Bekijk het origineel

Dieren uit de Bijbel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dieren uit de Bijbel

Walvis

4 minuten leestijd

In Genesis 1:21 staat: „En God schiep de grote walvissen en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloedig voortbrachten, naar hare aard...". In de geschiedenis van Jona wordt echter niet de walvis genoemd, maar "een grote vis". Toch mogen wij hier ook aan een walvis, de potvis, denken.

Het is bekend dat de baard- of baleinwalvissen een in verhouding tot hun grote lichaam zeer klein keelgat hebben. Zij voeden zich immers met kleine waterdieren, die door middel van hun baleinen uit het zeewater worden gezeefd. Er zijn echter ook tandwalvissen, die op grote prooidieren jagen. Daartoe behoren de potvissen. Er zijn slechts twee soorten: de gewone potvis en de dwergpotvis. De gewone voedt zich bij voorkeur met inktvissen van een of twee meter en hij vangt zelfs grotere exemplaren.

Zeemonsters

De onderzoeker R. Clarke trof in de maag van een potvis een geheel intact gebleven tienarmige inktvis van 186 kilogram aan. Er werd echter ook eens een haai met een lengte van drie meter in de maag van een potvis aangetroffen.

Het is dus duidelijk dat niet hoeft te worden getwijfela aan de mogelijkheid dat de profeet Jona door "een grote vis", of door een "zeemonster" zoals in de Nieuwe Vertaling staat, is ingeslokt. In de Bijbelse Encyclopedie (Kok) staat dan ook terecht het volgende: „Zeemonster. Dit is de naam, waarmee het best aangeduid kunnen worden de dieren, die in de Statenvertaling beurtelings genoemd worden walvis, Gn. 1,21a; Mt. 12, 40, en grote vis, Jn. 1,17. Het zijn de reuzen uit het water, zowel walvissen als haaien en inktvissen. In Jn. 1,17 is de mogelijkheid van een walvis niet uitgesloten, daar de in de Middellandse Zee voorkomende potvis (Physeter macrocephalus) een uiterst rekbare slokdarm heeft, zodat hij gemakkelijk een mens in zijn geheel kan doorslikken".

Amber

De potvis heeft een opvallend grote kop met een merkwaardig gevormde onderkaak. Die kaak is aanzienlijk smaller en ook korter dan de bovenkaak. De potvis kan meer dan twintig meter lang worden. Een derde van die lengte wordt door de kolossale kop ingenomen. Hij heeft een dikke speklaag, waaronder bindweefsellagen een wand vormen van een grote ruimte. Die wordt door een rechte wand in twee kamers verdeeld. Die ruimten staan door openingen met elkaar in verbinding en zijn gevuld met een heldere olieachtige massa. Dat is het zogenaamde walschot of spermaceti.

In het lichaam bevindt zich ook een soort zak bij de staartwortel met een vloeistof, waarin kogelvormige klompen voorkomen, een afscheidingsprodukt van een ziekte. Die klompen zijn de waardevolle amber. Dat is een vettige stof met een zeer onaangename geur. Toch wordt deze juist gebruikt in de parfum- en zeepindustrie. De oude Romeinen en Arabieren waren al op de hoogte van de grote waarde van deze stof. In die tijd werd het in goud afgewogen.

Moordende jacht

De gewone potvis komt over de hele wereld in alle grote zeeën voor. Zijn vaste biotoop ligt tussen de 40e graad noorder- en zuiderbreedte. Vanuit dit gebied volgt hij de warme golfstromen en maakt hij op oneeregelde tijden enorme tochten door de oceanen.

Alle walvissen staan bekend als vriendelijke dieren. Maar de mens heeft ze uit eigenbelang eeuwenlang overbejaagd. De allereerste officiële walvisindustrie begon reeds in de negende eeuw. De Basken vingen de langs hun kusten levende walvissen. Dat ging uiteraard nog zeer primitief. Sinds die tijd is de walvisvangst echter gemoderniseerd en uiterst efficiënt geworden. Nu maakt men gebruik van sonar om de dieren op te zoeken. De schepen voor de vangst zijn complete fabrieken. De gevangen dieren kunnen in volle zee geheel worden verwerkt.

De grootste verbetering voor de vangers en tegelijk de grootste bedreiging voor de walvissen, is de moderne harpoen. In het verleden was dit niet meer dan een speer, die met handkracht moest worden geworpen. Nu is het een met explosieven geladen en met een kanon afeevuurd vrapen. De walvissen zijn zo begeerd om nun vlees, hun olie, hun amber, om vrijwel elk deel van hun enorme lichaam. Aan die jacht is sterke beperking opgelegd. Japan en Rusland zijn nu nog landen waar de walvisvangst moet worden afgeremd.

A. Schouten van der Velden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Dieren uit de Bijbel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1992

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken