Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Spaanse griep, een grotere vijand

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Spaanse griep, een grotere vijand

Geheimzinnige ziekte houdt ware strooptocht onder wereldbevolking

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Toen Duitsland en Frankrijk op 11 november 1918 de vrede tekenden, haalde de wereld opgelucht adem. De vier jaren loopgravenoorlog waren eindelijk voorbij. Maar rust was er niet voor de geplaagde landen. Terwijl de vreugdevuren brandden, had een nieuwe, nog grotere vijand het wereldtoneel reeds beslopen. Zijn naam was influenza. Bovenop de negen miljoen doden die de Eerste Wereldoorlog gemaakt had, stapelde deze gevreesde ziekte er nog eens twintig miljoen. Het verhaal van de geheimzinnige ziekte, die vijfenzeventig jaar geleden zijn strooptocht begon.

 „Madrid, 2 juni 1918 (Reuter's bijzondere dienst). De onbekende ziekte, welke 14 dagen geleden te Madrid uitbrak, heeft zich met merkwaardige snelheid verbreid. Te Madrid alleen al zijn over de 100.000 slachtoffers en dit aantal neemt dagelijks toe. De ziekte heeft de meeste provinciale hoofdsteden bereikt en eveneens Marokko, waar zij het Spaansche garnizoen heeft aangetast. Zoo snel heeft zij zich verbreid, hoofdzakelijk in dichtbevolkte centra, dat de openbare diensten ernstig gedesorganiseerd zijn. Gisteren waren er 111 gevallen met doodelijken afloop. Het totaal gedurende 10 dagen is 700. In bijna al deze gevallen deden zich complicaties voor. Personen, die in normale omstandigheden gezond zijn, herstellen, wanneer zij aangetast zijn, gewoonlijk binnen 4 a 5 dagen, terwijl anderen, die aan zwakheid lijden, vooral van keel of hart, er slechter aan toe zijn ".

Kwaadaardig

Dit artikeltje was niet het eerste Nederlandse bericht over de geheimzinnige Spaanse ziekte, die in het voorjaar van 1918 in Madrid was uitgebroken. Reeds op 27 mei meldde het Algemeen Handelsblad dat het Spaanse hof getroffen was door een vreemde ziekte. Het bericht deed toen nog weinig stof opwaaien. Het bijzondere zat 'm vooral in het feit dat de koning, de minister-president en ook de ministers van financiën, onderwijs en marine en hun ambtenaren in de lappenmand bleken te zitten. Verder maakte men zich niet druk. Alom hielden deskundigen en leken elkaar voor dat de ziekte niet kwaadaardig zou zijn. Het ziektebeeld: plotseling opkomende gevoelens van duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid, moeheid en koude rillingen; soms keelpijn, hoesten, neusbloedingen en pijn in de borst, volstrekt gebrek aan eetlust, hoge koorts. In ernstige gevallen trad pas na twee weken verbetering in. Men dacht aan een soort griep.

Wanneer echter blijkt dat de ziekte zich niet beperkt tot Spanje en er bovendien doden vallen, begint Europa zich wat onbehaaglijk te voelen. Steeds meer krantepagina's worden gevuld met kolommen over die vreemde Spaanse griep, die steeds meer slachtoffers vraagt. In juli geeft het Zwitserse leger schoorvoetend toe dat 50 procent van de manschappen is uitgeschakeld. Er wordt gemeld dat in Londen overvallen op apotheken worden uitgevoerd. Uit Parijs komt het bericht dat de ziekte is uitgebroken onder de soldaten van alle partijen die gelegerd zijn van Duinkerken tot in de Vogezen. De epidemie breidt zich uit tot een ware pandemie. Ook Nederland blijft niet gespaard. In juli komt de griep via Elten en Emmerich ons land binnen. Het wordt al snel duidelijk dat zij het felst toeslaat op plaatsen waar veel personen bij elkaar zijn, zoals kazernes, kampen, scholen en fabrieken. Als meldingen van ziekte overgaan in overlijdensberichten, publiceert de Centrale Gezondheidsraad zijn eerste communique: men moet voor frisse lucht zorgen en stof vermijden. Allerlei kwakzalvers maken van de paniekstemming dankbaar gebruik om hun middeltjes aan de man te brengen.

Bliksemzinking

De medische wetenschap staat voor een raadsel. Internationaal worden gegevens met betrekking tot de verschillende i ziektebeelden en genezingspercentages uitgewisseld. Men doet alle moeite een geneesmiddel te vinden. Zonder goed resultaat. Af en toe wordt er iets gevonden wat een beetje lijkt te helpen, zoals de sublimaat-inspuiting. Een echt middel is er echter niet. Men weet de ziekte nauwelijks te benoemen. Soms wordt gepraat over Russische zinking of bliksemzinking, dan weer zegt men griep of influenza. Uit de mond van de artsen worden de woorden catarrhus epidemicus, febris catarrhalis, epidemica, influenza ecephalica en dergelijke gehoord. De volksmond heeft het over de Spaanse griep van 1918, geen onderscheid makend tussen griep en influenza. Dat de ziekteverschijnselen al voordat Spanje getroffen werd, in Noord-Amerika gesignaleerd waren, bleef aanvankelijk buiten het communicatienet van de persbureaus. Het begin lag nu eenmaal in Spanje, waar of niet.

In werkelijkheid was de brandhaard van de pandemie waarschijnlijk de Amerikaanse stad Boston. De influenza heerste daar al in het vroege voorjaar van 1918. Door militaire oorlogstransporten kwam het virus in april Frankrijk binnen. Vandaaruit ging het in mei verder naar Spanje, Portugal en Griekenland. Eind juni moesten Engeland en Zwitserland het ontgelden. Duitsland, Denemarken en Noorwegen kwamen in juli aan de beurt, gevolgd door Nederland en Zweden. Ook in West-Afrika, Brits-Indië en Centraal China heeft de pandemie gewoed. Alleen de eilanden Sint Helena en Samoa bleven echt influenza-vrij. In Europa stierven 2,6 miljoen mensen. In Azië 10 tot 15 miljoen. In totaal maakte de ziekte 20 miljoen slachtoffers.

Onze hoofdstad heeft in de zomer zwaar te lijden. Terwijl er normaal per dag twintig tot dertig sterfgevallen voorkomen, zijn het er in augustus geregeld over de honderd. Meer dan 10 procent van het trampersoneel ligt plat. De politie telt zo'n tweehonderd patiënten. De telegraafdienst moet een kwart van zijn manschappen missen. Vooral in de volksbuurten, waar de mensen dicht op elkaar leven, grijpt de ziekte snel om zich heen. Bij gebrek aan voldoende ziekenwagens geschiedt vervoer van de zieken per rijwielbrancard of taxi. Eind augustus neemt de griep in Amsterdam af, om in oktober nog sterker terug te komen. Er laait een discussie op in de gemeenteraad over de vraag of de scholen gesloten moeten worden. In Rotterdam zijn dan al 120 van de 140 openbare scholen dicht.

De ziekte spoelt in golfbewegingen door ons land, waarbij elke streek op een ander tijdstip een top beleeft. De meeste sterfgevallen komen voor in het Noord-Oosten. Vooral kinderen tot vijf jaar en volwassen van 25 tot 35 jaar oud moeten het ontgelden. Geen enkele groep echter blijft helemaal gespaard. Ook veel verpleegkundigen overlijden.

De ernst van de situatie doet dr. A. Kuyper in zijn kerkelijk weekblad "De Heraut schrijven: „In deze epidemische ziekte voelen wij veel meer de hand Gods, die komt om te tuchtigen, dan in roodvonk of typhus. Niet alsof niet elke krankheid uit de hand Gods ons toekomt, die gezondheid en ziekte uitdeeldt, naar Hij wil, maar in het gemeene, het plotseling optredende en het zoo fel om zich heen grijpende van deze epidemische krankheden spreekt toch duidelijker nog voor ons besef, dat de tuchtroede Gods over ons is uitgestrekt".

Hippocrates

Tot 1933 heeft de wetenschap in het onzekere moeten blijven omtrent de oorzaak van de influenza. In dat jaar slaagde een team van drie Engelse virologen erin het virus dat de influenza veroorzaakte te isoleren. Ook ontdekte men de antibiotica als geneesmiddel tegen de ziekte.

De Spaanse griep was niet de eerste influenza-epidemie die de wereld teisterde. De Griekse arts Hippocrates beschreef in de vierde eeuw v. Chr. al een kwaal die op influenza duidt. De ziekte kreeg zijn naam waarschijnlijk tijdens een epidemie in Engeland. De arts John Huxam merkte tijdens de winter van 1743 dat het ziektebeeld veel ernstiger was dan bij een gewone verkoudheid. Hij noemde de kwaal influenza, afgeleid van het Engelse "influence", waarbij hij dacht aan de invloed van het weer op de gezondheid.

Ook na 1918 stak de influenza nog een aantal keren de kop op: in 1947, in 1957 (waarbij vooral het zuidelijk halfrond getroffen werd) en in 1967-1968.

Bron: "De Spaanse griep van '18", door A. C. de Gooyer, uitg. Philips-Duphar Nederland n.v., Amsterdam, 1968.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

De Spaanse griep, een grotere vijand

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1993

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's