Bekijk het origineel

Wolken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wolken

6 minuten leestijd

„Ik vin het èng, mam..." Ruth schoof dicht naast Heleen op de bank. „Ik ook", knikte Wouter. „Eigenlijk heb ik helemaal geen zin..." Hij zuchtte diep. „Ik ook niet", zei Ruth. „Hoeven we niet, mam?" Ze keek Heleen aan en ze zuchtte ook heel diep.

„Wat hoeven we niet?" bromde Harmens stem. Hij kwam in z'n nette )ak de kamer binnen. „Hebben julie je nog niet verkleed?" Hij keek verbaasd, „'t Is al half zeven, moeder, ik weet niet..." Hij liep naar het orgel, pakte zijn agenda. „Ja, zie je wel, zeven uur", mompelde hij. Heleen stond op. „Ze willen niet", zei ze. „Ze vinden het eng. En ze hebben geen zin". Ze knipoogde naar Harmen. „Niet willen, eng vinden, geen zin hebben", herhaalde die. „Wat is dat voor onzin? Anders staan jullie te springen om naar 't koor te gaan... Nou, dan moeten jullie maar thuis blijven". Hij knikte. „Alleen, ik heb gehoord, dat..." Hij zweeg geheimzinnig, haalde zijn schouders op. „Tja, dat lopen jullie dan ook mis".

Ruth gleed van de bank. „Wat, papa?" wilde ze weten. Harmen schudde zijn hoofd. „Jullie willen niet", zei hij. „Waaróm willen jullie eigenhjk niet?" Wouter gleed ook van de bank. Hij keek Ruth aan. En Ruth keek hem aan. „Eh..." aarzelde Ruth. „Oma..." begon Wouter. Heleen knikte. „Zèg het maar", moedigde ze aan. Ze keek op haar horloge. Ze moesten opschieten. „Wij zijn een beetje bang", zei Ruth. Wouter knikte. „Bij oma is zo'n oud vrouwtje, die doet soms gèk", kwam hij. „En, en, oma zegt dat er nog meer van die oude mensen zijn. En dat..." Hij haalde zijn schouders op. Heleen beet op haar onderlip. Ze keek Harmen aan, zag dat hij moeite deed om niet te lachen. Ze schudde haar hoofd, trok de kinderen naar zich toe. „Van zulke mensen hoeven jullie echt niet bang te zijn", zei ze. „Als ze gevaarlijk waren, woonden ze niet meer bij oma". Wouter en Ruth keken haar aan. „Echt niet?" vroeg Ruth. „Oma zegt..."

Heleen glimlachte. „Echt niet!!" zei ze vast. Wat had oma de kinderen allemaal wijs gemaakt? „Ik denk dat die mensen het óók fijn vinden, als jullie komen zingen", kwam Harmen. „Vaak kennen ze de versjes nog van vroeger. Ga je maar gauw verkleden!"

Even later waren ze op weg naar het bejaardenhuis. Simone paste op David en Liesbeth. Heleen keek naar de gespannen gezichtjes. Wat haalden die kinderen zich soms rare dingen in het hoofd! „Zenuwachtig, Wout?" vroeg ze. Wouter schudde zijn hoofd. „Nee hoor", zei hij stoer. „Niks niet meer! Ruth misschien..." Ruth keek verontwaardigd. „Ik niet", reageerde ze. „Jïj...!" 't Was druk bij het bejaardenhuis. Wouter en Ruth sprongen uit de auto. „Dag mam, paps!" riepen ze en ze renden weg. Harmen schudde z'n hoofd. „Die kinderen", glimlachte Heleen. Ze liepen naar de ingang. Harmens moeder zat al te wachten. „Hè, hè", groette ze. „Ik dacht dat jullie niet meer kwamen". De zaal was vol. Heleen vond op de voorste rij een plaatsje. Ze keek eens naast zich, zag mevrouw Wiltink zitten. Mevrouw Wiltink wiegde zacht heen en weer. Ze mompelde af en toe wat. Het leek wel of ze helemaal niet wist waar ze was. „En toch zingen ze straks ook voor haar", schoot het door Heleen heen. Ze was bhj dat Ruth en Wouter tóch meegegaan waren. Het koor kwam binnen. Heleen vergat mevrouw Wiltink, luisterde intens naar de zang van al die kleine stemmen. Ruth keek strak naar de dirigent. Haar gezichtje was vuurrood. Wouters blik raakte af en toe de hare. Ze ghmlachte warm. Tegen negenen reden ze naar huis. „Hoe vond u het?" wilde Ruth weten. „Hebben we het góéd gedaan?" Heleen schoot bijna in de lach. „En als ik nou 'ns nee zei?" vroeg ze.

Ruth haalde haar schouders op. „Ik weet niet", aarzelde ze. „Ik geloof, dat ik dat toch niet zo leuk zou vinden!" Ze keek naar Harmen. „Want het was best mooi, hoor". Ze knikte hard.

Heleen glimlachte. Dit was Ruth, helemaal! „En jij. Wout?" vroeg ze. Wouter hoefde niet na te denken. „Het geeft niet, mam", zei hij vlot. „Want weet u..." Hij lachte. „Weet u, die mevrouw naast u, hè, die vonden we altijd een beetje eng. Maar mam, ze zong méé, toen wij "God heb ik lief" moesten zingen. Dat kon ze nog, mam, en ze moest opeens lachen. En nou vin ik haar ook niet meer èng, mam".

Heleen slikte haar ontroering weg. Keek Wout daarom steeds haar kant op?! „Zie je wel, jongens, dat die oude mensen het óók fijn vinden?" zei Harmen. Hij draaide het garagepad op, keek achterom. Wouter en Ruth knikten. En Heleen wist: 't Was goed, heel goed, dat ze toch gegaan waren! '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1991

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Wolken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1991

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken