Prelude op New Age en populaire muziek
Gospelmuziek loopt hooguit een jaar of zes achter op pop; verder gaat zij dezelfde weg
Geen enkele zich zelf respecterende boekhandel kan er nog omheen: een afdeling met New-Age-boeken is een verplichting. Maar de muziekhandel kan evenmin achterblijven: in cd- en mc-rekken rukt New Age op, soms als zodanig aangeduid, vaak met allerlei mooie, verhullende termen omgeven. Veel christenen zijn geneigd wel de rekken met popmuziek voorbij te lopen, maar die New-Age-muziek is misschien toch wel aardig. Een verademing na al dat popgeweld. Rustige muziek, lieflijk, goed en welluidend. Niemand raakt gealarmeerd. Maar is dat wel terecht?
Met die vraag houdt drs. C. M. H. van Lieshout zich bezig in haar onlangs verschenen boek "Prelude op New Age, verlokkingen voor geestelijke muziek". Ze probeert aan te geven waar de grenzen liggen voor christenen die muziek willen maken of naar muziek willen luisteren. Daarbij gaat ze niet in op allerlei concrete composities, muziekstijlen of muziekgroepen, maar de schrijfster wil op een hoger abstractieniveau aangeven welke muzikale ontwikkelingslijnen er te ontdekken zijn. Op die manier wil ze via een ordelijk systeem komen tot een antwoord op de vraag wat op muziekgebied verantwoord is en wat niet. Dat daarbij niet alleen de New-Age-muziek ter sprake komt, is duidelijk.
Relatie
Heel terecht begint "Prelude op New Age" met de constatering dat muziekstijlen zich ontwikkelen binnen een bepaalde maatschappelijke orde en daarmee dus in relatie staan. Bijvoorbeeld de popmuziek, die vanaf het begin een protestfunctie heeft vervuld tegen de bestaande maatschappelijke situatie. Maar de relatie met de maatschappelijke omgeving geldt ook voor allerlei 'christelijke' muziekstijlen. De schrijfster stelt dat gospelmuziek daarbij hoogstens een jaar of zes, zeven achterloopt bij de pop, maar verder dezelfde weg gaat. We kennen al de bijbelse uitspraken die op een rockritme worden uitgesproken, de rapstijl. Er bestaat ook al akoestische gospelmuziek, waarin geen woorden maar onverstaanbare klanken ten gehore worden gebracht, waar bovenuit af en toe het woord "Jezus" klinkt.
Geestelijke muziek heeft dus de maatschappelijke trend gevolgd en van bepaalde vormen van eigentijdse evangelische muziek kun je compleet uit je dak gaan, precies als bij de wereldse popmuziek. Hoe moeten we hier als christenen mee omgaan?
Harmonisch leven
Die vraag klemt te meer als allerwegen beweerd wordt dat er een Nieuwe Tijd begonnen is. „Zo men aanneemt een tijd waarin de tegenstellingen tussen God en mens, goed en kwaad, man en vrouw overbrugd worden. De tijd waarin de mens tot het besef zal komen dat alles goddelijk is, of worden kan door een vernieuwd bewustzijn. Door de 'goddelijke' krachten in zich zelf te ontdekken zou er sprake worden van een harmonisch leven, dat één is met de natuur en de kosmos".
Zo typeert drs. Van Lieshout in het kort het New-Age-denken. Binnen dat denken neemt de muziek een belangrijke plaats in, want muziek heeft grote macht. Ze schrijft: „New Age muziek streeft ernaar bewustzijnsverandering te begeleiden. Aanhangers zien daarin een middel om harmonie te brengen tussen luisteraars en universum. (...) Componisten willen de toonkunst toepassen om de luisteraar te helpen boven zich zelf uit te stijgen. Waar naartoe? Naar een kosmisch, 'goddelijk' leven. Een leven buiten Christus. Een leven met occulte geesten".
Tovenarij
Muziek moet dus dienen als communicatiemiddel met de geestenwereld. Ze biedt het perspectief om zelf meer goddelijk te worden en leidt tot een „god-bewustzijn". Volgens de schrijfster is dat niet alleen een vorm van suggestie, want „New-Age-muziek is een vorm van tovenarij". Als die muziek het denken, de wil en het gevoelen uitschakelt, dan zitten daar demonische invloeden achter. Invloeden die ook ondergaan worden wanneer occulte muziek niet als zodanig herkend en afgewezen wordt.
Helaas is daarmee in grote lijnen alles gezegd wat de schrijfster te melden heeft over New Age en de muziek van die nieuwe tijd. Ze werkt het thema niet verder uit, maar ze heeft het slechts nodig als opstap naar de vraag wat verantwoord is op muziekgebied. Vandaar misschien de bescheiden titel "Prelude", want verder buigt ze zich vooral over muziek in het algemeen en over de popmuziek in het bijzonder.
Op zoek naar de grenzen van het muziekgebruik verdiept de schrijfster zich in de eigenschappen van de muziek en ze legt daarbij de nadruk op het feit dat muziek communicatie is. Met muziek geeft de mens expressie aan zijn verbeelding en daarom spreekt elke muziek een eigen taal. Omdat muziek communicatie is, kan ze ook een boodschap uitdragen, invloed uitoefenen op de luisteraar, een bepaald effect teweegbrengen of zelfs macht uitoefenen op de mens. Iemand kan daardoor helemaal in de ban raken van bepaalde muziek.
Magie
Naast de eigenschappen van muziek komen in "Prelude op New Age" ook de functies van muziek aan de orde. Sommigen kennen muziek een evangeliserende functie toe, omdat ze rechtstreeks het gevoel benadert, los van het denken. Daarover kunnen de meningen nogal verdeeld zijn. Zorgelijker is het, als de occulte functie van muziek aan de orde komt: muziek is vanouds verbonden met magie. Juist dat element heeft alles te maken met-de New-Age-muziek.
Na deze algemene hoofdstukken gaat de schrijfster uitgebreid in op eigenschappen, functies en effecten van popmuziek. Ze constateert dat popmuziek de extatische muziekbeleving bevorderd heeft, waardoor het bewustzijnsniveau daalt en mensen open staan voor beïnvloeding. Pop stimuleert zo het ongeremd toegeven
New-Age-muziek, misschien toch wel aardig. Een verademing na al dat popgeweld? aan allerlei neigingen. Juist het feit dat deze muziek bewustzijn-veranderend wil zijn, ziet de schrijfster als het banen van de weg voor de New-Age-muziek.
Muziek en geloof
In het laatste deel van "Prelude op New Age" komt de verhouding tussen muziek en geloofsleven aan de orde. Welke muziekstijl is bruikbaar, bij voorbeeld in christelijke samenkomsten of bij evangelisatie? Voor de popmuziek weet de schrijfster vrij nauwkeurig aan te geven welke muziek verwerpelijk is en daarmee kan er ook iets gezegd worden over aanvaardbare muziek. Ze schrijft: „Muziek dat (sic, HV) het vleselijke leven dient is concreet te onderscheiden door te letten op ritme, herhaling, overheersende beat, intensiteit van geluid en (de invloed van) laag- en hoogfrequente trillingen op het lichaam".
Daarmee heeft ze allereerst de rockmuziek op het oog, andere stijlen noemt ze meestal in een opsomming. Ook wanneer zulke muziek voorzien wordt van een christelijke tekst, is het lek niet boven water. „Als de tekst goed is en de geest die uit de muziek spreekt slecht is, heiligt het doel dan de middelen? Bij voorbeeld de blijde boodschap in originele punkmuziek? Als de tekst slecht is en de geest die uit de muziek spreekt goed is, wat dan? Zeg je dan, dan hoor ik de tekst gewoon niet?" Dat lijkt iets waar ook heel wat reformatorische jongeren eens over na zouden moeten denken.
De schrijfster constateert eenvoudig dat God nergens in de Bijbel aanmoedigt om te zondigen met de bedoeling anderen voor het Evangelie te winnen. Het argument dat je met bepaalde wereldse muziekstijlen mensen buiten de kerk eerder bereikt, onderschrijft ze duidelijk niet. Ze citeert Martin Heide als hij spreekt over iemand die via popmuziek met het christelijk geloof in aanraking komt: „Hij wordt een popchristen, die aanspraak maakt op alle aardse gebruiksvreugden en aanvullend een garantie op het eeuwige leven heeft, zodat hij weinig van de werkelijke boete, zondevergeving en Godskennis begrijpt"
Neutraal
Dit derde deel, muziek en geloofsleven, lijkt mij het sterkste deel van het boek. Op andere punten valt het mij wat tegen. Dat betreft bij voorbeeld de opzet. Het boek bestaat uit vele, vaak heel korte paragrafen, ieder voorzien van een eigen kopje. Regelmatig komt de lezer een samenvatting, een schema of een "resumerend" tegen, ook na een paragraafje van een halve bladzijde. Dat komt op mij over als een heel vermoeiende quasi-ordelijkheid.
Wat ik echter nog veel storender vind is het feit dat de meeste van die paragraafjes bestaan uit citaten, vaak zonder enige toevoeging van de schrijfster. Zinnetjes als „Wat zeggen de schrijvers over deze vermeende neutraliteit?" of „De schrijvers leggen twee accenten", zijn daarbij typerend.
Opvallend is dat de schrijfster in het gedeelte over New Age zelf het meest aan net woord is, veel meer dan elders in het boek. Jammer alleen dat de hoeveelheid aandacht die aan New Age gegeven wordt op het geheel van het boek betrekkelijk gering is.
Hoe waardevol die andere gedeelten ook zijn, de titel belooft duidelijk meer dan het boek waarmaakt. Ook al wil het maar een prelude zijn.
N.a.v. "Prelude op New Age, verlokking voor geestelijke muziek"; door drs. C. M. H. van Lieshout Uitg. Stichting Moria Hilversum, prijs 21,50 gulden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1992
Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1992
Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's