Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bevrijd uit de wereld van demonen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bevrijd uit de wereld van demonen

6 minuten leestijd

's Avonds lokken de onderwijzers de bergbewoners met muziek om naar de avondschool te komen. Maar ook overdag wordt er wat afgezongen in de onherbergzame streken van Oost-Godavari. Door de koelies, als ze het zware, eentonige werk op het land proberen te verlichten. Maar ook door Thathapudi Samuel Raju (32). Wie overdag een van de dorpjes bezoekt, heeft grote kans hem zingend over zijn Heere aan te treffen.

Als evangelist in dienst van AMGA Woord en Daad gaat hij op zijn fiets of lopend van dorp naar dorp om er Jezus te verkondigen. Hut voor hut loopt hij af om te vertellen van Hem die macht heeft over duivelen en geesten. Juist dat raakt mensen die leven in een wereld van bijgeloof en angst. In de dagelijkse strijd om het bestaan moeten de bergbewoners heel wat doen om de goden gunstig te stemmen, zodat hun oogsten zullen gelukken, zieken genezen en ziekten zo lang mogelijk geweerd blijven. Hun primitieve geloof geeft zicht op de meest uiteenlopende soorten duivels en geesten, die huizen op de meest bizarre plekken: in bomen, rivieren, in de aarde en in de lucht. Geesten die steeds weer om nieuwe offers vragen, die nooit verzadigd raken maar ook nooit rust en vertrouwen wekken bij hun aanhangers. Naarmate de stammen dichter bij de bewoonde wereld leven, komen daar ook nog eens de (letterlijk) talloze goden van het hindoeïsme bij, die al even weinig rust voor de ziel schenken.

De belangrijkste van alle geesten in het bos is de godin van de aarde, vertelt Samuel. Ze wordt op een heuvel ergens in het woud aangebeden door alle stammen in de omgeving. Tijdens speciale feesten worden daar offers gebracht, maar ook in geval van ziekte en dreigende dood weten afzonderlijke families de weg naar deze heuvel te vinden. Beesten worden er geslacht, waarbij het bloed aan de aarde wordt geofferd.

Mensenoffers

Maar het kan blijkbaar nog erger. Diep in het oerwoud worden nog regelmatig mensen geofferd aan de goden, weet Samuel. Een keer in het jaar is het raak en wee degene die dan als 'vreemdeling' in de buurt van de stam komt. Hij wordt gegarandeerd gepakt en door de priester hoogstpersoonlijk de keel doorgesneden om vervolgens aan de geesten te worden geofferd. Ook zonder vreemde passanten gaan de mensenoffers door. Elke familie in de desbetreffende stam levert dan bij toerbeurt een lid ter opoffering aan de geesten. De regering probeert deze lugubere praktijken uit te roeien, maar stuit volgens Samuel bepaald niet op medewerking van de bewoners. „Onlangs nog heeft de politie geprobeerd erachter te komen wie verantwoordelijk was voor de moord op een jongen. De bewoners zwegen in alle talen. De zaak is nog steeds niet opgehelderd".

In déze wereld van angst en bijgeloof rijdt Samuel dagelijks op zijn fietsje en predikt hij het Evangelie aan iedereen die het maar horen wil. Hij is de enige niet. Zo'n twintig evangelisten trekken er dagelijks op uit om in dienst van AMG, maar nog meer als volgelingen van de Heere Jezus, de 600 dorpen in de omgeving te bezoeken. Er te preken, te zingen en te bidden.

Waarom zou ik?

Soms wordt Samuel hardhandig buiten de deur gehouden. „Dan ga ik eerst maar wat liederen zingen in het midden van zo'n dorpje", vertelt Samuel. Maar over het algemeen zeggen de mensen nooit „Nee". In de zin van „Baat het niet, het schaadt ook niet" zijn ze meestal wel bereid hem aan te horen. Maar de mensen hebben er zo'n diepe godsvrees dat Samuels boodschap eerder wordt ingekapseld in het bestaande geestelijke wereldje dan dat het leidt tot een echte uittocht, wèg uit de sfeer van geesten en demonen.

„Als ik hen oproep tot geloof en bekering, hoor ik vaak: „Waarom zou ik?"", vertelt Samuel. „Maar kijk dan eens naar al die offers die jullie brengen", zeg ik dan. „Je ziet toch wel dat die goden niets eten van wat jullie hun voorschotelen? Die goden zijn geen levende goden. Ik verkondig jullie Jezus, Die Zichzelf opofferde. Die Zijn bloed gaf voor zondaren. En Die wèl macht heeft om mensen te genezen van hun ziekten".

Als mensen bij de tempel in het bos hun kippen komen offeren, omdat er een familielid ziek is, staat Samuel erbij. „Ik vraag hun dan te stoppen met die offers. Meestal reageren ze dan in de trant van: „Okay, genees jij hem dan". Ik bid dan met hen en dat blijf ik de tijd daarna ook doen. En als de zieke inderdaad geneest, gaan hij en zijn familie meestal tot het christelijk geloof over".

Samuel erkent het gevaar dat op deze manier bergbewoners met een soort wondergeloof naamchristenen blijven, zonder krachtdadig door de Heilige Geest verlost te zijn uit hun oude bestaan. „Ja, ze willen inderdaad graag resultaat zien, maar ik wijs hun dan op de noodzaak van berouw over hun heidense bestaan, op de noodzaak van een intensief gebedsleven en een hartelijk vertrouwen in de Heere God".

Trots vertelt Samuel dat hij sinds 1984 al zo'n 60 mensen tot geloof heeft zien komen. Als ik vraag wat het voor een tribaal betekent om tot bekering te komen, antwoord Samuel resoluut: „Ze krijgen eindelijk rust. Ze weten nu: Jezus Christus is Heere en Hij staat boven alle duivelen en geesten. Die wetenschap is een geweldige bevrijding".

Buitenstaanders

Ondanks dat blijkt uit de woorden van Samuel dat het altijd nog een hele toer is om daadwerkelijk van alle heidense gewoonten afstand te doen, niet het minst vanwege vijandige dorpsgenoten. „Kijk, deze mensen doen niet meer mee aan de offerfeesten, eten geen offervlees meer. En als voor zulke gelegenheden in het dorp geld wordt opgehaald, dragen ze niets bij. Werken op zondag is ook afgelopen. Dorpsgenoten gaan hen dan ook meer en meer behandelen als "outcasts", buitenstaanders, die maar zoveel mogelijk geweerd moeten worden". Hoe belangrijk is het dat juist deze mensen door medechristenen bij de hand worden, genomen. Dat zij en hun kinderen leren lezen, zodat ze te midden van een vijandige omgeving in de Schrift hun houvast vinden. Wie in dat toerustende werk nalatig is, moet niet vreemd opkijken als zijn werk straks door de duivel wordt overgenomen: „Wanneer de onreine geest van de mens uitgevaren is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust; en die niet vindende, zegt hij: Ik zal wederkeren in mijn huis, daar ik uitgevaren ben. En komende, vindt hij het met bezemen gekeerd en versierd. Dan gaat hij heen, en neemt met zich zeven andere geesten, bozer dan hij zelf is, en ingegaan zijnde, wonen " zij aldaar; en het laatste van dien mens wordt erger dan het eerste". Lukas 11: 24 t/m 26).

Volgende week deel vijf.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1993

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Bevrijd uit de wereld van demonen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1993

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's