Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Europees Parlement: van assemblée tot gekortwiekte volksvertegenwoordiging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Europees Parlement: van assemblée tot gekortwiekte volksvertegenwoordiging

8 minuten leestijd

Het Europees Parlement stemde 19 juli op de eerste zittingsdag van de nieuwgekozen volksvertegenwoordiging tégen een ontwerp-richtlijn die bedoeld was om de Europese telefoonmarkt te liberaliseren. Het was de eerste keer dat het EP gebruik maakte van het recht om "neen" tegen een voorstel te zeggen, nadat een bemiddelingsprocedure in het kader van de parlementaire medebeslissingsbevoegdheid had gefaald. Is dit zo bijzonder voor een parlement?

In het kader van onze serie over de instituten van de Europese Unie (EU), besteedt Europees correspondent K. R. Corver te Brussel vandaag aandacht aan het pasgeleden opnieuw gekozen Europees Parlenient Over de rol van het Parlement heeft hij ook de nieuwe leider van de liberale fraaie in het EP, WD-politicus G. de Vries, aan de tand gevoeld. Dat interview hopen we volgende week te publiceren.


Jawel, dat is bijzonder, want wat al vanaf 1962 'Europees Parlement' heet, was in de eerste jaren van zijn bestaan weinig meer dan een adviesorgaan. Waarbij de Europese ministerraad dan wel naar dat advies moest luisteren, maar hij hoefde zich van de inhoud van dat advies niets aan te trekken.

Het Europees Parlement begon zijn bestaan in 1951 als parlementaire assemblee van de "Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal" (EGKS). De afgevaardigden kwamen uit de nationale parlementen en hadden zeer beperkte bevoegdheden. Na het tot stand komen van de "Europese Economische Gemeenschap" (EEG) via het (oprichtings-) Verdrag van Rome (1957), gaf de assemblee zichzelf in 1962 de titel "Europees Parlement" (EP), ofschoon er van een echte volksvertegenwoordiging nog nauwelijks sprake was.

In 1979 werd het Parlement voor de eerste keer direct gekozen door de Europese burgers, waarbij er in de verschillende lidstaten verschillende systemen werden gehanteerd en dat is zo gebleven tot de laatste verkiezingen in juni jongstleden.

In de lidstaten waar het systeem van evenredige vertegenwoordiging geldt voor de samenstelling van het nationale parlement, wordt dat ook toegepast bij de verkiezing van het EP. Maar in Engeland bijvoorbeeld wordt het districtenstelsel gehandhaafd, met als gevolg dat de Britse Europarlementariërs geen juiste percentuele weerspiegeling vormen van de voorkeur van de Britse kiezers.

In Duitsland en Frankrijk gelden kiesdrempels van 5 procent. Zouden die algemeen worden toegepast, dan zouden de Luxemburgers of de Ieren niet één Europarlementariër naar Brussel of Straatsburg kunnen sturen. Hoe kleiner een volk, hoe meer parlementariërs er overigens afgevaardigd mogen worden. Zo zit er voor elke 67.000 Luxemburgers één afgevaardigde in het Europees Parlement, terwijl een Duitse Europarlementariër niet minder dan 821.000 landgenoten vertegenwoordigt.

Het Europees Parlement moet sinds 'Maastricht' akkoord gaan met de kandidatuur van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. De Luxemburgse premier Jacques Santer haalde dat maar net, met een krappe meerderheid van 22 stemmen. Later dit jaar moet hij zijn nieuwe Commissie presenteren met haar prioriteitenprogramma. Ook dan heeft het Parlement de mogelijkheid om "neen" te zeggen, waarop de hele Commissie zou moeten opstappen. Dat kon in het verleden trouwens ook al, door de begroting af te keuren, maar in de praktijk is dat nooit gebeurd.

Het Europees Parlement wordt weleens "het parlement met de negatieve bevoegdheden" genoemd, omdat het meer kan tegenhouden dan zelf kan inbrengen. Maar in de loop van de jaren is die situatie toch verbeterd.

Het Parlement heeft geen recht van wetgevend initiatief, maar sinds 1970 bestaat er wel de mogelijkheid om amendementen in te dienen. Dat lijkt op het eerste gezicht niet erg indrukwekkend, maar in de praktijk blijkt dat ongeveer de helft van alle amendementen in de desbetreffende Europese wetgeving is terug te vinden. De nieuwe voorzitter van het nieuwgekozen EP, de Duitse sociaal-democraat Klaus HSnsch, wil in de komende zittingsperiode (van vijfjaar, net zo lang als de periode waarvoor de Europese Commissie wordt benoemd) de krachten van het Parlement efficiënter gebruiken.

„Laten wij ophouden om voortdurend resoluties aan te nemen over toestanden in alle uithoeken van de wereld, maar ons concentreren op de voor de Europese Unie belangrijke onderwerpen", aldus Hänsch.

Hervormingen

Een belangrijk onderwerp voor de Europese Unie is over twee jaar de zogeheten "intergouvernementele conferentie" ("IGC-96"), waar de lidstaten zich zullen buigen over de noodzakelijke hervormingen en vernieuwingen van het Verdrag van Maastricht, dat de basis vormt voor. de Europese Unie. Het EP wil betrokken worden bij de voorbereidingen voor IGC-96. De EU-ministerraad (buitenlandse zaken) voelde daar niets voor, maar tijdens de Europese Raad (top van regeringsleiders) op het Griekse eiland Korfoe eind juni is toch besloten om twee Europarlementariërs af te vaardigen naar de werkgroep die IGC-96 gaat voorbereiden.

Namens het huidige Duitse voorzitterschap van de EU, benadrukte de Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel, onlangs nog eens dat Bonn van mening is dat het EP nauw betrokken moet worden bij de voorbereidingen van die conferentie.

Kinkel deed die verklaring tijdens zijn presentatie tegenover het Parlement van de prioriteiten die het Duitse voorzitterschap zich voor dit halfjaar gesteld heeft. Dat doet elk voorzitterschap en aan het eind van de periode van zes maanden wordt gezamenlijk bekeken waarin men wel en waarin men niet geslaagd is.

Er komen ook regelmatig ministers van het voorzittende land namens de verschillende ministerraden naar Straatsburg of naar Brussel om tekst en uitleg te geven. Bovendien komen de Europese commissarissen naar de volksvertegenwoordiging om plannen toe te lichten, vragen te beantwoorden of om te proberen meningsverschillen uit de weg te ruimen.

Zetel

De officiële zetel van het Europees Parlement is Straatsburg en de Fransen gebruiken elk middel om dat steeds weer bevestigd te krijgen bij de verdeling van nieuwe zetels, zoals vorig jaar bij de verdeling van bijvoorbeeld de vestigingsplaats voor het Europees Monetair Instituut (EMI), de voorloper van de toekomstige Europese Centrale Bank, dat naar Frankfort ging, en Europol, dat aan Den Haag werd toebedeeld. Parijs gaat bij al die discussies alleen akkoord, als het Parlement Straatsburg als zetel behoudt.

Nu is dat betrekkelijk, want er worden in Straatsburg alleen plenaire vergaderingen gehouden gedurende vijf dagen per maand. De rest van de tijd zitten de Euro-parlementariërs in Brussel, waar buitengewone vergaderingen (mogen) plaatsvinden en waar de verschillende commissies hun werk verrichten.

In deze commissies (bijvoorbeeld de commissie buitenlandse zaken en veiligheid, de commissie landbouw, de commissie voor economische en monetaire zaken en industriebeleid, de energiecommissie, de transportcommissie enz.) worden 'dossiers' voorbereid. Een 'rapporteur' bereidt een eindverslag voor plus een aanbeveling, die door de Commissie met een eenvoudige meerderheid kan worden aangenomen, verworpen of worden gewijzigd. Het resultaat wordt daarna voorgelegd aan de plenaire vergadering, die in de meeste gevallen de aanbeveling van de commissies volgt. Er kan in het EP gestemd worden bij handopsteken of via een elektronisch stemsysteem, al naar gelang het belang van de stemming of de verwachte uitkomst. Worden kleine verschillen verwacht, dan wordt liever het elektronisch systeem gebruikt.

Om een en ander wat 'overzichtelijker' te maken, zij nog vermeld dat het algemeen secretariaat van het Europees Parlement in Luxemburg zit. De meeste stafmedewerkers van de fracties en parlementariërs zelf doen hun werk in Brussel en pendelen eens per maand naar Straatsburg. Het lijkt een reuze verspilling, deze territoriale spreiding. Zij is het gevolg van vroegere praktijken en van de neiging van alle EU-lidstaten om nooit meer af te staan wat men eenmaal heeft veroverd aan Europese vestigingen.

„Het lijkt inderdaad nogal onzinning, maar vergeet niet dat het toch goedkoper is dan wat wij vroeger deden, namelijk niet naar elkaar luisteren en oorlog voeren", aldus een woordvoerder van het EP.

Rest in deze opsomming nog te vermelden dat het EP is opgedeeld in 'fracties', die minimaal 26 leden moeten bevatten. De socialisten en sociaal-democraten vormen met 198 vrouwen en mannen de grootste fractie, gevolgd door de fractie van de christen-democraten en conservatieven die zijn verenigd in de fractie van de Europese Volkspartij (EVP), die 157 leden telt.

De derde fractie in grootte is die van de liberalen, waarvan VVD-politicus G. de Vries tot fractievoorzitter werd gekozen. De liberalen hebben de Italianen van "Lega Nord" in hun gelederen opgenomen en tellen 43 leden. Berlusconi's afgevaardigden van Forza Italia manifesteren zich met 27 mannen en vrouwen als een eigen fractie onder de naam Forza Europa.

Eenlingen

Verder zijn er samenwerkingsverbanden tussen Groenen, tussen 'anti-Europeanen', tussen extreem rechtse afgevaardigden zoals de Fransman Le Pen en tussen links radicalen, waarbij de omstreden Franse zakenman Bernard Tapie zich heeft aangesloten. En dan zijn er nog de eenlingen, die geen fractie vormen maar hooguit op individuele basis samenwerken, zoals de vertegenwoordigers van sommige confessionele partijen.

Het Europees Parlement is van 518 zetels uitgebreid tot 567, omdat Duitsland recht heeft op meer Europese volksvertegenwoordigers na de Duitse hereniging. Maar daarmee is het nog niet gedaan, want begin volgend jaar komen er nieuwe EU-lidstaten bij. Of tenminste één, want in Oostenrijk is de hele toetredingsbesluitvorming al rond. De Oostenrijkers zullen hun Europarlementariërs begin volgend jaar kiezen.

In Finland, Zweden en Noorwegen moet eerst de uitslag van het referendum over de toetreding worden afgewacht. Wanneer die positief uitvalt en het desbetreffende land dus toetreedt tot de Europese Unie, komen er ook afgevaardigden van dat land naar het Europees Parlement in Brussel en Straatsburg. Het is op dit moment dus nog niet te zeggen in welke omvang en in welke samenstelling het EP over een jaar zal functioneren.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juli 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Het Europees Parlement: van assemblée tot gekortwiekte volksvertegenwoordiging

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juli 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken