Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de pastorie naar de garage

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van de pastorie naar de garage

Dr. H. Vreekamp: „Ook op de zondagsschool bleek haar zakelijke inslag. Bij haar werd er niet gezeurd"

10 minuten leestijd

As de vrouw van een dominee in zaken gaat, kan dat zonder overdrijven een opzienbare stap genoemd worden. Mevrouw M. A. Vreekamp-van der Berg verwisselde de pastorie voor de garage. Eind 1990 leverde dat de onderscheiding "zakenvrouw van het jaar op" op. Echtgenoot dr. H. Vreekamp -predikant in buitengewonde dienst van de hervormde kerk- gaf in zekere zin zelf de doorslag bij de overstap. "Verkopen is haar lust en haar leven".

Marjoleen Arina van der Berg (1941) kreeg haar zakelijke inslag met de paplepel ingegoten. Haar vader was margarinefabrikant, maar hield zich daarnaast ook bezig met allerhande groothandelsactiviteiten. Op elfjarige leeftijd gaf zijn dochter er al blijk van oog voor handel te hebben. Samen met haar zusje bracht zij via huis-aan-huis-verkoop een partij zakkammetjes -afgedankte rélatiecadeautjes- aan de man. Verder waren de jaren dat ze wettelijk verplicht was onderwijs te volgen geen succes. Op de kleuterschool was ze al onhandelbaar, omdat ze te veel energie had, heeft haar man uit familieverhalen begrepen. „Op school ging het echt niet. Absoluut niet. Ze was zó blij dat ze er af was". Na de middelbare school volgde een Delfts jaar in een comestibles-zaak. Daarna woonde ze een tijd in Engeland en reisde Marjoleen onder meer met haar vader naar Amerika, actief in het zakelijke leven.

Brandstoffen en olie
Dr. Vreekamp: „In 1964 leerden wij elkaar kennen. IK studeerde theologie, dat was voor haar een heel andere wereld. " Mijn vrouw maakte de overstap in '71, toen ik een beroep had aangenomen en we in de pastorie van Oosterwolde, bij Elburg, gingen wonen. De vijf jaar in deze gemeente en daarna de periode dat ik dominee was in Epe, was ze echt predikantsvrouw. Ik kan persoonlijk getuigen dat ze zich daarvoor met hart en ziel heeft ingezet"

Dat ze daarna in het zakenleven terechtkwam, was volgens Vreekamp een niet-gezochte weg. „We hebben de familie Dalhuisen leren kennen toen we in '76 naar Epe verhuisden. Ze hadden een bedrijf in kunstmest, brandstoffen en olie. In het begin verliep dat contact vooral via de kinderen. Wij hebben er vier, zij drie. Ze zijn ongeveer van dezelfde leeftijd en trokken veel samen op". Op den duur raakten ook de volwassenen bevriend.

Het familiebedrijf van H. L. Dalhuisen stond begin jaren tachtig voor een ingrijpende verandering. „Er hing een dealerschap voor Opel in de lucht'. Dalhuisen stond op dat moment nog in zijn eentje aan de leiding. Voor de uitbreiding van het bedrijf had hij echter een compagnon nodig. „Dalhuisen wist ondertussen wel welke talenten mijn vrouw had. Op een dag vroeg hij aan mij -zeg maar: als hoofd van het gezin- wat ik ervan zou vinden als mijn vrouw bij hem in het bedrijf kwam. Ik heb gelijk ja gezegd, ik vond het een goed idee. Ze heeft er zelf nooit naar gegrepen, het is naar haar toe gekomen. Achterafheb ik geen moment getwijfeld aan deze keuze".

Niet alledaags
De vrouw van een dominee die in zaken gaat: dat kan met recht een opzienbarende stap genoemd worden, zeker in een dorpsgemeenschap. Negatieve reacties vanuit zijn toenmalige gemeente Epe kan Vreekamp zich echter niet herinneren. ,Al zal zoiets misschien ook niet snel tegen je gezegd worden. Het is niet iets alledaags, het valt buiten de gewone paden". Voor de situatie binnen de gemeente veranderde er volgens Vreekamp ook weer niet zo veel. „We hebben zelf altijd duidelijk onderscheid gemaakt tussen mijn werk en haar werk. Een predikant krijgt ,een beroep, zijn vrouw niet. Het was voor ons nooit vanzelfsprekend dat de gemeente voor 100 procent een beroep op mijn vrouw kon doen. Dat hebben we ook naar buiten toe duidelijk gemaakt. Wat ze in de gemeente deed, daar koos ze zelf voor, spontaan. Ze heeft het ook altijd graag gedaan. Luisteren naar mensen, proberen relaties te leggen, dat vindt ze erg belangrijk. Dat is nu nog zo. Oog hebben voor de mens, onder welke omstandigheden hij ook verkeert, dat loopt als een rode draad door haar leven. Op de bijeenkomst waar mijn vrouw officieel als zakenvrouw van het jaar werd gehuldigd, zei ze over haar bedrijf dat winstgevendheid niet het enige doel is, maar dat ook het menselijke gezicht belangrijk is. Dat is geen slogan of reclameleus, dat is wat ik ook Dalhuisen Epe aantref'.

Jodendom
In 1984 stond het gezin Vreekamp een volgende ingrijpende verandering te wachten. Dominee Vreekamp werd door de hervormde synode beroepen tot predikant voor buitengewone werkzaamheden. Hij kreeg de taak om vanuit de Raad voor Kerk en Israël contacten met de joodse gemeenschap te onderhouden en binnen de plaatselijke gemeenten meer begrip te kweken voor het jodendom. Vreekamp nam het beroep aan en daarmee kwam tegelijkertijd een einde aan het pastorieleven. „Mijn bureau staat nu in Driebergen. November vorig jaar ben ik bovendien benoemd tot voorzitter van het Overlegorgaan van joden en christenen (OJEC), waardoor ik ook nog een dag per week in Amsterdam moet zijn.

Je kunt zeggen dat het allemaal mooi uitkwam, maar ik zeg liever dat het zo in de tijd samenkwam. Dat zie je wel vaker in het leven. Ik zou het met schroom, maar toch overtuigd, een glimp van de leiding van de Eeuwige willen noemen".

Zelfstandige kinderen
Het gezin ging op zoek naar andere woonruimte, samen met de familie Dalhuisen. In '85 werd een monumentale dubbele woning aan de Parkweg in Epe gekocht. Sinds die tijd wonen de beide gezinnen er samen. Beide families hebben hun eigen vertrekken, er is één gezamenlijke woonkamer aan het huis gebouwd. Mevrouw Dalhuisen zorgt voor de dagelijkse leiding van het huishouden, voor de opvang van de kinderen (van wie er ondertussen een paar op kamers wonen) én voor de enorme tuin die bij de woning hoort. De andere volwassenen hebben hun bezigheden buitenshuis.

Ds. Vreekamp vindt niet dat de kinderen door de overstap van hun moeder te kort zijn gekomen. „De jongste was toen bijna vijf en zat tijdens vergaderingen bij zijn moeder op schoot. Onze kinderen zijn trouwens sowieso tamelijk zelfstandig opgevoed. Ze zijn zelfstandig. Ze hebben geen moeder die elke middag met de thee klaar zit, dat is waar. Maar als ze hun moeder echt nodig hebben, fs ze er". Het bedrijf is sinds begin jaren '80 flink gegroeid. Het dealerschap is er gekomen. Dalhuisen Epe heeft nu naast een groothandel in brand- en meststoffen drie autoshowrooms en zes tankstations. Het aantal personeelsleden nam toe van acht tot bijna zestig. De omzet verzesvoudigde in tien jaar tijd tot ruim vijftig miljoen gulden. Mevrouw Vreekamp houdt zich overigens binnen het bedrijf bezig met de algemene leiding en de financiële zaken. Haar compagnon Dalhuisen is verantwoordelijk voor de technische zaken en de verkoop.

Emancipatie
De predikant heeft al ettelijke keren de vraag voorgelegd gekregen of het eigenlijk bijbels gezien wel kan, een vrouw die in het zakelijk leven zo op de voorgrond treedt. „Mensen vinden dat kennelijk naar emancipatie rieken. Voor mij is het nooit een punt van discussie geweest. Ook in de pastorie waren we geen doorsnee gezin. Mijn vrouw ging niet op in het leiden van de vrouwenvereniging en het afleggen van verjaardagsvisites. Zo is ze gewoon niet.

Verkopen is haar lust en haar leven. Ze kreeg door het aanbod van Dalhuisen de ruimte om daar wat mee te doen. Als die gelegenheid zich voordoet en je ervaart het als een gave en een roeping, dan moet je het doen. Mijn vrouw put de inspiratie voor haar werk heel duidelijk uit haar geloof. Als je doorgraaft, ligt dat op de bodem. Het geloof in een God Die ons talenten en een plaats geeft. Ze voelt een verantwoordelijkheid die ze niet uit de weg gaat. Het bedrijf moet draaien.

Mijn vrouw heeft talenten voor het zakelijke leven. Dat heeft altijd in haar gezeten. Zeventien jaar is dat onderbroken geweest. Daar heeft ze ook uitdrukkelijk voor gekozen. Ze heeft er nooit spijt van gehad, dat weet ik zeker. Achteraf zegt ze nu dat ze van die tijd in de pastorie veel geleerd heeft, over hoe mensen zijn, in vreugde en verdriet".

Duffig en achterhaald
„De verkiezing tot zakenvrouw van het jaar, in december 1990, kwam voor ons allemaal als een volslagen verrassing. Mevrouw Dian van Leeuwen-Schut, voorzitter van de VVD, kwam het vertellen. Ik herinner me dat ik net thuiskwam van een synodevergadering. Ook al klinkt het misschien als een cliché, ik geloof dat de dankbaarheid toen overheerste. Als calvinist zul je het woord trots natuurlijk ook niet zo snel gebruiken...". Relativerend voegt Vreekamp hier snel aan toe dat door zo'n prijstoekenning uiteraard de hele wereld niet opeens verandert. „Je moet het ook een beetje zien als het resultaat van een lange ontwikkeling".

Vreekamp vindt het om meer dan één reden prettig dat de inzet van zijn vrouw werd beloond met een officiële erkenning. „De kerk kreeg op deze manier de gelegenheid om weer eens heel anders naar buiten te treden. Als je luistert, hoor je dat de kerk en kerkmensen er in de zakenwereld niet zo goed opstaan. En het beeld dat men van een predikantsvrouw heeft is vaak -ten onrechte- heel duffig en achterhaald. Door die prijs heeft mijn vrouw geprobeerd te laten zien dat ook gelovigen midden in de samenleving staan. Ze heeft dat tijdens de interviews die ze heeft gegeven ook nadrukkelijk naar buiten gebracht.

Je ziet vaak dat er een sterke scheiding wordt aangebracht tussen kerk en wereld, ook tussen de kerk en de zakenwereld. Je krijgt dan vragen als: Kan dat wel, een christen in zaken? Bij mijn vrouw zie ik dat het heel goed kan. Tijdens een congres, midden in een voluit wereldse sfeer, vergeet ze alles, als ze met iemand in gesprek raakt over dingen die meer de levensvragen betreffen. Als christen kun je juist in zo'n wereld iets doorgeven, van binnenuit".

„Dames en heer"
Na de prijsuitreiking door minister Andriessen (Economische Zaken) volgde een druk jaar. Mevrouw Vreekamp werd herhaaldelijk geïnterviewd en kreeg uit alle hoeken van het land uitnodigingen voor lezingen. De bewijzen ervan zijn verzameld in een zevental dikke multomappen. „Mijn vrouw is vaak eenling in een mannenwereld. Pas geleden was er een bijeenkomst voor alle Nederlandse Opeldealers, om een nieuw type te introduceren. Bij zulke gelegenheden is er voor de partners een apart programma, waarbij minder diep op de technische details wordt ingegaan. Toen zat ik dus in m'n eentje in een zaal met tweehonderd vrouwen. De inleider sprak ons aan met „dames en heer". Ik vind dat niet vervelend, ik vind het juist wel interessant om mee te maken.

M'n vrouw is een echte doorzetter. Wat ze in haar hoofd heeft, moet gebeuren. Ze laat de dingen die ze op zich genomen heeft niet zo maar wat fladderen. Door haar directheid en openheid krijgt ze mensen gemakkelijk aan de praat. Als je de Veluwenaar in één term' wilt beschrijven (ik weet: dan doe je ze allemaal onrecht) kom je al gauw op „afwachtend" uit. Zij weet intuïtief hoe ze daar doorheen kan komen, zonder dat mensen zich achteraf gepakt voelen. Zeker als het om geloofszaken gaat, vind ik haar ook gevoelig".

Zondagsschool
Vanwege de werkzaamheden van de beide echtelieden is het leven van de familie Vreekamp zonder te overdrijven vrij druk te noemen. „Dat moet je wel goed in de gaten houden", vindt Vreekamp. Toch zijn er volgens hem voldoende rustpunten in hun leven aanwezig. „De zondag staat daarin centraal. Ook doordeweeks hebben we geregeld momenten dat we elkaar ontmoeten. Dat gebeurt bij ons niet elke avond, maar dat hoeft ook niet. Wij leven niet zo op gezette tijden".

Hij vindt het achteraf gezien ook wel tamelijk opmerkelijk wat er allemaal gebeurd is, maar zegt er ook nu nog van te genieten. „Dat ze een zakelijke inslag had, heb ik altijd geweten. Dat bleek ook in de tijd in de pastorie. Tijdens vergaderingen van de zondagsschool bij voorbeeld". Het blijkt niet zo eenvoudig om dat concreet te maken. „Onder haar leiding werd er in ieder geval niet gezeurd".

Volgende week vrijdag in de serie "M'n Vrouw" een gesprek met dr. Albert Clement, echtgenoot van Margreeth C. de Jong, organiste.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1993

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Van de pastorie naar de garage

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1993

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken