Bekijk het origineel

Allergie voor bije- en wespegif

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Allergie voor bije- en wespegif

Desensibilisatiekuur stopt in (bijna) alle gevallen overgevoeligheid voor wespen en bijen

8 minuten leestijd

Nu de winter achter de rug is, komen allerlei insekten weer tevoorschijn, waaronder ook de angeldragende vliesvleugeligen (Hymenoptera). Tot deze orde behoren de familie van de bijachtigen (Apidae), waaronder de honingbij en de hommelsoorten, en de wespachtigen (Vespidae), waaronder de verschillende wespesoorten. Wellicht kennen we allemaal de pijn van een bije- en wespesteek; voor mensen die allergisch zijn voor het gif van deze insekten betekent een steek echter kans op een levensbedreigende situatie.


Bije- en wespegif bestaat onder andere uit een aantal eiwitten; iedere insectesoort heeft zijn eigen combinatie hiervan. Het gif van bijen en hommels komt sterk overeen, het gif van wespen is weer enigszins anders. Wanneer een vreemd eiwit ons lichaam binnendringt, gaat ons lichaam hiertegen een antistof maken. Die antistof is een eiwit dat het lichaamsvreemde eiwit aan zich bindt, waardoor het vreemde eiwit onwerkzaam wordt. Deze antistoffen, ook wel antilichamen genoemd, zijn ook weer heel specifiek tegen één soort lichaamsvreemd eiwit gericht. Onder normale omstandigheden worden zogenaamde IgG-antilichamen gevormd. Bij iemand met een aanleg voor allergie worden naast deze IgG-antilichamen ook zogenaamde IgE-antilichamen gevormd. Het hangt van de verhouding tussen deze IgG- en IgE-antilichamen af, of iemand allergisch zal reageren.

Reacties

We kunnen in feite drie soorten reacties op gif onderscheiden. Normaal gaat een steek gepaard met een felle pijn; op de plaats van de steek ontstaat een verhevenheid in de huid (een zogenaamde kwaddel) met daaromheen roodheid, vervolgens verdwijnt de kwaddel en ontstaat na een aantal uren een uitgebreidere zwelling en roodheid die met jeuk gepaard gaat. Deze reactie ontstaat door het vrijkomen van stoffen uit cellen die door het gif beschadigd zijn, en verdwijnt in de loop van enkele dagen. Inmiddels heeft ons lichaam dan een hoeveelheid IgG-antilichamen gemaakt, die bij een volgende steek het gif gedeeltelijk onwerkzaam kunnen maken waardoor een geringere lokale reactie optreedt. Op deze manier kan ten slotte een bepaalde immuniteit ontstaan.

Overigens kan een lokale reactie levensbedreigend zijn wanneer de steek in de keel plaatsvindt, bijvoorbeeld bij per ongeluk inslikken van een insekt. In dat geval kan door de plaatselijke zwelling de ademweg worden afgesloten.

Bij een groot aantal steken (tientallen tot honderden) komt een dusdanig grote hoeveelheid gif in het lichaam dat uitgebreide celbeschadigingen optreden met aantasting van onder andere zenuwen en kleine bloedvaten. Hierdoor kunnen verschillende organen in hun functie gestoord raken, en ziekenhuisopname ter observatie en eventuele behandeling is dan ook meestal nodig. De ernst van de klachten wordt dus bepaald door de hoeveelheid gif; in de praktijk komen we deze situatie maar zelden tegen (bijvoorbeeld na het verstoren van een wespennest). 

Iets heel anders is de allergische of anafylactische reactie op een enkele steek. Bij een eerste steek treedt ook hier aanvankelijk alleen een lokale reactie op. Echter, behalve IgG-antilichamen worden ook IgE-antilichamen gevormd. Voor een deel reageren deze met het gif Een ander deel hecht zich aan de zogenaamde mestcellen. Dat zijn cellen die overal in ons lichaam voorkomen en die stoffen bevatten die, wanneer ze in ons lichaam vrijkomen, heftige reacties van onder andere bloedvaten en kleine luchtwegen kunnen veroorzaken.

Wordt iemand nu een volgende maal gestoken, dan reageert het gif ook met de IgE-antilichamen op de mestcellen. Die vallen dan uiteen en de bewuste stoffen komen in relatief grote hoeveelheden in de bloedbaan vrij. Naast de lokale reactie treedt dan ook een algemene reactie in het lichaam op. De ernst van deze reactie kan sterk wisselen. Vaak wordt hiervoor de indeling volgens Muller gebruikt.

Muller (1966) onderscheidt 5 categorieën: Geen duidelijke algehele verschijnselen (0); alleen huidverschijnselen: prikkelingen in mond en keel, jeuk aan handen en voeten, soms over het hele lichaam (1); buikklachten: misselijkheid, braken, diarree, en buikkrampen (2); ademhalingsklachten: heesheid, kortademigheid, piepende ademhaling, benauwdheid (3); verschijnselen van hart en bloedvaten: bloeddrukdaling, flauwvallen, hartkloppingen, pijn op de borst, hartritmestoornissen en zelfs hartstilstand (4).

In dit laatste geval kan de afloop dodelijk zijn.

Gelukkig heeft deze allergie vaak een zogenaamd uitdovend karakter, dat wil zeggen dat in ongeveer 70 procent van de gevallen een volgende steek een minder heftige reactie geeft (door een toename van het normale IgG), en er, na verloop van een aantal steken, ten slotte zelfs weer een normale lokale reactie kan optreden.

Echter, 30 procent van de allergische personen kan bij een volgende steek een even heftige of nog heftiger reactie verwachten. Juist deze 30 procent verkeert in een levensgevaarlijke situatie en heeft daarom een bijzondere behandeling nodig. 

Ook mensen die bepaalde bloeddrukverlagende medicijnen gebruiken, kunnen algehele reactieverschijnselen gaan vertonen na een steek, ook als ze daar vroeger nooit last van hadden. Dat is echter een verhaal apart.

Preventie

Voorkomen is beter dan genezen; dit geldt uiteraard ook voor insektesteken. Hommels en bijen zijn bloemzoekers, en meestal niet agressief. Zij zullen alleen in noodgevallen steken, als ze worden lastiggevallen. Ga dus nooit zonder bescherming dicht bij een imker staan die juist met zijn bijen bezig is. Vermijd ook sterk geparfumeerde luchtjes en onverwachte schrikbewegingen.

Wespen echter komen op allerlei afval af en kunnen agressief zijn. Van de allergische reacties is 80 procent dan ook gevolg van een wespesteek, 19 procent van een bijesteek en 1 procent van een hommelsteek. Wel neemt het aantal hommelsteken toe sinds deze insekten voor de bestuiving in kassen worden gebruikt.

Pas dus op met plukken van overrijp fruit, bij picknicken en in de nabijheid van afvalbakken buiten.

Behandeling

Voor de behandeling van lokale reacties zijn allerlei huismiddeltjes bekend: een warme pijpekop, een doorgesneden aardappel, een schijf rabarbersteel of een doekje ammoniak op de steekplaats zou het gif onwerkzaam maken. Voorts kan het nuttig zijn een nat verbandje aan te leggen en twee tabletten van de ouderwetse aspirine (dus geen paracetamol) met ruim water in te nemen. 

Bij bijesteken moet wel eerst met de nagel de van weerhaken voorziene angel worden weggekrabd. Niet vastpakken met vingers of pincet, dan wordt de gifblaas namelijk nog eens extra leeggedrukt. De angel van een wesp heeft geen weerhaken en is dus makkelijk te verwijderen. 

Bij verschijnselen die op een allergische reactie wijzen (twee, drie of vier op de "Müllerschaal") is het verstandig direkt een arts te raadplegen, vaak is het nodig om dan snel medicijnen per injectie toe te dienen. Bij flauwvallen moet het slachtoffer in de schaduw worden neergelegd, eventueel met de benen wat hoger dan de romp.

Desensibilisatie

Gelukkig blijkt het mogelijk te zijn om mensen die bij herhaling een heftige allergische reactie vertonen, toch geleidelijk aan weer op een normale manier te laten reageren. Dit wordt desensibilisatie genoemd. Het is echter een kostbare en tijdrovende aangelegenheid. De behandeling heeft tot doel het afweersysteem weer normale IgG-antilichamen te laten vormen door regelmatige toediening van zeer kleine hoeveelheden gif.

Allereerst moet de allergie (en de insektesoort) duidelijk worden vastgesteld. Dit kan op grond van het verhaal van de patiënt, verder kan het soortspecifiek IgE worden bepaald (zeer duur) of kan een huidtest worden uitgevoerd.

Bij een huidtest wordt een kleine hoeveelheid gezuiverd en sterk verdund gif in de huid gespoten waarna de grootte van de plaatselijke roodheid wordt opgemeten. Dit geeft in redelijke mate de ernst van de allergie aan, en tevens ook het soort insekt waarvoor men allergisch is.

Is dit eenmaal bekend, dan krijgt de patiënt regelmatig een zeer kleine hoeveelheid gezuiverd en verdund gif, in oplopende hoeveelheid en concentratie, toegediend. Medische controle tijdens de toediening en minimaal een half uur daarna is noodzakelijk; er kan soms toch een allergische reactie optreden. Gebruikelijk is een injectie per week. Tegenwoordig is ook een snelle desensibilisatie door middel van een aantal injecties per dag mogelijk, hiervoor is echter wel een korte ziekenhuisopname nodig.

Wanneer men de maximale concentratie heeft bereikt, meestal na enkele maanden, moet nog gedurende drie jaar maandelijks een injectie worden toegediend om de normale reactie te kunnen handhaven.

Ten slotte kan dan met een proefsteek worden vastgesteld of iemand werkelijk alleen met een lokale reactie reageert. Bij desensibilisatie met bijegif blijkt dit in 80 procent van de gevallen zo te zijn, bij wespegif in bijna 100 procent van de gevallen. Een zeer kleine groep mensen blijkt dus nooit volledig gedesensibiliseerd te kunnen worden.

Epi-pen

Een aparte vermelding verdient de Epi-pen, een voorgevulde injectiespuit met adrenaline die de patiënt zichzelf zo nodig kan toedienen. Adrenaline werkt bloeddrukverhogend en kan zodoende in sommige gevallen een shock voorkomen. Echter, toedienen van adrenaline is niet ongevaarlijk, het kan ook hartritmestoornissen veroorzaken! Enkele onderzoekers hebben zelfs gesuggereerd dat meer mensen zouden overlijden door het toedienen van de adrenaline dan door de anafylactische reactie zelf.. 

Allergie voor bije- en wespegif kan levensgevaarlijk zijn. Bij het vermoeden van deze allergie is het dus zeker nodig met de huisarts te overleggen over het te volgen beleid. Gelukkig is in veel gevallen dan een desensibilisatiekuur mogelijk. 

De auteur is imker en huisarts te Ederveen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 mei 1994

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Allergie voor bije- en wespegif

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 mei 1994

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken