Gedrukte classicale acta uitgebreid met delen Dordrecht en Rotterdam
Classicale handelingen belangrijk voor vaderlandse, regionale en plaatselijke kerkgeschiedenis
De classis is in het gereformeerde of hervormde kerkrecht een begrip dat wij nauwelijks hoeven toe te lichten. Reeds op de bekende synode van Emden was besloten dat „alle drie ofte zes maanden classische verzamelingen zullen gehouden worden, van sommige kerken die bijeen gelegen zijn..." Die woorden gaan leven bij de lectuur van de twee jongste delen in de reeks "Classicale acta der Nederlandse Hervormde Kerk 1573-1620".
Van deze acta verschenen een deel over de Particuliere Synode Zuid-Holland (Classis Dordrecht 1601-1620 (en) Classis Breda 1616-1620, bevi'erkt door J. Roelevink) en een deel over de Particuliere Synode Zuid-Holland (Classis Rotterdam en Schieland 1580-1620, bewerkt door J. Bouterse). Beide boeken zijn Rijks Geschiedkundige Publikatiën (RGP) en zijn uitgegeven door het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in 's-Gravenhage in 1991 (deel II kost 110 en deel III 70 gulden).
"Classen"
Naast de vorming van „classische verzamelingen" kwam in Emden ook reeds een voorlopige indeling van deze classes tot stand. Deze indeling kon voor het vaderland nog niet al te gedetailleerd zijn, omdat dat immers nog onder de Spaanse dwingelandij gebukt ging. Deze groepen van heimelijke kerken werden dan ook aangeduid als „dassen onder 't cruys".
Toen in 1574 de zogenaamde provinciale synode te Dordrecht werd gehouden, was de politieke situatie al heel wat gunstiger en kon het kerkelijke leven, met name in Holland en Zeeland, zich eerst recht ontplooien. Er werd een begin gemaakt met de organisatie van de classicale vergaderingen.
De oudste bewaard gebleven verslagen van de classicale vergaderingen, de zogenaamde classicale acta, zijn die van Dordrecht. Deze beginnen reeds met 1573. Ze worden onmiddellijk gevolgd door de acta van Voorne en Putten, ofte wel die van de classis Brielle. Deze beginnen slechts een jaar later, namelijk in 1574. De verslagen van de classis 's-Gravenhage zijn vanaf 1576 overgeleverd.
Verliezen
Reeds in 1768 ontbrak het oudste protocol van de classis Delft. Evenals toen beginnen de oudste handelingen thans nog steeds met het „2e notityboeck des classis van Delfiflandt, beginnende den 5den november 1582, eyndigende 7 aprili 1603". Ook elders in ons land zijn op dit terrein, namelijk dat van de classicale handelingen, gevoelige verliezen geleden. Het oudste deel van de classis van Gouda was in het jaar 1619 in handen van de Schoonhovense remonstrantse predikanten Daniel Wittius en Johannes van Galen, die het weigerden af te staan. Ook in Kampen werden de remonstranten ervan verdacht het classicale protocol achter te houden, waarschijnlijk in dat geval overigens ten onrechte. Deze bronnen zijn in de eerste plaats van het grootste belang voor de beoefening van de vaderlandse kerkgeschiedenis, maar ook in het algemeen voor de regionale geschiedenis, voor biografische doeleinden, voor de genealogie, maar zeker ook voor de plaatselijke (kerk)geschiedenis.
Plaatselijke gegevens
Men vindt er zeer gedetailleerde beschrijvingen in van plaatselijke toestanden en gegevens over plaatselijke functionarissen, zoals predikanten, schoolmeesters, priesters en leden van de magistraat. Maar ook 'gewone' mensen treden voor het voetlicht. Dat is met name het geval bij tuchtkwesties, huwelijksaangelegenheden en dergelijke.
De classicale handelingen uit de begintijd geven een helder beeld van de opbouw van het gereformeerde of anders gezegd hervormde kerkelijke leven. Daarbij valt te denken aan de vestiging van predikantsplaatsen, kerkbouw, de regeling van de armenzorg en de regeling van de verhouding tot de overheid.
Uitgave
In 1953 ontvouwde de bekende kerkhistoricus prof dr. J. N. Bakhuizen van den Brink in een brief met een uitvoerig rapport bij de toenmalige Rijkscommissie voor Vaderlandse Geschiedenis het plan om te komen tot de uitgave van de oudste classicale acta in de toen reeds tientallen jaren bestaande reeks "Rijks Geschiedkundige Publicatiën".
Zijn voorstellen vonden een willig oor, en bij schrijven van 24 februari 1954 machtigde de toenmalige minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen de eerdergenoemde rijkscommissie om aan prof dr. J. N. Bakhuizen van den Brink en prof. dr. D. Nauta de uitgave van de classicale acta van de Nederlandse Hervormde Kerk (de vroegere Gereformeerde Kerk) over de periode 1573-1620 in circa tien delen op te dragen.
Periode-Bakhuizen
Deze opdracht werd aanvaard. Nog in hetzelfde jaar kon Bakhuizen de directeur van het bureau van de Rijkscommissie meedelen dat het gedeelte van 1573 tot aan 1596 was getranscribeerd ofte wel uit het oude handschrift afgeschreven. Er waren echter nog heel wat problemen te overwinnen en het verzorgen van een dergelijk immens werk was eigenlijk naast een gewone dagtaak niet te volbrengen. Nadat Bakhuizen zijn deel van de opdracht in 1969 aan dr. J. P. van Dooren (de toenmalige archivaris van de Nederlandse Hervormde Kerk) en dr. C. A. Tukker had overgedragen en Tukker tien jaren later afstand had gedaan van zijn deel van de opdracht, kwam in 1981 het eerste deel uit. Het waren de acta van de classis Dordrecht 1573-1600 (Rijks Geschiedkundige Publicatiën, Kleine serie nummer 49).
Kampen
Ondertussen hadden studenten te Kampen in 1973 onder leiding van prof Plomp een begin gemaakt met de transcriptie van de acta van de classis Kampen, die pas met 1618 begonnen, zo meende men althans. Later, toen prof Van der Gouw en ondergetekende met vele andere bronnen voor de oudste geschiedenis der Hervormde Kerk in Overijssel, de acta van alle classes in die provincie afschreven, bleek dat de oudste acta van VoUenhove en Steenwijk eigenlijk die van de oude classis Kampen in haar oorspronkelijke grotere omvang (inclusief het gebiecl van de latere classis VoUenhove en Steenwijk) waren. In diezelfde tijd was een werkgroep paleografie (oud schrift) van het Theologisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam onder leidingvan dr. Th. P. van Zijl begonnen met het bewerken van de oudste acta van de classis Amsterdam ) (beginnend met 1582). Dit werk bleef onvoltooid.
Stilstand
Toen in 1982 prof dr. D. Nauta zijn deel van de opdracht (namelijk de uitgave van de classicale acta van Noord-Holland) afstond, kwam deze geheel bij dr. J. P. van Dooren te berusten. Twee jaren later overleed Van Dooren, waardoor veel belangrijk werk tot stilstand kwam, aanvankelijk ook de verdere bewerking van de classicale acta.
Een jaar voor zijn dood kon Van Dooren in een rapport nog berichten dat de aanvankelijke schatting van de omvang niet gehandhaafd kon blijven. Er zou moeten worden gerekend op minstens veertien delen van grote omvang in de RGP-reeks.
Twee nieuwe delen
Mevrouw dr. J. Roelevink, verbonden aan het bureau van de Rijkscommissie, ging een deel van haar werktijd besteden aan de voortgang van het werk aan de classicale acta. Zij werd daarin bijgestaan door de hervormde emeritus predikant dr. J. Bouterse en enkele anderen.
Dat deze opzet een succes is geworden, bleek onlangs bij de presentatie van twee nieuwe delen classicale acta, namelijk de acta van de classis Dordrecht 1601 1620 en die van de classis Breda 16161620 in één band (bewerkt door dr. J. Roelevink) en die van de classis Rotterdam en Schieland 1580-1620 (bewerkt door dr, J. Bouterse) in een andere band.
Beoordeling
Het belang van de publikatie van de beide nieuwe delen van de reeks classicale acta 1573-1620 in de Kleine serie van "'s Rijks Geschiedkundige Publicatiën" (nummers 68 en 69), met in totaal 1552 bladzijden gedrukte tekst, kan niet hoog genoeg worden aangeslagen.
Over het algemeen kan, ook over de uitvoering, alleen maar geroemd worden. Toen dr. J. Bouterse bij de presentatie van 'zijn' deel meedeelde dat hij toen hij aan het werk begon nauwelijks oud schrift kon lezen, hielden wij ons hart vast. Wij controleerden zijn transcriptie steekproefsgewijs aan de hand van een microfilm van de acta van de classis Rotterdam en Schieland over de jaren 1580-1604, en stelden vast dat het resultaat zeer bevredigend is. Slechts op een enkele plaats liet dr. Bouterse een steek vallen.
Nu gebiedt de eerlijkheid echter wel mee te delen dat bij het vele materiaal van afgeschreven classicale acta, dat in 1984 na zijn dood nog in opdracht van dr. J. P. van Dooren aan de Rijkscommissie werd overgedragen, zich ook een typescript van de acta van de classis Rotterdam 1580-1601 en een afschrift van die van de classis Breda 1616-1619 bevonden.
Aanvullingen
Jammer vinden wij het, dat de reeds in die afschriften voorkomende verschillen van bewerking in de uitgave gehandhaafd bleven. Wij doelen met name op het feit dat alleen in de acta van de classis Dordrecht normalisering van ij en y naar hedendaags gebruik heeft plaatsgevonden. Een dergelijke normalisering had echter in alle teksten moeten worden toegepast. De bijlagen (tot de inleiding) zijn thans achterin geplaatst, hetgeen ons minder logisch lijkt.
Een enkele aanvulling kunnen we nog geven op de predikantenlijsten. Voor wat betreft deel II het volgende: Henricus Boxhormius was eerder predikant te Wermelskirchen; Henricus van de Corput is geboren te Breda op 26 mei 1536 en was predikant te Hochum/Palts in 1575; Cornells Fransz. Polletz was predikant te Langeraar in 1599 en Adriaen Lievensz. de Raedt was in de jaren 1616-1619 predikant te Stolwijk.
Voor wat betreft deel III gaat het om het volgende: Michiel Andriesz was in 1566/1567 vicaris te Lekkum en Miedum (Fr.), in 1582-1583 predikant te Woubrugge en overleed te Emden op 10 april 1593, Petrus Bertius was ook predikant te Haringe (VI.) en Arnoldus Genius (1545-1623) was geen predikant te Wezel, doch proponent en schoolmeester aldaar. Genius was van 1574-1575 wel predikant te Keulen.
Een andere aanvulling betreft Johannes Maius, eertijds predikant te Pernis. In 1590 zou zijn weduwe een pensioen hebben ontvangen (Oud Synodaal Archief 35 I fol. 192). Dit is niet te rijmen met het in de predikantenlijst medegedeelde.
Conclusie
De beoefenaars van de vaderlandse kerkgeschiedenis en die van de streekgeschiedenis in de desbetreffende gebieden mogen overigens bijzonder verheugd zijn over deze prachtige bronnenpublikaties, die getuigenis afleggen van gedegen vakmanschap.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1992
Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1992
Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's