Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Ede en Veenendaal hebben een meer godsdienstige inslag, Wageningen past beter bij de steden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Ede en Veenendaal hebben een meer godsdienstige inslag, Wageningen past beter bij de steden"

Verbrokkeling dreigt voor Utrechtse en Gelderse regio's

9 minuten leestijd

RHENEN/VEENENDAAL - De oude strijd tussen het Utrechtse en het Gelderse laait weer op. De bisschop en de hertog zijn deze keer vervangen door colleges van gedeputeerde staten. De strijd is er niet minder verbeten om. De ideeën over de toekomstige regio-indeling van de beide provincies „staan haaks op elkaar". Over streekverbanden, intermediaire regio's en KANsberekeningen.

De gemeenten Rhenen, Veenendaal, Amerongen en Renswoude maakten eind oktober een gezamenlijke notitie over de reorganisatie van de regionale bestuurlijke samenwerking 'wereldkundig'. Hierin werd vooruitgelopen op ontwikkelingen in het Streekverband Zuidoost-Utrecht, de stedenring Regionaal Beraad Utrecht (RBU) en de West-Veluwe/Valleiregio. De nota werd gemaakt door de gemeentesecretarissen van de vier plaatsen. Barneveld, Ede, Scherpenzeel, Rhenen, Veenendaal, Amerongen, Renswoude en Wageningen samen. En op die laatste plaats zit het nu vast. Wageningen richt de blik naar het oosten en wil zich dolgraag aansluiten bij het stedelijk Knooppunt Amhem-Nijmegen (KAN). Het mooie plannetje van een regio met 259.045 inwoners valt hiermee in duigen. Het draagvlak vermindert dan met 32.850 hoofden en één enkele landbouwuniversiteit.

Tijdbom

Het Streekverband Zuidoost-Utrecht bestaat sinds midden jaren zeventig. In 1986 werd een nieuwe "gemeenschappelijke regeling" (statuut en huishoudelijk reglement, red.) ingevoerd. Dit gebeurde naar aanleiding van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (wgr), die begin 1985 van kracht werd. De gemeenten die in het Streekverband Zuidoost-Utrecht samenwerken, hebben een gezamenlijk beleid op onder meer het gebied van ruimtelijke ordening, milieubeheer, onderwijs, recreatie, en economische ontwikkeling. Het streekverband wordt bestuurd door de streekraad (51 leden). Deze raad bestaat uit afgevaardigden van de diverse gemeenteraden. De uitvoering van het beleid ligt bij het dagelijks bestuur. Dit dagelijks bestuur bestaat uit vijftien leden (veertien burgemeesters en een wethouder). De huidige voorzitter van de streekraad is R. G. Boekhoven, burgemeester van Zeist. Een saillant detail is dat burgemeester F. Brink van Veenendaal tweede voorzitter van het streekverband is, terwijl hij zelf zei een „tijdbom onder het streekverband" te hebben gelegd. Het streekverband bestaat uit veertien gemeenten en omvat het gebied van Bunnik en De Bilt tot Rhenen en Veenendaal en van Maarn tot Wijk bij Duurstede. Het ambtelijke apparaat van het Streekverband Zuidoost-Utrecht (gevestigd in Zeist) staat onder leiding van secretaris A. W. M. van der Ham. Een „gemeentesecretaris op streekniveau", zoals hij het zelf noemt.

Afreizen

Van der Ham is ook een secretaris met problemen. Het streekverband lijkt op dit moment namelijk op sterven na dood. Op 1 januari hebben Bunnik en De Bilt zich aangesloten bij het Regionaal Beraad Utrecht (RBU). Ook de gemeenten Zeist en Driebergen zouden die kant wel eens op kunnen gaan. Op 12 november merkte staatssecretaris mevrouw D. IJ. W. de Graaff- Nauta van binnenlandse zaken tegenover burgemeester Brink van Veenendaal op dat, wanneer Zeist en Driebergen ook bij het RBU zouden komen, dat gevolgen heeft voor de keuze van Veenendaal en Rhenen. Tien dagen later stelde ze zelfs dat het logisch zou zijn dat Zeist en Driebergen naar het RBU zouden afreizen. Van der Ham vindt dit geen goed idee. Ook Gedeputeerde Staten van Utrecht willen tegen beter weten in voorkomen dat het Streekverband Zuidoost-Utrecht teloorgaat. Gedeputeerde mr. D. H. Kok wil zelfs zo ver gaan om bepaalde gemeenten uit het West-Veluwegebied (Ede) te integreren in de provincie Utrecht. „Weinig realistisch", aldus de eerste burger van het Veen, F. Brink.

Oren

De streekverbanden functioneerden bij gratie van de wgr. De huidige Wet gemeenschappelijke regelingen (wgr) bleek echter niet geschikt voor stedelijke knooppunten. Momenteel werkt men in Den Haag aan een nieuwe wet. De zogenaamde Kaderwet bestuur in verandering moet voor de stadsgewesten de totstandkoming van een regionaal bestuur bevorderen. Voor de niet-stadsgewesten wordt het aangaan van gemeenschappelijke regelingen vereenvoudigd. Voor de resterende gebieden worden ook nieuwe indelingscriteria vastgesteld. Deze criteria bestaan uit drie delen. Een wgr-gebied zou goed herkenbaar moeten zijn als een regio die maatschappelijk veel samenhang vertoont. Ook zou het gebied qua schaal moeten passen bij de taken die op regionaal niveau moeten worden uitgevoerd. Tot slot zou een wgr-gebied voldoende zaken in zich moeten kunnen opnemen voor diverse „functionele" gebiedsindelingen van Rijk en provincie. In een brief van de staatssecretaris van binnenlandse zaken werden de gemeenten Renswoude, Rhenen en Veenendaal genoemd als voorbeeld van gemeenten die zo'n sterke samenhang vertonen met gemeenten buiten de provincie, dat indeling in een provinciegrens- overschrijdende wgr-regio mogelijk werd geacht. Rhenen knoopte deze opmerking goed in de oren. Op initiatief van het college van Rhenen werd door de gemeentesecretarissen van Rhenen, Veenendaal, Amerongen en Renswoude een commissie gevormd. Zo kregen de plannen voor een Valleiregio vorm. Het resultaat van het werk van de commissie was de notitie die op 27 oktober in de openbaarheid werd gebracht. Kort daarvoor had burgemeester Brink de Utrechtse gedeputeerde Kok ingelicht. Koks reactie was niet bijster enthousiast. In een gesprek, korte tijd later, van de burgervaders van Rhenen en Veenendaal met de commissaris van de Koningin in Utrecht, jhr. drs. P. A. C. Beelaerts van Blokland, oogstten zij meer begrip.

Voorkeur

Net na de presentatie van de notitie wilde de gemeentesecretaris van Rhenen nog niet vooruitlopen op de afwijzing van Wageningen van de Valleiregio. „Wij gaan ervan uit dat Wageningen meedoet, omdat we vinden dat die plaats goed past in die intermediaire regio tussen twee stedelijke gebieden", zo meldde J. F. Goedegebure in het RD van 30 oktober. Wethouder ing. L. W. Vink van Rhenen verklaarde vlak voor Kerst dat een nieuw streekverband zonder Wageningen niet ondenkbaar" is. „Het ligt het meest voor de hand dat Wageningen met Veenendaal, Rhenen en Ede samenwerkt. De basis voor onze samenwerking ligt in een aantal gemeenten met wat meer landelijk gebied. Daar liggen de meeste raakvlakken op bestuuriijk terrein". Burgemeester F. Brink van Veenendaal valt Vink bij. „De samenwerking is niet afhankelijk van Wageningen. Ik denk dat Wageningen haar standpunt nog zal heroverwegen".

Uitstraling

Wethouder E. Peerbolte van Ede heeft complimenten voor de durf van Rhenen en Veenendaal. „Ik ben blij, maar vooral opgelucht. Nu kunnen we verder", zo zei Peerbolte in het Gelders Dagblad van 7 november. Dat Wageningen aansluiting zoekt bij het KAN, vindt Peerbolte niet leuk. „Ik kan daar niets mee doen. Zij moeten dat zelf beoordelen. Als ze in Wageningen andere argumenten gebruiken, het zij zo". Burgemeester H. S. Top van Rhenen wil voor zijn gemeente een eigen insteek: toeristisch trekpleister. „We blijven niet teren op de Grebbeberg en wat er al bereikt is. Ik denk aan het Palmerswaardproject, dat meer is dan alleen die jachthaven. Ik hoop dat dit plan haalbaar is en het een uitstraling zal geven naar de regio", aldus Top. Ook de Kamer van Koophandel van Utrecht en omstreken ondersteunt de visie van Rhenen en Veenendaal. Dat schreef de KvK in een reactie op het ontwerp-besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Karakter

De felbegeerde partner Wageningen zit al vanaf de inwerkingtreding van de WGR samen met de gemeenten Ede, Barneveld, Scherpenzeel, Hoevelaken en Nijkerk in de West-Veluwe/Valleiregio. Wageningen is echter niet erg te spreken over deze regio. „In de afgelopen jaren is bij herhaling gebleken dat er vraagtekens te plaatsen zijn bij de maatschappelijke en bestuurlijke samenhangen in het gebied West-Veluwe/Vallei. Dit betreft niet alleen de positie van Wageningen, maar ook de positie van de gemeenten Nijkerk en Hoevelaken. (...) Nog weinig uitvoerende taken worden door de zes gemeenten gezamenlijk uitgevoerd", schreef Wageningen in een discussienota voor de gemeenteraad. Over een grote Valleiregio tussen de twee stedelijke gebieden zegt Wageningen: „Wageningen zal in een dergelijke regio altijd een "randgeval" blijven, wat veroorzaakt wordt door een totaal andere taakstelling van Wageningen". Doordat Wageningen een internationale universiteit heeft plus een groot aantal wetenschappelijke onderzoeksinstituten, lonkt Wageningen naar het oosten, zodat ze door middel van het lidmaatschap van het KAN ook onderdeel wordt van de Euregio Rijn-Waal. Voor Wageningen spelen echter nog andere argumenten een rol. Wethouder G. Slettenhaar: „Wageningen heeft ook een ander karakter, is anders geaard. Ede en Veenendaal hebben een meer godsdienstige inslag, wij passen beter bij de steden". De provincie Gelderland heeft ooit gesuggereerd dat, als Wageningen naar het KAN gaat, het Binnenveld maar naar Ede en Veenendaal moet. Een woordvoerder van de gemeente Wageningen verklaarde dat, als de provincie de suggestie omvormt tot een eis, „de aansluiting bij het Knooppunt belangrijker is dan het Binnenveld".

Muiters

In het decembernummer van het Wageningse zakenbulletin Composvisie liet een forse groep ondernemers weten niets te zien in de regionale plannen van de gemeente. „Het Knooppunt is een constructie die leeft in politieke hoofden. De praktijk is dat het type bedrijvigheid in Wageningen meer aansluit op Ede en Veenendaal", zo liet voorzitter F. J. M. van Kalmthout van de Hogeschool Diedenoort weten. Het merkwaardige is echter dat veel van deze ondernemers op verzoek van de gemeente toch meededen aan de Euro-beurs in Kleef. Zonder aansluiting bij het KAN is dat niet mogelijk. De definitieve gebiedsafbakening van het stedelijk knooppunt vindt pas in de loop van dit jaar plaats. Op het provinciehuis wil nog niemand vooruitlopen op de beslissing van Provinciale Staten. De gemeente Rhenen heeft inmiddels bezwaar gemaakt tegen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Utrecht, die het streekverband willen laten voortbestaan. De een wil het zinkende streekschip redden door te stellen dat het niet zinkende is. De ander wil gewoon het vaartuig verlaten en „opteert" voor een meer zeewaardige oplossing. Wellicht valt het streekverband ten prooi aan het muitende personeel. Of zal het toch tussen alle bestuurlijke klippen door weten te varen? De tijd zal het leren.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

„Ede en Veenendaal hebben een meer godsdienstige inslag, Wageningen past beter bij de steden

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken