Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet begeren !

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet begeren !

6 minuten leestijd

„Zet de oude paden niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben". Spreuken 22:28

Doorgaans wordt de grens van een land duidelijk gemarkeerd. Men weet heel goed wanneer men een ander land binnengaat. Soms geven grenspalen dat aan. 't Kan ons ook wel op een andere manier duidelijk worden gemaakt. Twee landen worden dus gescheiden door een grens. Het territorium van het ene land is duidelijk afgebakend van het andere. 

Hetzelfde doet zich voor In een land zelf! De akkers en de weilanden zijn afgegrensd. In ons land zijn ze zelfs kadastraal vastgelegd. Dit geldt ook voor een tuin om het huis. Precies wordt aangegeven wat het bezit van iemand is. Aan de begrenzing daarvan moet men zich houden. Nauwkeurig zelfs, want anders krijgt men met de overheid te doen. Terecht! 

In onze tekst ter overdenking raadt de dichter z'n leerling aan de oude palen niet terug te zetten. Onder oude palen moeten wij grensstenen verstaan. Deze grensstenen markeren het grondgebied. De eigenaar daarvan weet dat hij buiten z'n grondgebied niet mag komen. Hij moet de stenen laten liggen waar zij ooit eens door de vaderen zijn neergelegd. Doet hij dat niet, legt hij de stenen een eindje verder op het land van de buurman, dan pleegt hij diefstal.

Onder Israël kwam dat helaas voor. Wij kunnen in dit geval denken aan koning Achab. Hij zette de oude palen terug toen hij de akker van Naboth bij die van hem trok. Hij deed dit zelfs ten koste van een mensenleven. 

De grensstenen verleggen was in Israël een grote zonde. Men vergreep zich aan het eigendom van een ander. Het eigendom dat die ander als een erfdeel des Heeren had ontvangen. 

Bij de inname van Kanaän had immers ieder geslacht afzonderlijk en elk gezin een erfdeel ontvangen. Een erfdeel tot in eeuwigheid! Van dat erfdeel moest een ander afblijven, 't Was, zoals reeds gezegd, een erfdeel des Heeren. Maar er was nog een kant aan. Op die manier werden de sociaal-zwakken beschermd. De rijken konden niet rijker worden en de armen niet armer. Alleen... men hield zich niet altijd aan wat de Heere had gezegd. De grensstenen werden soms niet alleen teruggezet, maar zelfe wel weggewerkt. Het Hebreeuwse werkwoord dat wij vertalen met "terugzetten" kan namelijk ook "wegwerken" betekenen. 

Nu doet de vraag zich voor of een tekst als deze ons vandaag nog iets heeft te zeggen. Ik denk het wel. Ten diepste heeft onze tekst het over „gij zult niet begeren". Welnu, wat wordt er veel begeerd. Op allerlei manieren probeert men groot te worden, probeert men soms zich te verrijken ten koste van de armen. 

Er zijn overheden die hun territorium willen vergroten. Zij zijn niet tevreden met hun grondgebied, noch met wat hun grond hun oplevert. Hun begeerte naar meer is groot. Zij gunnen een ander volk niet het gebied dat door dit volk van oudsher wordt bewoond. Vaak denken de groten over de kleinen te kunnen heersen. Overheden zijn, naar het woord van Augustinus, soms roversbenden. 

Wij komen wat dichter bij onszelf! Want de tekst ter overdenking is heel praktisch. Wordt de begeerte om groot te worden ook niet in ons gevonden? Hebben wij nooit eens begeerd wat van onze naaste is? Zouden wij ten koste van onze naaste de grensstenen ook niet wat willen verleggen of helemaal wegwerken? 

Wat die grensstenen voor ons zijn? Welke stenen anders dan de goede geboden Gods. De Heere heeft ons tien grensstenen gegeven waarbinnen wij mogen leven, wonen en werken. Helaas... die grensstenen vinden wij te nauw en te benauwd om daarbinnen te leven. Om die reden worden de grensstenen die ons door de Heere Zelf zijn gegeven verlegd. 

't Zal ons wel duidelijk zijn dat onze tekst niet betekent dat wij de traditie die ons is overgeleverd móeten wegwerken. Vanzelfsprekend moeten wij dat niet doen. In de traditie zitten zeer waardevolle elementen. Toch gaat het hier niet over de traditie! Neen, hier is bedoeld: Gij zult niet begeren. En vul dat dan maar heel concreet in! 

O, dat verschrikkelijke begeren! 't Gaat altijd ten koste van Gods eer, maar ook onze naaste lijdt eronder. Vanwaar toch dat afschuwelijke begeren? Waar is dat begonnen? Er is slechts één antwoord: 't is begonnen in het paradijs! Wij wilden als God zijn. Onze diepe val in Adam is er de oorzaak van dat het begeren van overheden en dat van een ieder van ons persoonlijk geheel verkeerd is. Van nature leeft dit in ons allen: hebben, houden en halen! 

Hoe zal in zo'n begeren ooit verandering komen? Daarin komt alleen verandering als er een groot wonder in ons leven gebeurt. Nodig is dat wij van dood levend worden gemaakt. Dan komt er in ons hart een hartelijke begeerte om naar al Gods geboden te leven! Om die te doen uit dankbaarheid! Alleen de vreze des Heeren in ons leven zal ons ervoor bewaren dat we de grensstenen ten koste van onze medemens gaan verleggen.

Onze begeerte móet veranderen. Het behoort een begeren te worden zoals van de Heiland. Het was Zijn begeren om de wil van Zijn Vader te doen. En de wil van Zijn Vader vond Hij uitgedrukt in Vaders heilige wet.

In navolging van Hem is er een volk waarvan het de spijze is om naar de wil van God te leven. Is het ons aller spijze? Is het ons aller begeerte de wil des Vaders te doen? 

Kijk het er eens op na óf het waarheid in het binnenste is..Laat niemand zich bedriegen voor een eeuwigheid. Er kan veel zijn, terwijl toch de wortel der zaak niet aanwezig is. Daarentegen kan er weinig zijn, terwijl toch het leven een vrucht is van het verzoenend werk van de Zaligmaker.

Jezus Christus heeft nooit de grensstenen teruggezet of weggewerkt. Hij heeft Gods wet vervuld. De eisen van Zijn Vader heeft Hij laten staan. Waartoe dat alles? Waarom moest Hij Zelf in de krochten der Godverlatenheid neerdalen, hoewel Hij Vaders wil deed? Opdat alle gegevenen des Vaders het leven zouden ontvangen in Zijn borgtochtelijk werk en het bevel des Heeren in hun leven zouden praktiseren: „Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben". 

Gij zult niet begeren! Of het moest zijn naar Jezus Christus en Zijn gerechtigheid. Dat is een goede begeerte!

Ds. G. S. A. de Knegt, Barneveld     

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Niet begeren !

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken