De Permanente Vertegenwoordiging: uitkijkpost en lobby voor BV Nederland
BRUSSEL - Ons land heeft drie officiële vertegenwoordigingen in Brussel. Een 'gewone' ambassade, zoals men die in de meeste landen vindt, met aan het hoofd een ambassadeur als hoogste vertegenwoordiger van ons land. Deze ambassade is onze vertegenwoordiging in het Belgische koninkrijk. Verder vindt men in Brussel de Nederlandse vertegenwoordiging bij de NAVO. Ook die vertegenwoordiging wordt geleid door een ambassadeur. De derde vertegenwoordiging is die bij de Europese Unie (EU).
Dit is geen gewone ambassade, maar deze vertegenwoordiging wordt de "Permanente Vertegenwoordiging" van ons land bij de EU genoemd. Aan het hoofd staat geen gewone ambassadeur, maar de "Permanente Vertegenwoordiger" van ons land. Momenteel is dat dr. B. R. Bot, die aan het hoofd staat van een vertegenwoordiging die niet zoals gebruikelijk bestaat uit diplomaten, maar uit vertegenwoordigers van verscheidene ministeries in Den Haag.
De heer Bot zelf is diplomaat en een deel van de staf van de PV bestaat eveneens uit diplomaten. Maar men vindt in de Nederlandse 'PV' in Brussel ook vertegenwoordigers van de ministeries van landbouw, van economische zaken, van financiën, van verkeer en waterstaat, van binnenlandse zaken, van sociale zaken, van volksgezondheid en van VROM. Deze brede waaier van vertegenwoordigers van Nederlandse ministeries weerspiegelt het brede f^palet van zaken waarover tegenwoordig op Europees niveau wordt gepraat, onderhandeld en ten slotte besloten.
De Nederlandse PV heeft. daarbij een driedubbele rol. In de eerste plaats onderhandelen de heer Bot en zijn medewerkers met de collega's van de PV's van de andere EU-lidstaten over de voorstellen van de Europese Commissie voor EU-wetgeving ("richtlijnen").
Mandaat
Voor die onderhandelingen heeft de PV een mandaat van Den Haag, waar het zogeheten "Coördinatie comité" (Coco) eerder al overleg heeft gepleegd over de Brusselse voorstellen. Dat Coco bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende ministeries en vergadert onder leiding van de staatssecretaris voor Europese Zaken, tot voor kort de heer Piet Dankert. De besluiten of suggesties van het Coco gaan naar de (Nederlandse) ministerraad, die beslissingen neemt over het mandaat van de PV in Brussel.
Daar wordt dan binnen de grenzen van dat mandaat onderhandeld in het "Comité van Permanente Vertegenwoordigers", het zogeheten "Coreper", dat sinds enige tijd zelfs gesplitst is in Coreper I en Coreper II. In Coreper II vindt men de "ambassadeurs" (permanente vertegenwoordigers), die zich voornamelijk bezighouden met de meer algemene zaken, met economische vraagstukken en met vraagstukken van buitenlands beleid en veiligheid. In Coreper I worden de meeste andere vraagstukken besproken en voorbereid voor behandeling in de Europese ministerraad of beter gezegd de EU-rainisterraden, die bestaan uit de vakministers die voor een bepaald beleidsterrein verantwoordelijk zijn. Soms wordt voorgesteld een politicus aan het hoofd van de PV te benoemen. De heer Bot is daar geen voorstander van: „Als je in de voorbereiding naar de politieke besluitvorming politici met elkaar laat strijden over nationale politieke belangen, dan vrees ik dat dat een remmende werking zou kunnen hebben op het Europese integratiepro- Pleitbezorger De Permanente Vertegenwoordiging is dus de officiële vertegenwoordiging van ons land in het Europese Brussel, maar tegelijkertijd is de PV ook de post die de regering in Den Haag in staat stelt waar te nemen wat er in de Europese organisaties speelt aan ontwikkelingen, potentiële problemen, veranderingen en eventuele 'gevaren' voor ons land. De PV is dus vertegenwoordiging en uitkijkpost en fungeert ten slotte nog in het algemeen als pleitbezorger voor de Nederlandse belangen in Europa: het is een regelrechte officiële lobby voor de 'BV Nederland'. Niet alle PV's zijn op dezelfe manier georganiseerd. Zowel in Den Haag als binnen de PV in Brussel is de organisatie 'horizontaal', wat wil zeggen dat er op diverse niveaus wordt samengewerkt door de vertegenwoordigers van de verschillende ministeries. Dagelijks wordt er aan het begin van de dag door de staf vergaderd, zodat de vertegenwoordigers van de verschillende ministeries op de hoogte zijn van wat er speelt, van de stand van zaken bij de verschillende onderhandelingsdossiers en van het standpunt dat Nederland daarbij het liefst gerealiseerd zou willen zien. Die horizontale manier van werken voorkomt dat ministeries van elkaar niet weten wat zij doen en daardoor eikaars inspanningen zouden tegenwerken of ten minste zouden 'neutraliseren'. Er zijn ook landen die blijkbaar een meer 'verticale' manier van werken voor hun PV's prefereren, zoals bijvoorbeeld Frankrijk. Er worden overigens in de PV geen formele besluiten genomen. Er wordt in Brussel onderhandeld op basis van de instructies uit Den Haag. Als dan via het Coreper (I of II) de betrokken materie voldoende is voorbereid, worden de dossiers voorgelegd aan de EU-ministerraad. Politieke knopen De voorbereiding van het Coreper is vaak 'technisch' van aard. De politieke knopen worden overgelaten aan de politiek verantwoordelijken en dat zijn de ministers. Die willen vaak nog nadere uitwerkingen, aanpassingen of veranderingen. Daarvoor wordt de zaak dan terugverwezen naar het Coreper, waarna de Permanente Vertegenwoordigers op basis van een aangepast mandaat hun onderhandelingen voortzetten. Uit de tijd waarin het 'Europese beleid' voornamelijk een landbouwbeleid was, dateert het speciale landbouwoverleg in het "Comité Special Agriculture" oftewel het CSA. Drs. F. J. B. Bruins is als "landbouwraad" dagelijks bezig met het behartigen van de Nederlandse landbouwbelangen in Brussel. Bruins: „Indertijd kwam de landbouwraad het meest bij elkaar. Toen heeft men naast de PV, die allerhande (minister)raden voorbereidde, de landbouw-specialisten bij elkaar geroepen. Dat was het begin van het CSA, ofte wel het "Centraal Landbouw Comité". Het verschil met de PV is, dat de mensen van de PV hier gedetacheerd zijn, terwijl het CSA wordt I Voor die onderhandelingen heeft de PV een mandaat van Den Haag, waar het zogeheten "Coördinatie comité" (Coco) eerder al overleg heeft gepleegd over de Brusselse voorstellen. Dat Coco bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende ministeries en vergadert onder leiding van de staatssecretaris voor Europese Zaken, tot voor kort de heer Piet Dankert. De besluiten of suggesties van het Coco gaan naar de (Nederlandse) ministerraad, die beslissingen neemt over het mandaat van de PV in Brussel.
Daar wordt dan binnen de grenzen van dat mandaat onderhandeld in het "Comité van Permanente Vertegenwoordigers", het zogeheten "Coreper", dat sinds enige tijd zelfs gesplitst is in Coreper I en Coreper II. In Coreper II vindt men de "ambassadeurs" (permanente vertegenwoordigers), die zich voornamelijk bezighouden met de meer algemene zaken, met economische vraagstukken en met vraagstukken van buitenlands beleid en veiligheid. In Coreper I worden de meeste andere vraagstukken besproken en voorbereid voor behandeling in de Europese ministerraad of beter gezegd de EU-rainisterraden, die bestaan uit de vakministers die voor een bepaald beleidsterrein verantwoordelijk zijn.
Soms wordt voorgesteld een politicus aan het hoofd van de PV te benoemen. De heer Bot is daar geen voorstander van: „Als je in de voorbereiding naar de politieke besluitvorming politici met elkaar laat strijden over nationale politieke belangen, dan vrees ik dat dat een remmende werking zou kunnen hebben op het Europese integratieproces".
Pleitbezorger
De Permanente Vertegenwoordiging is dus de officiële vertegenwoordiging van ons land in het Europese Brussel, maar tegelijkertijd is de PV ook de post die de regering in Den Haag in staat stelt waar te nemen wat er in de Europese organisaties speelt aan ontwikkelingen, potentiële problemen, veranderingen en eventuele 'gevaren' voor ons land. De PV is dus vertegenwoordiging en uitkijkpost en fungeert ten slotte nog in het algemeen als pleitbezorger voor de Nederlandse belangen in Europa: het is een regelrechte officiële lobby voor de 'BV Nederland'.
Niet alle PV's zijn op dezelfe manier georganiseerd. Zowel in Den Haag als binnen de PV in Brussel is de organisatie 'horizontaal', wat wil zeggen dat er op diverse niveaus wordt samengewerkt door de vertegenwoordigers van de verschillende ministeries. Dagelijks wordt er aan het begin van de dag door de staf vergaderd, zodat de vertegenwoordigers van de verschillende ministeries op de hoogte zijn van wat er speelt, van de stand van zaken bij de verschillende onderhandelingsdossiers en van het standpunt dat Nederland daarbij het liefst gerealiseerd zou willen zien.
Die horizontale manier van werken voorkomt dat ministeries van elkaar niet weten wat zij doen en daardoor eikaars inspanningen zouden tegenwerken of ten minste zouden 'neutraliseren'. Er zijn ook landen die blijkbaar een meer 'verticale' manier van werken voor hun PV's prefereren, zoals bijvoorbeeld Frankrijk. Er worden overigens in de PV geen formele besluiten genomen. Er wordt in Brussel onderhandeld op basis van de instructies uit Den Haag. Als dan via het Coreper (I of II) de betrokken materie voldoende is voorbereid, worden de dossiers voorgelegd aan de EU-ministerraad.
Politieke knopen
De voorbereiding van het Coreper is vaak 'technisch' van aard. De politieke knopen worden overgelaten aan de politiek verantwoordelijken en dat zijn de ministers. Die willen vaak nog nadere uitwerkingen, aanpassingen of veranderingen. Daarvoor wordt de zaak dan terugverwezen naar het Coreper, waarna de Permanente Vertegenwoordigers op basis van een aangepast mandaat hun onderhandelingen voortzetten.
Uit de tijd waarin het 'Europese beleid' voornamelijk een landbouwbeleid was, dateert het speciale landbouwoverleg in het "Comité Special Agriculture" oftewel het CSA. Drs. F. J. B. Bruins is als "landbouwraad" dagelijks bezig met het behartigen van de Nederlandse landbouwbelangen in Brussel. Bruins: „Indertijd kwam de landbouwraad het meest bij elkaar. Toen heeft men naast de PV, die allerhande (minister)raden voorbereidde, de landbouw-specialisten bij elkaar geroepen. Dat was het begin van het CSA, ofte wel het "Centraal Landbouw Comité".
Het verschil met de PV is, dat de mensen van de PV hier gedetacheerd zijn, terwijl het CSA wordt bemand vanuit de hoofdsteden. Dat systeem heeft goed voldaan. Ik denk dat het terecht is dat als je veel geld Uitgeeft, je daar ook een speciaal systeem voor hebt", aldus Bruins.
Bedrijfsleven
Nederiandse belangenbehartiging, uitkijkpost en onderhandelaar. Maar de PV doet meer, namelijk voor het Nederlandse bedrijfsleven. De centrale man daarvoor is drs. Alphons H. M. Stoelinga, de zogeheten "handelsraad", die een "early-warningsystem" beheert. Wat betekent dat precies voor het Nederlandse bedrijfsleven?
Stoelinga: „Om die vraag in een juist perspectief te beantwoorden, moeten wij even terug in de tijd. Als je terugkijkt naar de jaren tachtig, dan was het financiële volume van alle projecten en programma's van de Europese Gemeenschap zo'n 3 miljard gulden per jaar. Nederland betaalde daaraan toen 7,5 procent en ons bedrijfsleven kreeg van al die opdrachten ongeveer 3,5 procent. Je zou dus kunnen zeggen, dat wij de helft terugkregen in opdrachten van wat wij betaalden. De Nederlandse regering heeft toen besloten om via de bron van informatie waarop de PV zit, het bedrijfsleven te gaan ondersteunen in die markt".
„Nu, tien jaar later, zie je belangrijke veranderingen. In de eerste plaats is het volume van die markt toegenomen tot 45 miljard per jaar. Dat is dus een interessant gebied en je ziet dan ook een enorme run op 'Brussel'. Nederland betaalt nu van die hele kluif zo'n 5,6 procent en de score van het bedrijfsleven in programma's waar wij dat kunnen meten en bij ontwikkelingshulp, is nu ongeveer 8 a 9 procent. Dat is dus een heel redelijke score".
Informatie
„Wat doen wij daarvoor? Wel, wij moeten altijd al bij alle vergaderingen zijn en meebeslissen met de Europese Commissie hoe al het geld moet worden gebruikt. Dat betekent, dat je op een gigantische bron van voorinformatie zit. Die informatie sturen wij via ons "early-warningsystem" naar bedrijven, die zich bij ons kunnen inschrijven. Die kunnen hun geografische belangstelling (bijvoorbeeld projecten in Midden-Europa, Red.) en hun sectorale belangstelling meedelen. Als er dan iets dreigt aan te komen in hun richting, worden zij door ons getipt. Wij vragen dan aan onze computer wie daarin geïnteresseerd zou kunnen zijn? Dan komt er een aantal namen uit en die bedrijven krijgen van ons een fax met een bericht over wat er staat te gebeuren. Daarmee zet je de Nederlandse bedrijven op een informatievoorsprong".
Aldus Stoelinga, die er de nadruk op legt dat bij die informatie-voorziening de taak van de PV voor het bedrijfsleven ophoudt. Voor het verwerven van de begeerde opdrachten moeten de bedrijven zich eigen inspanningen getroosten. Dat het systeem van onze PV overigens werkt, blijkt uit het feit dat de Engelsen, de Belgen en de Fransen het van ons hebben afgekeken en hebben overgenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 augustus 1994
Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 augustus 1994
Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's