Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nieuw Burgerlijk Wetboek biedt meer bescherming aan consument

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nieuw Burgerlijk Wetboek biedt meer bescherming aan consument

Vernieuwing burgerlijk recht heeft bijna 45 jaar geduurd

8 minuten leestijd

Na 1 januari is het oppassen voor ouders met vernielzuchtige kinderen. De schade van het kroost kan het slachtoffer op hen verhalen. Op nieuwjaarsdag worden vier delen van het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) ingevoerd. Voor een aardverschuiving in het recht zal dat niet zorgen, maar in bepaalde gevallen betekent het een grote verandering.

Om nog even bij het voorbeeld van de vandalistische jeugd te blijven: de ouders zijn alleen aansprakelijk als hun kinderen nog geen veertien zijn. Kinderen tot die leeftijd kunnen volgens het NBW namelijk geen onrechtmatige daad begaan. Dat kan zowel het ingooien van een ruit als het veroorzaken van een ongeluk zijn. De wetgever, regering en parlement, wil daarmee voorkomen dat kinderen in tegenstelling tot wat tot nu toe geldt hun hele leven achtervolgd worden door een schadeclaim.

Om degenen die de schade heeft geleden niet met lege handen te laten staan, is in het NBW een artikel opgenomen dat de ouders aansprakelijk stelt. De ouders kunnen zich tot de rechter wenden als het slachtoffer hen opzadelt met een hoge schadeclaim. Zij zullen bot vangen als zij zich tegen de aansprakelijkheid hebben verzekerd of daartoe verplicht zijn.

Jongeren van 14 en 15 kunnen hun slachtoffers ook nog naar de ouders verwijzen, tenzij die kunnen bewijzen dat zij aan het gedrag van hun kroost niets hebben kunnen doen. In principe kan iedereen boven de 14, ook al is hij lichamelijk of geestelijk gehandicapt, voor de door hem veroorzaakte schade worden aangesproken. gang van het nieuwe jaar bij bijna al zijn aankopen de wettelijke bepalingen van wat consumentenkoop heet. Deze regels zijn van toepassing als een consument iets koopt bij een verkoper die daar zijn beroep of bedrijf van heeft. Ze gelden dus bij het kopen van een wasmachine bij winkel of groothandel, maar niet bij het kopen van een klok gemaakt door iemand die dat uit hobby doet.

Consumentenkoop geeft de consumenten, ongeacht wat garantiebepalingen of andere voorwaarden zeggen, recht op: gratis nalevering van het ontbrekende, gratis reparatie, gratis vervanging van het hele artikel, gratis ontbinding van de koop (de verkoper neemt de spullen terug en de koper krijgt zijn geld terug), schadevergoeding van kosten die het leveren van een ondeugdelijk artikel met zich meebrengen.

Een voorbeeld. In een audiowinkel koop je een stereotoren. De helft van het bedrag wordt contant betaald, de rest zal overgemaakt worden. Bij thuiskomst blijkt het apparaat niet te deugen. Een vreselijke bromtoon maakt het luisteren naar geliefde muziek een verschrikking in plaats van een genot. De winkelier komt kijken en zegt dat de bromtoon heel normaal is. Reparatie is niet nodig. Daarop besluit de koper de rest niet te betalen. Dat mag.

Deze laatste regel is een van de weinige in het Nieuw Burgerlijk Wetboek waarbij de 'zwakkeren" niet in bescherming worden genomen. Over het algemeen gaan de consument, werknemer en huurder er door de invoering van de nieuwe boeken 3, 5, 6 en delen van boek 7 op vooruit. Zij worden beter beschermd tegen de grillen van fabrikant, werkgever en verhuurder.

Tot nu toe kon dat niet. Wie in een dergelijke situatie was verzeild, had drie mogelijkheden. Hij gaf het spul terug aan de winkelier, hij kon de rechter vragen de koop ongedaan te maken of hij kon de stereotoren houden en betalen en dan een schadevergoeding van de winkelier vragen. Voor de consument gelden met in- Ook gestolen spullen kunnen maar ZATERDAG 28 DECEMBER 1991 niet zomaar meer -worden teruggevraagd. Hierbij geldt wel dat de koper niet wist dat de goederen gestolen waren. Wie op de Pillenbrug in Amsterdam een fiets koopt voor 25 gulden van een junk, moet die teruggeven aan de vorige eigenaar als die ooit mocht komen opdagen.

Nog een voorbeeld. Bij een antiquair koopt de antiekverzamelaar Jansen een klok. Een paar weken later komt zijn uit het oog verloren vriend Pietersen eens langs. Tot zijn schrik ziet hij dat Janspn zijn gestolen klok aan de wand heeft hangen. Pietersen wil zijn klok terug hebben. Jansen hoeft de klok niet terug te geven want hij heeft hem in een gewone 'winkel' gekocht. Als hij de klok op de veiling of markt had aangeschaft, had hij hem terug moeten geven.

Zwarte en grijze lijst

Een nieuwe regel die ongetwijfeld tot veel gehakketak zal leiden, gaat over de zogenaamde kleine lettertjes of algemene voorwaarden, die veel rekeningen, verzekeringspapieren en dergelijke sieren. In het Nieuw Burgelijk Wetboek worden aan de lettertjes beperkingen opgelegd. Een aantal staat op de zwarte lijst. Zo mag een leverancier van een niet goed functionerende wasmachine niet meer zelf uitmaken of hij een wanprestatie levert of niet. Wie een meubelstuk koopt en dat na zes weken beschadigd thuiskrijgt, mag zelfde koop ongedaan maken.

Behalve een zwarte lijst is er ook een grijze lijst voor de kleine lettertjes. Een meubelhandel bedingt bij voorbeeld in zijn voorwaarden een levertijd zes maanden of meer. Een dergelijke voorwaarde loopt de kans door de rechter onredelijk te worden gevonden. De verkoper moet namelijk voor de rechter bewijzen dat deze voorwaarde redelijk is als de consument het uiteindelijk toch bezorgde meubelstuk weigert.

In de regeling rond de kleine lettertjes spelen de consumentenorganisaties een belangrijke rol. Zij kunnen na 1 januari over voorwaarden klagen bij het Haagse gerechtshof. Dit hof kan niet in de wet genoemde voorwaarden "onredelijk bezwarend" verklaren.

Het Nieuw Burgerlijk Wetboek geeft, zoals uit de voorbeelden blijkt, regels voor de verhouding tussen de burgers onderling. Zij moeten zelf naar de rechter stappen als ze vinden dat een van de partijen zich niet aan de regels houdt.

Feestweek

De nieuwe regels in het burgerlijk recht zijn een verbetering, maar niet bepaald om van je stoel af te vallen. Niettemin wordt er veel ophef over gemaakt. Voor het ministerie van justitie, de Orde van Advocaten en het Notariële Broederschap is de inwerkingtreding aanleiding om van 21 tot 25 januari een "Week van het Recht" te organiseren. Behalve de viering van de officiële invoering van het NBW, een televisieprogramma, staat een open dag op het programma. Op 25 januari staan de deuren bij de gerechtsgebouwen, advocaten-en notarissenkantoren open. Op het programma staan onder meer rondleidingen, gratis spreekuren, procestheater en workshops.

Al dit feestgedruis moet duidelijk maken dat er bijna een eind is gekomen aan 45 jaar werken aan het Nieuw Burgerlijk Wetboek. Boek 4, dat over erfrecht gaat, is nog niet af en ook enkele delen Bij de aanschaf van nieuwe spullen wordt de consument door de nieuwe resets in het burgerlijk recht beter beschermd. ^^^ ^ van boek 7 ontbreken nog. Algemeen wordt verwacht dat over tien jaar het NBW echt af is. Het feest is dus een beetje te vroeg gepland.

Het NBW is de opvolger van het Burgerlijk Wetboek, dat uit 1838 stamt. Dit was eigenlijk een vertaling van de Franse Code Civil. Hét BW, zoals het in de wandeling werd genoemd, is verouderd en biedt voor veel zaken geen regels. Zo heeft het BW geen regels voor gevonden voorwerpen. Voor de wettelijke verplichting tot schadevergoeding bevatte het geen enkel bruikbaar voorschrift. Het gevolg van het ontbreken van deze en andere regels was dat het Burgerlijk Wetboek steeds meer aan betekenis verloor. De Hoge Raad gaf via zijn arresten de rechters een leidraad hoe te handelen in gevallen waarin de wet niet voorzag.

In 1947 vindt de regering dat er een eind aan die situatie moet komen. Het recht moet in de wet terug te vinden zijn. De Leidse hoogleraar E. M. Meijers krijgt de opdracht een nieuw burgerlijk wetboek te ontwerpen. Bij zijn dood, in 1954, heeft hij voorontwerpen voor de eerste vier boeken en concepten voor de boeken vijf en zes klaar.

Na Meijers' dood worden diverse hoogleraren belast met het vernieuwen van het BW. Allerlei omstandigheden zorgen ervoor dat de uitvoering behoorlijke vertraging oploopt. De benoeming van de huidige raadsheer bij de Hoge Raad, mr. W. Snijders, tot regeringscommissaris voert de snelheid weer op. In 1970 wordt het nieuwe boek 1 (personen- en familierecht), in 1972 boek 2 (rechtspersonen) en in april 1991 boek 8 (zee-, binnenvaart- en wegvervoerrecht) geldend recht.

Diverse keren is geprobeerd om de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek te torpederen. Soms gebeurt dat door.kamerleden die kwaad zijn omdat Snijders hen nooit een amendement gunt. In 1989 doen de hoogleraren Van Dunne. Luijten en Stein nog een poging. Het NBW zou de overheid de eerste vijf jaar minstens anderhalf miljard gulden kosten. Het rapport van de hoogleraren wordt door minister Korthals Altes van justitie als waardeloos ter zijde geschoven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 december 1991

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Nieuw Burgerlijk Wetboek biedt meer bescherming aan consument

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 december 1991

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken