Bekijk het origineel

De tulp is nog lang niet verlept

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De tulp is nog lang niet verlept

Carolus Clusius, ex-leerling van Mèlanchton, gaf ons land een nationale bloem

6 minuten leestijd

De eerste Hollandse tulp stak haar karakteristieke kop in 1594 boven het maaiveld uit. Een exleerling van Philippus Melanchton had de bol in Leiden in de grond gestopt. Zijn daad had verstrekkende gevolgen. Vierhonderd lentes later heeft Nederland namelijk opnieuw last van tulpenkoorts. Ons land was vier eeuwen geleden tulploos. Een zekere Carolus Clusius bracht daar in de herfst van 1593 verandering in. De kruidkundige, die officieel Charles de l'Escluse heette en beheerder was van de Botanische Tuin van de Leidse Universiteit, heeft nooit kunnen bevroeden dat hij het latere vlaggeschip van het Hollandimago pootte. Clusius, die op aandringen van Mèlanchton in Wittenberg geneeskunde ging studeren en zo in de botanische wereld thuis raakte, had de bollen per postkoets ontvangen van Ogier Ghislan de Busbecq, ambassadeur van de Oostenrijkse keizer Ferdinand in Turkije. In de gebieden waar deze diplomaat verkeerde, groeide de "lale" (letterlijk tulband en in het Arabische schrift net zo gespeld als Allah) in talloze kleuren en variaties. Waarschijnlijk is de tulp in Turkije al rond het jaar 1000 in cultuur gebracht. De oorsprong van de plant moet echter nog verder worden gezocht: in Armenië, Iran en het steppegebied van de Kaukasus.

Huizehoge prijzen

Waren de tulpen in het Ottomaanse Rijk zeer geliefci (de Turken noemen hun grootste bloeiperiode de "Tulpentijd" en importeerden omstreeks 1700 zelfs duizenden bollen uit Nederland), in ons land was die liefde nog veel sterker. Onbetaalbaar zelfs. De tulp was zo gewild, dat menigeen zo ongeveer alle aardse bezittingen ervoor over nad om de beperkt voorradige bol te pakken te krijgen. Daarvoor was niets te dol. Halverwege 1600 werd voor één enkele bol van de "Semper Augustus" 1000 tot 3000 gulden betaald. Later liep dat op tot dik 4500 gulden inclusief paard en bijbehorende karos. Voor dat bedrag kon je in Amsterdam een riant herenhuis laten bouwen...

Sommen werden schatrijk van deze windhandel. Totdat de Staten van Holland en West-Friesland er een stokje voor staken. De dwaze transacties werden door middel van decreten verboden, wat een grote prijsval tot gevolg had. De speculanten werden plotsklaps ridder te voet, want de duur verworven tulp bleek nog maar een schijntje waard te zijn van wat men ervoor had betaald.

Oranje en Rood

Inmiddels is de tulp uitgegroeid tot een nationaal symbool. Koningin Beatrix draagt tijdens staatsbezoeken regelmatig kleding met een tulpmorief Die liefde heeft Hare Majesteit misschien van haar grootmoeder, want koningin Wilhelminia had regelmatig een bosje tulpen in de hand.

Overigens had niet alleen Oranje, maar ook Rood een band met de tulp. De socialisten mogen dan nu de rode (en stekelige) roos in hun vuist, vroeger was dat de tulp. Op een tekening van Opland staat Vadertje Drees met een verwelkte tulp tussen zijn vingers. De hoes van de dubbel-lp "De rooden roepen" van de Stem des Volks toont prachtige tulpen en Herman Gorter bracht een ode aan deze bloem in zijn gedicht "Mei".

Naar de bollen...

De Hollandse bollenvelden, die vanaf 1900 zijn aangelegd, nemen tegenwoordig bijna 13.000 hectare voor hun rekening. Daarop komen elk jaar drie miljard tulpen tot bloei. De teelt vindt zowel plaats op de geestgronden langs de Noordzeekust als ook op, onder andere, de Friese en Groningse klei. Door kruising, veredeling en vermeerdering van het Clusius-assortiment beschikt men nu over vierduizend cultivars. De handel beperkt zich tot ongeveer tachtig variëteiten. In allerlei kleuren, soorten en maten.

Tulpebollen worden na de bloei en het afsterven gerooid en in het voorjaar opnieuw geplant. Er is echter een uitgebreid sortiment botanische soorten en kruisingen hiervan, die in de grond kunnen blijven. Sommige soorten kunnen op den duur zelfs verwilderen. Deze tulpen moeten beslist niet te nat staan en verlangen een zonnig plekje in de tuin. tulpenvelden, weilanden en stolpboerderijen.

In de Nieuwe Kerk te Amsterdam wordt van 7 oktober tot 6 november behalve de vaderlandse tulpgeschiedenis ook de Turkse tulpomanie onder de loep genomen. De tulp gold in Turkije als het symbool van hoop, van het leven na de dood. Reden waarom ook veel wapenproviseerde receptenboekjes. Er is een pot met ingemaakte tulpebollen te zien, een noodkacheltje waarop de bollen bereid werden en er zijn verschillende spotprenten en -versjes over de tulp, waarmee de bevolking zich teweer stelde tegen de moeilijke omstandigheden.

In Paleis Het Loo te Apeldoorn wordt tot en met 30 april een "paint-in" geook een tapijt van Jan Cremer. De expositie "Tulpomania binnen en buiten" omvat behalve oude monsterboeken en prenten ook modern vormgegeven tulpenvazen, ontworpen door Nederlandse en Turkse keramisten.

In Hortus Haren kan men zowel wandelen door de Tulpenhof (drie miljoen bloeiende tulpen!) als door de Turkse tuin. De laatste brengt de geschiedenis van de tulp in beeld.

Tot 1 juni staat in het Westfries Museum de expositie "De tulp in kunst en volkskunst'. Het gaat om schilderijen, tekeningen, tegels en knipsels. Ook hangen in het Hoornse museum naïeve schilderijen met afbeeldingen van de Westfriese bollenvelden.

Zowel het Frans Halsmuseum als kwekerij Frans Roozen is een onderdeel van een bloemendagtocht die tot 30 september bij de VW Zuid-Kennemerland geboekt kan worden. In marsepeinmakerij "De Ware Amandel" in Nieuw-Vennep krijgt men koffie met een marsepeintulpje.

De Leidse Hortus Botanicus heeft opnieuw afstammelingen van de originele, wilde tulp, die door Clusius werd gepoot, in de grond gestopt. De bollen zullen

In de Hortus Bulborum naast de hervormde kerk te Limmen bloeien ieder jaar tot 15 mei 1500 soorten 'antieke' tulpen. De oudste dateert uit 1596.

De beddenlat, de plan trol, de hark en de kruiwagen zijn handgereedschappen die decennialang dienst hebben gedaan in de bloembollenteelt. Ze staan werkeloos in het Bloembollenmuseum in hartje Lisse. Afgedankt, maar bepaald niet uit de gratie. Ze hebben de bollenstreek immers groot gemaakt. Het museum vertelt het verhaal van bol tot bloem en van bloem tot bol. De tentoonstelling heet "400 jaar tulp: bron van inspiratie" en duurt tot medio juni. Het museum brengt verder "400 jaar tulpendecoraties in het interieur" in beel,d met onder andere aardewerk en textiel.

Keukenhof, die dit jaar 45 jaar bestaat, heeft duizend tulpebollen van het zeldzame soort "Zomerschoon 1620" gepoot. In het 28 hectare grote park zullen ook tulpen die vernoemd zijn naar leden van het Nederlandse koninklijk huis en buitenlandse vorstenhuizen tot bloei komen. Om enkele voorbeelden te noemen: Koning Beatrix, Prinses Irene, Queen Elizabeth en Queen of Sheba. Op het voormalige landgoed van Jacoba van Beieren, dat tot 24 mei open is, worden tevens vijftig unieke olieverfschilderijen van impressionistische schilders geëxposeerd die in de 19e eeuw de bollenstreeK in beeld brachten. Er zijn onder andere werken van Anton Koster, Jan Toorop, Johan Jeuken en J. Pasman te zien.

Op zaterdag 23 april rijdt omstreeks 15.00 uur het Bloemencorso Bollenstreek De Koninklijke Porceleyne Fles heeft sinds kort een 1,2 meter hoge, Delftsblauwe tulpenvaas inproduktie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1994

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

De tulp is nog lang niet verlept

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1994

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken