Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gedwongen verhuizing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gedwongen verhuizing

Kleinschalige landbouw brengt Javaanse boeren tot bedelstaf

4 minuten leestijd

JAKARTA - Zo'n drie miljoen Indonesiërs zijn de afgelopen twintig jaar onder dwang van de regering verhuisd naar dunbevolkte gebieden in de archipel. En ondanks het verzet en de ellende die daarmee gepaard gingen, zegt Jakarta geen andere keus te hebben dan het transmigratiebeleid voort te zetten.

Met 190 miljoen inwoners is Indonesië na China, India en de Verenigde Staten het land met de grootste bevolking. Het eiland Java behoort tot de dichtstbevolkte gebieden ter wereld. Ondanks uitgebreide campagnes voor geboortenbeperking en massale verhuizingen neemt het aantal kleine boeren op Java nog altijd toe en daarmee het gebrek aan landbouwgrond.

Het beleid van gedwongen verhuizingen is altijd fel bekritiseerd, maar de regering houdt vol dat dit de enige manier is om een eiland als Java leefbaar te houden. Overbevolking is volgens Jakarta de belangrijkste reden waarom het voor Javaanse boeren steeds moeilijker wordt een bestaan op te bouwen. De Javaanse boer beschikt op dit moment over een stuk grond van gemiddeld 0,47 hectare. Op de andere eilanden is de gemiddelde omvang 1,27 hectare.

Te weinig grond

Volgens Indonesische normen leven boeren die minder dan een halve hectare grond hebben, onder het bestaansminimum. Op Java nam deze groep sinds 1988 toe van 9,5 miljoen tot 10,9 miljoen mensen. „Dit betekent dat er elk jaar 140.000 nieuwe marginale boeren bijkomen", zegt minister voor transmigratie , Siswono Yudohosado. De bewindsman heeft de Javanen aangeraden andere middelen van bestaan dan de landbouw te kiezen of te verhuizen naar eilanden waar de bevolkingsdruk niet zo hoog is. Hij ziet de Javanen het liefst vertrekken naar eilanden en regio's als Soelawesi, Maloekoe, Timor en West-Irian. Op Java woont 60 procent van de Indonesische bevolking, terwijl het eiland een vijfde deel van het grondgebied beslaat.

Door gezinsplanning is het geboortencijfer de afgelopen vijftien jaar gestaag gedaald, maar nog altijd telt de gemiddelde Javanese plattelandsfamilie vier kinderen. Op Java bestaat de traditie om de grond gelijkelijk over de nakomelingen te verdelen. „Dit is een van de wortels van de armoede op het eiland", meent Siswono. „Veel boerenfamilies raken verarmd, simpelweg omdat ze hun Icleine stukje grond nog verder opdelen in nog kleinere, onrendabele areaaltjes".

Rigoureuze aanpak

Transmigratie werd al in 1905 door het Nederlandse koloniale bestuur geïntroduceerd, maar werd twintig jaar geleden grootscheeps toegepast met de gedwongen verhuizing van inwoners van Java, Bali en Lombok naar Sumatra en Kalimantan (het voormalige Borneo).

De Wereldbank steunde het transmigratiebeleid in de jaren zeventig en kreeg daarop felle kritiek te verduren omdat de bank geen oog had voor de neveneffecten van deze rigoureuze aanpak. De migranten kregen op hun nieuwe stek vaak een stuk grond toegewezen dat nog helemaal in cultuur moest worden gebracht. Ook ontstonden er veel sociale en culturele conflicten tussen de oorspronkelijke eilandbewoners en de nieuwkomers.

Vooral de verhuizing van Javaanse families zorgde voor enorme problemen aangezien zij extreem gehecht bleken te zijn aan hun geboortegrond. Velen die vertrokken en zich elders vestigden, keerden terug naar Java nadat ze de verplichte vijf jaar hadden volgemaakt.

Sociologen zeggen dat Javanen, Balinezen en mensen van Soenda en Lombok bekend staan om hun honkvastheid en over het algemeen een hekel hebben aan reizen. Siswono wijst op een recent onderzoek waaruit blijkt dat 87 procent van de Javanen sterft in zijn of haar geboortedorp. Hierin verschillen ze sterk van de Sumatranen, die veel reislustiger zijn en zich vaak buiten hun geboortestreek vestigen.

Houtkap

Ofschoon fikse tegenstand te verwachten is, zal de regering haar plannen voor transmigratie doorzetten, zegt Siswono. „Wij zoeken naar een effectieve manier om de mensen tot verhuizing te bewegen. Het gaat toch om hun toekomst", aldus de minister. Hij wijst erop dat door het gebrek aan land veel kleine boeren ertoe overgaan stukken bos te kappen en daar hun gewassen te verbouwen. De regering heeft plannen om circa 1,7 miljoen boeren verspreid over heel Indonesië, die illegaal een stuk oerwoud hebben ingenomen, elders een stuk land te geven. Indonesië verliest jaarlijks 1,3 miljoen hectare bos als gevolg van de 'kraak'-acties van boeren.

De grootste schade is aangericht in Midden-Kalimantan, waar boeren een oppervlakte van 2,2 miljoen hectare bos hebben kaalgekapt. In West-Kalimantan is de grootste gemeenschap, 270.000 families, "bosboeren" te vinden van heel Indonesië. Ook in de bossen van Lombok, Soembawa, Soemba, Flores, NoordSoelawesi, Iran Jaya en de Riau-eilanden wordt door honderdduizenden boeren illegaal gekapt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 14 februari 1994

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Gedwongen verhuizing

Bekijk de hele uitgave van maandag 14 februari 1994

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken