Bekijk het origineel

Verlies en rouw, het went nooit echt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verlies en rouw, het went nooit echt

H. A. W. Schut: „Het verwerken van het verdriet vraagt meer tijd dan de twee jaar die er nu voor staat"

10 minuten leestijd

Rouwen is moeilijker dan vaak wordt gedacht. Het is in elk geval veel ingewikkelder. En het verwerken van het overlijden van een geliefde duurt in de regel langer dan de geleerden veronderstelden. Angst, slapeloosheid en depressies worden meestal gaandeweg wel minder, maar problemen met het dagelijks functioneren worden soms steeds groter. Het rouwproces. Het went hooguit. Niet meer dan dat.

Eigenlijk dachten we dat we wel wisten hoe een rouwproces verloopt. We hadden het keurig in fasen ingedeeld en hielden netjes overzicht van de manier waarop mensen in de regel rouw bedrijven en verlies verwerken. Toch bleken er mensen te zijn die daar niet mee uit de voeten konden. Er was één weduwnaar die een jaar na het overlijden nóg niet het stadium bereikt had dat hij boos zou moeten zijn op zijn overleden vrouw. Hij zat te wachten op iets dat volgens de geleerden hoorde te komen en maar niet kwam: woede. Wanhopig belde de weduwnaar de therapeut. Hij wilde in therapie.

„Maar waarom vindt u dat u boos moet zijn.'" vroeg de therapeut.

„Dat heb ik in de boeken gelezen", zei de man. Tot zijn verwondering hoorde hij dat hij zich zorgen maakte om niets. Sommigen raken in een rouwproces in een fase van boosheid. Sommigen ook niet. Deze weduwnaar dus niet. Met vijf minuten stond hij weer buiten. Het was waarschijnlijk de kortste en meest effectieve therapie die de therapeut ooit had toegepast.

Mythen

Over rouwprocessen bestaan hardnekkig mythen die geen goed beeld geven van de werkelijkheid en een adequate hulpverlening in de weg staan. Dat concludeert de Utrechtse psycholoog dr. H. A. W. Schut in zijn proefschrift' Omgaan met de dood van de partner", waarop hij recent promoveerde. Schut heeft gezocht naar net antwoord op de vraag: Hoe ziet een rouwproces eruit in de loop van de tijd? Voor welke problemen komen mensen te staan? Welke psychische problemen ontwikkelen zich? Nemen die af? Heelt de tijd alle wonden? Of is er helemaal geen sprake van wonden die geheeld moeten worden?

Schut: „De kern van mijn proefschrift is deze: Je kunt niet spreken van Hèt Rouwproces. Mensen reageren daarvoor te verschillend op verdriet. Het is onzinnig te beweren dat het rouwproces verloopt via die en die fasen en dat de scherpe kantjes er bij voorbeeld na een jaar maar eens af moeten zijn. Dat moet je naar het rijk der mythen verwijzen. Er zijn best mensen die passen in dat algemene plaatje, maar in de praktijk blijken we met zo'n uitgestippeld standaardbeeld van het rouwproces geen kant op te kunnen. Dat werkt zo niet. Je hebt weduwen die in drie maanden een volledig gezond rouwproces hebben doorgemaakt en na een halfjaar hertrouwen. Je hebt ook weduwen bij wie na twee jaar nog helemaal niets is afgerond. Die laatste groep is trouwens wel in de meerderheid".

Individueel

„Wat de populair-wetenschappelijke literatuur vaak beweert, is dit: Als je vader, je vrouw of je kind overlijdt, krijg je eerst de schok en de schrik, dan het verdriet, daarna de boosheid en ten slotte een stuk acceptatie. Maar dat schemaatje gaat vaak helemaal niet op. Mensen zijn te individueel om zich in zo'n rijtje te laten inpassen.

Rouwen is ook veel te ingewikkeld om zich door zulke voorschriften uit te laten beelden. En wie anders reageert dan de voorschriften, lijdt zogenaamd aan een pathologisch rouwproces. Alsof wij al zouden weten wat een gezond rouwproces is! Alles wat een mens maar voelen kan, kan in het rouwproces mee gaan doen. Er kan verdriet zijn, boosheid, wanhoop, angst, depressies, zelfs opluchting, noem alles maar op.

Als rouwdragende mensen al eens een dag hebben dat het wat beter gaat, voelen ze zich daar weer vreemd onder, onwennig. Dan hebben ze het gevoel dat ze hun man, hun vrouw verraden".

Tijd

„Het idee van veel mensen is: Als ik eerst alle seizoenen maar gehad heb, zal het wel wat beter gaan, maar dat is een vlieger die niet opgaat. Voor sommigen wel, maar voor velen niet. Er zijn heel veel mensen die juist het tweede jaar moeilijker vinden dan het eerste jaar. Misschien komt dat ook wel omdat omstanders verwachten dat het in het tweede jaar beter gaat. En als het dan niet beter gaat, voelen ze zich helemaal zo ongelukkig. Mensen zeggen al gauw: „Ja hoor eens, het is nou al zo lang geleden, nou moetje er niet meer over zeuren". Dan gaan ze terugtrekkende bewegingen maken, en daar zitten ze dan alleen. Je moet in een rouwproces niet op de tijd gaan zitten letten, niet het aantal maanden tellen, twaalf, dertien, veertien. Laat iemand in zijn verdriet zijn eigen gang mogen gaan.

Ik laat me verder liever niet verleiden tot het noemen van een termijn waarin het proces zich afspeelt, want als ik twee jaar noem, bezeer ik misschien een weduwe die zegt: O meneer Schut, ik ben al twee jaar weduwe, maar heb het verlies van mijn man nog niet eens kunnen accepteren. Laat staan dat ik iets heb verwerkt".

Glans

„"Wat is in de rouw het ergste? Dat is van alles wat. Het is het voortdurende gevoel van eenzaamheid, het missen van de ander, terwijl daarna de problemen komen met de dagelijkse gang van zaken. Ze zien 's morgens op tegen de nieuwe dag, ze zijn niet tevreden met de dingen die ze doen, ze zijn de draad van alles een beetje kwijt. Een algeheel gevoel van malaise. Niet al die verschijnselen hebben direct te maken met het verlies van een dierbare, meer met het aanpassen aan een nieuwe situatie. Maar het hoort er allemaal wel echt bij: Ik heb nergens zin in, want de glans is van mijn leven af.

Ik ken ook een man die al heel snel na het overlijden van zijn vrouw een nieuwe relatie aanging. Nee, dat had niets te maken met de kwaliteit van zijn eerste huwelijk. Het tegendeel was waar. Die eerste vrouw was heel lang ziek geweest. En ze had wel aan zien komen dat die man het na haar overlijden alleen niet zou redden. Dus ze heeft toen gezegd: Piet, als ik er straks niet meer ben, moetje moet zo snel mogelijk weer een vrouw opzoeken; dat is beter voor je".

Opluchting

„Soms verliezen mensen ook iemand die heel veel vervelende kanten had. Dan kan er natuurlijk ook verdriet zijn, maar er blijkt in dat geval ook zoiets te zijn als opluchting. Wel een opluchting die zich moeilijk laat verwerken. Want in dat geval mis je niet alleen iemand in zijn goede dingen, maar ook nog eens iemand in zijn onhebbelijkheden. Je bent dan blij dat je die vreselijke eigenschappen niet meer om je heen hebt. Maar dat is ook vigeer zo moeilijk, blij zijn terwijl je rouwt. Over verdriet kun je met veel mensen nog wel praten. Maar praten over je opluchting, dat doe je niet. Dat houd je voor jezelf!

Wat ik ook gevonden heb, is dat mensen zich direct na het overlijden gaan identificeren met de overledene: Zo zou mijn vrouw het gewild hebben. Zo zou mijn man het ook hebben gedaan. In het begin van het rouwproces heeft dat een gunstige uitwerking op een nabestaande. Maar als dat lang duurt, heeft het juist een negatief effect. De kans dat er dan psychische problemen gaan spelen, is veel groter".

De schok

 „Ik had verwacht dat ik grote verschillen zou vinden in het rouwpatroon als het gaat om de manier van overlijden van de ander. Stierf je man heel plotseling? Of had je vrouw een heel lang ziekbed? Maar die verschillen kon ik niet direct terugvinden. Wel is het heel belangrijk dat mensen afscheid hebben kunnen nemen van de overledene. Dan laat ik helemaal in het midden hoe dat gebeurt. Op het sterfbed, naast de kist, bij de begrafenis, later aan het graf Je kunt altijd afscheid nemen. Als mensen niet komen tot afscheid nemen, leren ze het verlies veelal ook niet accepteren.

Ik ken een weduwe die elke avond, vlak voor het in slaap vallen, haar man ontmoette. In zo'n toestand van schemer, tussen waken en dromen. In het begin deed haar dat wel goed. Ze had dan het gevoel niet zo alleen te zijn. Maar later ontdekte ze dat ze daardoor vast bleef zitten en alleen eigenlijk niet meer verder kon. Toen heeft ze op een avond tegen haar man gezegd: „Jan, joh, jij moet jouw weg gaan, ik moet de mijne gaan. Je moet niet meer terugkomen. Ga nu".

Het bleek, een halfjaar na het eigenlijke overlijden, een echt afscheid geweest te zijn. De menselijke geest stoort zich nu eenmaal niet aan de realiteit. Voor die vrouw was het in elk geval een een belangrijk omslagpunt in haar rouwproces".

Ruimte

„Een andere vrouw kan na achttien jaar nog niet accepteren dat haar man er niet meer is. Elke avond laat ze, als ze aat slapen, de achterdeur open. Dan kan hij, als hij komt, zo naar binnen. Dat weten ze in de buurt natuurlijk ook, dus er wordt daar herhaaldelijk ingebroken. Maar ze wil die deur niet op slot doen. Ook die vrouw heeft niet echt afscheid genomen.

Er komt in deze maatschappij steeds meer ruimte voor rouw, vind ik. Sterven gebeurt veel meer thuis dan vijftien jaar geleden. Thuis opbaren ook. En de dag van de begrafenis vullen we zelf in. Jarenlang zeiden begrafenisondernemers: „Mevrouw, dit is het beste, dat moet u doen, deze kist moet u maar nemen, ik zou het zus doen".

Die tijd is geweest. We kiezen nu zelf de kleur van de kist, vertellen zelf wat er op het kaartje moet staan, dat geven we niet meer uit handen. Dat deden we vroeger wel. Dus er verandert wel iets. We doen meer zelf Alleen, het moet wel over de dood van de ander gaan. We praten over abortus, over euthanasie, over terminale ziektes, over aids, maar over mijn eigen dood, daar praten we niet over. Waarom zouden we niet met elkaar eens doorpraten hoe we het zouden willen hebben als 'het' zou gebeuren. We blijven toch bang voor vragen waar geen antwoord op komt".

Geloof

Heeft u kunnen constateren dat iemand die gelooft—hoe, laten we in het midden- in zijn rouw ook troost meekrijgt? Een christen heeft op zijn minst een aantal antwoorden op een aantal vragen.

 „Soms. Sommigen putten er veel troost uit dat er een God is, dat er een hogere Macht is, die de zorg voor de overledene heeft overgenomen. Dat maakt het berusten iets gemakkelijker. God zou er wel Zijn wijze bedoeling mee hebben gehad. Anderen -die ook geloofden- werden juist heel opstandig, raakten zelfs in een geloofscrisis. „Mijn man is maar 43 geworden". „Waarom heeft de Heere mijn kind nou weggenomen?" Waarom? Waarom? Soms verliezen mensen niet alleen hun dierbare, maar daardoor ook nog eens hun levensbeschouwing, hun geloof'.

Werken

"Afscheid nemen heeft tijd nodig. Ter aarde bestellen ook. En rouwen ook. In Friesland liep vroeger de begrafenisstoet eerst drie keer om het kerkhof heen, voordat men die betrad. Er werd geen woord gesproken. Dan had je alle tijd om te beseffen wat er zou gaan gebeuren. Zo is er voor rouw ook tijd nodig. Twee van de tien rouwdragenden loopt daarin vast, of zouden bij hulp van buitenaf gebaat zijn. Rouw is het losgeld van de liefde. Wie liefheeft, zal ook eens rouwdragen.

Een rouwproces gaat niet vanzelf in het woordje verwerken zit niet voor niets het woordje werken. Je moet aan het werk, keihard aan de slag. Als vroegere vrienden of kennissen bij voorbeeld plotseling niet meer langskomen, moet je er op af: „Ik vind het jammer dat jullie niet meer komen". Mensen weten vaak niet hoe ze zich moeten gedragen. Iemand die rouwt, kan een ander daar heel goed bij helpen".

Het verlies van iemand die je lief was, went dat?

„Het went, hooguit. Er zijn er ook genoeg die ermee leren leven, niet meer dan dat".


















Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Verlies en rouw, het went nooit echt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 september 1992

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken