Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De boodschap van Koos Bons

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De boodschap van Koos Bons

„We moeten in Nederland misschien oppassen dat we niet ver-orgelen"

6 minuten leestijd

Koos Bons is vijftig jaar organist. En zijn boodschap is al die jaren dezelfde gebleven: „Jammer toch dat er in de orgelwereld zo weinig eenheid is. Wij proberen in Maassluis de vrede lief te hebben en orgelconflicten te mijden. Een kwestie van tactiek". Een boodschap om te onthouden, om wat mee te doen.

„Thuis stond vroeger een harmonium, zoals in het christelijk gezin de gewoonte was. Een Hildebrand, met aan twee kanten een harp. En in het midden de melodia. Dat vergeet je nooit meer. Ik zat net zolang met één vinger aan dat harmonium te peuteren totdat ik er het eerste melodietje uithaalde: "Ere zij God". Het Gloria. Merkwaardig, dat dat Gloria nu in de herdenkingsdienst weer wordt uitgevoerd onder leiding van mijn zoon: Gloria uit de Hohe Messe van Bach. Zo sluit de kring van de geschiedenis zich weer".

Van den Kerkhoff

De eerste docent van Koos Bons was mevr. Blok-van den Haspel (harmonium). Vanaf zijn dertiende jaar studeerde hij bij Piet van den Kerkhoff kerkorgel en piano. „Een zeer consciëntieus musicus. Zijn kracht lag in de precisie. Maar daarin ging hij misschien ook wat te ver. Het was bij Van den Kerkhoff nooit goed genoeg. Alex van Amerongen recenseerde vaak zijn concerten en als dat dan weer wat zuur was uitgevallen, was Van den Kerkhoff verdrietig. Dan zei hij op les: „Van Amerongen heeft me weer aangevallen".

Het befaamde Walcker-orgel van Van den Kerkhoff uit de Nieuwe Zuiderkerk in Rotterdam verhuisde bij de sloop van de kerk naar de Grote Kerk in Doesburg. „Een goed orgel, met een grote romantische bekoring, maar of het in Doesburg op de goede plaats staat, weet ik niet. In het koor van de kerk klinkt het goed, maar in de kerk zelf bekruipt je steeds het idee dat de klank verwaait".

Dupré

„Toen wilde ik een beurs om in het buitenland verder te studeren. Of ik maar even voor wilde draven voor Onderwijs, Kunst & Wetenschappen. Hendrik en Willem Andriessen zouden beoordelen of ik naar het buitenland mocht. Ik speelde de Passacaglia en ik improviseerde. Na afloop zeiden ze: „Meneer Bons, u krijgt bericht". Toen ik wegliep, stak Hendrik Andriessen zijn hoofd door de deur en zei: „Bons, jij krijgt die beurs toch niet". Leuk hè, die Andriessens, humoristische mensen".

Zesstemmig

Koos Bons kreeg de beurs wel en genoot vervolgens bij Marcel Dupré van diens onderwijs in improvisatie en interpretatie. „Ik speelde bij Dupré thuis in Meudon op het geëlektrificeerde orgel van Alexandre Guilmant. Dupré had speciaal voor dat orgel een concertzaaltje bij zijn huis aangebouwd. Hij improviseerde volgens een strak schema, typisch Frans: koraal op grondstemmen, een versierd koraal, met Cornet, cantus firmus in Pedaal met een viervoet en tot slot een Toccata. Het verliep volgens een vast protocol, heel goed. Je leerde zo overzichtelijk te denken".

Zoals Dupré kon improviseren, dat was geweldig. Alsof het composities waren. In de St. Sulpice mocht ik eens op de Tribune d'Orgue de mis meemaken. Beneden verrichtte de priester z'n rituele handelingen, boven speelde Dupré. Ik weet het nog. Hij begon een thema in het pedaal, met zijn ene voet, toen met zijn tweede voet, toen op het klavier, en daar ontstond zo maar even een zesstemmige fuga. Heel groot, heel klassiek. Die dingen vergeet je nooit meer".

Na deze diepgaande impressies van de Franse orgelkunst ging Bons nog naar Cor Kee. „Bij hem heb ik de details van het improviseren geleerd. Iets wat een Hollander eigen is".

Koos Bons is vijftig jaar verbonden geweest aan de gereformeerde kerk te Maassluis. Eerst speelde hij op een Van Dam-orgel in de Noorderkerk. Na de verwoesting van die kerk in 1943 speelde hij de diensten in Rehoboth, een noodgebouw. In 1954 werd de Immanuelkerk in gebruik genomen. Er kwam een groot orgel van Seifert.

Intonatie

„In Nederland vonden we eigenlijk geen orgelmaker die ons qua intonatie beviel. Wij waren opgegroeid in de traditie van Piet van den Kerkhoff en zijn orgel van Walcker. En die kleur vonden we pas bij Seifert in Kevelaer weer terug. Seifert klonk eigentijdser, maar wel heel mooi, heel goed geïntoneerd. Je kunt er prachtig op begeleiden en het is ook zeer geschikt voor concerten. Het is niet mechanisch, maar dat geeft niet. Het zingt.

Ik speel natuurlijk ook wel eeris ergens anders, ook op grotere orgels. Pas nog op zaterdagavond in de Laurenskerk in Rotterdam. Dat is natuurlijk een belevenis, zo'n groot orgel boven je hoofd, maar op zondagochtend ben ik toch altijd weer blij als ik achter mijn eigen orgel kan kruipen. Het is mijn bestemming.

Ik heb er ook een computer op zitten voor de registratie. Dat gaat geweldig. Ze hebben er wel eens smalend over gedaan, maar Johann Lemckert zei: „Had ik dat ook maar in de Laurenskerk, want ik heb voor alles een registrant nodig". Ik denk wel eens dat wij in Nederland wat te puriteins zijn in die dingen. In het buitenland is automatisering op grote orgels heel gewoon".

Brokkelig

„Ik sta open voor alle muzikale opvattingen. Ik doe niet aan Prinzipenreiterei. Ze hebben wel eens gezegd: „Jij bent net een kameleon". Er is zo veel moois, dat ik liever niet in een hokje ga zitten. Ik speel alles wat mooi is".

In 1958 en 1959 speelde Koos Bons in de Nieuwe Oosterkerk te Rotterdam op dertig concerten het gehele orgeloeuvre van Bach. Een jaar later alle werken van Franck en met medewerking van het Rotterdams Kamerorkest van Piet Ketting gaf hij een overzicht van de orgelconcerten van Handel. „Ik heb de betere werken van Jan Zwart gespeeld, zijn "Vaste burcht" en "Wilt heden nu treden", Olivier Messiaen en van Cor Kee zijn seriële muziek. Als je dat zo nu en dan eens speelt, is het wel interessant om te doen".

Koos Bons heeft geleerd dat het leven meer is dan muziek alleen: „Ik ben geïnteresseerd in van alles. In Donald Duck, in Studio Sport, in filosofie, in theologie, in levensbeschouwingen. Tegen collega's heb ik wel eens gezegd: We moeten oppassen dat we niet ver-orgelen".

Het jubileum wordt op zaterdag 1 februari gevierd met een concert in de Immanuelkerk te Maassluis. Onder meer staat op het programma de door Bons gecomponeerde Cantate Concertante voor koor, orgel en orkest.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 januari 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

De boodschap van Koos Bons

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 januari 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken