Urk moet op zijn tellen passen
Platviscentrum van Europa wordt bedreigd door vrouwe Justitia en consument
Urk moet op zijn tellen passen. Niet alleen vanwege vrouwe Justitia, die de visafslag dreigt met sluiting, maar ook omdat de consument kieskeuriger wordt. Er zijn daarom ingrijpende aanpassingen nodig om de positie van Urk als hèt platviscentrum van Europa te verstevigen. Deze laten echter op zich wachten. Vooral de plaatselijke politiek -en dan met name de SGP- krijgt hiervan de schuld.
Op een pier in de Urker haven staat de visafslag. In de afslag wordt jaarlijks voor ruim 200 miljoen gulden aan vis gesorteerd en geveild. Aan de kade zelf meert maar een enkele kotter meer af, omdat Urk voor de Noordzeevloot moeilijk bereikbaar is. Verreweg de meeste Urker vissers landen hun vis aan in havens als IJmuiden, Harlingen, Lauwersoog en Eemshaven, waarna de vangst veelal per vrachtwagen naar het vroegere eilandje wordt gebracht.
Met vis weet men op Urk wel weg. Van de 13.000 inwoners is 85 procent van de arbeidskrachten werkzaam in de vissector. Als het met de visserij goed gaat, gaat het met Urk in economisch opzicht ook goed. De laatste jaren is dit het geval geweest, zegt directeur J. Schenk van Northseafood Holland, een van de grotere visverwerkingsbedrijven. „Zowel de visserman als de handel heeft een goed stuk brood verdiend door de stijgende afzet van visprodukten in Europa".
Toonaangevend
Bij de groei van de vissector speelt de goede naam die Urk in het buitenland heeft een belangrijke rol. „Wij zijn toonaangevend in Europa", zegt W. J. de Bois, die sinds 1983 afslagdirecteur is en eind dit jaar met pensioen gaat. Hoewel De Bois zelf niet uit Urk komt („ik ben Amsterdammer en woon in Friesland") praat hij met enige trots over de prestaties van het dorp. „Urk is dank zij de enorme aanvoer van schol en tong en het grote aantal visverwerkende bedrijven hèt platviscentrum van Europa. Van de totale Nederlandse export van visprodukten vorig jaar van 2,5 miljard gulden kwam 1,8 miljard gulden uit Urk".
De Urker vloot is in ons land toonaangevend. Van de ruim 500 Nederlandse kotters komen er zo'n 130 uit Urk en deze hebben bovendien bijna 40 procent van het Nederlandse schol- en tongquotum. Secretaris G. Meun van de Urker visserij-organisatie "Producenten-organisatie Oost" (POO) is redelijk tevreden met deze hoeveelheid, omdat „bijna alle schepen met de huidige quota rendabel kunnen vissen".
Bedervingsproces
Hoewel de positie van Urk in de vissector sterk is, betekent dat niet dat er niets meer, te verbeteren valt. Een punt van zorg is de kwaliteit van de vis, zegt directeur Schenk van Northseafood. „Weliswaar veronderstelt de naam Urk een goede kwaliteit, maar helaas schort het daar wel eens aan. Dat is een slechte zaak omdat de consument hoe langer hoe meer vraagt naar een goede kwaliteit vis. Vandaar dat de vissector daar meer zorg aan moet besteden".
De visverwerkende bedrijven kunnen maar voor een deel zelf bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit, aldus Schenk. „Wij moeten in onze bedrijven natuurlijk zorgen voor zaken als een goede hygiëne en een zorgvuldige verwerking, maar vis die al slecht is bewerkt voordat zij bij ons komt, krijgen wij ook niet meer goed. Daarom benadrukt de visindustrie bij de visserman dat deze de visjes op zee goed moet behandelen. Dit betekent onder andere dat de vis zorgvuldig gestript (ingewanden eruit halen, HvdB) en gekoeld moet worden, want het bedervingsproces begint al aan boord".
Door de vissers wordt de kritiek van de visindustrie serieus genomen. Om een bijdrage te leveren aan de verbetering van de kwaliteit zal POO-voorzitter K. Kramer binnenkort met een voorstel komen waarin wordt aangegeven hoe dit aan boord kan worden gedaan. Het voorstel zal -om het voor de vissers interessant te maken om mee te doen- vooral gebaseerd zijn op financiële prikkels: hoe beter de kwaliteit, hoe hoger de prijs die men voor de vis krijgt.
Aanfluiting
De volgende stap die erg belangrijk is bij het verbeteren van de kwaliteit is de behandeling van de vis door de visafslag. Ook hier kan volgens Schenk nog wel heel wat gebeuren. „Het ontbreekt de afslag aan voldoende gekoelde ruimte, waardoor de vis in een te warme omgeving wordt verwerkt en de kwaliteit achteruit holt". Ook POO-secretaris Meun stoprt zich aan de koeling in de afslag. „De vissers brengen de vis in gekoelde wagens naar Urk en daar wordt de vis dan vervolgens verwerkt bij een temperatuur van 20 tot 25 graden. Dat is een regelrechte aanfluiting".
Een ander zeer zwak punt is het transport van de vis van de afslag naar de verwerkende bedrijven op het industrieterrein, dat ruim een kilometer verderop ligt. Meun: „Het vervoer van de kisten vis gebeurt met heftrucks en open karretjes. Dat is absoluut niet meer van deze tijd; dat zijn toestanden uit de vorige eeuw". Volgens hem moet de gemeente als eigenaar van de afslag daar wat aan doen.
Ook Schenk stoort zich aan de wijze van vervoer naar het industrieterrein. Niet alleen vanwege de grote nadelen voor de kwaliteit, maar ook omdat het verkeerstechnisch problemen oplevert. „Bijna alle vis wordt aangevoerd met vrachtwagens. Deze rijden langs het industrieterrein, waar de vis uiteindelijk naartoe moet, via een drukke winkelstraat naar de afslag. Dat levert natuurlijk allerlei gevaarlijke situaties op. Hetzelfde geldt voor de heftrucks die de vis na het veilen over de winkelstraat naar het industrieterrein moeten brengen".
Ruzie gezocht
Om een oplossing te zoeken voor de problemen rond de afslag is in Urk lang nagedacht of zoals ingewijden zeggen: ruzie gezocht en gekonkeld. Er waren twee alternatieven, waarover jaren fel is gediscussieerd: verbouw van de huidige afslag of de bouw van een nieuwe afslag bij de visverwerkende bedrijven op het industrieterrein.
Voorstanders van nieuwbouw waren bijna alle vissers en visverwerkende bedrijven en het college van burgemeester en wethouders. Toch haalde dit voorstel het in de gemeenteraad net niet. Met acht tegen zeven stemmen werd dit voorjaar gekozen voor verbouw van de huidige afslag.
De belangrijkste tegenstander van nieuwbouw was de SGP, die met vier zetels de grootste partij op Urk is. De keuze om de huidige afslag te verbouwen was volgens fractievoorzitter T. Kapitein vooral ingegeven door principiële redenen. „De provincie Flevoland wil van Urk een centrum van toerisme maken, het moet de parel van de provincie worden. Daar zijn wij tegen, want dan verpaupert Urk. Kijkt u maar eens naar wat er in Zeeland met het dorp Renesse is gebeurd. Dat willen wij niet en om dat te voorkomen moet volgens ons de afslag op de huidige plaats blijven. Door het vertrek van de afslag uit de haven'zou deze locatie gebruikt kunnen worden voor toeristische activiteiten, zoals de bouw van een hotel en dergelijke".
De SGP had ook financiële bezwaren. Volgens Kapitein zou nieuwbouw uitkomen op een bedrag van 25 à 30 miljoen gulden, terwijl verbouw maar 10 à 12 miljoen zou kosten. „Door dit grote prijsverschil was nieuwbouw voor ons ook niet aantrekkelijk".
Knoeien
De bezwaren van de SGP worden door de voorstanders van nieuwbouw onder tafel geveegd. Voor de huidige locatie zouden al verschillende niet-toeristische bestemmingen zijn, zoals bij voorbeeld de visserijcoöperatie, die de loodsen wilde gebruiken voor opslag en het maken van netten. De nieuwbouw zou bovendien ook zeker geen 25 miljoen gulden kosten. Maar de SGP bleef bij haar standpunt omdat zij de argumenten van de nieuwbouwlobby niet overtuigend vond.
De voorstanders van nieuwbouw zijn zeer verbolgen over de opstelling van de SGP. Northseafood-directeur Schenk vindt het erg jammer en betreurt het dat de afslag niet op het industrieterrein komt. Hetzelfde geldt voor POO-secretaris Meun. „We moeten nu blijven rijden tussen de afslag en de visverwerkende bedrijven. Het blijft dus behelpen. Vooral ook omdat de afslag voor de verwerking van de vis niet logisch is ingedeeld".
De directeur van de afslag zelf vindt de beslissing onbegrijpelijk. „Ik ben natuurlijk voor nieuwbouw, want je gaat toch niet midden in een dorp uitbreiden zonder dat er ruimte is?", zo vraagt De Bois. „Er komt bij de verbouwing dan wel meer koelruimte en dergelijke, maar zo lang we hier blijven, blijft het knoeien in de marge. Wij zijn een van de grootste afslagen van Europa, maar we hebben nu niet genoeg ruimte om uit te breiden. Het besluit is heel triest en ook vreemd. Van de EG moeten de toiletten in de afslag met voetbediening zijn omdat het anders niet hygiënisch is, maar we zetten hier wel al die vis buiten open en bloot neer met al die meeuwen erboven. Dat kan toch niet?"
Oud-minister Braks
De manier waarop de Urker politiek met de afslag omgaat, is De Bois al veel langer een doom in het oog. „Alle beslissingen moeten door de gemeenteraad worden behandeld. Dat betekent eerst door B en W, dan in een commissie en vervolgens door de raad. Voordat er een besluit valt -als het al wordt genomenben je al maanden verder. Dat werkt niet".
Wat dat betreft is De Bois duidelijk jaloers op zijn collega van de Harlinger visafslag, waar veel sneller op de ontwikkelingen wordt ingespeeld. Deze afslag is in 1986 gekocht door de Urker vissersorganisatie POO, omdat het voor de vissers aantrekkelijk was om zelf een afslag aan het open water te hebben en omdat verschillende vissers het gezeur op Urk beu waren. De omzet van de afslag in Harlingen is dank zij een slagvaardig optreden snel gegroeid: van 17 miljoen gulden in 1985 tot 92 miljoen gulden in 1991.
Om de slagvaardigheid te vergroten, vindt De Bois dat dé afslag moet worden geprivatiseerd. „Hierbij blijven de aandelen het eigendom van de gemeente, maar worden de beslissingen genomen door een directie, die veel sneller kan inspelen op allerlei ontwikkelingen. Om de gemeente toch te betrekken bij de gang van zaken, moet er dan een raad van commissarissen worden ingesteld, die bij voorbeeld kan bestaan uit de burgemeester, een grote reder uit een andere plaats en een EG-deskundige als oud-minister Braks".
Grote angst
Dat de Urker afslag alerter moet gaan werken, is volgens De Bois erg belangrijk. „Het is mijn grote angst dat wij niet meer de grootste afslag blijven. Wij moeten deze positie handhaven, omdat wij alleen dan voor de vissers èn de handel interessant zijn. De handel is in dat geval verzekerd van een grote aanvoer en de visser weet dat er genoeg handelaren zijn, zodat er op Urk goede prijzen worden betaald".
„Maar als wij eenmaal terrein gaan verliezen aan anderen, komen we in de problemen vanwege onze ligging. Om de vis hier te brengen met de vrachtwagen kost de visser namelijk per kist van 40 kilo ruim twee gulden. Bovendien moet hij in de haven waar wordt aangeland een Uggeld van zeker 400 gulden betalen.
Warm maken
Deze onkosten hebben de vissers niet als ze hun vis veilen in de haven waar ze aankomen. Dus om Urk aantrekkelijk te houden, moeten de vissers hier goede prijzen krijgen en om dat te kunnen garanderen is het belangrijk dat wij de grootste afslag blijven", aldus De Bois.
In zijn streven om de grootste platvisafslag in Europa te blijven, probeert De Bois de aanvoer te vergroten door meer vissers er warm voor te maken om hun vis in Urk te veilen. Vooral in het buitenland liggen er vanwege de hogere prijzen op Urk mogelijkheden. Het werven van met name Engelse vissers verloopt dan ook goed: dit jaar zorgen ze al voor een derde van de omzet.
De directeur van Northseafood onderschrijft het grote belang van een goede aanvoer. „Deze moet gelijkmatig over het jaar zijn verspreid. Als er bij voorbeeld een tekort is aan vis moet de haftdel met een mindere kwaliteit genoegen nemen, en dat is niet goed gezien de kwaliteitseisen".
Een ander effect van een lagere aanvoer kunnen hogere prijzen zijn. Ook dat is echter gevaarlijk, stelt Schenk. „Als de vis te duur wordt, krijgen wij problemen met de export, omdat de mensen dan andere vissoorten dan schol en tong gaan eten. Om dergelijke prijsfluctuaties te voorkomen, is een gespreide aanvoer het beste. Dat geldt ook voor de vissers, want die krijgen dan stabiele prijzen".
Dunne poppetjes
Ondanks allerlei noodzakelijke aanpassingen is men op Urk niet echt somber gestemd over de toekomst. Dat optimisme is vooral ingegeven door de instelling van de bevolking. „Het zijn harde werkers", zegt De Bois. „Kijk maar eens naar die fileerders. Dat zijn vaak van die meisjes, van die hele dunne poppetjes en niet van die bonken. Zij klagen niet over de kou of het zware werk, maar werken keihard".
Hoewel het op Urk klaarblijkelijk goed toeven.is, wordt het dorp -en dan in het bijzonder de afslag- bedreigd. Dit heeft te maken met gebeurtenissen in de afgelopen jaren waaraan het dorp voor een belangrijk deel zijn negatieve imago aan te danken heeft, namelijk de vangstoverschrijdingen.
Op Urk heeft men de afgelopen jaren op grote schaal de regels omzeild door toe te staan dat in de afslag vis werd verkocht zonder dat duidelijk was van welk schip de vis afkomstig was. Hierdoor konden de quota van de vissers moeilijk worden gecontroleerd. Om hier een eind aan te maken, is de gemeente als eigenaar van de afslag veroordeeld. Van alle vis die in de afslag wordt verhandeld, moet nu bekend zijn van welke kotter deze komt. Als er weer een overtreding wordt ontdekt, dan kan de afslag voor drie maanden worden gesloten.
Om dit te voorkomen, is de afslag er zeer alert op dat er geen 'onbekende' vis meer wordt verhandeld. Volgens De Bois is dit logisch. „U denkt toch niet dat ik een omzet van 240 miljoen gulden op het spel ga zetten voor een paar kistjes nietgeregistreerde vis?". Toch slipt er echter nog wel eens een tongetje tussendoor, al is het niet op grote schaal. Maar dit geschiedt vooral buiten de afslag.
Christelijk
Om van haar slechte imago af te komen, hoopt Urk dat het hele gebeuren met de vangstoverschrijdingen verleden tijd is. Volgens POO-secretaris Meun is het wegwerken van vis nu „in feite niet meer nodig, omdat de meeste vissers genoeg quota hebben". Er moet 'clean' worden gevist, zoals de Urkers zeggen.
Northseafood-directeur Schenk vindt ook dat Urk de negatieve klank die het dorp landelijk heeft, moet verbeteren. „Dat zijn we wel verplicht, want Urk pretendeert ook nog christelijk te zijn, maar dit moeten we dan wel in onze daden tonen. We moeten oprecht willen leven, omdat we alleen dan zegen van de Heere kunnen verwachten".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 augustus 1992
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 augustus 1992
Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's