenhuis dateert uit 1592. Aan het eind van de negentiende eeuw bleek de gezondheidszorg in den lande zich goed ontwikkeld te hebben. Kampen bleef echter ver achter bij alle verbeteringen die aangebracht werden. In tal van brieven aan B en W en de raadsleden pleitten de drie besturende regenten voor vernieuwing van het ziekenhuis, dat toen nog gevestigd was aan de Vloeddijk. In 1857 en 1872 werd het ziekenhuis nog verbouwd, maar het voldeed steeds minder aan de eisen die aan de gezondheidszorg werden gesteld.

Ondanks heftige discussies in de gemeenteraad en vele klachten van burgerij, regenten en artsen pleitte de liberale burgemeester mr. J. D. E. A. E. van Blommenstein (18971919) telkens voor een afwachtende houding. Hij slaagde er ook steeds in zijn standpunt tot raadsbesluit te maken. Toch was Van Blommenstein geen tegenstander van een nieuw ziekenhuis. Hij had echter een geheim te bewaren dat hem in 1906 door Christiaan Engelenberg, ex-burgemeester van IJsselmuiden, was toevertrouwd. Diens zuster had als wens te kennen gegeven dat Christiaan na haar en zijn overlijden een legaat aan de gemeente Kampen zou schenken. Van het geld moest dan een ziekenhuis, een Uefdadigheidsinstelling of iets dergelijks worden gebouwd.

Acht maanden voor zijn sterfdatum vroeg Engelenberg aan Van Blommenstein hoeveel geld hij nodig dacht te hebben. Toen C. H. A. A. Engelenberg op 27 februari 1910 op 66-jarige leeftijd stierf, bleek dat hij een bedrag van 200.000 gulden had geschonken om „daarvoor met bekwame spoed eene instelling van weldadigheid te stichten".

Deze instelling moest de naam Engelenbergstichting dragen en bij acceptatie van het legaat verplichtte de gemeente zich tevens een olieverfschilderij van de familie Engelenberg in de stichting te plaatsen. Ook kreeg de gemeente 10.000 gulden met de verplichting om de grafkelder van de familie „in uitmuntende staat te houden". Tal van armen- en kerkbesturen in Kampen en IJsselmuiden ontvingen gelden. Het totaal aan schenkingen liep op tot bijna vier ton.

Tegenslag

Een maandenlange discussie over de locatiekeuze en een mogelijke budgetoverschrijding brak los. Op 5 januari 1912 kon uiteindelijk worden begonnen met de bouw van het ziekenhuis ten zuidwesten van de hbs voor een bedrag van 191.980 gulden. In de zomer van 1913 ging echter het bouwbedrijf failliet en in de herfst bleken de reeds gereed zijnde kelders vol water te lopen. Op 25 juli 1914 werd het gebouw opgeleverd. Het moest nog wel een aar drogen voordat met de afwercing kon wórden begonnen.

De Eerste Wereldoorlog bracht echter nieuwe tegenslag, doordat de import van grondstoffen werd bemoeilijkt. De gewenste "bekwame spoed" werd alles bij elkaar een periode van zes jaar. Eindelijk, op 5 mei 1916, kon de officiële opening plaatsvinden van het stadsziekenhuis De Engelenbergstichting. Het Stedelijk Orkest speelde vers 10 van psalm 68: „Geloofd zij God met diepst ontzag".

De regenten moesten nu eerst van de directrice, mejuffrouw A. G. Burghgraaf, af. Omdat ze besluiteloos, stug, weifelend, humeurig en onvriendelijk genoemd werd, kreeg ze een baan als huishoudster aangeboden! Maar directrice Burghgraaf weigerde zich te laten degraderen. Ten slotte werd ze met een klein pensioentje uitgekocht.

Armlastig
Het splinternieuwe ziekenhuis bleek vooral armlastige mensen aan te trekken. Oorzaak was het ontbreken van permanent aan het ziekenhuis verbonden medici. Klassepatiënten gingen naar het ziekenhuis in Zwolle. Kampen leek de concurrentie met Zwolle niet aan te kunnen. Op een nacht in januari 1920 liepen vijf patiënten weg. Drie vonden het te koud en twee anderen verklaarden het eten slecht te vinden. Zelfs de verpleegsters klaagden in 1925 over te weinig boter op het brood. Het eten was overigens gratis, omdat gevreesd werd dat er anders stiekem uit de keuken zou worden gesnoept.

Vervolgens wordt in Van Mierlo's boek verhaald van fraudepraktijken, drastische personeelstekorten en dubieuze bezuinigingen ten koste van de patiënt. Om over de slechte relaties tussen artsen onderling en binnen het personeel nog maar te zwijgen. Zo communiceerden bij voorbeeld de dokters Kolff en Kehrer voor de Tweede Wereldoorlog alleen maar door middel van briefjes. In de oorlog vonden jfe elkaar ^ weer in de strijd tegen de ïDuitsefs,,* Wie als NSB'er, WA'er of SS'er in handen van een van deze dokters kwam, was slecht af.

Uitvinder kunstnier

Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan dr. W. J. Kolff, die de uitvinder van de kunstnier was. In het diepste geheim maakte Kolff tijdens de Tweede Wereldoorlog een apparaat dat bestond uit een grote trommel, omwonden met veertig meter cellofaanbuis dat eigenlijk was bestemd voor de worstfabrieken. Het mechanische gedeelte bestond uit onderdelen van een fiets en een oude Fordmotor die Kolff van de plaatselijke Forddealer betrok. De eerste patiënt die haar leven aan de kunstnier had te danken, was een 67-jarige vrouw die Kolff in september 1945 behandelde.

In 1948 kregen B en W een verzoek om overdracht van het ziekenhuis aan de Vereniging voor Gere-. formeerde Ziekenverzorging' in Nederland. Maandenlang ging deze kwestie de gemoederen in Kampen bezighouden. Pas in 1950 werd het verzoek definitief afgewezen. In de jaren zestig kon nog een nieuwe vleugel aangebouwd worden. Hierbij werd een grote financiële misser gemaakt. De oorspronkelijke raming van 4.730.000 gulden bleek te moeten worden verhoogd tot 9.990.000 gulden.

In de jaren zeventig en tachtig dreigde het ziekenhuis opgeheven te moeten worden. Het personeel werkte in deze tijd in een weinig benijdenswaardige sfeer. Talloze geruchten over allerlei wanpraktijken deden de ronde en de patiënten verkozen om in Zwolle geopereerd te worden. In 1977 dreigden de huisartsen patiënten helemaal niet meer door te sturen naar het ziekenhuis in Kampen.

Uiteindelijk werd in 1991 als definitieve oplossing niet gekozen voor sluiting of fusie, maar voor verzelfstandiging. De eerste positieve reï sultaten worden daarvan reeds .jge

Te negatief

75 Jaar Stadsziekenhuis is een opsomming van 75 jaar afgunst, jaloezie, ruzies, conflicten, misverstanden en personeels- en financieringstekorten. De geschiedenis van het Kamper Stadsziekenhuis wordt in dit werkje wel van de meest negatieve kant belicht. Van Mierlo heeft geen poging gedaan om het verleden te romantiseren en dat hoeft ook niet. Maar waarom geen enkele aandacht voor het warme weer dat er zeker geweest is naast het koude weer? Vier woorden van een zuster die een patiënt met liefde verzorgt, zeggen toch meer dan de duizenden woorden die gesproken zijn in de diverse raadsvergaderingen? Het, overigens keurig verzorgde, boek telt 144 bladzijden en is in een beperkte oplage verschenen bij Uitgeverij Kok in Kampen. De prijs bedraagt 25 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1991

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Kommer en kwel in Kamper kliniek

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 mei 1991

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken