Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vergrijzing in de collegezaal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vergrijzing in de collegezaal

Opa en oma studeren aan de seniorenacademie: „Wij gaan weer naar school"

5 minuten leestijd

Breien in de schommelstoel of een pijpje roken voor het raam? „Wel nee!" zeggen de studenten van de senioren-academie, „wij gaan weer naar school!" En ijverig buigen ze hun zestig-, zeventig-, of tachtigjarige hoofd over een rijtje diepzinnige uitspraken van de filosoof Sartre. Je hoeft niet jong te zijn om te studeren.

Wij leren niet voor het leven, maar voor de school", sprak keizer Nero's beroemde leermeester Seneca eens sarcastisch. De senioren-studenten zijn het hier niet mee eens. Hun 'studentenvereniging' draagt dan ook de naam "Sed Vitea": "Voor het leven". „Een oudere die zinvol wil leven, kan gaan studeren", zegt dr. P. Chr. H. Overmeer, algemeen coördinator van de senioren-academie Brabant in Tilburg. „Maar: voor het léven, voor de aardigheid, want niets móet meer".

"Zelfexpressie"

In Nederland bestaat sinds 1986 het verschijnsel "Hovo": Hoger Onderwijs Voor Ouderen". Deze organisatie geeft vanuit universiteiten en hogescholen cursussen aan vijftigplussers. Tien weken lang kunnen ouderen in het voorjaar en in het najaar les krijgen in een vak dat hen boeit.

Sommige cursussen zijn min of meer op ouderen gericht, laat het Hovo-informatieboekje zien: "De derde levensfase", "Levenslooppsychologie" en "Biografie en autobiografie" zijn vakken die aan de seniorenacademie gegeven worden. Men kan echter ook meer algemene vakken kiezen, zoals psychologie en sociale filosofie. Een veel door oudere studenten gekozen vak is theologie, volgens de coördinator.

Onder de deelnemers zijn veel mensen die vervroegd zijn uitgetreden, als gevolg van fusies of doordat ze afknapten: „Dan zoek je een zinvolle tijdsbesteding. "Zelfexpressie" heet dat heel mooi. Men vraagt zich af: „Kan ik mij verdiepen in iets waar ik nooit aan toegekomen ben?" Een ingenieur is bij voorbeeld al jarenlang geïnteresseerd in filosofie en kan daar nu eindelijk eens aandacht aan gaan besteden.

Natuurlijk is er voor zo iemand bij de open universiteit mooi materiaal te krijgen, maar op een cursus kom je leeftijdsgenoten tegen. Het samen meemaken van een cursus is erg motiverend. Kijk, als je alleen achter een tafel zit te lezen, is dat minder aardig dan wanneer je gezamenlijk luistert, vragen stelt en een kop koffie drinkt".

Autodidacten

Aan de cursus zijn geen voorwaarden verbonden. Daardoor bestaan de groepen uit mensen met heel verschillende achtergronden. „Voor de docenten -vaak vervroegd uitgetreden of gepensioneerde docenten- is dat een uitdaging", zegt Overmeer. „Een aantal mensen heeft vroeger universitair of hoger onderwijs gevolgd, anderen zijn op mbo-niveau afgestudeerd of hebben alleen de middelbare school doorlopen. Er zijn mensen die zelfs dat niet hebben. Vaak hebben zij voor hun vijftigste jaar wel veel cursussen gevolgd, werkervaring opgedaan en boeken gelezen. Dat zijn de autodidacten. Zij maken een derde van de deelnemers uit, schat Overmeer. Wie zich opgeeft voor een cursus en geen opleiding heeft gehad, moet daar bij de keuze wel enige rekening mee houden. Bij een aantal vakken wordt bij voorbeeld Engels gebruikt. Wie dat nooit geleerd heeft, kan beter een andere cursus kiezen. Voor deelnemers die die taal minder goed beheersen, is het meestal wel mogelijk de cursus te volgen, aldus Overmeer. „Het gebeurt regelmatig dat men elkaar dan helpt".

Buitengewoon

Overmeer, zelf een van de docenten aan de seniorenacademie, typeert zijn studenten als „buitengewoon gemotiveerd!": „Je kunt je geen fijnere doelgroep voorstellen. In Nederland zit er een druk op het leren: het móet. Voor een beroep, voor een tentamen. Hier is het niet voor een beroep, je kunt tentamen afleggen of een werkstuk maken, dan krijg je een certificaat maar dat is niet verplicht.

Sommige mensen zijn uren per week bezig zijn met het voorbereiden. Heel ijverig. Je moet er voor voelen dan ook nog een tentamen af te leggen. Er zijn mensen die zeggen: Ik heb al zo veel 'gemoeten' in mijn leven, die druk doe ik mezelf niet aan".

De meeste senioren-studenten zijn volgens Overmeer laaiend enthousiast „De praktijk bewijst dat de cursussen naar meer smaken. Het merendeel van de deelnemers besluit een vervolgcursus te gaan volgen".

„Ik denk dat ouderen studeren aardig vinden omdat dat hun sociale communicatie versterkt. Je raakt uit je werk, of je raakt uit de kinderen (ruim 60 procent is vrouw) en dan is een studie heel mooi. Overigens verwacht ik dat ouderen in de toekomst weer meer betrokken raken bij allerlei maatschappelijke functies. Je hoort nu al steeds meer geluiden als: ,Je kunt menselijk kapitaal toch niet zomaar aan de kant zetten"".

Uitnodigender

Sinds de oprichting van de eerste seniorenacademie in 1986 in Groningen kwam er ook in Zwolle (Hogeschool Windeshelm), Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen, Tilburg en Zuid-Limburg hoger onderwijs voor ouderen van de grond. Dat er behoefte aan was, is duidelijk.

We liepen in Nederland ook niet voorop, maar juist achter, zegt Overmeer „In Frankrijk werd al in 1972 een "Universiteit voor de derde leeftijd" opgericht en in landen als Amerika of Schotland nemen relatief veel meer ouderen deel aan het hoger ouderwijs dan in Nederland. De instellingen hier vragen zich altijd af: „Brengt het wat op?" Nou, het brengt niets op. Je kunt van oudere mensen geen hoge cursusbijdrage vragen. Kijk, er zijn natuurlijk mensen die best goed kunnen betalen, maar de meeste deelnemers zijn niet in die positie. Voor een cursus van tien keer twee uur betalen cursisten tweehonderd tot tweehonderdvijftig gulden. In andere landen bestaan prettige regelingen waardoor het uitnodigender wordt om te gaan studeren".

Desondanks ziet Overmeer de toekomst van de seniorenacademie zonnig in: „In Tilburg studeren inmiddels zeshonderd ouderen per jaar. ik verwacht dat dat aantal nog groter wordt naarmate de vergrijzing van de bevolking en de naamsbekendheid van de seniorenacademie toenemen".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 februari 1993

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Vergrijzing in de collegezaal

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 februari 1993

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken