Bekijk het origineel

Uit de kerkelijke pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de kerkelijke pers

6 minuten leestijd

WOORD & DIENST

De ramp was een oordeel met genade, zeiden Gods kinderen, aldus ds. A. Belder uit Nieuwe Tonge in het hervormde orgaan "Woord en 'Dienst". Het blad is een van de vele kerkbladen die deze week aandacht besteden aan de watersnoodramp van 1 februari 1953.

„Wat hebben we geroepen tot God. Hij heeft ons uit de ramp gered, maar zijn we ook gered voor de eeuwigheid? Hebben we ook de toevlucht leren nemen tot Christus, liggen onze zonden op Hem? Hebben we niet slechts een wondergeloof en staan we nog voor eigen rekening?" zo verwoordt ds. Belder de vragen van de getroffenen.

De meesten leerden door de ramp in ieder geval Gods ontzagwekkende majesteit zien. Maar het bracht sommigen ook tot vloeken of tot fatalisme. Weer anderen zagen er toch Gods liefde in voor de eilanden: „Het is een teken dat Hij bemoeienis met ons heeft. Hij wil onze redding, want Hij sloeg ons met mate", zo vat ds. Belder de verschillende reacties samen. Zeker voor die laatste visie is geloof nodig, anders zie je alleen de onbegrijpelijke machten, voegt hij er aan toe. „In het geloof zie je namelijk meer dan dood, dreiging en catastrofe. Je kijkt dan ook achter de schermen van de gebeurtenissen. Je ziet niet alleen de toppen van Gods vingers, maar ook Zijn handen en Zijn gelaat".

(...) „Naast alle ellende, leed en schrijnende gebeurtenissen in die nacht van 1 februari staat voor de predikant uit Nieuwe Tonge toch één ding recht overeind: uiteindelijk „geeft God Zijn volk sterkte en vrede". „Je ziet hoe machtig en heerlijk God is in zo'n ramp maar Hij keert het ten beste tot vergeving en genezing van Zijn kinderen. Later kwamen sommigen tot het inzicht: „O wat ben ik blij dat U vertoornd bent geweest". Voor Zijn kinderen was het een tuchtiging, een oordeel met genade. Zijn wij zelf geneigd van Hem weg te vluchten, Hij slaat ons dicht tegen de Herder aan. En er is niks veiliger dan dicht bij de Heere Jezus te schuilen. Die om onze stromen van ongerechtigheden de vloed van Gods toom is ingegaan. Hij is als een dam voor Zijn volk".


HN

De watersnoodramp van 1953 een straf van God? Die hele lijdelijkheid is een soort folklore-leven gaan leiden, vindt prof. H. M. Kuitert, destijds predikant in het Zeeuwse Scharendijke. Hij doet deze mededeling in het HN-magazine.

„Die hele lijdelijkheid is een soort folklore-leven gaan leiden", zegt H. Kuitert, oud-hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Kuitert (68) is van 1950 tot 1955 gereformeerd predikant in het dorpje Scharendijke op Schouwen-Duiveland. „Ik heb er niemand ontmoet die niet zijn koeien en varkens uit het water haalde, ook al was het zondag. Die lijdelijkheid was natuurlijk ook groepsvemis: zo hoorde je je te gedragen. Maar toen het erop aankwam, was de natuur toch sterker dan de leer". 

„Evenals predikanten in andere gemeenten is Strating dag en nacht in de weer met de opvang van evacués. Hij zet hulpacties op touw en organiseert vrijwilligersgroepen om mensen te redden en te evacueren. De zondag na de eerste rampweek wacht hem de zwaarste preek uit zijn leven. 'De kerk was stampvol, er stond zelfs een hek voor de preekstoel. Vooraan zat een man die zijn vrouw en vijf kinderen had verloren. Dan moet je de preekstoel op. Ik schaamde me diep, waarover kun je het dan nog hebben? Toch verwachten ze gouden bergen van je'. Strating spreekt over de instorting van de toren van Siboé, waarbij Christus zegt: 'Denkt gij, dat deze verongelukten schuldiger waren dan gij?' Kuitert preekt over het bekende liedje uit de bundel van Johannes de Heer: Scheepke onder Jezus' hoede. „Aan het geborgen zijn bij Jezus, zei ik, kun je geen privileges ontlenen. Wat moest ik er nog meer van zeggen?"


KERKBLAD VOOR HET NOORDEN 

Na de ramp rest slechts de roep: waarom Heer? schrijft ds. K. T. de Jonge uit Almere in zijn column in het christelijke gereformeerde "Kerkblad van het Noorden". „Ondergelopen land kun je droogleggen, een ingestort huis herbouwen, maar verdronken geliefden krijg je niet terug... Dat alles door die ene nacht, die vele verschrikkingen bracht". 

„Ik wil rhezelf echt niet als een kenner van de Ramp naar voren schuiven, maar ik was er wel bij geboren en getogen in Zierikzee. Ik ben nog van "voor de Ramp"; daar beginnen zelfs mijn herinneringen. Ik herinner me, dat we die voorafgaande zaterdagavond naar de weerberichten luisterden. Op zondagmorgen was m'n vader weg en het werd een dag zonder kerkdienst. Het water kwam tot in de achtertuin te staan. We moesten regelmatig de plankjes in de deurposten bevestigen om het water tegen te houden. In mijn directe omgeving is niemand verdronken. Verder zijn er jongensherinneringen (ik werd tijdens die rampdagen 7 jaar); ik mocht geen vlotje varen, mijn oudere broers wel... 

De verhalen heb ik later gehoord. Daar zijn echt verschrikkelijke verhalen bij. Wat is er geleden! Je zult wie je lief zijn voor je ogen zien verdrinken! Je zult voor je leven moeten kiezen of je je vrouw of je kinderen zult redden! Je zult in een klap je huis en haard kwijt zijn! De Ramp is een samenvatting van onnoemlijk veel leed en verdriet samengebald in een dag. Je kunt er kansberekeningen op loslaten vanwege het uitzonderlijke van de samenloop van omstandigheden, maar dat zijn kille cijfers die verbleken als jij persoonlijk in die nood verkeert. Je kunt kritiek hebben op de sterkte van de dijken, de alertheid van de bestuurders, en wie het voortreffelijke Impact-programma van de Vara heeft gezien, kan weten dat daar wat over te zeggen valt, maar... als je dan in datzelfde programma ziet, dat een zolderverdieping in Nieuwerkerk op het water drijvend vele huizen omverduwt en er in die straat velen omkomen, dan rest slechts de roep: waarom Heer? Ondergelopen land kun je droogleggen, een ingestort huis herbouwen, maar verdronken geliefden krijg je niet terug... Dat alles door die ene nacht, die vele verschrikkingen bracht". 


TERDEGE

In het familieblad Terdege geeft de Arnemuidense predikant M. Goudriaan antwoord op de vraag of opvallende gebeurtenissen geduid mogen worden als "de hand van God".

„Het is op z'n minst begrijpelijk dat juist opvallende gebeurtenissen dwingen tot de vraag: op welke wijze is Gods hand hierin? Zo werd Augustinus min of meer gedwongen om zich rekenschap te geven van de val van Rome in 410. Daar danken we een van zijn hoofdwerken aan: "De civitate Dei". We lopen daarbij wel het gevaar dat we bepaalde geschiedenissen te veel isoleren van het geheel van de geschiedenis, daarin de hand Gods opmerken en de rest laten liggen.

De Heere spreekt op allerlei wijze. Ik denk aan het woord van Paulus aan de Romeinen: Weet gij niet dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt? Door Zijn goedertierenheid roept de Heere evenzeer tot bekering als door een ramp. Zondag 10 eindigt met de geloofsbelijdenis dat alle dingen mij uit Gods vaderlijke hand toekomen. Dat is meer dan alleen een watersnood in '53.

Ik wil heel nadrukkelijk vasthouden aan Gods hand in de ramp. Ik wil ook spreken over een oordeel van God over de zonden van het volk. Hoe voorzichtig we ook hebben te zijn, het verband tussen zo'n ramp en de zonde in het algemeen mag niet over het hoofd worden gezien. Maar laten we het daarbij, dan is ons spreken erg karig en mogen we ons wel afvragen of ook voor ons niet geldt: Gij hebt niet recht van Mij gesproken".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Uit de kerkelijke pers

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 januari 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken