Bekijk het origineel

HELPEN, daar heb ik voor geleerd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HELPEN, daar heb ik voor geleerd

Euthanasiepraktijk plaatst artsen en verpleegkundigen voor nieuwe problemen

13 minuten leestijd

De zich uitbreidende euthanasie-praktijk plaatst pro-life-artsen en verpleegkundigen voor nieuwe problemen. Moeten zij zich op hun gewetensbezwaren beroepen, doorverwijzen naar collega's en zich verder afwijzend houden? Of laten zij zich op die manier wat al te gemakkelijk buitenspel zetten? Een verkennend onderzoek.

Drs. P. J. Lieverse is als anesthesist verbonden aan de Rotterdamse dr. Daniël den Hoedkliniek, een ziekenhuis voor kankerpatiënten. Door het karakter van het ziekenhuis komt het voor dat hij een derde van zijn werkweek bezig is met pijnbestrijding. Daarmee heeft hij zodoende veel ervaring.

Binnen zijn beroepsgroep is al het idee geopperd dat anesthesisten een belangrijke rol gaan vervullen bij euthanasie. „Wij kunnen mensen op de meest comfortabele manier laten inslapen", licht hij toe. Om die reden is door sommigen bepleit dat anesthesisten hun takenpakket uitbreiden. „Wij zijn experts op het gebied van 'in slaap maken', we hebben er de meeste vaardigheden voor", aldus Lieverse.

Protocol

In de Daniël den Hoedkliniek is al sinds 1989 een euthanasieprotocol van kracht. Als artsen zich daaraan houden, worden ze niet door Justitie vervolgd. Sinds 1991 is er zelfs geen politiebemoeienis meer. De zorgvuldigheidseisen in het protocol komen in grote lijnen overeen met die in het regeringsvoorstel. In het wetsvoorstel dat nu bij de Eerste Kamer ligt, wordt gesteld dat een arts niet wordt vervolgd als er sprake is van overmacht als noodtoestand.

In het protocol van het Rotterdamse ziekenhuis wordt ook geregeld dat artsen die niet willen meewerken aan euthanasie, een verzoek dienen door te spelen naar een collega of het afdelingshoofd. Daarmee eindigt dan alle verantwoordelijkheid van zo'n arts voor het verdere beleid.

Door het protocol van de Daniël den Hoedkliniek zag Lieverse zich genoodzaakt een standpunt in te nemen over deze plicht tot doorverwijzing. Hij kwam uit op een onvoorwaardelijk nee. „Een patiënt die in nood is, moet je helpen. Daar heb ik voor geleerd. Dat houdt in dat ik er eventueel anderen bij haal en dat ik dan als het ware als coördinator optreed; de verantwoordelijkheid gaat gewoon door. Wat hier niet bij hoort, is het plegen van euthanasie of daaraan meewerken. Dus ook niet iets in gang zetten wat daar wel toe leidt. De patiënt mag dan zijn vrije artsenkeuze hebben, ik ga er niet om die reden in bemiddelen. Ik wil ook niet buitenspel gezet worden wat betreft het medische werk rond ernstig zieke en stervende patiënten. Ik heb niet voor niets dit vak gekozen".

Ergens voor

Lieverse zegt uit te gaan van een zorgmodel waarin euthanasie niet past. „Ik ben om bijbelse, ethische en medische redenen tegen euthanasie, maar ik benader de zaak liever van de andere kant: ik ben ergens vóór. Ik kies voor een actief zorgmodel en daar verbind ik consequenties aan, namelijk dat euthanasie er niet bij hoort. In de hospice-beweging, die met name in Engeland sterk is vertegenwoordigd, komt de euthanasievraag haast niet voor. Als een patiënt verzucht: „Voor mij hoeft het allemaal niet meer", dan kun je dat wel als een euthanasieverzoek beschouwen en daar volgens protocol een andere arts bij halen, maar ik interpreteer die vraag heel anders".

Volgens Lieverse is het van groot belang om goed naar de patiënt te luisteren. ,,Dan blijkt het aantal harde euthanasievragen zeer beperkt te zijn. Ik heb het dan over patiënten die zeggen niets anders te willen dan dat ze worden doodgemaakt. Ik denk dat ik in de 4,5 jaar dat ik in dit ziekenhuis werk, zoiets drie keer ben tegengekomen, terwijl ik veel ernstig zieke mensen meemaak. En zelfs dan houd ik het op een „nee", nadat ik heb uitgelegd hoe ik er tegen aankijk en wat ik wèl kan bieden. Ik sluit mijn ogen niet voor de nood, het lijden dat zo'n patiënt op dat moment mogelijk doormaakt, maar ik ga geen verwijzing organiseren".

U kunt dan worden aangeklaagd.
„Ik denk dat dat wel zal meevallen. Je moet dan een arts aanklagen die zich niet aan een protocol houdt dat voorbijgaat aan het feit dat de wetgeving euthanasie strafbaar stelt. Je moet je op overmacht kunnen beroepen wil je niet vervolgd worden. Zo is het in de nieuwe wetgeving formeel-juridisch geregeld. Euthanasie is en blijft een strafbare daad".

Hij voegt eraan toe dat hij zijns inziens in een heel wat gemakkelijker positie verkeert dan een verpleegkundige in een ziekenhuis zoals de Rotterdamse kankerkliniek. Dat geldt zeker als op minder zorgvuldige wijze iemands overlijden wordt bespoedigd, bij voorbeeld door het bewust overdoseren van allerlei medicamenten. „Dat voorkomt namelijk veel paperassenwerk en gedoe, zoals aan de familie uitleggen. Als verpleegkundigen in zo'n situatie bezwaar maken, krijgen ze te horen: Neem maar een dagje vrij".

Lieverse voorspelt dat pro-life-huisartsen met hetzelfde probleem te maken krijgen. Ze nemen vaak in een samenwerkingsverband voor elkaar waar in weekenden of avonden. „Het komt nu al voor dat een arts na afloop van een weekend moet constateren dat de door hem ingezette terminale zorg door een collega is doorkruist. Dat is de tweedeling waar ik en anderen met mij zoveel bezwaar tegen hebben. Immers, aan hetzelfde bed komen dan hulpverleners te staan van wie de een euthanasie de juiste therapie vindt terwijl de ander euthanasie volstrekt afwijst".

Actieve rol

Voorstanders van liberalisering van euthanasie wijzen erop dat niemand verplicht is om mee te werken. Artsen en verpleegkundigen kunnen zich volgens de geldende protocollen beroepen op gewetensbezwaren. Ze blijven dan verschoond van handelingen die ze in geweten niet kunnen verrichten.

Het lijken sympathieke regelingen, maar Lieverse gruwt van de praktische consequenties. Hij raadt verpleegkundigen dan ook aan gewoon te weigeren aan euthanasie mee te werken, maar zich niet te gemakkelijk op de regeling voor gewetensbezwaarden te beroepen.

,,Ik doe het ook niet", licht hij toe. ,,Dan moet ik me namelijk afzijdig houden en dat wil ik niet. Ik wil een actieve rol spelen in dat beleid. Dat accepteren mensen als je een goede naam hebt, als ze weten dat je hart hebt voor de zaak, dat je deskundig werk levert en dat je bereikbaar bent voor raad en daad wanneer het moeilijk is".

Lieverse: „Mensen denken: Als ik moeite heb met euthanasie, dan moet ik dus gebruik maken van de ontsnappingsclausule. Maar dat is precies waar ik gewetensbezwaren tegen heb: me ervan af maken. Ik wil een actieve rol spelen in het medische beleid: geen euthanasie, me wel inzetten voor goede terminale zorg. Ik zie mijn werk ook als getuige zijn in de ruime zin van het woord. Dat betekent dat ik ook op dit vlak een stem wil laten horen en als mensen daar belangstellend voor zijn, wil ik best uitleggen waar dat uit voortkomt. Getuige zijn betekent daarnaast goede kwaliteit leveren, maar niet me in een hoek laten manoeuvreren".

Hij vervolgt: „Een verpleegkundige moet zich evenmin buitenspel laten zetten. De zorg waar hij/zij visie en misschien zelfs roeping voor heeft, wil zo iemand graag blijven geven, ook aan een patiënt die er zo ernstig aan toe is dat hij verzucht: Was het met mij maar gauw afgelopen, ik zal blij toe zijn als ze mij een spuitje geven. Dat is heel iets anders dan een hard euthanasieverzoek".

Verwijt

Ten diepste is zijn bezwaar tegen de regeling voor gewetensbezwaarden dat ze tekort doet aan de instelling van prolife-artsen en verpleegkundigen. „Het punt is dat wij werken vanuit een ander zorgmodel. Daar voorzien de regelingen niet in".

Het verwijt dat de pro-life-beweging wel wordt gemaakt dat zij met oogkleppen op loopt en de patiënt niet serieus neemt, wijst hij met klem van de hand. „Het tegendeel is het geval. Als een patiënt echt serieus wordt genomen, zal hij veel eerder voelen voor alternatieven zoals pijnbehandeling dan iemand die bij de ingang of bij de patiënteninformatieafdeling al een papiertje ziet liggen met de tekst: „Als u ooit over euthanasie wilt nadenkenen, dan liggen hier de formulieren".

Hij vindt dat daar een suggestieve werking van uitgaat en bespeurt er zelfs een dwingend element in, zeker richting een bepaalde groep patiënten. „Sommige zieke mensen zijn gemakkelijk te beïnvloeden. Euthanasie wordt te veel gepresenteerd als een normaal alternatief. Dat is in de wetgeving niet bedoeld. Daar wordt gedoeld op een noodsituatie".

Doordat euthanasie steeds vaker als een bespreekbare handeling wordt voorgesteld, komen pro-life-artsen en verpleegkundigen in de collega-kring onder morele drukte staan. Lieverse: „Daar kan niet iedereen zomaar tegen. Als dan aangenomen wordt dat euthanasie bij de normale gang van zaken in een ziekenhuis hoort, kan het zijn dat je een beetje in de hoek komt te zitten. Ik denk dat veel verpleegkundigen van traditioneel-christelijken huize toch al moeite hebben met het volgen van een eigen koers. Ze komen voor de vraag: Moet ik toch niet meedoen, zit ik wel goed? Zonder sterke overtuiging op dit gebied glijd je af; voor je het weet doe je, misschien met tegenzin, toch een beetje mee".

„Niet in de kou"

Welke andere ziekenhuizen een euthanasie-protocol hanteren, is niet precies bekend, maar hun aantal neemt de laatste tijd in ieder geval gestaag toe. Ook in de verpleeghuissector heeft het protocol zijn intrede gedaan. Volgens mr. J. Legemaate van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunst (KNMG) is in de meeste protocollen een plicht voor gewetensbezwaarde artsen opgenomen om door te verwijzen.

In het regeringsvoorstel dat nog door de Eerste Kamer moet worden behandeld, is zo'n plicht niet opgenomen. Wel is men volgens mr. Legemaate van de KNMG in vakkringen de mening toegedaan dat er voor artsen zo'n plicht is op medisch-ethische gronden. Een dergelijke plicht geldt dan ook voor huisartsen. Men vindt dat de arts de patiënt niet in de kou mag laten staan.

Strafrechtelijk heeft een weigering in de trant van drs. Lieverse overigens geen consequenties. Wel is het denkbaar dat een betrokkene, bij voorbeeld een patiënt of een verwante, een klacht indient bij het Medisch Tuchtcollege. Hoe zo'n procedure uitpakt, is moeilijk te voorspellen.

,,Beul''

Mr. Marianne Daverschot van het Juridisch Adviesburo Gezondheidszorg vindt een verwijsplicht volstrekt verwerpelijk. „Een patiënt die euthanasie wil, vraagt nogal wat van een arts. „Ik voel me net de beul", zei een euthanaserend arts daar ooit van. Je kunt van niemand verlangen daar op de een of andere wijze aan mee te werken. Een arts zou een patiënt hooguit de raad kunnen geven de zaak te bespreken met de hoofdverpleegkundige".

„Ik zou zelf nooit doorverwijzen", reageert de arts K. F. Gunning, bestuurslid van het (pro-life) Nederlands Artsen Verbond (NAV). „Ik begrijp niet dat men dat van iemand wil eisen die gewetensbezwaren heeft. Als je die hebt, ga je toch niet doorverwijzen?" Mochten artsen door het tuchtcollege veroordeeld worden omdat ze niet doorverwijzen, dan zal het Nederlands Artsen Verbond erop aandringen deze kwestie „tot in Straatsburg" uit te vechten, zo kondigt Gunning aan. „Dan zijn we ook bereid zo'n proces te bekostigen".

Geen recht

Volgens de Amersfoortse advocaat mr. P. J. den Boef is de vraag van belang of er voor de patiënt een recht is op euthanasie. In dat geval zou de arts waarschijnlijk de plicht hebben de patiënt door te verwijzen naar een collega. „Maar een recht op euthanasie zie ik niet. Waar zou dat op rusten? In beginsel is euthanasie zelfs een strafbare handeling".

Ook het (ongeschreven) medisch contract tussen de patiënt en de arts kent geen verwijsplicht bij euthanasie, meent Den Boef. Bovendien zal de patiënt de gewetensbezwaren van de arts dienen te respecteren. „Weliswaar zal van de arts verlangd worden dat hij oog heeft voor de situatie van de patiënt, maar de noodzaak tot doorverwijzing is niet groot. De patiënt heeft immers vrije artsenkeuze. Daarom gaat het te ver om van de arts te verlangen dat hij zijn gewetensbezwaren aan de kant schuift. Zou er een wettelijke verplichting komen, dan kan de arts zich mijns inziens beroepen op psychische overmacht".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 mei 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

HELPEN, daar heb ik voor geleerd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 mei 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken