Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Overheid in aanvaring met fiscus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Overheid in aanvaring met fiscus

5 minuten leestijd

Niet alleen particulieren en bedrijven komen in aanraking met de inspecteur van 's Rijks belastingen maar ook overheden. Dit geldt vooral voor gemeenten. Zij hebben in het bijzonder met twee soorten rijksbelastingen te maken, de loonbelasting en de omzetbelasting (btw). Gemeenten hebben veel personeel in dienst. Op hun salaris moet loonbelasting worden ingehouden.

Verder hebben de gemeenten vele bedrijfsmatige activiteiten. Over de opbrengsten daarvan moeten ze btw betalen. De aanraking met de inspecteur is ook voor gemeenten niet altijd zacht. Soms is er een behoorlijk harde aanvaring. Over zo'n situatie gaat dit verhaal.

Een van de grootste gemeenten van ons land is in het gelukkige bezit van een openbaar-vervoerbedrijf. Als de trams niet stuk zijn en het personeel niet staakt, loopt het op rolletjes. Over de opbrengst van de kaartverkoop wordt netjes btw afgedragen. Veel is dit niet. Het tarief voor het openbaar vervoer is 6 procent in plaats van het hoge btw-tarief van 18,5 procent.

Verschil

Een bedrijf maakt natuurlijk ook kosten. Loonkosten voor het personeel en materiële kosten. Op deze laatste kosten wordt btw betaald. Btw die het bedrijf af mag trekken van de te betalen btw. Heel vaak is de in aftrek te brengen btw meer dan de te betalen btw. De wet bepaalt dat de fiscus het verschil dan aan de belastingplichtige moet betalen. Ons gemeentelijk vervoersbedrijf claimde zodoende van jaar op jaar grote bedragen aan btw terug. Vooral in jaren waarin grote investeringen werden gedaan, zoals de aanleg van een metrolijn.

De inspecteur die steeds zijn handtekening moest zetten onder de teruggaafbesehikking kreeg hier op een gegeven moment genoeg van. In de eerste plaats was hij bang dat de gemeente ook andere kosten boekte dan de kosten die direct met het openbaar vervoer te maken hadden. Zo zou de gemeente aftrek van btw krijgen die eigenlijk niet juist was.

Verder was hij het principieel niet eens met de voortdurende teruggaven aan de gemeente. Openbaar vervoer was naar zijn mening in feite een overheidstaak en niet een echte bedrijfsactiviteit. Wanneer de gemeente handelt als overheid heeft ze geen recht op teruggaaf van btw.

Schatkist

Met ingang van juli 1980 stopte hij de teruggaven. Als de gemeente anders wilde, moest men maar naar de rechter gaan. Een vreemde situatie. Het openbaar vervoer van gemeenten wordt gesubsidieerd door het ministerie van verkeer en waterstaat. Als de kosten toenemen, bij voorbeeld omdat de inspecteur, die in dienst is van het ministerie van financiën, geen teruggaaf van btw meer geeft, krijgt de gemeente meer subsidie. De actie van de inspecteur had dus tot gevolg dat de schatkist van het Rijk werd bevoordeeld en de begroting van een van de vakministers beknot. De ene minister tegen de andere.

In overleg met de minister van verkeer werd besloten om de uitdaging aan te nemen. Tegen het besluit van de inspecteur werd beroep ingesteld bij de belastingrechter. Tijdens de schriftelijke behandeling hield de inspecteur zijn standpunten overeind. De gemeente had naar zijn oordeel geen recht op teruggaaf van btw.

Op de zitting van het gerechtshof moest hij bakzeil halen. De rechter overtuigde hem ervan dat er geen oneigenlijke kosten binnen het vervoerbedrijf werden geboekt en dat de gemeente voor het openbaar vervoer principieel recht op teruggaaf had. De inspecteur erkende dat de ingehouden btw alsnog geheel moest worden terugbetaald. Een girootje ten laste van 's Rijks schatkist ten bedrage van 76 miljoen gulden was het resultaat.

Onrecht

Daarmee was de kous nog niet af. Normaal rekent een bedrijf niet met de btw. Deze is voor hem neutraal. De btw op de inkomsten ontvangt hij van zijn klanten en de btw die hij op de kosten betaalt, krijgt hij van de fiscus terug. Het vervoersbedrijf leed dus behoorlijk nadeel toen de inspecteur geen teruggaaf meer wilde verlenen. De btw op de kosten moest meegefinancierd worden. Dit leidde tot een renteverlies van twaalf miljoen gulden.

De gemeente vond dat haar onrecht was aangedaan en vorderde genoegdoening. De inspecteur —of liever gezegd het ministerie van financiën, die in dergelijke zaken zelf optreedt— weigerde de gederfde rente te vergoeden. Een nieuw proces, nu voor de burgerlijke rechter, was het gevolg. Het ministerie vond schadevergoeding helemaal niet op zijn plaats. In de eerste plaats was er geen uitspraak van de belastingrechter gekomen. De inspecteur had zelf op de zitting van het gerechtshof toegegeven. In de tweede plaats ging het volgens het ministerie om een gewone belastingprocedure. Als de inspecteur daarbij niet volstrekt onredelijk handelt, is er geen sprake van een zogenaamde onrechtmatige daad, ook al verliest hij de procedure.

Uitspraak

De rechtbank te Den Haag, waarvoor deze zaak diende, heeft begin deze maand uitspraak gedaan. Het maakt volgens de rechtbank geen enkel verschil of in geschil met een belastingplichtige beslist wordt door een officieel vonnis van het gerechtshof of doordat de inspecteur in de loop van de procedure toegeeft verkeerd te zijn geweest en de maatregelen die hij genomen heeft ongedaan maakt. Bij dit laatste kunnen we denken aan het vernietigen van een aanslag of het alsnog teruggaaf geven.

Verder is, aldus de rechtbank, de Staat altijd verplicht schadevergoeding te geven als een belastingprocedure wordt verloren. Het maakt niet uit of de inspecteur onredelijk heeft gehandeld of een heel verdedigbaar standpunt heeft ingenomen. Als de Staat verliest, moet hij de kosten die de burger heeft gemaakt, vergoeden. In de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van financiën meegedeeld het niet met dit standpunt eens te zijn. Ik verwacht daarom dat hij tegen dit vonnis in hoger beroep zal gaan en dat de zaak uiteindelijk voor de Hoge Raad komt. We moeten dus afwachten hoe dit afloopt. Voorlopig heeft de gemeente op alle fronten aan het langste eind getrokken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 30 september 1991

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Overheid in aanvaring met fiscus

Bekijk de hele uitgave van maandag 30 september 1991

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken