Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Integratie via de islam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Integratie via de islam

6 minuten leestijd

Hoeveel moslims er in Nederland wonen is niet precies bekend. In 1988 schatte het Centraal Bureau voor de Statistiek hun aantal op 380.000. Op dat moment vormden ze 2,6 procent van de bevolking. Vaststaat wel, dat hun aantal sinds die tijd is toegenomen. Belangrijkste reden daarvan is de komst van Turken en Marokkanen naar Nederland in het kader van de gezinshereniging en gezinsvorming.

Op I januari van het vorig jaar bedroeg het aantal Turken en Marokkanen in ons land bijna 350.000. Van hen moet 99 procent als nroslim worden aangemerkt. Bij dit aantal zitten niet de inmiddels genaturaliseerde Turken en Marokkanen. En dat zijn er meer dan 7000. Bovendien is een aantal Nederlandse vrouwen na hun huwelijk met een Turkse of Marokkaanse man overgegaan tot de islam. Bij het aantal moslims moet nog 12 procent van de Surinaamse gemeenschs^s in ons land worden geteld (ongeveer 25.000 mensen). De overige moslims zijn te vinden onder ife in ons land wonende 9000 Indonesiërs, 4000 Pakistani en 2(X)0 Tunesiërs.

Al die nrraslims kunnen voor hun godsdienstige rituelen terecht in de meer dan 200 gebedsruimten en moskeeën, tedere moskee heeft haar eigen publiek. Afkomst en fundamentalisme zijn de scheidslijnen. De stichting van eigen gebedsruimten of moskeeën was een eerste teken dat de wat ooit gastarbeiders werden genoemd hier zouden blijven.

In de loop van de jaren hebben zij meer activiteiten ontplooid. Zo bestaan er Marokkaanse en Turkse arbeiderscomités, d»e echter niet op islamitische leest geschoeid zijn. Het vestigen van aandacht op wantoestanden in eigen land en al dan niet vermeende discriminatie in Nederland, is wat deze politiek links georiënteerde clubs bezighoudt.

Sinds 1986 beschikken de islamieten over een eigen omroep. De Islamitische Omroepstichting (lOS) zendt een uur per week via de tv en drie uur via de radio uit. Twee jaar na de omroep kwam de eerste islamitische basisschool er. Nu zijn er al twintig van deze basisscholen. De zogenaamde tweede generatie, de kinderen van de gastarbeiders, gaan er. zeker als ze tot de meer orthodoxe richtingen behoren, steeds meer toe over om eigen verenigingen op te richten. De islamitische zuil, die premier Lubbers als middel tot integratie van de etnische minderheden in de Nederlandse samenleving ziet, is in wording. Turkije, te interesseren voor een vervolgstudie in Nederland. Tot nu toe hebben we niemand nog kunnen overhalen. Dat is jammer, want ze zouden best een baan kunnen vinden. In Amersfoort werd laatst een maatschappelijk werkster met een Turkse achtergrond gezocht, wij hadden graag iemand van ons daarvoor voorgedragen. Helaas hebben we niemand kunnen vinden".

Voorzichtig

De verenigingen, waarvan de activiteiten via subsidies worden bekostigd, moeten „heel voorzichtig" opereren, „De activiteiten moeten niet strijdig zijn met ons geloof. De mensen moeten kunnen zien dat wij anders zijn dan de andere verenigingen. Er moet duidelijk een verschil zijn. Een bingo kan niet; dan zou de vereniging de volgende dag uit elkaar barsten".

Discussie

Dit anders zijn belemmert de integratie in de samenleving niet, vindt Teyfik. Het is volgens hem juist een voorwaarde om te kunnen integreren. „Met behoud van je eigen identiteit integreer je het best in de samenleving. Dat betekent niet dat je maar hetzelfde moet doen als de Nederlanders. Niemand vraagt van een Spakenburger om zich anders te kleden, waarom zouden onze vrouwen dan hun hoofddoek niet mogen dragen?"

Die hoofddoek is anders niet onomstreden. Zeker niet binnen de twintig islamitische scholen die ons land telt. „Er is veel discussie over geweest, en er zal ook nog veel over gediscussieerd worden", verzucht Ismail. Hij is secretaris van de ISBO, de Islamitische Scholen Besturen Organisatie. Zijn broer is voorzitter van het bestuur van de islamitische Bilalschool in Amersfoort.

De lessen op de scholen worden gegeven door Nederlandse leerkrachten, die geen van allen moslim zijn. De vrouwen onder hen zijn verplicht les te geven met een hoofddoek op. „Dat moet om de meisjes eraan te wennen. De meisjes op onze scholen moeten vanaf hun zevende jaar een hoofddoek op. Dan wennen ze eraan en vinden ze het ook niet gek. Bovendien, als je ze vrij laat in het wel of niet dragen van een hoofddoek komt er weinig van terecht".

De verplichting voor de dochter kan een afgedwaalde moeder ook weer op het rechte spoor brengen. „Je ziet dat dochters hun moeders die wel moslim zijn maar neutraal tegenover het geloof staan, er op aanspreken waarom zij geen hoofddoek dragen. De moeders op hun beurt zullen zich gaan aanpassen. Dan is het doel bereikt. Via de school komen ze weer tot het geloof'.

Runnen

De hoofddoek is slechts een van de problemen binnen het islamitisch onderwijs. Het inhoud geven aan de eigen identiteit kost nog heel wat moeite. „Een school stichten in Nederland is geen probleem, maar er een runnen is veel moeilijker. Een heleboel zaken moet je zo gaan aanpassen dat ze overeenkomen met je overtuiging. Daarvan moet je ook het team van leerkrachten overtuigen. En dat is veel moeilijker dan we ons gerealiseerd hebben. De bestuurders zijn nog onervaren en wij beschikken ook nog niet over de deskundigheid die andere takken van het bijzonder onderwijs wel hebben".

Een islamitische school voor voortgezet onderwijs lijkt voorlopig nog verder weg. „We zijn er wel mee bezig, maar de achterban woont te verspreid. Je moet een centraal punt voor de vestiging van de school hebben, zodat de afstand voor de leerlingen niet te groot is".

In de besturen van de scholen maken leden van de tweede generatie de dienst uit. Her en der zit er nog wel een lid van de eerste generatie, die ooit als gastarbeider naar Nederland kwam, in het bestuur maar dan is het wel iemand „die ervaren is in de islam". De tweede generatie wil eigen scholen om hun kinderen meer kansen in het onderwijs te geven, maar belangrijker is de versteviging van de eigen identiteit. „Je moet je niet generen voor het feit dat je moslim bent".

Keerpunt

Het ingieten van de islamitische identiteit is iets wat de tweede generatie tijdens de eigen schoolopleiding heeft gemist. Ismail, die de havo en mts heeft gedaan, verwoordt het zo. „Tijdens mijn studie heb ik alleen gestudeerd. Mijn vrije tijd was er voor hobbies. Ik ging naar disco's, had vriendinnen, dronk alcohol en at varkensvlees. Ik vroeg me niet af wat het betekende moslim te zijn".

Het keerpunt kwam op z'n twintigste, vlak voor hij met een Nederlands meisje zou trouwen. „Ik ging mezelf de vraag stellen: Ben je eigenlijk moslim of ben je het niet? Toen realiseerde ik me dat er iets fout zat. De islam geeft je normen en waarden voor het hele leven, leert je bewuste keuzes maken. Dat doe ik nu, voor mijn twintigste deed ik iets omdat Jantje of Pietje het ook deed".

Zijn dwalen ziet Ismail als een gevolg van de vrijheid die hij van zijn ouders kreeg. „Ze hadden me op mijn elfde naar de koranschool gestuurd en dach

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 november 1991

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Integratie via de islam

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 november 1991

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken