Bekijk het origineel

Spijt om het Wilhelmina-monument

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Spijt om het Wilhelmina-monument

Haagse Baron Speijart controleert jaarlijks restauraties in Florence

2 minuten leestijd

DEN HAAG - Zijn koffers staan al gepakt. Over enkele dagen gaat hij weer op reis naar Florence, in Italië. De in de gang uitgestalde veelkleurige collectie paraplu's zal ongetvfijfeld een verdere uitbreiding ondergaan. „Voor weinig geld kun je daar op iedere hoek van de straat een bijpassende paraplu kopen. Nou, dan hoef ik die in elk geval niet uit Nederland mee te sjouwen", glimlacht de Haagse 68-jarige E. L. W. R. Baron Speijart van Woerden.

 „In 1964 voltooide ik mijn studie aan de restauratie-academie in Rome. Kunstzinnige aanleg heb ik van mijn moeder, Maria Cremers, geërfd. Hoewel in Roermond geboren, stamde zij uit een Gronings geslacht". De Haagse baron zelf werd in Zutphen geboren. Zoals de familienaam doet vermoeden komen de Speijarts van Woerden van DEN HAAG - Het omstreden Wilhelmina-monument van de hand van Charlotte van Pallandt oorsprong uit de gelijknamige plaats. Rond de elfde eeuw werden ze er al aangetroffen. Het trotse familiebezit, het uit de vijftiende eeuw daterende kasteel, werd door de troeffen van de Zonnekoning Lodewijk XIV (1638- 1715) in het rampjaar 1672 opgeblazen.

De familie Speijart van Woerden bezat steeds een aanzienlijke verzameling schilderijen en kunstvoorwerpen. Dank zij kordaat optreden van een familievriend -de man was loodgieter- kon de collectie tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de familie uit Arnhem moest evacueren, op De Cannenburgh te Vaassen in veiligheid worden gebracht. Na de oorlog toonde Speijart van Woerden zijn aanleg voor het restauratievak en knapte hij eigenhandig de beschadigde familiebezittingen op. Niet zo vreemd dus dat hij uiteindelijk op de restauratie-academie in Rome belandde.

Florence

Italië, en dan vooral Florence, heeft het hart van Speijart van Woerden gewonnen. De kunstenaar wijst op de bouwstijl van de Toscaanse boerderijen. „Zien er schitterend uit en gebouwd voor eeuwenlang gebruik. In vormgeving zijn de Italianen niet te evenaren".

In Florence verblijft Speijart vele maanden per jaar. De stad met talloze monumentale gebouwen, bezienswaardige kerken en werken van Michelangelo. De stad ook van de met winkels bebouwde Ponte Vecchio, de uit 1345 daterende brug over de Arno. Doordat deze rivier in 1966 buiten de oevers trad, werden tal van kunstwerken (fresco's, schilderijen, boeken) zeer zwaar beschadigd.

De kort daarvoor afgestudeerde Speijart werkte er acht maanden als restaurator in de Santé Croce om er met alle omzichtigheid de grafmonumenten van de meest illustere Italianen te herstellen en controleert sedertdien jaarlijks de gedane restauraties. Bij de restauraties zijn steeds veel buitenlanders betrokken geweest.

De ergste schade is destijds ontstaan door nafta (stookolie). Heel Florence lag onder de stookolie, het was overal ingetrokken. De controle op de restauraties doet Speijart steeds in samenwerking met collega's en met het ministerie van cultuur te Florence. En tot enkele jaren terug vergezelde hem daarbij steeds zijn trouwe hond "Monsieur Pak".

Zilvermeeuw

Over het restaureren raakt hij niet uitgesproken. „Goede schilders hebben altijd goed materiaal gebruikt. Restaureren van hun werk is dan ook veel makkelijker dan bij middelmatige schilders. Voor mij is het daarom onbegrijpelijk dat ze drie jaar over de restauratie van De Nachtwacht hebben gedaan. Maar ja, daar moesten natuurlijk allerlei directeuren en andere belangrijke personen eerst hun zegje komen doen. Daar wordt de tijd mee verdaan. Kortom, een heel circus, u begrijpt me wel".

De baron onderbreekt plotseling zijn betoog voor de komst van een zilvermeeuw. „Kijk, daar komt m'n vriend Gijs, de holle bolle. Nee, wacht even dat is Gijs niet, dat is z'n vriendin. Laten we zeggen dat zè Gijsberta of Gesina heet". De vogel landt op het balkon van de in het deftige Haagse Statenkwartier gelegen woning.

De gastheer baant zich vervolgens tussen de overal in het huis staande schilderijen een pad naar de keuken. Kort daarop keert hij terug en verrast de bezoekster op een boterham met schelvislever. Met twee, drie reuze happen verorbert de vogel de wel erg luxe maaltijd. Een tegen de avond dagelijks terugkerend ritueel, merkt Speijart op. En Gijs zal ook nog wel even langskomen. Gijs laat het die avond echter afweten.

Sjah

Wel verschijnt A. Vogelaar van het gelijknamige Scheveningse meubeltransportbedrijf. Vogelaar verzorgt altijd de transporten van Speijarts kunstvoorwerpen. Diens komst is voor de baron aanleiding om een fles witte wijn te ontkurken. De Duitse Niersteiner wordt in bijzondere glazen geschonken. De op het naast Venetië gelegen eiland Murano vervaardigde (geblazen) glazen zijn speciaal ontworpen voor de laatste sjah van Perzië.

Toen de glazen echter gereed waren, was deze inmiddels naar Egypte gevlucht, waarna Speijart ze heeft kunnen verkrijgen. „Destijds had ik ook nog een Philips Angel voor de sjah op de kop getikt. Ik heb daar nog over geschreven, maar de keizerin liet weten er later op terug te komen. U moet maar rekenen dat ze al bezig waren met het pakken van de koffers".

En wat of wie mag Philips Angel wezen? Het blijkt een Leids schilder uit de zeventiende eeuw te zijn. Angel trad in 1645 in dienst van de Oost-Indische Compagnie en was in 1646 te Batavia. Van 1651 tot 1652 verbleef Angel in Perzië, waar hij de toenmalige sjah Abbaz tekenles gaf. Ook verkocht hij de sjah vijf schilderijen voor zesduizend gulden. Philips Angel genoot bij het Perzische hof dan ook een grote bekendheid.

Van zijn leven en werk is in Nederland niet veel bekend, behalve dan het feit dat hij in 1656 na zijn terugkomst te Batavia uit de dienst van de Compagnie werd ontslagen. Voor kunstenaars hadden ze daar kennelijk geen werk.

Portretten

Speijart daarentegen heeft over gebrek aan werk nooit te klagen gehad. Behalve de steeds terugkerende interesse voor zijn werk vanuit Italië, heeft hij tal van schilderijrestauraties op zijn naam staan. Daarnaast boetseerde hij voornamelijk portretten en ontwierp hij bronzen plaquettes. Op veel Nederlandse ambassades stonden destijds door Speijart ontworpen plaquettes van koningin Juliana en prins Bernard.

Nu staat er veelal een door Speijart ontworpen portretreliëf van koningin Beatrix. Van zijn hand kwam ook een herdenkingspenning ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Koninklijk Genootschap van Geslacht en Wapenkunde. Over Speijarts kunstzinnige kwaliteiten en kennis is vriend en vijand het eens. Vogelaar merkt daarbij op dat als Speijart op een kunstveiling biedt, iedereen ervan overtuigd is dat het waardevol moet zijn, met als gevolg dat de prijzen dan prompt oplopen. Speijart hoort het lachend aan.

Wilhelmina- monument

Het werk heeft hem altijd voldoening gegeven. Echter, met één zaak heeft hij altijd moeite gehad. Het in Den Haag geplaatste beeld van koningin Wilhelmina. Het door Charlotte van Pallandt ontworpen beeld vormde het alternatief van het destijds hevig bekritiseerde keienlint. „Schandalig, dat keienlint", fulmineert de baron.

Maar ook het beeld van Charlotte van Pallandt heeft zijn goedkeuring niet. „Trouwens, Charlotte vindt het zelf ontzettend dat het beeld op die plek bij paleis Noordeinde terecht kwam. Vriend en vijand zijn het erover eens dat het beeld voor die locatie te log en kolossaal is.

Het beeld had ook nooit in brons gegoten moeten worden. De beeldhouwster voelt zich misbruikt. Haar ontwerp moest toen in eens op de gekozen locatie komen. Een plek waar echter een veel verfijnder ontwerp thuis hoorde. Het had allemaal te lang geduurd en om weer over andere mogelijkheden te gaan discussieren, daar wilde men niet aan", zo merkt de baron op.

Niet zonder schroom toont hij zijn eigen ontwerp, waar op de voorgrond koningin Wilhelmina afzonderlijk staat afgebeeld met op de achtergrond alle Oranjes (met echtgenotes) van 1580-1980. Hoewel dikwijls eenzaam, weet koningin Wilhelmina zich hier in de rug gesteund door het hele Oranjehuis. Ook is de hond van Willem van Oranje op de afbeelding te zien. De geplande plaats voor het kunstwerk was voor de vroegere Schilderijenzaal van koning Willem II (tegenover het Paleis Noordeinde).

De inmiddels overleden Haagse jonkvrouwe G. E. G. van der Wijck wilde zich destijds voor Speijarts monument nog sterk maken en heeft stad en land bewogen te kiezen voor dit meer passende ontwerp. Door Speijarts bescheidenheid ontbeert Den Haag, maar ook Nederland, echter een monument, dat naar veler mening een beter lot had verdiend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Spijt om het Wilhelmina-monument

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken