Bekijk het origineel

Christendom van vorstenfamilie is ethisch en praktisch gekleurd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christendom van vorstenfamilie is ethisch en praktisch gekleurd

Sinds aantreden koningin Beatrix verdween functie van hofpredikerschap

9 minuten leestijd

Wie waren de pastorale begeleiders van het Koninklijk Huis in deze eeuw? Ook de Oranje-vorsten huldigden bepaalde godsdienstige en kerkelijke opvattingen. Deze opvattingen van de Oranjes onttrekken zich aan de waarneming van de doorsnee Nederlander. Behalve wanneer er publieke plechtigheden plaatsvinden, zoals een kerkelijk huwelijk of doopdiensten. Of wanneer vorstinnen zelfde pen grepen en hun denkbeelden aan het papier toevertrouwden, zoals veelvuldig bij de latere prinses Wilhelmina gebeurde. De vorstinnen hadden in deze eeuw vaak hun eigen hofpredikers, maar koningin Beatrix ziet daarvan af. Zij bezoekt momenteel (al dan niet regelmatig) de hervormde Kloosterkerk in Den Haag.

Daarmee is de geschiedenis terug naar af. Ook prins Maurits koos immers in de zeventiende eeuw publiekelijk de zijde van de contra-remonstranten, door met zijn gevolg de Haagse Kloosterkerk te bezoeken. Maar Maurits brak daarvoor wel met zijn arminiaanse hofprediker Uytenbogaert!

Dr. P. L. Schram wijst er -in een vorig jaar verschenen bundel over koningin-moeder Emma- op dat de vorstinnen Emma en Wilhelmina gestempeld zijn door predikanten die voortkwamen uit het Réveil. Koningin Emma van Waldeck-Pyrmont was luthers opgevoed, maar dan wel in de geest van de "Union" uit 1817, zo schrijft dr. Schram. Deze "Union" stond voor een „ruimdenkend geloofsleven" boven theologische richtingen. Het gezin van Waldeck-Pyrmont kerkte meestal in de stadskerk, met voorbijgaan van de hofkapel.

Niet lastig

Koningin Emma werd bij het aantreden van de regering lid van de hervormde gemeente te Den Haag, omdat zij nadrukkelijk wilde staan in de brede volkskerk. Dr. L. R. Beynen, die Emma toentertijd wegwijs wilde maken in de Nederlandse cultuur, omschreef de familie als „zeer christelijk": „...een eeloovig Hofgezin en wel op Lutherschen of liever evangelisch- Unirten trant, dus niet lastig; waren ze calvinistisch zouden ze steeds spreken over de zuiverheid van de leer".

Die trek, de nadruk op het praktische, op het leven boven de leer, een christendom boven geloofsverdeeldheid, zou een typerende trek van de Oranjes in deze eeuw blijven. Koningin Wilhelmina schreef later over het feit dat de kerken deel uit maken van „Christus' Universele Kerk", waarbij de liefde van de kerken tot Christus „boven alle verdeeldheid uitgaat". Zij heeft eens gezegd: „Ik haat dogma's". Op de vraag waar dan haar geloof op gebaseerd is, antwoordde zij: „Op de Geloofsbelijdenis van Nicea".

Traditie van hofpredikers

Het bestaan van hofpredikers is een lange traditie geweest, vanaf Willem van Oranje. In 1878, vlak voor de komst van Emma naar Nederland, werd dr. C. E. van Koetsveld tot hofprediker benoemd. Volgens dr. Schram was de benoeming van deze zichzelf „evangelisch" noemende predikant mede bedoeld als signaal naar of tegen de naar separatisme neigende neocalvinistische staatslieden. De benoeming als zodanig van een hofpredikant stelde niet zo heel veel voor, althans in de praktijk. Van Koetsveld bleef gewoon gemeentepredikant. Ook de vlak na hem benoemde Waalse prediker ds. E. Bourlier kreeg niet meer dan een erebaan. Alleen voor bijzondere gelegenheden moesten de hofpredikanten naar voren treden. De koninklijke familie rond koningin Emma liet zich liever zien in de gewone kerk, zij het wel in een speciaal gereserveerde hofbank. De opvolger van Van Koetsveld was dr. G. J. van der Flier, die op 1 mei 1894 hofprediker werd.

Wilhelmina

Prinses Wilhelmina deed als jong meisje in oktober 1896 belijdenis in de Hervormde Kerk. Dat zou later ook gebeuren bij de prinsessen Juliana en Beatrix. Wilhelmina kreeg later ook haar eigen hofpredikers. Volgens de staatsalmanak waren dat G. J. van der Flier, dr. J. H. Gerretsen, W. L. Weker, P. Gounelle, prof dr. H. Th. Obbinken J. F. Berkel.

De benoeming gebeurde soms vrij autoritair. Ds. Weker werd benoemd als opvolger van prof. Obbink. Hij schreef dat hij tegengesputterd had, omdat hij zich niet geschikt voelde als opvolger van de hoogleraar Obbink. „Koningin Wilhelmina dacht er echt anders over. Zij liet mij weten: „De bezwaren van de heer Berkel zijn mijn bezwaren niet. U bent benoemd. Hartelijk gefeliciteerd". Tegenspreken had geen enkele zin", aldus ds. Berkel.

Geen levende Christus

De religieuze opvoeding van prinses Wilhelmina werd door koningin Emma zelf ter hand genomen. Wilhelmina deed al op zeventienjarige leeftijd belijdenis van haar geloof. Wie moesten haar hofpredikers zijn? Wilhelmina beoordeelde de predikanten in Nederland in haar bekende autobiografie "Eenzaam maar niet alleen" uiterst negatief. Haar verwijt was dat zij hun eigen richting preekten, in plaats van Christus.

Ds. Berkel (in 1971 overleden) zei dat prinses Wilhelmina geen goed woord over had over de wijze waarop zij catechisatie had gekregen. „Ik heb er de levende Christus niet leren kennen", zo zei zij tegenover ds. Berkel. Deze predikant noemde als belangrijkste taak van het hofpredikerschap het dienstdoen als „adviseur op kerkelijk terrein". Ds. Berkel had een intensieve correspondentie met koningin Wilhelmina over geestelijke en kerkelijke zaken.

Koningin Wilhelmina toonde van haar kant grote belangstelling voor de oecumenische beweging. Zij belegde jeugddiensten in de hofkapel en was ook voorstander van open avondmaalsdiensten. Het Loo was vaak een middelpunt van oecumenische conferenties van jongeren. Als er preken in de kapel werden gehouden, gebeurde dat met de mededeling dat de dienst een uur mocht duren en dat opgave van de tekst en liederen gewenst was. Wilhelmina was in het kerkbezoek heel trouw. Zij hield van een gewone prediking en toonde een afkeer van liturgische diensten. De na de oorlog ingevoerde hervormde gezangenbundel verwierp zij, alsook de nieuwe bijbelvertaling. Haar hele leven lang bleef ze de Statenvertaling trouw.

De begrafenis van Wilhelmina, in het wit, moest uitdrukking van haar geloof zijn. Zij wenste ook niet de tekenen van het koningschap op de kist, maar een open Bijbel. Het werd de "Watersnoodbijbel" die door de contra-revolutionaire pamflettist Jean Louis Bernhardi aan haarvader koning Willem III geschonken werd na diens tochten door de overstroomde gebieden van de Bommelerwaard in 1861. Tijdens de dienst gingen ds. G. I. P. A. B. Forget en ds. J. F. Berkel voor.

De hofprediker van koningin Juliana werd de genoemde ds. Forget, die al in 1955 door koningin Wilhelmina werd benoemd. Van 1955 tot 1980, het jaar van de inhuldiging van koningin Beatrix, bekleedde ds. Forget deze functie. Ds. Forget is in 1984 -als laatste hofprediker- overleden. De hofprediker was afkomstig uit Frankrijk, studeerde theologie in Parijs en Straatsburg en werd als Waals predikant uit Straatsburg in de Waalse kerk te Delft beroepen; later vertrok hij naar Rotterdam en Den Haag.

Ds. Forget noemde zich „évangelique". Hij stond sympathiek tegenover de oecumenische beweging, maar keerde zich tegen de samensmeltingen van kerken. Volgens hem zou een rooms-katholiek, die oprecht het Evangelie verkondigt, best rooms-katholiek kunnen blijven. „De leer, de dogmatiek is immers volkomen secundair", zo zei hij in een interview bij zijn afscheid als hofprediker. De keuze van hem als hofprediker betekende het in ere houden van een traditie van Waalse hofpredikanten die begonnen was bij prins Willem van Oranje, die een Franse hofprediker had.

Volgens Forget heeft Wilhelmina die traditie, die sinds 1911 niet meer gepraktizeerd werd, bewust weer hersteld. Hoewel ds. Forget hofprediker was, heeft hij nooit aan het hof diensten gehouden. Ds. Forget kreeg grote bekendheid door zijn gebed bij de begrafenis van Wilhelmina, in december 1962, dat volgens de verslagen in de kranten heel Nederland ontroerde.

Geheimhouding bewaard

Het is heel moeilijk om er een beeld van te krijgen hoe de invloed van de (hof)predikanten en pastorale werkers op het koningshuis is geweest. De hofpredikers hebben altijd strikte geheimhouding bewaard. Gegevens zijn slechts sporadisch te vinden in de grote hoeveelheid biografische lectuur over de Oranjes.

Zo lezen we ergens dat de toenmalige koningin Juliana in gezelschap van hoge kerkelijke functionarissen verkeerde, zowel uit protestantse als rooms-katholieke hoek. „Juliana loopt de kerkdrempels niet plat", schreef Fred J. Lammers in een van zijn vele Oranje-boeken. Juliana vroeg eens dr. W. A. Visser 't Hooft op paleis Soestdijk om haar te informeren over de oecumenische beweging, waarmee ze zich erg verwant voelde, aldus de voormalig secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken. Naast ds. Weker kon ze na de Tweede Wereldoorlog goed overweg met de gereformeerde hoofd-vlootpredikant ds. J. H. Sillevis Smitt. Deze predikant hield ook de preek bij de huwelijksdienst van prinses Beatrix en prins Claus, terwijl ds. H. J. Kater (waarover straks meer) het huwelijk bevestigde.

Over pastorale invloeden sprekende, kunnen we niet heen om de zogenaamde Greet Hofmans-affaire. Greet Hofmans was een mysterieuze gebedsgenezeres die belangstelling had voor theosofie. Zij werd op Soestdijk uitgenodigd in verband met de ongeneeslijke oogziekte van de jongste dochter, prinses Marijke. Greet Hofmans kreeg zelfs een eigen kamer op het paleis. Zij oefende grote invloed uit op koningin Juliana en werd de aanleiding tot het organiseren van politieke bijeenkomsten op het Oude Loo waarvan de pacifistische geluiden grote zorgen baarden in Amerika. Tot de gasten behoorden bekenden als Martin Buber, Krisnamurti en Frits Philips. Uiteindelijk werd Hofmans verwijderd uit Soestdijk. De hele affaire legde een grote schaduw over het koningshuis.

Ds. Kater

De pastorale begeleiders van ons koningshuis in deze eeuw kregen, zoals gezegd, vooral bekendheid door het leiden van officiële plechtigheden. Een van die predikanten was de Amsterdamse hervormde predikant ds. H. J. Kater, die de huwelijksvoltrekking van prinses Beatrix en prins Claus leidde. Ds. Kater werkte in Amsterdam met een bepaalde opdracht voor de vrijzinnig-hervormden. Hij kan zeker een pastorale begeleider van Beatrix genoemd worden. Hij kende Beatrix al tijdens haar periode aan het Baarns lyceum, waar hij haar bijbelkennis gaf. Ds. Kater bevestigde Beatrix als lidmaat van de Hervormde Kerk in 1956 in de Nieuwe Zijds Kapel te Amsterdam.

Beatrix zelf vroeg hem om ook hun huwelijk te bevestigen. Ds. Kater bestempelde zich als een open geest, gevormd als hij was, naar eigen zeggen, door de Vrijzinnig Christelijke Jeugdbeweging. Hij stond erg open voor de nieuwe ontwikkelingen in de Rooms-Katholieke Kerk en ervoer het Tweede Vaticaanse Concilie als een wezenlijke werking van de Heilige Geest. Ds. Kater leidde later in 1967 ook de doopdienst van prins Willem Alexander in de Grote of St. Jacobskerk te Den Haag, en later van de prinsen Johan Friso, Constantijn en Bernhard (kind van mr. Pieter van Vollenhoven en prinses Margriet). Prof dr. H. Berkhof, nu emeritus hoogleraar theologie in Leiden, doopte prins Maurits, de zoon van prinses Margriet en Vollenhoven.

Dr. J. J. Buskes schreef eens dat Wilhelmina en Juliana geen omlijnd kerkbegrip hadden. Hun geloof was niet van leerstellige en dogmatische aard, maar benadrukte de ethische aspecten. Dat zelfde geldt voor de huidige koningin Beatrix. Zii bekende eens dat ze niet zo gemakkelijk over godsdienstige zaken praat. „Ik leef wel vanuit een Godsgevoel en probeer dat ook aan de kinderen door te geven", aldus een van haar spaarzamelijke uitingen over kerk en godsdienst. zen. De vergankelijkheid wordt er ons in gepredikt.





Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1992

Reformatorisch Dagblad | 27 Pagina's

Christendom van vorstenfamilie is ethisch en praktisch gekleurd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1992

Reformatorisch Dagblad | 27 Pagina's

PDF Bekijken