Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het erfgoed van de jonker

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het erfgoed van de jonker

6 minuten leestijd

PUTTEN - Steeds meer natuurgebieden vallen ten prooi aan de verstedelijking, het industriegebied of wat de eisen des tijds verder nog vragen kunnen. In de driehoek (grofweg genomen) van Putten, Nijkerk en Voorthuizen ligt nog een gaaf bewaard gebleven stukje Veluws landschap: het erfgoed van „de jonker".

Jonkheer mr. F. J. C. Schimmelpenninck woonde niet in een indrukwekkend kasteel. Zijn grondgebied ligt echter als een immens grote, levende vesting op de Veluwe. Beschermend omwallen indrukwekkend hoge bomen en frisgroen struweel de wegen en paden. Her en der verscholen liggen de pachtboerderijen, zo'n veertig in getal. Met recht kan gesproken worden van boerenhofsteden.

De meeste dragen het uiterlijk van bedaagde, in welvaren oud geworden en zorgvuldig geconserveerde hoeven. Kleine details verraden echter de onderhuids kloppende bedrijvigheid. Het machinepark in de wagenloodsen is eigentijds. Half achter een forse koeiestal staat een tractor met giertank en mestinjector (ongeveer het nieuwste op het gebied van mestverwerking).

De rust in het gebied van wijlen „de jonker" is onwaarschijnlijk. Op een zandpad dartelen vrolijke kwikstaartjes voor ons uit. Een haas zit stil als een standbeeld midden op het pad en slaat dan opeens zijn lopers uit. In een oogwenk is hij verdwenen. Even verder wiekt een uil stilletjes verder het geboomte in. Dan kruist een statig stappende fazantehen ons pad.

Het idee dat plannenmakers ooit hebben geopperd ergens dwars door deze landelijkheid een snelweg (de op de Veluwe inmiddels beruchte S1/ A-30) aan te leggen, lijkt hier eenvoudig ongehoord. Toen de plannen telkens weer veranderden en vertraagden, dook de gedachte op dat jonkheer Schimmelpenninck wellicht zijn invloed had laten gelden. Een gerucht dat de mensen uit zijn naaste omgeving echter rechtstreeks naar het rijk der fabelen verwijzen.

Rustig afwachten

De pachthoeven zijn inmiddels geërfd door een in Londen woonachtige barones, die niet tot de naaste familie behoort. G. van Dasler, voorheen architect voor de jonkheer, is tot rentmeester benoemd. Hij was niet voor commentaar bereikbaar.

Het is voor velen een onverwachte wending. „We hadden eigenlijk gedacht dat alles naar bij voorbeeld Het Gelders Land- "schap of Natuurmonumenten zou gaan", vertelt een van de pachters — „nee, liever geen naam in de krant".

Deze pachter kent de barones niet. „Voor zover ik weet heet ze Quarles van Ufford-van Linden. De nieuwe rentmeester Van Dasler is hier geweest. Die vertelde ons dat zij de erfgename is. Zij schijnt daarvoor al wel een keer met Van Dasler langs alle boerderijen gereden te zijn, maar wij hebben haar niet gezien.

Het is denk ik wel goed dat alles onder één persoon komt. Dan blijft het als geheel bewaard. De jonker hield heel erg de natuur in ere. Dat kun je zien. Overal staan nog houtwallen om het land. Op andere plaatsen zijn ze bijna allemaal gerooid.

Of er veranderingen komen? Nou, wij weten nog nergens van. Het eerste jaar gaat er niks gebeuren, heeft Van Dasler gezegd, en dan zien we wel weer verder. Maar ik verwacht wel dat de pachten wat zullen aantrekken. We zijn wat dat betreft verwend, maar ik denk dat het moet kunnen. Zoals het nu is, komen volgens mij de onkosten er amper uit. Dat is ook niet goed, dat houdt geen stand op den duur".

De pachtboer wacht rustig af. De jonker heeft altijd goed voor z'n pachters gezorgd, dus het probleem van de opvolging zal ook wel grondig zijn overwogen en zo goed mogelijk zijn voorbereid.

Jacht

De tijd dat jonkheer Schimmelpenninck de landerijen beheerde, was voor agrarisch Nederland een turbulente periode. Vele boerderijen groeiden uit tot bio-industriële bedrijven. Dat vergde de nodige investeringen en dus het nodige financiële rekenwerk. Komen de pachtboeren door de nieuwe ontwikkelingen niet in de problemen?

„Er is hier niet zo gek veel uitgebreid. En iedereen wist natuurlijk dat ook het leven van de jonker eindig was en dat we het wat geld betreft nooit beter zouden kunnen krijgen.

We zijn trouwens wel benieuwd hoe het gaat met het betalen van het onderhoud. Sinds een jaar of twintig moeten we daar zelf voor zorgen. Voor die tijd nam de landheer de helft voor zijn rekening en de pachter de andere helft. In de tijd van jonker Frits was het niet zo erg dat we het zelf moesten betalen, vanwege de lage pacht".

Dat een dergelijke 50-procent-regeling interessant is voor sommige boeren valt niet moeilijk te raden. Een nieuwe rieten deken op een huis kost een flinke duit. En over het algemeen hebben de boerderijdaken forse afinetingen.

Nog een andere traditie raakte in de loop der jaren in de vergetelheid: de jacht. „Al een jaar of vijftien, zestien wordt daar niets meer aan gedaan. Alles gaat gewoon volgens de natuur z'n gang. Een stuk of wat vossen gaan de ergste wildgroei tegen", vertelt de pachter. „Ik zou het wel goed vinden als de jacht weer in ere werd hersteld. Met verstand natuurlijk. In het verleden waren er in november altijd vier jachtdagen op verschillende plekken. De eerste was op Heil, de tweede op Appel, de derde op de Veldhoef en Gerven en de vierde weer op Heil".

Kerkje

Het kleine kerkje in Driedorp is ook bij de veranderingen betrokken. Voorzitter van de Nederlands hervormde evangelisatie is G. van Winkoop. Hij heeft jonkheer Schimmelpenninck goed gekend. „We missen hem echt. Hij had een band met zijn pachters —waar ik ook bij hoor— en bij de evangelisatie voelde hij zich erg betrokken. Hij stond er helemaal achter". Ook Van Winkoop is wat terughoudend met het verstrekken van informatie. „We hebben in de kerk heel sober afgekondigd dat er een nieuwe eigenaresse is. Verder zullen we in het kerkblad kort wat publiceren, maar daar wachten we mee tot rentmeester Van Dasler met gegevens komt over de exacte naam van die dame en dergelijke".

Hoe de toekomst voor de evangelisatie eruit zal zien, is voorlopig nog in nevelen gehuld. Met dien verstande dat Van Winkoop ervan uitgaat dat er weinig zal veranderen. „Al verwacht ik dat de betrokkenheid bij ons van die dame -met alle achting, want ik ken haar niet— kleiner zal zijn dan van jonker Frits. Aan de andere kant is het toch ook wel een wonder dat zij het kerkje heeft aanvaard, dat ze niet gezegd heeft: Ze zien maar hoe ze het regelen. Zo zie je dat ook koningen en prinsen middelen zijn in de hand van de Heere".

Zo blijft de vrij unieke situatie voortbestaan dat kerk en pastorie van een gemeente bezit zijn van een particulier. „Of we niet liever hadden gezien dat die gebouwen van de kerkelijke gemeente zouden zijn? Ach nee, zo revolutionair zijn we niet".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 juni 1991

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Het erfgoed van de jonker

Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 juni 1991

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken